VB 25141 - Incidentele vermelding eerdere schenking - opschortende voorwaarde
- Nummer
25141
- Datum beslissing
23 maart 2026
- Publicatiedatum
26 mei 2026
Heffing
- Schenkbelasting
Wettelijke basis
- art. 2.8.7.0.2. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de incidentele vermelding van een initiële schenking, gedaan voor een Nederlandse notaris in 2020, in een nieuwe schenkingsakte met het oog op het uitvoeren van een last opgenomen in deze initiële schenkingsakte, niet tot gevolg heeft dat deze initiële schenking onderworpen zal zijn aan schenkbelasting bij registratie van deze nieuwe schenkingsakte in België overeenkomstig artikel 2.8.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. De vermelding van de initiële schenkingsakte kan namelijk niet als titel van heffing beschouwd worden wegens het ontbreken van de bedoeling van partijen om een titel van heffing te creëren, waardoor artikel 2.8.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit geen toepassing vindt.
2. Deze aanvraag strekt er tevens toe bevestiging te krijgen dat bij de registratie van de nieuwe schenkingsakte nog geen schenkbelasting zal worden geheven over de nieuwe fideïcommissaire schenkingen zoals opgenomen in deze nieuwe schenkingsakte, maar dat de schenkbelasting overeenkomstig artikel 2.8.7.0.2, §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit pas zal worden geheven bij het intreden van de opschortende voorwaarde, namelijk het overlijden van de relevante begiftigde-bezwaarde.
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen
3. Deze aanvraag wordt ingediend door de heer […], advocaat, geboren te […] op xx.xx.1969, wonende te […], in naam van zijn cliënt, de heer X, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1958 en houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] (hierna genoemd de “Aanvrager”).
4. De Aanvrager heeft sedert meer dan 5 jaar zijn woonplaats in het Vlaamse Gewest, namelijk te […].
5. De Aanvrager is op het moment van de aanvraag ongehuwd en is niet geregistreerd als samenwonende partner. De Aanvrager heeft vier dochters, met name:
- Mevrouw A;
- Mevrouw B;
- Mevrouw C;
- Mevrouw D.
De Aanvrager heeft inmiddels ook meerdere kleinkinderen.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
6. De Aanvrager heeft op xx.xx.2020 voor notaris mr. […], notaris met plaats van vestiging te […], aan elk van zijn dochters een schenking gedaan (hierna genoemd de “Initiële schenking”) van aandelen van de naamloze vennootschap Y (afgekort: NV Y), met zetel te […] en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer […] (hierna genoemd de “NV Y”). Bij deze Initiële schenking werd een fideïcommis de residuo ten gunste van zijn op dat ogenblik bestaande/verwekte kleinkinderen voorzien. Aan de schenking werd tevens een last inzake nieuwe kinderen gekoppeld (zie hierna), waardoor de Aanvrager op heden (teneinde de gelijkheid tussen zijn kleinkinderen te garanderen), ten gevolge van de geboorte van nieuw bijgekomen kleinkinderen sinds de Initiële schenking, dient over te gaan tot een gedeeltelijke ontbinding van de fideïcommissaire schenking in de Initiële schenking en een nieuwe schenking (hierna samen genoemd de “Nieuwe schenking”).
7. De Initiële schenking vond plaats als volgt:
- Aan mevrouw A, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1984, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] schonk de Aanvrager:
- 2.500 aandelen, genummerd van 1 tot en met 2.500, in volle eigendom van de NV Y;
- 3.750 aandelen, genummerd van 10.001 tot en met 13.750, in blote eigendom van de NV Y.
Daarbij werd de schenking aan de Begiftigde A bezwaard met een fideïcommis de residuo ten voordele van de kinderen van de Begiftigde A (de kleinkinderen van de Aanvrager) die op het moment van de Initiële schenking reeds geboren waren, zijnde:
- de jongeheer A1, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2016, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […];
- de jongeheer A2, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2018, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
Ingevolge dit fideïcommis de residuo komt hetgeen de Begiftigde A bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen achterlaat, toe aan de Begiftigde-Verwachter A1 en de Begiftigde-Verwachter A2.
- Aan mevrouw B, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1985, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] schonk de Aanvrager:
- 2.500 aandelen, genummerd van 2.501 tot en met 5.000, in volle eigendom van de NV Y;
- 3.750 aandelen, genummerd van 13.751 tot en met 17.500, in blote eigendom van de NV Y.
Daarbij werd de schenking aan de Begiftigde B bezwaard met een fideïcommis de residuo ten voordele van de kinderen van de Begiftigde B (de kleinkinderen van de Aanvrager) die op het moment van de Initiële schenking reeds geboren waren, zijnde:
- juffrouw B1, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2013, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] in de Initiële schenking);
- de jongeheer B2, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2015, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
Ingevolge dit fideïcommis de residuo komt hetgeen de Begiftigde B bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen achterlaat, toe aan de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2.
- Aan mevrouw C, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1988, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] schonk de Aanvrager:
- 2.500 aandelen, genummerd van 5.001 tot en met 7.500, in volle eigendom van de NV Y;
- 3.750 aandelen, genummerd van 17.501 tot en met 21.250, in blote eigendom van de NV Y.
Daarbij werd de schenking aan de Begiftigde C bezwaard met een fideïcommis de residuo ten voordele van de kinderen van de Begiftigde C (de kleinkinderen van de Aanvrager) die op het moment van de Initiële schenking reeds geboren of verwekt waren, zijnde:
- de jongeheer C1, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2016, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] in de Initiële schenking);
- juffrouw C2 van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2018, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […] in de Initiële schenking);
- het op datum van de Initiële schenking reeds verwekte maar nog ongeboren kind, juffrouw C3, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2021, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
Ingevolge dit fideïcommis de residuo komt hetgeen de Begiftigde C bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen achterlaat, toe aan de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3.
- Aan mevrouw D, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1990, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […]:
- 2.500 aandelen, genummerd van 7.501 tot en met 10.000, in volle eigendom van NV Y;
- 3.750 aandelen, genummerd van 21.251 tot en met 25.000, in blote eigendom van NV Y.
Daarbij werd de schenking aan de Begiftigde D bezwaard met een fideïcommis de residuo ten voordele van de kinderen van de Begiftigde D (de kleinkinderen van de Aanvrager) die op het moment van de Initiële schenking reeds geboren waren, zijnde:
- de jongeheer D1, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2016, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […];
- juffrouw D2, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2018, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
- de jongeheer D3, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2020, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
Ingevolge dit fideïcommis de residuo komt hetgeen de Begiftigde D bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen achterlaat, toe aan de Begiftigde-Verwachter D1, de Begiftigde-Verwachter D2 en de Begiftigde-Verwachter D3.
8. In de Initiële schenking werden (onder meer) de volgende modaliteiten, voorwaarden en lasten opgenomen [1] :
“2. Fideïcommis de residuo voor wat betreft de Aandelen
- Bij het overlijden van de Begiftigde A zullen de aan haar geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de Begiftigde-Verwachter A1 en de Begiftigde-Verwachter A2 (of desgevallend hun afstammelingen), elk voor een gelijk deel. Indien echter bij het overlijden van de Begiftigde A de Begiftigde-Verwachter A1 of de Begiftigde-Verwachter A2 zonder afstammelingen vooroverleden is, zullen de aan de Begiftigde A geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de overlevende Begiftigde-Verwachter A1 of A2 (of diens afstammelingen).
- Bij het overlijden van de Begiftigde B zullen de aan haar geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 (of desgevallend hun afstammelingen), elk voor een gelijk deel. Indien echter bij het overlijden van de Begiftigde B de Begiftigde-Verwachter B1 of de Begiftigde-Verwachter B2 zonder afstammelingen vooroverleden is, zullen de aan de Begiftigde B geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de overlevende Begiftigde-Verwachter B1 of B2 (of diens afstammelingen).
- Bij het overlijden van de Begiftigde C zullen de aan haar geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 (of desgevallend hun afstammelingen), elk voor een gelijk deel. Indien echter bij het overlijden van de Begiftigde C de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 of de Begiftigde-Verwachter C3 zonder afstammelingen vooroverleden is, zullen de aan de Begiftigde C geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de overlevende Begiftigde-Verwachter(s) C1, C2 of C3 (of diens afstammelingen).
- Bij het overlijden van de Begiftigde D zullen de aan haar geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de Begiftigde-Verwachter D1, de Begiftigde-Verwachter D2 en de Begiftigde-Verwachter D3 (of desgevallend hun afstammelingen), elk voor een gelijk deel. Indien echter bij het overlijden van de Begiftigde D de Begiftigde-Verwachter D1, de Begiftigde-Verwachter D2 of de Begiftigde-Verwachter D3 zonder afstammelingen vooroverleden is, zullen de aan de Begiftigde D geschonken Aandelen of hetgeen ervan overblijft als schenking vanwege de Schenker (voortvloeiende uit huidige schenking) fideïcommissair toekomen aan de overlevende Begiftigde-Verwachter(s) D1, D2 of D3 (of diens afstammelingen).”
“3. Last inzake nieuwe kinderen voor wat betreft de Aandelen
3.1
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigden-Verwachters A1 en A2 van de Aandelen of hetgeen (al dan niet gedeeltelijk) bij wijze van zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats zou komen van de geschonken Aandelen, wordt ten aanzien van de Begiftigden-Verwachters A1 en A2 gedaan onder de hierna omschreven last.
De Schenker legt aan de Begiftigden-Verwachters A1 en A2 (of desgevallend hun afstammelingen) de last op om een bepaald vermogen (zoals hierna bepaald) over te dragen aan de nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde A.
De nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde A zijn die kinderen van de Begiftigde A die nog niet vermeld zijn in huidige schenkingsakte en waarvan de afstamming vaststaat of komt vast te staan ten opzichte van de Begiftigde A of die de Begiftigde A heeft geadopteerd. Voormeld over te dragen vermogen wordt beperkt tot een onverdeeld aandeel van hetgeen de Begiftigde A onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen zal achterlaten onder de in deze schenkingsakte genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten aan de Begiftigden-Verwachters A1 en A2.
Aan elk nieuw bijgekomen kind van de Begiftigde A dienen de Begiftigden-Verwachters A1 en A2 van het verkregen fideïcommissair vermogen meer bepaald een vermogen uit te keren dat toelaat een situatie te creëren dat elk van de kinderen van de Begiftigde A een gelijk (netto)aandeel (d.w.z. na aftrek van de eventuele fiscale lasten) van het fideïcommissair vermogen zal hebben ontvangen.
In de mate er nieuwe kinderen zouden bijkomen na het einde van de rechten van de Begiftigde A op het fideïcommissair vermogen en op dat ogenblik de last zoals beschreven in de vorige alinea reeds zou zijn uitgevoerd, dan dient tot een herverdeling te worden overgegaan in die zin dat alle kinderen van de Begiftigde A (of desgevallend hun afstammelingen) conform de plaatsvervulling bij wet een gelijk deel dienen te verkrijgen van het fideïcommissair vermogen.
Als last ten aanzien van alle nieuwe kinderen dient bij de verkrijging van hun aandeel in het fideïcommissair vermogen voorzien te worden dat ze als last aanvaarden dat ze overgaan tot herverdeling zoals beschreven in de vorige alinea, in de mate dat er nog nieuwe kinderen bijkomen.
3.2
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigden-Verwachters B1 en B2 van de Aandelen of hetgeen (al dan niet gedeeltelijk) bij wijze van zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats zou komen van de geschonken Aandelen, wordt ten aanzien van de Begiftigden-Verwachters B1 en B2 gedaan onder de hierna omschreven last.
De Schenker legt aan de Begiftigden-Verwachters B1 en B2 (of desgevallend hun afstammelingen) de last op om een bepaald vermogen (zoals hierna bepaald) over te dragen aan de nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde B.
De nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde B zijn die kinderen van de Begiftigde B die nog niet vermeld zijn in huidige schenkingsakte en waarvan de afstamming vaststaat of komt vast te staan ten opzichte van de Begiftigde B of die de Begiftigde B heeft geadopteerd. Voormeld over te dragen vermogen wordt beperkt tot een onverdeeld aandeel van hetgeen de Begiftigde B onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen zal achterlaten onder de in deze schenkingsakte genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten aan de Begiftigden-Verwachters B1 en B2.
Aan elk nieuw bijgekomen kind van de Begiftigde B dienen de Begiftigden-Verwachters B1 en B2 van het verkregen fideïcommissair vermogen meer bepaald een vermogen uit te keren dat toelaat een situatie te creëren dat elk van de kinderen van de Begiftigde B een gelijk (netto)aandeel (d.w.z. na aftrek van de eventuele fiscale lasten) van het fideïcommissair vermogen zal hebben ontvangen.
In de mate er nieuwe kinderen zouden bijkomen na het einde van de rechten van de Begiftigde B op het fideïcommissair vermogen en op dat ogenblik de last zoals beschreven in de vorige alinea reeds zou zijn uitgevoerd, dan dient tot een herverdeling te worden overgegaan in die zin dat alle kinderen van de Begiftigde B (of desgevallend hun afstammelingen) conform de plaatsvervulling bij wet een gelijk deel dienen te verkrijgen van het fideïcommissair vermogen.
Als last ten aanzien van alle nieuwe kinderen dient bij de verkrijging van hun aandeel in het fideïcommissair vermogen voorzien te worden dat ze als last aanvaarden dat ze overgaan tot herverdeling zoals beschreven in de vorige alinea, in de mate dat er nog nieuwe kinderen bijkomen.
3.3
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigden-Verwachters C1, C2 en C3 van de Aandelen of hetgeen (al dan niet gedeeltelijk) bij wijze van zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats zou komen van de geschonken Aandelen, wordt ten aanzien van de Begiftigden-Verwachters C1, C2 en C3 gedaan onder de hierna omschreven last.
De Schenker legt aan de Begiftigden-Verwachters C1, C2 En C3 (of desgevallend hun afstammelingen) de last op om een bepaald vermogen (zoals hierna bepaald) over te dragen aan de nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde C.
De nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde C zijn die kinderen van de Begiftigde C die nog niet vermeld zijn in huidige schenkingsakte en waarvan de afstamming vaststaat of komt vast te staan ten opzichte van de Begiftigde C of die de Begiftigde C heeft geadopteerd. Voormeld over te dragen vermogen wordt beperkt tot een onverdeeld aandeel van hetgeen de Begiftigde C onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen zal achterlaten onder de in deze schenkingsakte genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten aan de Begiftigden-Verwachters C1, C2 en C3.
Aan elk nieuw bijgekomen kind van de Begiftigde C dienen de Begiftigden-Verwachters C1, C2 en C3 van het verkregen fideïcommissair vermogen meer bepaald een vermogen uit te keren dat toelaat een situatie te creëren dat elk van de kinderen van de Begiftigde C een gelijk (netto)aandeel (d.w.z. na aftrek van de eventuele fiscale lasten) van het fideïcommissair vermogen zal hebben ontvangen.
In de mate er nieuwe kinderen zouden bijkomen na het einde van de rechten van de Begiftigde C op het fideïcommissair vermogen en op dat ogenblik de last zoals beschreven in de vorige alinea reeds zou zijn uitgevoerd, dan dient tot een herverdeling te worden overgegaan in die zin dat alle kinderen van de Begiftigde C (of desgevallend hun afstammelingen) conform de plaatsvervulling bij wet een gelijk deel dienen te verkrijgen van het fideïcommissair vermogen.
Als last ten aanzien van alle nieuwe kinderen dient bij de verkrijging van hun aandeel in het fideïcommissair vermogen voorzien te worden dat ze als last aanvaarden dat ze overgaan tot herverdeling zoals beschreven in de vorige alinea, in de mate dat er nog nieuwe kinderen bijkomen.
3.4
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigden-Verwachters D1, D2 en D3 van de Aandelen of hetgeen (al dan niet gedeeltelijk) bij wijze van zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats zou komen van de geschonken Aandelen, wordt ten aanzien van de Begiftigden-Verwachters D1, D2 en D3 gedaan onder de hierna omschreven last.
De Schenker legt aan de Begiftigden-Verwachters D1, D2 en D3 (of desgevallend hun afstammelingen) de last op om een bepaald vermogen (zoals hierna bepaald) over te dragen aan de nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde D.
De nieuw bijgekomen kinderen van de Begiftigde D zijn die kinderen van de Begiftigde D die nog niet vermeld zijn in huidige schenkingsakte en waarvan de afstamming vaststaat of komt vast te staan ten opzichte van de Begiftigde D of die de Begiftigde D heeft geadopteerd. Voormeld over te dragen vermogen wordt beperkt tot een onverdeeld aandeel van hetgeen de Begiftigde D onvervreemd en onverteerd van het fideïcommissair vermogen zal achterlaten onder de in deze schenkingsakte genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten aan de Begiftigden-Verwachters D1, D2 en D3.
Aan elk nieuw bijgekomen kind van de Begiftigde D dienen de Begiftigden-Verwachters D1, D2 en D3 van het verkregen fideïcommissair vermogen meer bepaald een vermogen uit te keren dat toelaat een situatie te creëren dat elk van de kinderen van de Begiftigde D een gelijk (netto)aandeel (d.w.z. na aftrek van de eventuele fiscale lasten) van het fideïcommissair vermogen zal hebben ontvangen.
In de mate er nieuwe kinderen zouden bijkomen na het einde van de rechten van de Begiftigde D op het fideïcommissair vermogen en op dat ogenblik de last zoals beschreven in de vorige alinea reeds zou zijn uitgevoerd, dan dient tot een herverdeling te worden overgegaan in die zin dat alle kinderen van de Begiftigde D (of desgevallend hun afstammelingen) conform de plaatsvervulling bij wet een gelijk deel dienen te verkrijgen van het fideïcommissair vermogen.
Als last ten aanzien van alle nieuwe kinderen dient bij de verkrijging van hun aandeel in het fideïcommissair vermogen voorzien te worden dat ze als last aanvaarden dat ze overgaan tot herverdeling zoals beschreven in de vorige alinea, in de mate dat er nog nieuwe kinderen bijkomen.”
9. De initiële schenking die in Nederland werd verleden, werd destijds niet geregistreerd in België, waardoor er in België geen schenkbelasting over de geschonken Aandelen werd geheven.
10. Gelet op de geboorte van de jongeheer B3 op xx.xx.2022, zoon van mevrouw B, en van juffrouw C4 op xx.xx.2024, dochter van mevrouw C, beiden na het verlijden van de Initiële schenking, dient de last inzake nieuwe kinderen opgenomen in deze akte uitgevoerd te worden. De Aanvrager wenst hiertoe over te gaan door een gedeeltelijke ontbinding van de fideïcommissaire schenking opgenomen in de Initiële schenking, alsook een nieuwe notariële schenking te laten verlijden.
11. De bij de Nieuwe schenking betrokken partijen zijn de volgende (hierna aangeduid als de “Partijen”):
- De Aanvrager, voornoemd […];
- Mevrouw B, voornoemd […];
- juffrouw B1, voornoemd […];
- de jongeheer B2, voornoemd […];
- het nieuw bijgekomen kind sinds de Initiële schenking, de jongeheer B3, van Belgische nationaliteit, geboren te […] (België) op xx.xx.2022, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
- Mevrouw C, voornoemd […];
- de jongeheer C1, voornoemd […];
- juffrouw C2, voornoemd […].
- juffrouw C3, voornoemd […];
- het nieuw bijgekomen kind sinds de Initiële schenking, juffrouw C4, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.2024, houder van een Belgische identiteitskaart met rijksregisternummer […] […].
12. De Nieuwe schenking heeft tot doel om de last inzake nieuwe kinderen, zoals opgenomen in de Initiële schenking, uit te voeren. In dit kader zullen de volgende verrichtingen plaatsvinden:
- Partijen wensen de fideïcommissaire schenkingen door de Aanvrager in de Initiële schenking gedaan aan de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 […] ten belope van een derde te ontbinden, waarna de Aanvrager een nieuwe fideïcommissaire schenking zal verrichten aan de Begiftigde-Verwachter B3, het nieuw bijgekomen kind;
- Partijen wensen de fideïcommissaire schenkingen door de Aanvrager in de Initiële schenking gedaan aan de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 […] ten belope van een vierde te ontbinden, waarna de Aanvrager een nieuwe fideïcommissaire schenking zal verrichten aan de Begiftigde-Verwachter C4, het nieuw bijgekomen kind.
13. Partijen nemen hiertoe de volgende clausules op in de Nieuwe schenking:
“1. ONTBINDING FIDEÏCOMMISSAIRE SCHENKINGEN
De comparanten komen hierbij overeen de fideïcommissaire schenkingen door de Schenker aan de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 van xx.xx.2020 […] ten belope van een derde te ontbinden en de fideïcommissaire schenkingen door de Schenker aan de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 van xx.xx.2020 […] ten belope van een vierde te ontbinden.
De comparanten komen overeen dat dit onder meer concreet betekent dat (1) alle rechten en verplichtingen van de Begiftigde B voortvloeiend uit de hierboven genoemde schenkingsakte onverkort blijven bestaan, behoudens inzake de verplichtingen van de Begiftigde B ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 […], want daar geldt dat deze inzake de hieronder opgesomde Vermogensbestanddelen A (en dus ten belope van een derde) vervallen (doch ingevolge de bij deze akte verrichte fideïcommissaire schenking op identieke wijze opnieuw ontstaan ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter B3), en dat alle rechten en verplichtingen van de Begiftigde C voortvloeiend uit de hierboven genoemde schenkingsakte onverkort blijven bestaan, behoudens inzake de verplichtingen van de Begiftigde C ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 […], want daar geldt dat deze inzake de hieronder opgesomde Vermogensbestanddelen B (en dus ten belope van een vierde) vervallen (doch ingevolge de bij deze akte verrichte fideïcommissaire schenking op identieke wijze opnieuw ontstaan ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter C4) (2) de in hierboven genoemde schenkingsakte opgenomen last inzake nieuwe kinderen in hoofde van de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 […] zal blijven rusten ten aanzien van de andere twee derden van de fideïcommissaire schenking doorgevoerd bij de voornoemde akte, en de in hierboven genoemde schenkingsakte opgenomen last inzake nieuwe kinderen in hoofde van de Begiftigde-Verwachter C1, C2 en C3 […] zal blijven rusten ten aanzien van de andere drie vierden van de fideïcommissaire schenking doorgevoerd bij de voornoemde akte en (3) de Schenker een nieuwe fideïcommissaire schenking kan en zal doen inzake respectievelijk de volgende vermogensbestanddelen:
- Een onverdeeld derde van hetgeen de Begiftigde B bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd zal achterlaten van de in voormelde schenkingsakte door de Schenker aan haar geschonken vermogensbestanddelen, zijnde:
- de volle eigendom van tweeduizend vijfhonderd (2.500) aandelen, genummerd van tweeduizend vijfhonderd en een (2.501) tot en met vijfduizend (5.000) van de Belgische Naamloze Vennootschap Y (afgekort: Y), met zetel te […], ondernemingsnummer […] (hierna genoemd “NV Y”);
- de blote eigendom van drieduizend zevenhonderdvijftig (3.750) aandelen, genummerd van dertienduizend zevenhonderdeenenvijftig (13.751) tot en met zeventienduizend vijfhonderd (17.500) van NV Y.
Hierna genoemd de “Vermogensbestanddelen A”;
- Een onverdeeld vierde van hetgeen de Begiftigde C bij haar overlijden onvervreemd en onverteerd zal achterlaten van de in voormelde schenkingsakte door de Schenker aan haar geschonken vermogensbestanddelen, zijnde:
- de volle eigendom van tweeduizend vijfhonderd (2.500) aandelen, genummerd van vijfduizend een (5.001) tot en met zevenduizend vijfhonderd (7.500) van de NV Y;
- de blote eigendom van drieduizend zevenhonderdvijftig (3.750) aandelen, genummerd van zeventienduizend vijfhonderd en een (17.501) tot en met eenentwintigduizend tweehonderdvijftig (21.250) van de NV Y.
Hierna genoemd de “Vermogensbestanddelen B”.
“2. NIEUWE FIDEÏCOMMISSAIRE SCHENKINGEN
De Schenker schenkt aan de Begiftigde-Verwachter B3, een onverdeeld derde van hetgeen de Begiftigde B onvervreemd en onverteerd van de Vermogensbestanddelen A (of van hetgeen hiervoor ingevolge zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats is getreden) zal nalaten, onder de hierna genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten.
De Schenker schenkt aan de Begiftigde-Verwachter C4, een onverdeeld vierde van hetgeen de Begiftigde C onvervreemd en onverteerd van de Vermogensbestanddelen B (of van hetgeen hiervoor ingevolge zaakvervanging of subrogatie, belegging of wederbelegging in de plaats is getreden) zal nalaten, onder de hierna genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten.
De Begiftigde-Verwachter B3, vertegenwoordigd zoals voormeld, aanvaardt uitdrukkelijk de hem door de Schenker gedane fideïcommissaire schenking, alsook alle daaraan verbonden hierna genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten.
De Begiftigde-Verwachter C4, vertegenwoordigd zoals voormeld, aanvaardt uitdrukkelijk de haar door de Schenker gedane fideïcommissaire schenking, alsook alle daaraan verbonden hierna genoemde modaliteiten, voorwaarden en lasten.
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigde-Verwachter B3 heeft plaats onder identiek dezelfde voorwaarden als de fideïcommissaire schenkingen die bij hierboven genoemde schenkingsakte plaatsvonden ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 […]. Dit betekent aldus ook dat ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter B3 door de Schenker, mutatis mutandis, identiek dezelfde last inzake nieuwe kinderen in hoofde van de Begiftigde B wordt opgelegd als diegene die werd opgelegd aan de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 middels de voornoemde schenkingsakte.
De fideïcommissaire schenking aan de Begiftigde-Verwachter C4 heeft plaats onder identiek dezelfde voorwaarden als de fideïcommissaire schenkingen die bij hierboven genoemde schenkingsakte plaatsvonden ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 […]. Dit betekent aldus ook dat ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter C4 door de Schenker, mutatis mutandis, identiek dezelfde last inzake nieuwe kinderen in hoofde van de Begiftigde C wordt opgelegd als diegene die werd opgelegd aan de Begiftigde-Verwachter C1, de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 middels de voornoemde schenkingsakte.”
14. Partijen verklaring in de slotbepalingen van de Nieuwe schenking bovendien het volgende:
“De Schenker, de Begiftigden en de Begiftigden-Verwachters verklaren uitdrukkelijk dat de verwijzing naar de schenkingsakte van xx.xx.2020 niet bedoeld is om hiervoor een titel voor het heffen van schenkbelasting te creëren.”
De vermelding van de eerdere schenking gebeurt namelijk uitsluiten met het oog op het uitvoeren van de last inzake nieuwe kinderen.
III. Motivering van de aanvraag
III.A. GEEN TITEL VAN HEFFING
15. De Aanvrager wenst bevestiging te krijgen dat de incidentele vermelding van de eerdere schenking in de Nieuwe schenking niet onderworpen zal zijn aan schenkbelasting overeenkomstig artikel 2.8.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna genoemd “VCF”), aangezien deze vermelding uitsluitend gebeurt met het oog op het uitvoeren van de in de Initiële schenking opgenomen last inzake nieuwe kinderen. Aangezien Partijen niet de bedoeling hebben om met de verwijzing naar de eerdere schenking een titel voor het heffen van schenkbelasting te creëren, en zij dit bovendien uitdrukkelijk verklaren in de Nieuwe schenking, is de Aanvrager van mening dat er geen schenkbelasting verschuldigd zal zijn naar aanleiding van de vermelding in de nieuwe, te registreren schenkingsakte van de schenkingen gedaan in de Initiële schenking. Artikel 2.8.1.0.1 VCF vindt in dat geval dus geen toepassing.
III.A.1. De incidentele vermelding creëert geen titel van heffing
16. De vorderbaarheid van het evenredig recht vereist de aanbieding ter registratie van een akte die titel vormt van een getarifeerde overeenkomst.[2] Aan het begrip akte moet de betekenis worden toegekend van het gemeen recht. Een akte is bijgevolg een geschrift opgesteld om tussen partijen als titel te dienen van een bepaalde rechtshandeling en dat met het doel het bewijs uit te maken werd ondertekend.[3]
Opdat een akte als titel van heffing kan worden beschouwd en aldus aan schenkbelasting kan worden onderworpen, dienen de volgende 3 elementen aanwezig te zijn:[4]
- de akte bevat de handtekeningen van de partijen;
- de akte vormt het bewijs van de getarifeerde overeenkomst;
- de partijen hebben de bedoeling om met de akte een titel te creëren.
III.A.1.1. Handtekening
17. Opdat een akte als titel van heffing kan gelden, is allereerst de schriftelijke toestemming vereist van al de personen die, hetzij door hun wilsovereenstemming, hetzij door hun eenzijdige wilsuiting, de rechtshandeling, waarvan de akte tot titel strekt, deden ontstaan. Met het plaatsen van de handtekening bevestigt de persoon die de akte tekent dat hij/zij de ondertekenaar is van de akte (identificatiefunctie), alsook dat hij/zij de bedoeling heeft om het geschrift te ondertekenen (confirmatiefunctie).[5] Overeenkomsten dienen dus ondertekend te zijn door al de contracterende partijen opdat de akte als titel van heffing kan kwalificeren.[6]
III.A.1.2. Bewijs van de getarifeerde overeenkomst
18. Ten tweede moet de akte, om als titel van heffing te kunnen gelden, het bewijs leveren van de getarifeerde overeenkomst die eraan ten grondslag ligt. Hiertoe is vereist dat de akte de elementen die aanwijzend en essentieel zijn voor de te belasten verrichting op voor de partijen bindende wijze uitdrukt, zonder dat het evenwel vereist is dat al de bepalingen van de overeenkomst erin worden uitgedrukt. De overeenkomst moet met andere woorden een wilsovereenstemming van de partijen bevatten over het voorwerp ervan, zijnde de goederen, en de waarde ervan.[7]
III.A.1.3. Bedoeling om een titel te verstrekken
(i) Intentie van de partijen
19. De laatste voorwaarde die voldaan moet zijn opdat een akte als titel van heffing kan worden beschouwd, is dat partijen de bedoeling hebben om met de akte een titel van heffing te creëren. Het doel van een akte ligt erin om het bewijs te leveren van de beschikkingen of andere bepalingen die erin voorkomen.[8] Indien bij de partijen echter de bedoeling ontbreekt om een titel tot stand te brengen van een in de akte vermelde handeling, dan levert de akte uit zichzelf geen volledig bewijs van de bewuste handeling en kan het bijgevolg niet als titel van heffing ingeroepen worden.[9]
(ii) Loutere vermelding in een akte
20. De vraag of er al dan niet sprake is van de bedoeling om een titel van heffing te creëren, rijst in de context van vermeldingen van vroeger volbrachte rechtshandelingen die bijkomstig in een latere akte worden ingelast.
21. Wanneer bij de partijen evenwel de bedoeling ontbreekt om een titel tot stand te brengen van een of ander van de in de akte vermelde handelingen, levert de akte uit zichzelf geen volledig bewijs van de bewuste handeling en kan deze ook niet als titel van heffing ingeroepen worden. Het toepassingsgebied van het begrip “akte” wordt dus ingeperkt door de intenties van de partijen betrokken bij de akte.[10]
Het Hof van Cassatie bevestigt deze visie. In een arrest van 29 juni 1989 oordeelde het Hof dat “zelfs een loutere vermelding die incidenteel is opgenomen in een verkoopakte kan gelden als titel van een schenking van roerende goederen; dat zulks niet noodzakelijk het geval is; dat de draagwijdte van de vermelding van geval tot geval moet worden nagegaan; dat het evenredig recht verschuldigd is wanneer de akte bedoeld is als titel en zich niet beperkt tot de vermelding van een vroegere schenking; (…)”.[11]
22. Daarnaast wordt een mogelijk vermoeden van titelvorming ontkracht indien het nut van de vermelding van een eerder gedane rechtshandeling in een latere akte door de belastingplichtige kan worden verantwoord, omdat zij werd gedaan met het oog op de verwezenlijking van een ander juridisch doel en omdat zij nodig was voor het bereiken van dat doel.[12]
Aldus worden vermeldingen die zijn ingegeven door een wettelijke verplichting, vermeldingen met een burgerrechtelijk motief en vermeldingen met een ander doel dan tot bewijs of erkenning van de rechtshandeling te dienen niet gedaan met de bedoeling een titel van heffing te verschaffen.[13]
23. Inzake de incidentele vermelding van een buitenlandse notariële akte, moet daarenboven worden benadrukt dat de reeds verleden buitenlandse akte an sich een titel inhoudt waardoor geenszins de bedoeling kan voorliggen om een titel te creëren door de vermelding in een nieuwe akte. Er bestaat immers reeds een in België uitvoerbare titel die het bewijs levert van de feiten en rechtsfeiten die erin zijn opgenomen.[14]
24. Ten slotte wordt aangenomen dat een uitdrukkelijke bevestiging in de akte dat de vermelding niet bedoeld is om een titel te creëren, de heffing van schenkbelasting uitsluit.[15]
(iii) Voorafgaande beslissing nr. 2021.0727 d.d. 09.11.2021 [16]
25. In deze verwijzen wij ook naar de Voorafgaande beslissing nr. 2021.0727, die op 9 november 2021 werd uitgevaardigd door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken.
26. Deze Voorafgaande beslissing behandelt de Franse donation-partage transgénérationnelle. Deze Franse rechtsfiguur betreft een schenking die tevens een gedeeltelijke verdeling van de toekomstige nalatenschap van de schenker impliceert bij leven. De schenker kan door middel van een donation-partage de activa van zijn toekomstige nalatenschap tijdens zijn/haar leven doorgeven en reeds definitief verdelen onder de erfgenamen. De donation-partage transgénérationnelle kan betrekking hebben op nieuwe (nog te schenken) goederen, maar kan ook goederen omvatten die reeds in het verleden werden geschonken aan de kinderen. In dit laatste geval is er eerst sprake van een “(her)inlijving” van de eerder gedane schenkingen aan de kinderen, waarna de geschonken goederen opnieuw worden geschonken, maar deze keer aan de kleinkinderen.[17]
27. Het dossier dat aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen werd voorgelegd had betrekking op deze donation-partage transgénérationnelle waarbij een eerdere gedane schenking aan één van de kinderen werd (her)ingelijfd en werd overgedragen aan kleinkinderen.
De echtgenoten GP-GM hebben in het verleden een donation-partage gedaan ten voordele van hun vier kinderen, elk voor een gelijk deel in blote eigendom. Deze schenking werd gedaan onder de voorwaarde dat het evenwicht tussen alle kinderen behouden diende te blijven, ook indien er later nieuwe kinderen werden geboren.[18]
Bij de geboorte van hun vijfde kind deden de ouders GP-GM, ingevolge de voorwaarde betreffende het behoud van het evenwicht tussen de kinderen, een nieuwe schenking aan hun vijf kinderen, waarbij de vier eerstgeborenen in waarde minder ontvingen dan het vijfde kind om de gelijkheid te herstellen Deze schenking vond plaats in Frankrijk, waarna mevrouw GM verhuisde naar België, meer bepaald naar het Waals Gewest, en haar vijfde kind daaropvolgend drie kinderen kreeg.
Mevrouw GM wenst in het kader van de voortijdige verdeling van haar nalatenschap een deel van de goederen dat via de donation-partage aan haar vijfde kind werd geschonken, te schenken aan haar kleinkinderen (zijnde de kinderen van het jongste, vijfde kind). Hiertoe dient de (blote eigendom) op de geschonken goederen te worden (her)ingelijfd uit het vermogen van de dochter (de oorspronkelijke begiftigde) door mevrouw GM, waarna het vervolgens in gelijke delen wordt verdeeld tussen de drie kleinkinderen. Door de (her)inlijving verkrijgt mevrouw GM met andere woorden opnieuw de volle eigendom van de goederen, waarna zij de blote eigendom wegschenkt aan haar drie kleinkinderen.
28. De vraag die in deze Voorafgaande beslissing aan de orde was, is of de schenking door mevrouw GM, een Waals inwoner, onder de toepassing valt van artikel 19, 6° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. Daarbij wordt in de Voorafgaande beslissing tevens ingegaan op de gevolgen van het vermelden van de eerdere schenking in de nieuwe schenkingsakte.
29. De Voorafgaande beslissing stelt dat uit de Franse doctrine blijkt dat een donation-partage een herroeping van de initiële schenking impliceert met nadien de aanwijzing van een nieuwe begunstigde.
De Dienst Voorafgaande Beslissingen is van oordeel dat de donation-partage transgénérationnelle moet worden beschouwd als een schenking van roerende goederen die rechtstreeks door mevrouw GM gebeurt aan haar kleinkinderen, waardoor zij verplicht is de Franse notariële schenkingsakte in België te registreren op grond van artikel 19, 6° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Wat betreft de vermelding van de eerdere schenking aan het vijfde kind in de notariële akte betreffende de nieuwe schenking, oordeelt de Dienst dat deze vermelding geen titel van heffing uitmaakt. Deze beslissing wordt gesteund op de vaststelling dat de vermelding van deze eerdere schenking in de nieuwe schenking louter gedaan wordt met het oog op de (her)inlijving ervan, zoals vereist in het kader van de donation-partage transgénérationnelle.[19]
Daarenboven stelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat de eerder gedane schenking reeds ontbonden is op het ogenblik van de registratie van de Franse notariële akte (de nieuwe schenking) in België, waardoor deze sowieso geen aanleiding kan geven tot de heffing van schenkbelasting.[20]
Gelet op het voorgaande besluit de Dienst Voorafgaande Beslissingen aldus dat de eerdere schenking, zijnde de donation-partage aan het vijfde kind, niet belastbaar zal zijn in België ingevolge de vermelding ervan in de nieuwe, te registreren schenkingsakte.[21]
III.A.2. Toegepast op voorliggend geval
III.A.2.1. Handtekening
30. De Nieuwe schenking wordt ondertekend door alle partijen betrokken bij de ontbinding van de initiële fideïcommissaire schenkingen ten aanzien van de Begiftigde-Verwachter B1 en de Begiftigde-Verwachter B2 en de Begiftigde-Verwachter C1 […], de Begiftigde-Verwachter C2 en de Begiftigde-Verwachter C3 […] en de nieuwe fideïcommissaire schenkingen die worden gedaan aan de Begiftigde-Verwachter B3 en de Begiftigde-Verwachter C4, de nieuw bijgekomen kinderen, in uitvoering van de last inzake nieuwe kinderen. De partijen betrokken bij de nieuwe schenkingsakte zijn bijgevolg de Aanvrager, mevrouw B en haar kinderen en mevrouw C en haar kinderen. Aangezien noch mevrouw A noch mevrouw D sinds de initiële schenkingsakte nieuwe kinderen hebben gekregen, dienen de (fideïcommissaire) schenkingen gedaan aan hen en hun kinderen niet ontbonden te worden en dienen zij bijgevolg niet betrokken te worden bij de Nieuwe schenking.
III.A.2.2. Bewijs van de getarifeerde overeenkomst
31. De Nieuwe schenking levert het bewijs van de getarifeerde overeenkomst, zijnde de nieuwe fideïcommissaire schenkingen die worden gedaan aan de Begiftigde-Verwachter B3 en de Begiftigde-Verwachter C4 in uitvoering van de last inzake nieuwe kinderen.
III.A.2.3. Bedoeling om een titel te verstrekken
32. Partijen hebben de bedoeling om een titel te verstrekken inzake de Nieuwe schenking.
33. De vermelding in de Nieuwe schenking van de eerdere schenkingen gedaan aan mevrouw B en mevrouw C, beiden voornoemd, ingevolge de Initiële schenking wordt daarentegen door de Partijen niet gedaan met de bedoeling een titel van heffing te creëren, maar wordt louter gedaan met het oog op het uitvoeren van de last inzake nieuwe kinderen zoals opgenomen in de Initiële schenking. De vermelding van de eerdere schenkingen in de Nieuwe schenking heeft met andere woorden een louter burgerrechtelijk motief, namelijk het uitvoeren van de last opgenomen in de Initiële schenking waardoor het evenwicht en de gelijkheid tussen de kleinkinderen van de Aanvrager worden bewaard. De vermelding is bijgevolg noodzakelijk met het oog op het uitvoeren van de last, aangezien de initiële fideïcommissaire schenkingen eerst en vooral (gedeeltelijk) ontbonden moeten worden vooraleer kan overgegaan worden tot het verrichten van de nieuwe fideïcommissaire schenkingen. Aangezien de vermelding duidelijk volgt uit de verplichting om de last inzake nieuwe kinderen uit te voeren, ligt niet de bedoeling voor om een titel te verstrekken.
In deze kan ook worden verwezen naar de voormelde Voorafgaande beslissing nr. 2021.0727, waarbij de Dienst bevestigt dat de vermelding van de eerdere schenking in de notariële akte betreffende de nieuwe schenking geen titel van heffing uitmaakt gezien de vermelding van de eerdere schenking louter werd gedaan met het oog op de (her)inlijving, dewelke noodzakelijk was om de nieuwe schenking te kunnen doorvoeren.
Ook in deze moeten de eerdere schenkingen eerst (gedeeltelijk) worden ontbonden opdat de nieuwe schenkingen kunnen tot stand komen en is de vermelding aldus noodzakelijk om de nieuwe schenkingen te kunnen doorvoeren.
34. Bovendien kan de incidentele vermelding van de buitenlandse notariële akte niet worden opgevat als bedoeld om een titel te creëren, aangezien er reeds een titel is.
35. Ten slotte verklaren Partijen uitdrukkelijk in de Nieuwe schenking hetgeen volgt: “De Schenker, de Begiftigden en de Begiftigden-Verwachters verklaren uitdrukkelijk dat de verwijzing naar de schenkingsakte van xx.xx.2020 niet bedoeld is om hiervoor een titel voor het heffen van schenkbelasting te creëren.” Hierdoor wordt uitdrukkelijk de bedoeling en intentie van Partijen in de Nieuwe schenking opgenomen.
III.A.3. Conclusie
36. Gelet op de redenen hiervoor uiteengezet, verzoekt de Aanvrager u om te willen bevestigen dat de incidentele vermelding van de schenkingen gedaan aan mevrouw B en mevrouw C, beiden voornoemd d.d. xx.xx.2020 in de Nieuwe schenking niet tot doel heeft een titel van heffing te creëren voor deze schenkingen, maar uitsluitend gebeurt met het oog op de uitvoering van de last inzake nieuwe kinderen. Aangezien er een burgerrechtelijk motief en ander doel ten grondslag ligt aan de vermelding, is geen sprake van een titel van heffing, waardoor over de eerdere schenkingen gedaan aan mevrouw B en mevrouw C, beiden voornoemd, geen schenkbelasting verschuldigd zal zijn bij registratie van de Nieuwe schenking in België. Artikel 2.8.1.0.1 VCF vindt in dat geval dus geen toepassing.
III.B. NOG GEEN SCHENKBELASTING OVER NIEUWE FIDEÏCOMMISSAIRE SCHENKINGEN BIJ REGISTRATIE NIEUWE SCHENKING
37. Daarnaast wenst de Aanvrager bevestiging te krijgen dat bij de registratie van de Nieuwe schenking nog geen schenkbelasting zal worden geheven over de nieuwe fideïcommissaire schenkingen zoals opgenomen in deze Nieuwe schenking, maar dat de schenkbelasting pas zal worden geheven bij het intreden van de opschortende voorwaarde, namelijk het overlijden van de relevante begiftigde-bezwaarde.
III.B.1. Artikel 2.8.7.0.2, §2 Vlaamse Codex Fiscaliteit
38. Artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF bepaalt dat op een rechtshandeling die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, de schenkbelasting alleen wordt geheven als de voorwaarde vervuld is. Dit artikel bepaalt eveneens dat in een dergelijk geval het toepasbare tarief waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden het tarief is dat van kracht is op de datum waarop de schenkbelasting opvorderbaar geweest zou zijn als de handeling onvoorwaardelijk was. De belastbare grondslag waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is de belastbare grondslag op de datum van de vervulling van de voorwaarde.
39. Bij een fideïcommis de residuo komt de fideïcommissaire schenking aan de begiftigde-verwachter pas tot stand wanneer zich een opschortende voorwaarde voltrekt, te weten het overlijden van de begiftigde-bezwaarde. Bijgevolg kan op de fideïcommissaire schenking door de toepassing van artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF en “hangende” de opschortende voorwaarde nog geen schenkbelasting worden geheven. Op het ogenblik van het overlijden van de begiftigde-bezwaarde voltrekt zich de opschortende voorwaarde waaraan de schenking aan de begiftigde-verwachter gekoppeld was, zodat op dat ogenblik schenkbelasting in hoofde van de begiftigde-verwachter opeisbaar wordt.[22]
III.B.2 Toegepast op voorliggend geval
40. De nieuwe fideïcommissaire schenkingen die in de Nieuwe schenking worden gedaan aan de Begiftigde-Verwachter B3 en de Begiftigde-Verwachter C4 worden gedaan onder de opschortende voorwaarde van het overlijden van mevrouw B als begiftigde-bezwaarde, respectievelijk mevrouw C als begiftigde-bezwaarde.
Overeenkomstig artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF zal bij de registratie van de Nieuwe schenking nog geen schenkbelasting worden geheven over de nieuwe fideïcommissaire schenkingen aan de Begiftigde-Verwachter 1c en de Begiftigde-Verwachter C4. De schenkbelasting zal op grond van voormeld artikel pas verschuldigd zijn op het ogenblik waarop de opschortende voorwaarde, zijnde het overlijden van de begiftigde-bezwaarde, zich vervult. Voor de Begiftigde-Verwachter B3 is dit bij het overlijden van mevrouw B en voor de Begiftigde-Verwachter C4 is dit bij het overlijden van mevrouw C.
III.B.3. Conclusie
41. Gelet op de redenen hiervoor uiteengezet, verzoekt de Aanvrager u om te willen bevestigen dat bij de registratie van de Nieuwe schenking nog geen schenkbelasting zal worden geheven over de nieuwe fideïcommissaire schenkingen aan de Begiftigde-Verwachter B3 en de Begiftigde-Verwachter C4, maar dat de schenkbelasting overeenkomstig artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF pas zal worden geheven bij het intreden van de opschortende voorwaarde, namelijk het overlijden van de relevante begiftigde-bezwaarde, mevrouw B, respectievelijk mevrouw C.
IV. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
42. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
43. Voor de beoordeling van de aanvraag tot voorafgaande beslissing toetst het besluitvormingsorgaan op basis van de burgerrechtelijke kwalificatie die door de aanvrager aan de verrichting wordt gegeven, zonder dat het besluitvormingsorgaan uitspraak doet over de burgerrechtelijke en vennootschapsrechtelijke geldigheid van de verrichting.
44. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:
- Artikel 2.8.1.0.1 VCF dat luidt als volgt:
“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”
- Artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF dat luidt als volgt:
“Op een rechtshandeling die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt de schenkbelasting alleen geheven als de voorwaarde vervuld is. In voorkomend geval wordt gehandeld als volgt :
1° het toepasbare tarief waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is het tarief dat van kracht is op de datum waarop de schenkbelasting opvorderbaar geweest zou zijn als de handeling onvoorwaardelijk was;
2° de belastbare grondslag waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is de belastbare grondslag op de datum van de vervulling van de voorwaarde.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de door een rechtspersoon verrichte rechtshandeling die aan machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van een overheid onderworpen is, gelijkgesteld met een aan een opschortende voorwaarde onderworpen rechtshandeling.”
45. De fiscale administratie is niet gebonden door de betiteling van de ter registratie aangeboden akten maar heft de registratiebelasting op de werkelijke overeenkomst die de partijen hebben gesloten.
46. Bij notariële akte verleden voor Nederlandse notaris op xx.xx.2020, schonk aanvrager aandelen van de naamloze vennootschap Y (afgekort: NV Y), voor een deel in volle eigendom en voor een deel in blote eigendom, aan zijn vier dochters, waaronder mevrouw B en mevrouw C, allen voornoemd in randnummer 7. In zelfde akte werd tevens een fideïcommissaire schenking gedaan aan de op dat moment reeds geboren of verwekte kinderen van de vier begiftigden.
De aanvrager is nu voornemens om naar aanleiding van de geboorte van twee kleinkinderen, zijnde jongeheer B3 (derde kind van B) en juffrouw C4 (vierde kind van C), na het verlijden van de oorspronkelijke schenkingsakte een nieuwe schenkingsakte te verlijden. In deze voorgenomen schenkingsakte, zullen, met tussenkomst van mevrouw B, mevrouw C en al hun kinderen, de fideïcommissaire schenkingen ten belope van respectievelijk een derde, en een vierde, ontbonden worden en nieuwe fideïcommissaire schenkingen gedaan worden aan de twee nieuwe kleinkinderen, dit van respectievelijk een derde en een vierde.
47. Ingevolge de voorgenomen clausules in de nieuw te registreren schenkingsakte, zullen de initiële schenkingen aan mevrouw B en mevrouw C gewijzigd worden. Met name worden de aan deze schenkingen verbonden restschenkingen, gedaan aan de kinderen van mevrouw B en mevrouw C, deels ontbonden. Voor de ontbonden gedeelten van deze restschenkingen worden nieuwe schenkingen gedaan en aanvaard. Dit houdt een wijziging in van de initiële schenkingen met bindende rechtsgevolgen voor de partijen waartoe de akte het bewijs levert en betreft om deze reden geen loutere incidentele vermelding van de oorspronkelijke schenkingen. De registratie van deze akte komt neer op de aanbieding ter registratie in België van de titels van de initiële schenkingen van xx.xx.2020 met tussenkomst van de begiftigden, zijnde mevrouw B en haar kinderen en mevrouw C en haar kinderen, voor zover deze althans nog niet eerder ter registratie aangeboden werden. Deze schenkingen zullen onderworpen worden aan de schenkbelasting overeenkomstig artikel 2.8.1.0.1 VCF. De initiële schenkingen van xx.xx.2020 aan de andere dochters en hun kinderen zullen gezien deze schenkingen niet gewijzigd worden (zodat deze partijen ook niet tussenkomen bij de te registreren akte), niet onderworpen zijn aan de schenkbelasting.
48. De nieuwe restschenkingen aan B3 en aan C4 gebeuren onder opschortende voorwaarde van het vooroverlijden van de eerste begiftigde. Om deze reden zal overeenkomstig artikel 2.8.7.0.2, §2. VCF de schenkbelasting pas worden geheven bij de vervulling van deze opschortende voorwaarde.
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenkbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.
Voetnoten
[1] Voetnoot bij de aanvraag: “Hierbij worden enkel de modaliteiten, lasten en voorwaarden vermeld die relevant zijn voor het beantwoorden van de voorliggende vraag”
[2] DONNAY, “Règles générales de perception des droits d’enregistrement”, Rec. gén. enr.not. 1965, nr. 20.831.
[3] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 991-993.
[4] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 994; A. PEETERS en T. WUSTENBERGHS, Handboek registratierechten, Lefebvre Sarrut Belgium NV, Brussel, 48-49.
[5] MvT bij wetsontwerp van 31 oktober 2018 houdende invoeging van boek 8 “Bewijs” in het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Parl.St. 2018-19, nr. 3349/001, 6; F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 994-995.
[6] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 996; A. PEETERS en T. WUSTENBERGHS, Handboek registratierechten, Lefebvre Sarrut Belgium NV, Brussel, 49-50.
[7] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 1001-1004; A. PEETERS en T. WUSTENBERGHS, Handboek registratierechten, Lefebvre Sarrut Belgium NV, Brussel, 50.
[8] H. VERLINDEN, “Het wijzigen van een beding van terugkeer in onderling overleg en het fiscale lot van een incidentele vermelding in een notariële akte”, in Registratierechten, nr. 3/2023, 22.
[9] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 1004; A. PEETERS en T. WUSTENBERGHS, Handboek registratierechten, Lefebvre Sarrut Belgium NV, Brussel, 50-52.
[10] N. GEELHAND, “De incidentele vermelding van een handgift in een notariële akte waarin de schenkers zijn tussengekomen” in T.Not. 1989, 406-410; R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting, Knops Publishing, Herentals, 2017, 316-317; F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel I, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2022, 1004.
[11] Cass. (1e k.) 29 juni 1989, A.R. nr. 8108, Vastapanne/ Belgische staat, Arr.Cass. 1989, nr. 638, 1305.
[12] N. GEELHAND, “De incidentele vermelding van een handgift in een notariële akte waarin de schenkers zijn tussengekomen” in T.Not. 1989, 410; J. VERSTAPPEN, De fiscale rol van de notaris, Larcier, Gent, 2007, 454.
[13] L. WEYTS, Notarieel Fiscaal Recht. Deel 1. De registratie van notariële akten en hun gevolgen op fiscaal vlak, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2021, 768; R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting, Knops Publishing, Herentals, 2017, 316-317.
[14] H. VERLINDEN, “Het wijzigen van een beding van terugkeer in onderling overleg en het fiscale lot van een incidentele vermelding in een notariële akte”, in Registratierechten, nr. 3/2023, 23; R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting, Knops Publishing, Herentals, 2017, 317.
[15] H. VERLINDEN, “Het wijzigen van een beding van terugkeer in onderling overleg en het fiscale lot van een incidentele vermelding in een notariële akte”, in Registratierechten, nr. 3/2023, 23; R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting, Knops Publishing, Herentals, 2017, 316.
[16] Zie ook E. VAN DER ELST, “De fiscale behandeling van de Franse donation-partage in België” in Registratierechten, nr. 1/2023, 25-31.
[17] E. VAN DER ELST, “De fiscale behandeling van de Franse donation-partage in België” in Registratierechten, nr. 1/2023, 28.
[18] Zie randnummer 10 van de Voorafgaande beslissing: “La donation-partage s’est cependant faite sous certaines charges et conditions, notamment la clause stipulée en cas de survenance d’autres enfants, chacun des donataires avait l’obligation d’intervenir à une ou plusieurs donations-partages ultérieures à consentir pour rétablir l’équilibre entre tous les enfants, et de rapporter, en nature ou en moins prenant, les biens objet de la donation.”
[19] Zie randnummer 38 van de Voorafgaande beslissing : “En revanche, le SDA considère que la mention de la partie de la donation de … qui fera l’objet de la réincorporation dans l’acte authentique de donation-partage transgénérationnelle français ne sera pas taxable. Cette mention est effectuée pour les besoins de la réincorporation dans le cadre du régime français de la donation-partage transgénérationnelle avec (ré)incorporation.”
[20] Zie randnummer 39 van de Voorafgaande beslissing : “Etant donné que la partie de la donation de … dont il est fait mention dans l’acte authentique de donation-partage fait retour dans le patrimoine de Madame GM, tous les effets liés à cette donation (dont la réserve en usufruit) sont en effet anéantis. Cette partie de la donation n’existe donc plus au moment de la présentation de l’acte français à la formalité de l’enregistrement en Belgique.”
[21] Zie randnummer 45 van de Voorafgaande beslissing: “La mention de la partie de la donation de … qui fera l’objet de la réincorporation dans l’acte authentique français de donation-partage transgénérationnelle ne sera pas taxable. “
[22] F. WERDEFROY, Registratierechten. Deel IV, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2023, 931-932. Zie ook in dezelfde zin: E. SPRUYT, N. GEELHAND DE MERXEM en H. PELGROMS, De registratie- en erfbelasting in de Vlaamse Codex Fiscaliteit – Volume 1, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2016, 507-508 en L. WEYTS, Notarieel Fiscaal Recht. Deel 1. De registratie van notariële akten en hun gevolgen op fiscaal vlak, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2021, 786.