SP 26016 - Vruchtgebruik op deel van een bestaande woning - opmaak basisakte - vruchtgebruik op privatief - heffing registratiebelasting?
- Nummer
26016
- Datum beslissing
1 juni 2026
- Publicatiedatum
16 juni 2026
Heffing
- Registratiebelasting
Wettelijke basis
- art. 3.84 B.W.
Standpunt
Wanneer de enige eigenaar van een bestaande woning, waarbij zijn vennootschap reeds een vruchtgebruik had op ‘een deel van de woning’, overgaat tot het opmaken van een basisakte, waarbij het voorwerp van het reeds bestaand vruchtgebruik een welbepaald privatief met eraan verbonden gemene delen zal zijn en niet langer ‘een deel van de woning’, is geen verdeelrecht verschuldigd.
Wordt in de basisakte het bestaand vruchtgebruik verlengd zonder wijziging van de modaliteiten, dan is geen verkooprecht verschuldigd. Een overeenkomst tot verlenging van vruchtgebruik wijzigt enkel de duurtijd van het oorspronkelijk vruchtgebruik en heeft aldus geen bijkomende overdracht van een zakelijk recht tot gevolg (Cass. 24 januari 2025). De belastingplichtige zal wel moeten aantonen dat het een verlenging van een reeds bestaand vruchtgebruik betreft.
Houdt de ‘verlenging’ van het vruchtgebruik een wijziging van de modaliteiten in (andere dan de duur van het vruchtgebruik), dan is dit een vestiging van een nieuw vruchtgebruik die onder toepassing van het verkooprecht valt. Dit zal o.a. het geval zijn indien het vruchtgebruik dat in de basisakte wordt beschreven m.b.t. een welbepaald privatief, ruimer zal zijn dan het reeds bestaand vruchtgebruik op ‘een deel van de woning’.