VB 26078 - Kanscontract
- Nummer
26078
- Datum beslissing
7 september 2026
- Publicatiedatum
22 september 2026
Heffing
- Erfbelasting
- Schenkbelasting
Wettelijke basis
- art. 2.7.1.0.3. VCF
- art. 2.7.1.0.5. VCF
- art. 2.8.1.0.1. VCF
- art. 3.17.0.0.2. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De echtgenoten Y – X, gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, wensen onderling een kanscontract te sluiten onder bijzondere en bezwarende titel m.b.t. de aandelen van de vennootschap ‘Z’ (elk 50%) en de rekening-courant-vordering welke tot hun eigen vermogen behoren, en dit tot overlijden van de eerststervende van partijen (onbepaalde duur).
Ze wensen daarbij het volgende bevestigd te zien:
1.1. Dat de Vlaamse Belastingdienst deze transactie niet zal belasten met schenkbelasting (art. 2.8.1.0.1 VCF);
1.2. Dat de Vlaamse Belastingdienst deze transactie niet zal belasten met erfbelasting op basis van de fictiebepalingen gestipuleerd in artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF en artikel 2.7.1.0.5 VCF;
1.3. Dat deze transactie voor de Vlaamse Belastingdienst geen fiscaal misbruik vormt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.
2. De aanvragers verzoeken uitdrukkelijk overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, §4, lid 1 VCF dat gelet op het voorwerp van deze aanvraag, de termijn waarvoor de beslissing wordt getroffen langer zal zijn dan vijf (5) jaar. Meer bepaald een geldigheidsduur van de afgeleverde beslissing tot en met het overlijden van één van de echtgenoten Y– X.
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen
3. De aanvraag wordt ingediend door:
3.1. Mevrouw X (rijksregisternummer […]); en
3.2. De heer Y (rijksregisternummer […]),
samen wonende te […].
De echtgenoten Y– X zijn gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
4. De aanvragers bezitten:
- elk 50% van de aandelen in de besloten vennootschap naar Belgisch recht “Z”, met zetel te […], BTW- en ondernemingsnummer BE […], welke 50% behoort tot hun respectieve eigen vermogen (kopie aandelenregister in bijlage bij de aanvraag);
- elk de onverdeelde helft van de rekening-courant vordering t.a.v. de besloten vennootschap “Z”, voornoemd waarvan het totale saldo per 30/06/2025 in totaal €423.242,59 bedraagt.
Hierna “Vermogensbestanddelen” genoemd.
5. De aanvragers wensen onderling een kanscontract te sluiten betreffende de voormelde Vermogensbestanddelen waarbij zij bij wijze van kanscontract onder bezwarende titel overeenkomen dat bij het overlijden van de eerststervende van hen, zijn of haar Vermogensbestanddelen in BV Z in volle eigendom zal toekomen aan de langstlevende onder hen. Elk van de partijen staat aldus zijn/haar Vermogensbestanddelen in BV Z in volle eigendom af aan de andere, onder de opschortende voorwaarde van vóóroverlijden, en elk van de partijen verkrijgt als tegenprestatie voor deze afstand een gelijke kans om de voormelde Vermogensbestanddelen toebehorend aan de andere, te verwerven indien hij of zij het langst leeft.
6. Dit kanscontract zal worden gesloten onder de volgende modaliteiten en voorwaarden (zie ontwerp van de overeenkomst in bijlage bij de aanvraag):
- De verwerving ten voordele van de langstlevende van de partijen zal gebeuren met ingang van het overlijden van de eerststervende, zonder terugwerkende kracht;
- De overeenkomst wordt aangegaan voor een termijn die eindigt na het overlijden van de eerststervende van de partijen, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen. De partijen sluiten de overeenkomst evenwel onder de uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde van (i) relatiebreuk tussen hen door de inleiding van een vordering tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed door één van hen, of indien zij meer dan zes maanden feitelijk gescheiden leven wegens ontwrichting van het huwelijk, en (ii) het gelijktijdig overlijden van de partijen;
- Zolang het kanscontract geldt en beide partijen in leven zijn, mogen zij elk de hen toebehorende voormelde Vermogensbestanddelen, voorwerp van het kanscontract, niet vervreemden (noch ten bezwarende titel, noch om niet), in pand geven, in betaling geven of op enigerlei andere wijze (met zakelijke rechten) bezwaren, behoudens uitdrukkelijke en schriftelijke goedkeuring van de andere partij. Wel kunnen zij, mits het akkoord van de andere partij, overgaan tot de vervreemding van de Vermogensbestanddelen en de vervanging ervan door andere vermogensbestanddelen die in de plaats van de vervreemde Vermogensbestanddelen zullen treden en aan het kanscontract zullen onderworpen zijn (= zaakvervangingsclausule).
III. Motivering van de aanvraag
7. Dit kanscontract is ingegeven vanuit de intentie van partijen, beiden oprichter van de voormelde vennootschap, om elkaar op een rechtszekere wijze in de positie te plaatsen dat hij/zij bij vooroverlijden van de partner diens Vermogensbestanddelen zal verkrijgen én daarbij inmenging van hun dochter/eventuele andere erfgenamen dus in alle geval te vermijden.
Dit ter bescherming van de langstlevende en om de operationele werking van de voormelde vennootschap te beschermen en deze onder hun leiding te behouden. Zo beogen zij eventuele moeilijkheden, discussies en/of vertragingen in besluitvorming m.b.t. de vennootschap te vermijden in geval van inmenging door anderen.
Vandaar dat geopteerd wordt voor een kanscontract, waarmee de mogelijke gevolgen van een vererving (wettelijke opvolging of eventueel met legaten aan derden), die zouden leiden tot versnippering van het aandeelhouderschap, kunnen worden uitgesloten, dan wel significant beperkt. Via het kanscontract behoudt de langstlevende de gewenste flexibiliteit wat betreft het beheer en de beschikking over dit vermogen, dat zij samen hebben opgebouwd en verder zullen uitbouwen, aangezien hij/zij niet in samenloop komt met andere erfgenamen (de dochter).
Verder kiezen de aanvragers bewust voor een wederzijds contract dat hen beiden bindt. Een testament biedt minder waarborgen, gezien een testament te allen tijde steeds eenzijdig en zonder enige motivering kan gewijzigd of herroepen worden door de testator. Hetzelfde geldt voor schenkingen tussen echtgenoten gedaan buiten huwelijksovereenkomsten om, dewelke te allen tijde eenzijdig herroepbaar zijn door de schenker.
Via deze werkwijze bekomen de aanvragers zekerheid dat de langstlevende onder hen de totaliteit van de Vermogensbestanddelen zal verwerven, zonder dat één van hen deze regeling éénzijdig kan herroepen of wijzigen en zonder inmenging van de dochter of eventuele andere erfgenamen.
8. Rekening houdend met de beschreven modaliteiten en voorwaarden enerzijds en bovenstaande feitelijke gegevens anderzijds, dient geconcludeerd te worden dat het kanscontract een overeenkomst ten bijzondere en ten bezwarende titel betreft:
- Het kanscontract is onder bijzondere titel aangezien het contract betrekking heeft op Vermogensbestanddelen die afzonderlijk identificeerbaar zijn en nauwkeurig in de overeenkomst worden omschreven. Het betreft niet de algemeenheid van goederen die een partij bij zijn of haar overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen, noch alle onroerende of roerende goederen of een evenredig deel daarvan. Bijgevolg is voldaan aan de vereiste van een ‘beschikking onder bijzondere titel’ zoals bepaald in het standpunt nr. 17044 van 17 april 2023 van de Vlaamse Belastingdienst en de omschrijving in artikel 4.243 van het Burgerlijk Wetboek.
- Het bezwarend karakter wordt duidelijk in de overeenkomst weergegeven en beide partijen verklaren hun kansen gelijkwaardig te achten om het deel van de andere te verwerven.
- Beide partijen zijn financieel gelijkwaardig (ze onderwerpen beiden eenzelfde aantal Vermogensbestanddelen in dezelfde vennootschap met eenzelfde waarde aan het kanscontract) en zij hebben elk een gelijke kans om het langst te leven, zoals dit ook blijkt uit hun medisch getuigschrift de dato xx.xx.2026 (dhr. Y) en de dato xx.xx.2026 (mevr. X) en hun quasi gelijke leeftijd.
IV. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
9. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
10. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.
11. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:
- Artikel 2.7.1.0.3, eerste lid, 3°, VCF dat luidt als volgt:
“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :
…
3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.
Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”
- Artikel 2.7.1.0.5 VCF dat luidt als volgt:
“§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de vijf jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.
Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.
§ 2. De termijn van vijf jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.
De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”.
- Artikel 2.8.1.0.1. VCF dat luidt als volgt:
“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”
- Artikel 3.17.0.0.2. VCF dat luidt als volgt:
“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”
12. Het feit dat een kanscontract tussen echtgenoten wordt afgesloten maakt dit kanscontract op zich niet ongeldig. Wanneer een kanscontract wordt afgesloten tussen echtgenoten moet het slaan op de eigen goederen van de echtgenoten. Het kan geen betrekking hebben op goederen die tot de huwgemeenschap behoren.
13. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.
14. Het contract is in casu onder bijzondere titel aangezien het contract betrekking heeft op de aandelen en vorderingen die specifiek in de overeenkomst worden omschreven.
15. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt dat de zakelijke subrogatie speelt als die conventioneel is voorzien of die plaatsheeft uit kracht van de wet, overeenkomstig artikel 3.10 BW.
16. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.
17. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het contract, etc...
18. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het contract. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het contract blijkt dat bij het afsluiten van het contract niet aan deze voorwaarde was voldaan.
19. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De aanvragers hebben beiden een leeftijd van 50 jaar. Zij verklaren beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren en staven dit met medische getuigschriften.
20. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).
21. Uit de gegevens vermeld in het kanscontract blijkt dat de inleg van de aanvragers gelijkwaardig is (elk de helft van de aandelen van de vennootschap “Z” en de onverdeelde helft van een vordering in RC).
22. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing kan worden besloten dat het in casu om kanscontract gaat en er bijgevolg noch erfbelasting, noch schenkbelasting geheven zal worden in toepassing van de artikelen 2.7.1.0.3, eerste lid, 3° VCF, 2.7.1.0.5 VCF en 2.8.1.0.1 VCF.
23. Indien de rechtshandelingen worden gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen.
Het besluitvormingsorgaan is van oordeel dat het kanscontract, mede gelet op de niet-fiscale motieven, geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenk – en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.