Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 25148 - Beding van aanwas kanscontract Vlaamse Belastingdienst

VB 25148 - Beding van aanwas kanscontract

Voorafgaande beslissing
Nummer

25148

Datum beslissing

9 maart 2026

Publicatiedatum

27 mei 2026

Heffing

  • Erfbelasting
  • Schenkbelasting

Wettelijke basis

  • art. 2.7.1.0.3. VCF
  • art. 2.8.1.0.1. VCF
  • art. 3.17.0.0.2. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvragers wensen onderling een kanscontract te sluiten onder bezwarende titel en daarover het volgende bevestigd te zien:

  1. dat de Vlaamse Belastingdienst deze transactie niet zal belasten met schenkbelasting (art. 2.8.1.0.1 VCF);
  2. dat de Vlaamse Belastingdienst deze transactie niet zal belasten met erfbelasting op basis van de fictiebepaling gestipuleerd in artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF;
  3. dat deze transactie voor de Vlaamse Belastingdienst geen fiscaal misbruik vormt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

2. De aanvragers verzoeken uitdrukkelijk overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, §4, lid 1 VCF dat gelet op het voorwerp van onderhavige aanvraag, de termijn waarvoor de beslissing wordt getroffen langer zal zijn dan 5 jaar. Meer bepaald een geldigheidsduur van de afgeleverde beslissing tot en met het overlijden van één van de echtgenoten X – Y.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

3. De aanvraag wordt ingediend door mevrouw […] en mevrouw […] namens:

3.1. de heer X (rijksregisternummer […]) én zijn echtgenote,

3.2. mevrouw Y (rijksregisternummer […]), gehuwd onder het wettelijk stelsel blijkens huwelijkscontract, samenwonende te […].

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. De heer X en mevrouw Y zijn elk eigenaar van roerende goederen ter waarde van 500.000 EUR, die behoren tot hun eigen vermogen. Een nadere omschrijving van de desbetreffende roerende goederen wordt in casu nog niet verder gespecifieerd.

5. De aanvragers wensen onderling een kanscontract af te sluiten betreffende voormelde roerende goederen waarbij zij bij wijze van kanscontract onder bezwarende titel overeenkomen dat bij het overlijden van de eerststervende van hen, de roerende goederen in volle eigendom zullen toekomen aan de langstlevende onder hen.

In casu staat elk van de partijen aldus zijn/haar roerende goederen in volle eigendom af aan de andere, onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden, én elk van hen verkrijgt als tegenprestatie voor deze afstand een gelijke kans om de roerende goederen toebehorend aan de andere, in volle eigendom te verwerven indien hij/zij het langst leeft.

6. Dit kanscontract zal worden gesloten onder de volgende modaliteiten en voorwaarden (zie ontwerp van de overeenkomst in bijlage):

  • De verwerving ten voordele van de langstlevende van de partijen zal gebeuren met ingang van het overlijden van de eerststervende, zonder terugwerkende kracht;
  • De overeenkomst wordt aangegaan voor een termijn die eindigt na het overlijden van de eerststervende van de partijen, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen. De partijen sluiten de overeenkomst evenwel onder de uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde van beëindiging van de samenwoning tussen hen door de eenzijdige dan wel gezamenlijke inleiding van een vordering tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed, dan wel door feitelijke scheiding om redenen die wijzen op een duurzame ontwrichting van de relatie (dus niet als gevolg van een verblijf in het buitenland van één van beiden om beroepsredenen, verblijf in een kliniek, rusthuis, enzovoort);
  • Zolang het kanscontract geldt en beide partijen in leven zijn, mogen zij elk de door hen onderworpen roerende goederen, voorwerp van het kanscontract, niet vervreemden (noch ten bezwarende titel, noch om niet), in pand geven, in betaling geven of op enigerlei andere wijze (met zakelijke rechten) bezwaren, behoudens uitdrukkelijke en schriftelijke goedkeuring van de andere partij. Wel kunnen zij, mits het akkoord van de andere partij, overgaan tot de vervreemding van de roerende goederen en de vervanging ervan door andere vermogensbestanddelen die in de plaats van de vervreemde roerende goederen zullen treden en aan het kanscontract zullen onderworpen zijn (= zaakvervangingsclausule).

III. Motivering van de aanvraag

7. Dit kanscontract is ingegeven vanuit de intentie van partijen, om elkaar op een rechtszekere wijze in de positie te plaatsen dat hij/zij bij vooroverlijden van de partner, inmenging van kinderen/eventuele andere erfgenamen in alle geval te vermijden, het is wenselijk conflicten en onzekerheid te vermijden. Vandaar dat geopteerd wordt voor een kanscontract, waarmee de mogelijke gevolgen van een vererving (wettelijke opvolging of eventueel met legaten aan derden), waardoor het vermogen versnippert, kunnen worden uitgesloten, dan wel significant beperkt.

8. Daarnaast is het kanscontract ingegeven door beide echtgenoten om elkaar de zekerheid te bieden dat de langstlevende onder hen over voldoende financiële middelen zal beschikken om zijn of haar levensstandaard te behouden.

9. Conclusie

Rekening houdend met de beschreven modaliteiten en voorwaarden enerzijds en onderstaande feitelijke gegevens anderzijds, dient geconcludeerd te worden dat het kanscontract een overeenkomst ten bezwarende titel betreft:

  • Het bezwarend karakter wordt duidelijk in de overeenkomst weergegeven en beide partijen verklaren hun kansen gelijkwaardig te achten om het deel van de andere te verwerven.
  • Beide partijen zijn financieel gelijkwaardig (ze onderwerpen beiden een gelijkaardige waarde van roerende goederen aan het kanscontract) én zij hebben elk een gelijke kans om het langst te leven, zoals dit ook blijkt uit de medisch getuigschriften van 03/12/2025 en hun quasi dezelfde leeftijd.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

10. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

11. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

12. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • Artikel 2.7.1.0.3. VCF dat luidt als volgt:

“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :

1° alle schulden die uitsluitend bij uiterste wil erkend zijn;

2° alle schuldbekentenissen van sommen die voorkomen als een contract onder bezwarende titel, maar die een bevoordeling inhouden en die niet aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen zijn onderworpen;

3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.

Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”

  • Artikel 2.8.1.0.1. VCF dat luidt als volgt:

“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”

  • Artikel 3.17.0.0.2. VCF dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

13. Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen niet zijn onderworpen aan de schenkbelasting (maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht) mits het contract beperkt is, via beschikking onder bijzondere titel en ten bezwarende titel is.

14. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.

15. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

16. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het contract, etc...

17. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het contract. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het contract blijkt dat bij het afsluiten van het contract niet aan deze voorwaarde was voldaan.

18. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De aanvragers hebben respectievelijk een leeftijd van 54 jaar en 49 jaar. Zij verklaren beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren conform hun leeftijd, wat wordt gestaafd met de voorlegging van medische attesten.

19. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

20. In zowel de aanvraag als het ontwerp van het kanscontract in de bijlage van de aanvraag wordt niet bepaald wat het voorwerp van het voorgenomen kanscontract zal zijn. De aanvraag stelt enkel dat elk van de aanvragers eigenaar is van roerende goederen ter waarde van 500.000 EUR die tot hun respectievelijk eigen vermogen behoren en dat deze de inleg zullen vormen van de voorgenomen overeenkomst. Gezien de aard van de roerende goederen die worden ingelegd bepalend is voor waardering ervan, kan wanneer het voorwerp van de overeenkomst niet is bepaald, niet vastgesteld worden of de inleg van beide partijen gelijkwaardig is.

21. Indien de rechtshandelingen worden gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. Aangezien in casu niet kan vastgesteld worden of de voorgenomen overeenkomst een kanscontract ten bezwarende titel vormt is de vraag naar de toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF zonder voorwerp geworden.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenk – en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.