Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 26043 - Partiële splisting (prefiling DVB) - fiscaal misbruik Vlaamse Belastingdienst

VB 26043 - Partiële splisting (prefiling DVB) - fiscaal misbruik

Voorafgaande beslissing
Nummer

26043

Datum beslissing

27 juli 2026

Publicatiedatum

20 oktober 2026

Heffing

  • Verkooprecht

Wettelijke basis

  • art. 2.9.1.0.3. VCF
  • art. 3.17.0.0.2. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvragers verzoeken de Vlaamse Belastingdienst om de bevestiging dat:

  1. De overdracht van de aandelen BV H door NV B aan een derde partij niet beschouwd wordt als een overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in de zin van artikel 2.9.1.0.1. en 2.9.1.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en de overdracht derhalve niet leidt tot heffing van enig verkooprecht.
  2. De partiële splitsing NV A door oprichting BV H gevolgd door een overdracht van aandelen BV H ingegeven is door andere dan fiscale motieven en dus geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF uitmaakt.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door de heer […], in naam van zijn cliënten:

  1. de naamloze vennootschap A, met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister te […], afdeling […], onder nummer […];
  2. de naamloze vennootschap B, met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister te […], onder nummer […];
  3. Mevr. X, wonende te […]
  4. Mevr. X1, wonende te […]
  5. Dhr. X2, wonende te […]
  6. Dhr. X3, wonende te […]

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

3. De aanvragers verwijzen naar het partieel splitsingsvoorstel in bijlage zoals inmiddels neergelegd door de aanvragers bij de griffies van de territoriaal bevoegde ondernemingsrechtbanken evenals naar de prefilingaanvraag in bijlage ingediend bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken.

De partieel te splitsen vennootschap betreft NV A […]. Deze vennootschap is voornamelijk eigenaar van vastgoed hetgeen verhuurd wordt aan derde partijen. Tevens is zij houder van alle aandelen in de vennootschap NV C […]. Deze houdt op haar beurt eveneens vastgoed aan hetgeen zij verhuurt.

De aandelen NV A worden voor 100% aangehouden door NV B […]. Deze vennootschap is reeds sinds 2003 aandeelhouder, doch slechts sinds 2025 100% aandeelhouder. Zij is ook 100% aandeelhouder van BV D […].

De aandelen NV B worden aangehouden door de maatschap E […]. De maten van deze maatschap zijn mevrouw X, en haar kinderen, mevrouw X1, de heer X2 en de heer X3.

De verschillende vennootschappen worden bestuurd door mevrouw X, dan wel door haar zoon de heer X2, dan wel door beiden gezamenlijk.


De groepsstructuur ziet er thans uit als volgt:

Uitgezonderd BV F, zijn alle vennootschappen eigenaar van onroerende goederen. Deze worden aangekocht, verhuurd en weer verkocht. BV F was in onderhandeling tot aankoop van onroerend goed, maar deze onderhandelingen zijn afgesprongen. Zodra er een opportuniteit zich voordoet, zal ook zij fungeren als vastgoedvennootschap.

De vennootschappen hebben behalve verhuur/verkoopactiviteiten van onroerende goederen geen andere operationele activiteiten.

De natuurlijke personen wensen de gehele groep te reorganiseren ten einde een logische structuur te bekomen waarbij risico’s gespreid worden en verschillende soorten van onroerende goederen gecentraliseerd worden, zodat deze eenvoudiger te verkopen zijn en er mogelijkheden worden gecreëerd om op korte termijn nieuwe markten aan te kunnen boren.

4. Beschrijving NV A:

NV A is eigenaar van de volgende onroerende goederen.

  1. Onroerend goed gelegen te […],
  2. Onroerend goed gelegen te […],
  3. Onroerend goed gelegen te […],
  4. Onroerend goed gelegen te […],
  5. Onroerend goed gelegen te […],
  6. Onroerend goed gelegen te […],
  7. Onroerend goed gelegen te […],
  8. Onroerend goed gelegen te […],
  9. Onroerend goed gelegen te […],
  10. Onroerend goed gelegen te […],

Het onroerend goed onder 9 verschilt van de onroerende goederen onder 1 t.e.m. 8 naar ligging evenals naar aard. Het onroerend goed onder 10 verschilt van de onroerende goederen onder 1 t.e.m. 8 naar aard.

De onroerende goederen onder 1 t.e.m. 8 betreffen ‘horeca-panden’, met andere woorden, panden die verhuurd worden aan horeca-uitbaters in […]. Pand 4 betreft enkel een strook van 10m² en vormt de nooduitgang van pand 6.

Pand 9 betreft een appartement in […] en heeft derhalve een residentiële functie. Pand 10 is een combinatie van een commercieel pand op de gelijkvloerse verdieping en een woning op de bovenverdiepingen. Gezien de marktwaarde van de woning de marktwaarde van het commercieel gedeelte ver overstijgt, wordt dit pand globaal beschouwd als een residentieel pand.

Zoals hoger uiteengezet bezit NV A eveneens 100% van de aandelen NV C.

5. Beschrijving NV B

NV B is eigenaar van de volgende onroerende goederen.

  1. Onroerend goed gelegen te […],
  2. Onroerend goed gelegen te […],
  3. Onroerend goed gelegen te […],
  4. Onroerend goed gelegen te […],
  5. Onroerend goed gelegen te […].

De onroerende goederen 1 t.e.m. 3 betreffen wederom zogenaamde ‘horeca-panden’.

Onroerend goed 5 betreft een appartement en wordt dan ook beschouwd als een residentieel pand.

Zoals hoger uiteengezet bezit NV B eveneens 100% van de aandelen NV A en BV D.

6. Beschrijving NV C:

NV C is eigenaar van het volgende onroerend goed.

  1. Onroerend goed gelegen te […]:

Dit onroerend goed betreft een horeca-pand. Gezien dit pand middels notariële akte verhuurd wordt tot 2041 tegen een eerder lage huur, is dit pand thans moeilijk verkoopbaar.

7. Beschrijving CommV G

CommV G is eigenaar van het volgende onroerend goed:

  1. Onroerend goed gelegen te […]:

Dit onroerend goed betreft een appartement en derhalve een residentieel pand.

Zij is tevens 100% eigenaar van de aandelen BV F.

8. Beschrijving BV D

BV D is eigenaar van de volgende onroerende goederen:

  1. Onroerend goed gelegen te […]
  2. Onroerend goed gelegen te […]
  3. Onroerend goed gelegen te […]
  4. Onroerend goed gelegen te […]

Deze onroerende goederen zijn gelegen in een industriezone en omvatten een toonzaal, twee kijkwoningen, kantoorruimte, een hangar en schrijnwerkerij evenals drie bouwpercelen.

9. De voorgenomen verrichting: Partiële splitsing gevolgd door overdracht van aandelen

De aanvragers wensen een herstructurering door te voeren met volgende doelstellingen:

  • centralisatie van vastgoed per aard en locatie;
  • verhoging van verkoopbaarheid van activa;
  • spreiding van risico’s;
  • creatie van een flexibele investeringsvennootschap.

Volgend op deze reorganisatie wensen zij aandelen BV H over te dragen aan een onafhankelijke derde partij.[1]

Een derde onafhankelijke partij, zijnde een brouwer en in die hoedanigheid ook investeerder in horecavastgoed, heeft interesse in de aankoop van de onroerende goederen van NV A, doch enkel de horeca-panden onder nummers 1 t.e.m. 8. Deze kandidaat-koper heeft derhalve geen interesse in de aankoop van de onroerende goederen onder 9 en 10, noch in de aandelenparticipatie NV C.

Ten einde de panden, kredieten, huurcontracten, huurwaarborgen edm. in één geheel over te kunnen dragen, verkiezen partijen om over te gaan tot een aandelenoverdracht bij onderhandse akte in plaats van een overdracht van vastgoed bij notariële akte.

Aangezien de kandidaat-koper geen interesse heeft in alle activa in bezit van NV A dringt een voorafgaande splitsing zich op.

Overeenkomstig het neergelegde splitsingsvoorstel en de splitsingsbalans (zie bijlage), hebben de aanvragers tot doel het vastgoed onder de nummers 1 t.e.m. 8 af te splitsen naar een nieuw op te richten vennootschap, BV H.

NV B verkrijgt ten gevolge van de partiële splitsing door oprichting aandelen BV H die zij wenst over te dragen aan de kandidaat-koper..

III. Motivering van de aanvraag

10. Zakelijke overwegingen van de partiële splitsing door oprichting gevolgd door een overdracht van aandelen

De kandidaat-koper is actief als brouwer en wenst door de transactie haar afzetmarkt van bieren te kunnen vergroten.

Zij is dan ook actief op zoek naar onroerende goederen die gekenmerkt worden door horeca-activiteiten. In haar hoedanigheid van investeerder in horeca-panden, kan zij relaties opbouwen met de horeca-uitbaters ten einde de dranken die zij brouwt te laten commercialiseren door de huurders van de panden.

Aangezien NV A panden van verschillende aard heeft, is een overdracht van aandelen NV A niet wenselijk. De kandidaat-koper heeft immers geen interesse in de panden waarin geen horeca wordt uitgebaat.

Om die reden worden de panden afgesplitst van de overige activa van NV A.

Behalve de panden worden eveneens de overeenstemmende kredieten, huurovereenkomsten, en huurwaarborgen afgesplitst.

Indien er geopteerd zou worden voor een overdracht van onroerende goederen, zou dit resulteren in een vervroegde opzegging van de lopende kredieten hetgeen zou leiden tot betaling van een wederbeleggingsvergoeding in hoofde van NV A/ BV H. Bij een overdracht van aandelen worden daarentegen de bestaande kredieten behouden en zal er geen wederbeleggingsvergoeding verschuldigd zijn.

Vanuit financieel oogpunt verschilt een overdracht van aandelen vanzelfsprekend ook met een overdracht van vastgoed. De prijs die de kandidaat-koper dient te betalen voor de aandelen ligt immers aanzienlijk lager dan de prijs die de kandidaat-koper zou betalen indien hij onroerende goederen zou aankopen.

Tenslotte verschilt ook de identiteit van de verkopende partij bij een overdracht van aandelen van de identiteit van de verkopende partij bij een overdracht van onroerende goederen. De verkoopprijs komt met andere woorden niet bij de eigenaar van het vastgoed terecht, maar bij de eigenaar van de aandelen, zijnde een risicoloze holdingvennootschap, die deze gelden kan ter beschikkingstellen aan de verschillende dochtervennootschappen.

11. Rechtsgronden

De artikelen 2.9.1.0.1. en 2.9.1.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit bepalen als volgt:

Artikel 2.9.1.0.1.

Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verkooprecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen, met uitsluiting van de inbrengen, vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.

Artikel 2.9.1.0.2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende overeenkomsten gelijkgesteld met een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom van onroerende goederen :

1° een overdragende overeenkomst onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van, hetzij hout op stam onder beding van het te vellen, hetzij gebouwen onder beding van ze te slopen, als de eigendom van de grond nadien wordt verkregen voor het hout helemaal geveld is of de gebouwen helemaal gesloopt zijn;

2° een overeenkomst onder de levenden onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van hetzij hout op stam, hetzij gebouwen, als die bewuste overdracht ten voordele van de eigenaar van de grond wordt toegestaan.

Het eerste lid is niet van toepassing als bewezen wordt dat de belasting over de toegevoegde waarde is voldaan voor de levering van de goederen die in de overeenkomst begrepen zijn.

Een overeenkomst tot overdracht van aandelen is juridisch geheel verschillend van een overeenkomst tot overdracht van onroerende goederen.

Aandelen zijn in de zin van het burgerlijk wetboek een immaterieel roerend goed, waar panden materiële onroerende goederen betreffen. Ook boekhoudkundig verschilt de aankoop van aandelen, nl. een niet-afschrijfbaar actief, van de aankoop van onroerende goederen hetgeen wel afschrijfbare activa betreffen.

Niet alleen het voorwerp van de overeenkomst verschilt, maar ook de partijen zijn verschillend. De verkoper van aandelen is immers niet dezelfde verkoper als de verkoper van de onroerende goederen. De kandidaat-koper betaalt niet aan eenzelfde partij en de gelden komen bij een verkoop van aandelen dan ook bij een andere partij terecht dan bij een verkoop van onroerende goederen.

Eveneens komen de huurinkomsten bij een overdracht van vastgoed binnen bij een andere partij dan bij een overdracht van aandelen. Bij een overdracht van aandelen wijzigt de eigenaar van de onroerende goederen immers niet, doch wel de eigenaar van de aandelen. Bij een overdracht van onroerende goederen wijzigt daarentegen wel de eigenaar van de onroerende goederen, maar niet die van de aandelen.

Een intentie tot overdracht van onroerende goederen kan bovendien leiden tot de uitoefening van voorkooprechten die zouden rusten op de onroerende goederen, doch niet op de voorkooprechten verbonden aan de aandelen; een overdracht van aandelen activeert daarentegen geen uitoefening van voorkooprechten op de onroerende goederen maar wel op die van de aandelen.[2]

Een overdracht van aandelen impliceert tenslotte een overdracht van alle activa en passiva (waaronder kredietovereenkomsten) eigen aan de vennootschap waarvan de aandelen overgedragen worden. Bij een overdracht van onroerend goed worden de kredietovereenkomsten niet mee overgenomen.

In een recent arrest bevestigde het Hof van Beroep opnieuw dat een aandelentransactie geheel verschillend is van een vastgoedtransactie.[3]

“Bij een verkoop van het onroerend goed zou bijgevolg de opbrengst (meerwaarde op het vastgoed) terechtkomen bij NV Z... A..., zijnde de eigenaar van het onroerend goed sinds 1994, en dus niet bij verweerster in hoger beroep. Verweerster in hoger beroep is nooit eigenaar geweest van het betreffende vastgoed. De eventuele meerwaarde die zou gerealiseerd worden op de verkoop van het onroerend goed (asset deal) zou dan ook (verspreid) belastbaar geweest zijn in hoofde van Z... A... NV en niet in hoofde van verweerster in hoger beroep. Teneinde te herinvesteren binnen de Z...-groep, dienden deze inkomsten nog op te stromen naar verweerster in hoger beroep. Het is juist dat herinvesteren in de Z...-groep, waar dat het meest nodig is, het eenvoudigst gebeurt wanneer de middelen in handen zijn van verweerster in hoger beroep, de overkoepelende actieve holdingvennootschap van de Z...-groep. De huurinkomsten zouden in geval van een asset deal ook rechtstreeks terechtkomen bij de koper B... NV en niet bij Z... A... NV.”

Het Hof bevestigde in voornoemd arrest overigens ook dat een partiële splitsing gevolgd door een overdracht van aandelen geen fiscaal misbruik uitmaakt.

Gelet op de juridische verschillen van de overeenkomsten op zich (voorwerp en partijen), als de verschillende juridische gevolgen van de overeenkomsten (wijziging van eigenaar en dus wijziging van rechthebbende van de huurinkomsten, behoud van kredieten, boekhoudkundige verschillen, uitoefening voorkooprechten,…), als de verschillen op financieel en economisch vlak (wederbeleggingsvergoeding, waardering en omvang van de verkoopprijs, de begunstigde van de verkoopprijs,…), kan niet anders dan geoordeeld worden dat een overeenkomst tot overdracht van aandelen niet gelijk gesteld kan worden aan een overeenkomst tot overdracht van onroerende goederen.

Alle voornoemde juridische, financiële en economische motieven hebben er toe geleid dat de partijen willen overgaan tot een partiële splitsing door oprichting gevolgd door een overeenkomst tot overdracht van aandelen in plaats van een overeenkomst tot overdracht van onroerende goederen. Partijen beogen immers de kredieten te behouden en dus de betaling van een wederbeleggingsvergoeding te vermijden. Tevens wensen zij een eventuele uitoefening van voorkooprechten te vermijden en wensen zij de gelden te laten toekomen bij de holdingvennootschap.

12. Bijgevolg verzoeken de aanvragers te bevestigen dat:

  • de verrichtingen niet kwalificeren als een overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in de zin van artikel 2.9.1.0.1. en 2.9.1.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
  • de partiële splitsing NV A door oprichting BV H gevolgd door een overdracht van aandelen BV H ingegeven is door andere dan fiscale motieven en dus geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF uitmaakt
  • er geen evenredige verkooprechten verschuldigd zijn;
  • hoogstens het algemeen vast recht van toepassing is.

13. Op basis van bovenstaande elementen wordt de Vlaamse Belastingdienst verzocht te bevestigen dat:

  1. De overdracht van aandelen BV H niet kwalificeert als een overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen in de zin van artikel 2.9.1.0.1. en 2.9.1.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en de overdracht derhalve niet leidt tot heffing van enig verkooprecht, hoogstens tot heffing van het algemeen vast recht.
  2. De partiële splitsing NV A door oprichting BV H gevolgd door een overdracht van aandelen BV H ingegeven is door andere dan fiscale motieven en dus geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF uitmaakt.

V. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

14. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

15. Voor de beoordeling van de aanvraag tot voorafgaande beslissing toetst het besluitvormingsorgaan op basis van de burgerrechtelijke kwalificatie die door de aanvrager aan de verrichting wordt gegeven, zonder dat het besluitvormingsorgaan uitspraak doet over de burgerrechtelijke en vennootschapsrechtelijke geldigheid van de verrichting.

16. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • artikel 2.9.1.0.1 dat luidt als volgt:

“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verkooprecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen, met uitsluiting van de inbrengen, vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.”

  • artikel 2.9.1.0.2 VCF dat luidt als volgt:

“Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende overeenkomsten gelijkgesteld met een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom van onroerende goederen :

1° een overdragende overeenkomst onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van, hetzij hout op stam onder beding van het te vellen, hetzij gebouwen onder beding van ze te slopen, als de eigendom van de grond nadien wordt verkregen voor het hout helemaal geveld is of de gebouwen helemaal gesloopt zijn;

2° een overeenkomst onder de levenden onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van hetzij hout op stam, hetzij gebouwen, als die bewuste overdracht ten voordele van de eigenaar van de grond wordt toegestaan.

Het eerste lid is niet van toepassing als bewezen wordt dat de belasting over de toegevoegde waarde is voldaan voor de levering van de goederen die in de overeenkomst begrepen zijn.”

  • artikel 3.17.0.0.2 VCF dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

17. De aanvragers zijn voornemens de onroerende goederen 1-8 voornoemd in randnummer 4. partieel af te splitsen van de vennootschap NV A naar een nieuw op te richten vennootschap BV H. Na deze partiële splitsing zullen de aandelen van de vennootschap BV H worden verkocht aan een onafhankelijke derde partij.

De partiële splitsing gevolgd door de verkoop van de verworven aandelen dient zoals aangegeven in randnummer 9. om de verkoop van de voornoemde onroerende goederen aan de derde partij te faciliteren. Deze derde partij heeft gesteld geen interesse te hebben voor de andere goederen aangehouden door NV A en wenst enkel de betrokken goederen, zijnde horecapanden te verwerven. De derde partij, een brouwer, zou de horecapanden wensen te verwerven om relaties op te bouwen met de uitbaters voor verdere commercialisatie van zijn dranken.

18. Rechtshandelingen gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen worden afgetoetst aan de Vlaamse anti-misbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

Voor de toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF is niet vereist dat de belastingplichtige, in casu de derde koper, formeel deelneemt aan elk van de verrichtingen. Het Hof van Cassatie bevestigde dit in zijn arrest van 11 januari 2024 [4] met betrekking tot de antimisbruikbepaling artikel 344, §1, WIB92. Deze beslissing is naar analogie ook toepasselijk voor artikel 3.17.0.0.2 VCF.

“7. Een “geheel van rechtshandelingen” in de zin van artikel 344, § 1, WIB92 veronderstelt dat er eenheid van bedoeling bestaat tussen de verschillende rechtshandelingen, die van meet af aan zijn opgevat als behorend tot een ondeelbare keten.

De eenheid van bedoeling die nodig is om van een geheel van rechtshandelingen te kunnen spreken, vereist niet dat de belastingplichtige formeel deelneemt aan alle rechtshandelingen.

In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat artikel 344, § 1, WIB92 enkel kan worden toegepast ten aanzien van rechtshandelingen die door de belastingplichtige persoonlijk worden gesteld en niet ten aanzien van rechtshandelingen waarbij hij geen partij is, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het bijgevolg naar recht.”

Er wordt om deze reden rekening gehouden met de partiële splitsing die de verkoop van de hierdoor verworven aandelen voorafgaat.

Gelet op de korte termijn tussen de partiële splitsing met oprichting van een nieuwe vennootschap en de verkoop van al de hierdoor verkregen aandelen aan een derde partij, en het feit dat enkel de door de derde partij gewenste onroerende goederen worden afgesplitst blijkt duidelijk dat de voorgenomen partiële splitsing niet kadert in een reorganisatie van de groep maar louter dient voor de verkoop van de betrokken goederen aan een derde partij.

De doelstelling van de kandidaat-koper om door de verwerving van de betrokken onroerende goederen zijn dranken verder te commercialiseren toont des te meer aan dat de partiële inbreng niet dient om de onroerende goederen binnen een doelvennootschap onder te brengen en aan de affectio societatis te onderwerpen.

Het hoofddoel van het geheel aan rechtshandelingen is om de betrokken onroerende goederen ten bezwarende titel over te dragen aan de kandidaat-koper.

19. De Wetgever heeft steeds de bedoeling gehad om, door combinatie van de verplichte registratie van akten waarbij Belgisch onroerend goed wordt overgedragen of aangewezen overeenkomstig artikel 19 W. Reg. en de heffing van het verkooprecht overeenkomstig artikel 2.9.1.0.1 VCF van akten waarbij het onroerend goed ten bezwarende titel wordt overgedragen, verkopen van onroerende goederen te belasten aan het verkooprecht.

Dit systeem blijkt al duidelijk uit de wet van 19 december 1790 dat de registratierechten invoerde en welke later werd vervangen door de wet van 22 frimaire jaar VII, het wetboek van registratierechten van 31 november 1939, en de Vlaamse codex fiscaliteit van 13 december 2013.

“Les actes des notaires et les exploits des huissiers seront assujétis, dans toute l’étendue du royaume, à un enregistrement, pour assurer leur existence et constater leur date. …

… A raison de cette formalité, il sera payé un droit dont les proportions seront déterminées ci-après, suivant la nature des actes et les objets des déclarations.”

De inbreng van de onroerende goederen in de vennootschap BV H gevolgd door de verkoop van de in ruil verkregen aandelen aan een derde partij verschaft onmiskenbaar een fiscaal voordeel aangezien op de verkoop van aandelen geen registratiebelasting zal worden geheven. Dit in tegenstelling tot de verkoop van de betrokken onroerende goederen aan de derde partij welke onderworpen zou zijn aan het verkooprecht van 12% (artikel 2.9.1.0.1 en 2.9.4.1.1 VCF).

Gelet op de eenheid van opzet tussen de partiële splitsing en de verkoop van de aandelen oordeelt het besluitvormingsorgaan dat er sprake is van fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2, tweede lid VCF.

20. Overeenkomstig artikel 3.17.0.0.2, derde lid VCF komt het aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting.

21. De aanvragers brengen de volgende niet-fiscale motieven aan:

  • Via een aandelenoverdracht worden lopende kredieten mee overgedragen. Hierdoor zou geen wederbeleggingsvergoeding verschuldigd zijn wegens een vervroegde opzegging van de lopende kredieten.
  • Via een aandelenoverdracht wordt de uitoefening van voorkooprechten vermeden.
  • De prijs die de kandidaat-koper moet betalen zal minder zijn.
  • De begunstigde van de verkoopprijs is verschillend bij een rechtstreekse overdracht van de onroerende goederen versus de overdracht via een aandelenoverdracht. De holdingvennootschap die de gelden zou verkrijgen zou deze ter beschikking kunnen stellen aan de verschillende dochtervennootschappen.

22. De in de randnummers 10. en 11. aangebrachte niet-fiscale motieven volstaan niet om het misbruik te weerleggen.

22.1. Zelfs in het geval de voorgenomen partiële splitsing op zichzelf door conventionele bepalingen of artikel 12:15 WVV niet zou leiden tot strengere kredietvoorwaarden of een vervroegde terugbetaling met wederbeleggingsvergoeding, weegt het eventueel nadeel van een wederbeleggingsvergoeding bij voortijdige betaling van de kredieten niet op tegen het omvangrijk fiscaal voordeel dat wordt bekomen met de frustratie van artikel 2.9.1.0.1 VCF waardoor dit bezwaarlijk als niet-fiscaal motief kan worden aangenomen.

22.2. Verder geeft de aanvrager niet aan om welke concrete redenen de aanwezigheid van eventuele voorkooprechten der mate van belang is om de partiële inbreng gevolgd door de verkoop van de aandelen te rechtvaardigen.

22.3. De aanvrager brengt aan dat de prijs die de koper zal betalen voor de aandelen aanzienlijk lager is dan als hij de onroerende goederen zou aankopen. Indien dit is omdat een aandelenoverdracht ook een overdracht van de aan de onroerende goederen verbonden schulden inhoudt, kan ditzelfde resultaat ook worden bereikt bij een rechtstreekse verkoop met overname van dezelfde schulden.

22.4. Tot slot verduidelijkt de aanvrager niet welke geplande investeringen een directe kapitaalverhoging van de holding noodzakelijk maken, noch waarom alternatieve interne groepsfinancieringen uitgesloten zijn.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op het verkooprecht en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.

Voetnoten

[1] De aanvrager heeft na indiening van de aanvraag de koper geïdentificeerd als […]

[2] De aanvrager verduidelijkte dat het gaat om conventionele voorkooprechten. Met name:

  • Een voorkooprecht voor de huurder van […] zoals bepaald in de huurovereenkomst
  • Een voorkooprecht voor een derde partij zoals bepaalt in een akte van xx.xx.2020 voor […]. Dit voorkooprecht kan enkel in zijn geheel worden uitgeoefend voor de goederen die samen worden verkocht.

[3] Hof van beroep - Antwerpen - Arrest van 3 februari 2026 - Rol nr 2024/AR/808

[4] Cass. 11 januari 2024, F.23.0008.N/1, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240111.1N.1.