VB 26080 - Ontbinding schenking en herschenking onder gewijzigde voorwaarden en modaliteiten
- Nummer
26080
- Datum beslissing
5 oktober 2026
- Publicatiedatum
5 november 2026
Heffing
- Schenkbelasting
Wettelijke basis
- art. 2.8.1.0.1. VCF
- art. 2.8.6.0.3. VCF
- art. 3.17.0.0.2. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
- de ontbinding niet onderworpen is aan artikel 2.8.1.0.1. VCF;
- de herschenking niet onderworpen is aan artikel 2.8.1.0.1. VCF omwille van “non bis in idem”;
- aangezien de herschenking niet onderworpen is aan artikel 2.8.1.0.1. VCF (zie vorig punt), de kwalificatie van BV A als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3. VCF zowel ten tijde van de schenking als op het controlemoment irrelevant is voor de herschenking en uw Dienst aldus niet zal overgaan tot de controle zoals bedoeld in 2.8.6.0.7. VCF;
- de restschenkingen onderworpen zijn aan artikel 2.8.1.0.1. VCF, met eventuele toepassing van artikel 2.8.6.0.3. VCF;
- de voorgenomen verrichtingen, op zichzelf genomen of in combinatie, ingegeven zijn door andere dan fiscale motieven, en derhalve geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2. VCF.
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen
2. De aanvraag wordt ingediend door Meester […] en Meester […], Advocaten kantoorhoudende te […], namens de heer X, geboren te […] op xx.xx.1980 (N.N. […]), en zijn echtgenote mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1983 (N.N. […]), samenwonende te […], gehuwd te […] op xx.xx.2017 onder het stelsel van scheiding van goederen.
3. De aanvragers hebben de Belgische nationaliteit en hebben hun fiscale woonplaats al meer dan vijf jaar in het Vlaams Gewest.
4. De andere relevante partijen zijn de volgende:
4.1. Hun gemeenschappelijk minderjarig kind mejuffrouw Z is betrokken bij de verrichtingen, maar is niet opgenomen als aanvrager (hierna genoemd “Z”).
4.2. De besloten vennootschap naar Belgisch recht genaamd ‘BV A', opgericht bij akte verleden op xx.xx.2015 voor notaris […] te […], ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer […], gevestigd te […] (hierna “BV A”). BV A is de holdingvennootschap boven de C Group.
4.3. De private stichting naar Belgisch recht genaamd ‘Stichting Administratiekantoor B’, opgericht bij akte verleden op xx.xx.2023 voor notaris […] te […], ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer […], gevestigd te […] (hierna “STAK B”).
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
Historiek en achtergrond
5. Vooraleer in te gaan op de voorgenomen verrichtingen, geven de aanvragers de historiek en achtergrond weer die relevant is voor de beoordeling van deze aanvraag.
Schenking van 2019
6. Op xx.xx.2019 heeft de heer X aan mevrouw Y de blote eigendom geschonken van:
- 341.244 (van de in het totaal 500.010) aandelen BV A; en
- 80.294 (van de in het totaal 100.000) aandelen van de besloten vennootschap naar Belgisch recht (destijds) genaamd ‘C, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer […] (hierna “C”).
Deze schenking wordt hierna ook genoemd de “schenking van 2019”.
De schenking van 2019 werd verleden voor notaris […] te […] onder beperkte voorwaarden en modaliteiten, en voor wat betreft de aandelen BV A met toepassing van het regime voor familiale vennootschappen overeenkomstig artikel 2.8.6.0.3. VCF.
Gedeeltelijke herroeping schenking 2019
7. Overeenkomstig artikel 1096 oud BW (huidig artikel 4.240 BW) kan de heer X de schenking van 2019 ad nutum, dit is te allen tijde en zonder enige reden te moeten geven, geheel of gedeeltelijk herroepen. Dit werd ook bevestigd in artikel 3.8 van de schenkingsakte.
In het verleden heeft de heer X de schenking van 2019 gedeeltelijk herroepen, ten belope van enerzijds de blote eigendom van 10.000 aandelen BV A en anderzijds de blote eigendom van 80.294 aandelen C.
Voormelde 10.000 aandelen BV A en 80.294 aandelen C behoren op vandaag ook niet langer tot het vermogen van de heer X (noch tot dat van mevrouw Y – gelet op de herroeping), reden waarom deze vermogensbestanddelen geen voorwerp uitmaken van deze aanvraag.
Certificering middels STAK B
8. Ingevolge onderhandse overeenkomst van xx.xx.2023 zijn de heer X (als vruchtgebruiker) en mevrouw Y (als blote eigenaar) met STAK B overeengekomen om 331.244 aandelen BV A ten titel van beheer over te dragen aan STAK B, tegen uitgifte aan de heer X (voor het vruchtgebruik) en mevrouw Y (voor de blote eigendom) van 331.244 certificaten (hierna de “certificaten”).
De voorwaarden, lasten en modaliteiten, zoals verbonden aan de schenking van 2019, zijn van toepassing op de 331.244 certificaten die in de plaats zijn gekomen van de geschonken 331.244 aandelen ingevolge (conventionele) zaakvervanging.
STAK B heeft tot doel de governance te verankeren die de oprichters van BV A onderling zijn overeengekomen, onder meer rekening houdend met de minderjarigheid van Z.
Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen
9. De aanvragers stellen vast dat de in de schenking van 2019 voorziene beperkte voorwaarden en modaliteiten die van toepassing zijn op voormelde 331.244 certificaten niet meer beantwoorden aan hun wensen. BV A is sedert 2019 substantieel gegroeid, zodat de aanvragers met betrekking tot deze certificaten een vermogensplanning wensen die duurzaam en transgenerationeel is.
De vraag rees dan ook naar (i) het uitbreiden van de voorwaarden en modaliteiten ten opzichte van mevrouw Y, en (ii) het construeren van een familiale vermogensplanning die duurzaam en transgenerationeel is, onder meer door ook Z alvast te betrekken.
De meest geschikte en gewenste manier om dit civielrechtelijk te realiseren is door de schenking van 2019 voor wat betreft voormelde certificaten in wederzijds overleg te ontbinden (hierna de “ontbinding”, d.i. stap 1), en deze certificaten vervolgens opnieuw te schenken aan mevrouw Y, met de gewenste aangepaste voorwaarden en modaliteiten (hierna de “herschenking”, d.i. stap 2).
Ontbinding schenking 2019 (stap 1)
10. Om die reden wensen de aanvragers de schenking van 2019 voor wat betreft voormelde 331.244 certificaten te ontbinden. Hierdoor zal de blote eigendom van deze certificaten (zonder terugwerkende kracht) terugkeren naar het vermogen van de heer X, zodat hij hiervan opnieuw de volle eigenaar wordt.
Een herroeping door de heer X op grond van artikel 1096 oud BW (huidig artikel 4.240 BW) is niet wenselijk gelet op de gevolgen van dergelijke herroeping, in bijzonder de terugwerkende kracht, alsook het tenietgaan van alle aan derden toegekende rechten. En dit terwijl het precies de bedoeling is om onmiddellijk na de voorgenomen ontbinding een herschenking te realiseren ten gunste van mevrouw Y (zie randnummer 11).
Herschenking (stap 2)
11. Onmiddellijk na de ontbinding, wenst de heer X de betrokken 331.244 certificaten opnieuw te schenken aan mevrouw Y.
De herschenking zal gebeuren onder verfijnde en meer toepasselijke voorwaarden en modaliteiten (met inbegrip van restschenkingen ten voordele van Z en eventuele verdere afstammelingen) die door de heer X en mevrouw Y uitgebreid besproken en gedragen worden. De doelstelling van deze verfijnde voorwaarden en modaliteiten is het bekomen van een duurzame en transgenerationele overdracht van de certificaten, die het belangrijkste vermogensbestanddeel uitmaken van de heer X en mevrouw Y.
Voor een uitgebreide toelichting over de verfijnde voorwaarden en modaliteiten, wordt er verwezen naar randnummer 20. Deze verfijnde voorwaarden en modaliteiten zullen aldus verbonden worden aan de herschenking.
III. Motivering van de aanvraag
De ontbinding is niet onderworpen aan artikel 2.8.1.0.1. VCF
12. Een schenking is een overeenkomst en is bijgevolg onderworpen aan het gemene verbintenissenrecht, tenzij er bijzondere regels van toepassing zijn die daarvan afwijken. Op grond van artikel 5.70 BW kunnen partijen te allen tijde terugkomen op een overeenkomst met wederzijdse toestemming. Partijen hebben aldus het recht om in onderling overleg overeen te komen niet meer gebonden te zijn door de tussen hen bestaande overeenkomst. Het volstaat in die zin dat schenker en begiftigde het eens zijn over de ontbinding, zoals in casu het geval is.
De ontbinding zal tot gevolg hebben dat de certificaten zullen terugkeren naar het vermogen van de heer X, zonder terugwerkende kracht.
Op fiscaal vlak kan die ontbinding enkel als een schenking worden ge(her)kwalificeerd, indien de ontbinding op civielrechtelijk vlak een schenking is. Er moet dus onderzocht worden of alle constitutieve bestanddelen van een schenking aanwezig zijn.
Er is geen animus donandi. De ontbinding zal niet plaatsvinden met een begiftigingsoogmerk van mevrouw Y naar de heer X toe. De ontbinding zal enkel en alleen geschieden vanuit de bedoeling om deze te vervangen door een nieuwe aangepaste schenking, die beter aansluit bij de noden van de familie. In de ontbindingsakte zal dit uitgebreid worden beschreven. Ook zal expliciet worden vermeld dat het de bedoeling is dat de heer X na de ontbinding de certificaten onmiddellijk opnieuw aan mevrouw Y zal schenken.
Bijgevolg kan artikel 2.8.1.0.1. VCF geen toepassing vinden en is de schenkbelasting niet van toepassing, zoals uw Dienst ook reeds heeft besloten in haar voorafgaande beslissingen met nummers 19048 van 4 november 2019 en 22048 van 5 december 2022.
De herschenking is niet onderworpen aan artikel 2.8.1.0.1. VCF omwille van “non bis in idem”
Artikel 2.8.1.0.1. VCF is niet van toepassing op de herschenking omwille van “non bis in idem”
13. Door de ontbinding zullen de certificaten opnieuw in volle eigendom gehouden worden door de heer X.
Onmiddellijk na deze ontbinding zal de heer X de certificaten opnieuw schenken aan mevrouw Y, via notariële akte. Enkel de voorwaarden en modaliteiten van deze herschenking zullen verschillen van de schenking van 2019 (zie randnummers 19 en 20).
Aangezien de schenking van 2019 verleden is voor een Belgische notaris en aldus reeds onderworpen werd aan schenkbelasting (zij het op dat ogenblik met toepassing van het regime voor familiale vennootschappen voor wat betreft de aandelen BV A), is op deze herschenking met dezelfde aard, van (een deel van) het voorwerp van de schenking van 2019 tussen dezelfde partijen, artikel 2.8.1.0.1. VCF niet van toepassing, omwille van het algemeen fiscaal rechtsbeginsel “non bis in idem” (art. 13 Wb. Reg.), zoals ook eerder door uw Dienst besloten in een gelijkaardig geval (voorafgaande beslissing 22048 van 5 december 2022).
De kwalificatie van BV A als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3. VCF zowel ten tijde van de schenking als op het controlemoment is irrelevant voor de herschenking
14. Aangezien op de herschenking geen Vlaamse schenkbelasting geheven wordt ingevolge artikel 2.8.1.0.1. VCF, is het irrelevant of de herschenking in aanmerking komt voor de toepassing van het regime voor familiale vennootschappen van artikel 2.8.6.0.3. VCF. Dat BV A kwalificeert voor het regime familiale vennootschappen ten tijde van de herschenking is irrelevant (niettegenstaande BV A aldus de aanvragers tot op heden is blijven kwalificeren als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3. VCF).
Bijgevolg moeten voor de herschenking de voorwaarden tot behoud, zoals vermeld in artikel 2.8.6.0.6., §2 VCF, ook niet worden nageleefd.
Evenmin zal uw Dienst overgaan tot de controle, zoals bedoeld in artikel 2.8.6.0.7. VCF.
De restschenkingen zijn wel onderworpen aan artikel 2.8.1.0.1. VCF, met eventuele toepassing van artikel 2.8.6.0.3. VCF
15. De schenking van 2019 was louter een ‘hoofdschenking’, zonder restschenkingen. De herschenking zal wel restschenkingen bevatten, ten voordele van Z en eventuele verdere afstammelingen.
De restschenkingen zijn onderdeel van wat juridisch ook gekend is als een fideicommissum de residuo. Dit houdt (telkens) een combinatie van schenkingen in door de heer X: enerzijds een schenking aan (in de eerste plaats) mevrouw Y onder de ontbindende voorwaarde dat er zich een omstandigheid voordoet die leidt tot uitvoering van de fideicommissum de residuo, anderzijds een restschenking aan de ‘verwachter(s)’ (in de eerste plaats Z) onder de opschortende voorwaarde dat er zich een omstandigheid voordoet die leidt tot uitvoering van de fideicommissum de residuo. De fideicommissum de residuo slaat op het overschot (residu) van de geschonken goederen, dit wil zeggen op hetgeen van de geschonken goederen overblijft bij uitvoering van de fideicommissum de residuo. Deze combinatie van schenkingen impliceert dat de verwachter(s) de geschonken goederen rechtstreeks krijgt (krijgen) van de heer X.
Deze restschenkingen zullen aldus pas actueel worden door het in vervulling gaan van een van de opschortende voorwaarden, zoals in de schenkingsakte nader omschreven (bv. het overlijden van mevrouw Y voor Z).
16. Deze restschenkingen maken zowel op civielrechtelijk als op fiscaalrechtelijk vlak nieuwe schenkingen uit. Deze zullen bijgevolg wel onderworpen zijn aan artikel 2.8.1.0.1. VCF zodra deze actueel worden (door de vervulling van een opschortende voorwaarde) (art. 2.8.7.0.2., § 2 VCF).
Zoals ook door uw Dienst besloten in haar voorafgaande beslissingen met nummers 22048 van 5 december 2022 en 25008 van 31 maart 2025 zal de heffing van schenkbelasting als volgt gebeuren:
het toepasselijke tarief van de schenkbelasting is dat wat van kracht was op de datum waarop de tweede begiftigde (verwachter) de restschenking heeft aanvaard, volgens de verwantschap tussen de schenker en de tweede begiftigde;
de belastbare grondslag moet worden bepaald op de datum van actueel worden van de restschenking. Er moet m.a.w. worden bepaald welke van de in de eerste fase geschonken goederen op die datum nog in het vermogen van de eerste begiftigde aanwezig zijn en wat de verkoopwaarde ervan is op diezelfde datum.
Zoals opgenomen in punt 7 van uw Omzendbrief 2015/2 (en impliciet ook bevestigd in de 2 voormelde voorafgaande beslissingen van uw Dienst) kan hierbij toepassing worden gemaakt van het regime voor familiale vennootschappen van artikel 2.8.6.0.3. e.v. VCF, indien op het ogenblik van het actueel worden van de restschenkingen voldaan is aan de voorwaarden van het regime.
Voor de restschenkingen loopt de termijn van drie (3) jaar, zoals voorzien in artikel 2.8.6.0.6. jo. 2.8.6.0.7. VCF vanaf het moment van het actueel worden van de restschenkingen.
De verrichtingen, op zichzelf genomen of in combinatie, vormen geen fiscaal misbruik, zodat artikel 3.17.0.0.2. VCF niet toepasselijk is
Algemeen
17. De verrichtingen, zijnde de ontbinding en de daaropvolgende herschenking (met restschenkingen), maken geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 3.17.0.0.2. VCF.
Vijf (5) voorwaarden dienen cumulatief vervuld te zijn alvorens te kunnen besluiten tot fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2. VCF: (i) er wordt een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen gesteld die een verrichting tot stand brengen; (ii) de belastingplichtige plaatst zich daardoor binnen of buiten de toepassing van een bepaling van de VCF; (iii) dit alles is in strijd met de doelstelling van de bepaling; (iv) de handelingen worden verricht met de bedoeling om belasting te ontwijken; (v) de fiscale motieven zijn doorslaggevend voor de betreffende rechtshandeling of handelingen.
18. De aanvragers plaatsen zich met de voorgenomen verrichtingen niet binnen het toepassingsgebied van een belastingverminderende bepaling, noch buiten het toepassingsgebied van een belastingvermeerderende bepaling op een manier die strijdig is met de doelstellingen van de fiscale wetgeving (afwezigheid objectief element).
Zelfs indien uw Dienst hierover anders zou oordelen, zijn er overtuigende niet-fiscale motieven (zie randnummers 19 en 20), die aantonen dat de verrichtingen niet het wezenlijk doel hebben om een belastingvoordeel te bewerkstelligen (afwezigheid subjectief element).
Niet-fiscale motieven
19. De schenking van 2019 vond meer dan 7 jaar geleden plaats. Na grondige analyse van de schenking, en de beperkte voorwaarden en modaliteiten ervan, kwamen de aanvragers tot de conclusie dat de schenking wat betreft de certificaten niet (meer) beantwoordt aan hun wensen, noch volstaat voor de bestendiging van de duurzame en transgenerationele vermogensplanning die zij met betrekking tot deze certificaten voor ogen hebben, onder meer omdat de waarde van deze certificaten sedert 2019 substantieel is toegenomen.
20. De verfijning van de voorwaarden en modaliteiten van de herschenking sluit aan bij deze visie, rekening houdend met (onder meer) de volgende elementen:
- De schenking van 2019 bevat geen restschenkingen, noch aan Z, noch aan eventuele verdere afstammelingen van de heer X en mevrouw Y. Dit strookt niet met de transgenerationele vermogensplanning die de aanvragers voor ogen hebben, zoals eerder besproken onder randnummers 9 tot 11. Ze wensen de certificaten immers voor meerdere generaties binnen de familie te houden. In dat verband willen zij eveneens voorzien in diverse bijkomende modaliteiten, zoals met name het verbieden dat deze ‘om niet’ aan niet-familieleden kunnen worden gegeven (behoudens uitzonderingen), en een clausule die het vruchtgenot uitsluit in hoofde van de ouder die geen afstammeling is van de heer X en mevrouw Y, met betrekking tot goederen die een minderjarige afstammeling op grond van de schenking zou ontvangen;
- De schenking van 2019 bevat een voorbehoud van vruchtgebruik ten voordele van de heer X. De formulering daarvan is evenwel beperkt en strookt niet met de huidige stand van het recht;
- Teneinde voor zichzelf voldoende comfort te behouden, wenst de heer X (naast het vruchtgebruik) thans een optionele last tot betaling van een jaarlijkse lijfrente aan de schenking te verbinden. De schenking van 2019 bevat geen dergelijke lijfrente;
- De schenking van 2019 bevat een uitsluitingsclausule, maar deze is te beperkt geformuleerd, met name gelet op de ‘nieuwe’ huwelijksvoordelen die de laatste jaren zijn uitgewerkt (zoals het toekenningsbeding). De aanvragers wensen te bepalen dat de certificaten aan een begiftigde persoonlijk worden gegeven en worden uitgesloten van iedere gemeenschap van goederen, van ieder verreken- of verdeelbeding, van ieder kanscontract en van enig ander huwelijksvoordeel of voordeel krachtens de werking, de samenstelling, vereffening of verdeling van het toepasselijk partnerschaps- of huwelijksvermogensstelsel dat aanspraak kan geven op de certificaten of een deel daarvan, of op hun waarde en zo meer, dat toepasselijk is op het huwelijk of de samenwoning van een begiftigde. Daarbij wensen zij voor de verwachters van de restschenkingen te voorzien in uitzonderingen op die uitsluitingsclausule, enerzijds als de heer X zijn voorafgaande schriftelijke toestemming zou geven, anderzijds als het gaat om gezinswoning van de verwachter (die zakenrechtelijk in de plaats zou komen van de certificaten);
- De schenking van 2019 bevat een optionele ontbindende voorwaarde in geval van vooroverlijden van mevrouw Y met of zonder afstammelingen. De aanvragers wensen de ontbindende voorwaarden uit te breiden naar (i) de gevallen waarin er sprake is van een ernstig zorgwekkende situatie (onvermogen, incompetentie, fraude, verslaving, gevaarlijke situatie, miskenning of ondankbaarheid) en (ii) de niet-berusting na het overlijden van de heer X in alle in de schenkingsakte opgenomen voorwaarden, lasten en andere modaliteiten, alsook in alle andere schikkingen van familiale vermogensplanning, in de meest ruime zin, die de heer X bij leven zal hebben getroffen;
- De schenking van 2019 bevat een vervreemdingsverbod. Ook deze clausule is voor verdere verfijning vatbaar: de aanvragers willen voorzien in een ruimer omschreven verbod tot vervreemding en zekerheidsstelling, gedurende het leven van de heer X en tenzij mits voorafgaande toestemming van de heer X;
- De schenking van 2019 bevat geen bepaling die de verhouding regelt tussen de in de schenkingsakte opgenomen bedingen enerzijds en de statuten (of andere documenten) van (STAK) B anderzijds. In het kader van de gewenste coherentie binnen de familiale planning wensen de aanvragers expliciet te bepalen dat de bedingen van de schenking ondergeschikt zijn aan de relevante statutaire bepalingen. Op die manier wordt verzekerd dat de schenking volledig aansluit bij de governance‑structuur van de betrokken entiteiten;
- De schenking van 2019 bevat slechts een zeer summiere omschrijving van het concept zaakvervanging. Om discussie te vermijden, wensen de aanvragers daarvoor in een duidelijke en zeer ruime omschrijving te voorzien;
- Daarnaast willen de aanvragers in bijkomende bescherming voorzien, door middel van een uitgebreide bewindsregeling. Zo willen ze enerzijds een begeleidingsbewind instellen voor alle situaties waarin de verwachter van de restschenking de certificaten verkrijgt maar de leeftijd van dertig (30) jaar nog niet heeft bereikt, en anderzijds een beschermingsbewind voor alle andere situaties waarin een begiftigde niet in staat zou zijn om het geschonken vermogen te beheren (bv. omwille van onbekwaamheid); en
- Tot slot is in de schenking van 2019 voorzien dat eventuele geschillen daaromtrent zullen worden beslecht door middel van arbitrage. Partijen wensen te voorzien dat bij voorkeur moet worden gezocht naar een oplossing via faciliterende of evaluerende bemiddeling.
IV. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
21. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
22. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.
23. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:
- Artikel 2.8.1.0.1 VCF:
“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of
geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”
- Artikel 2.8.6.0.3 VCF:
“§ 1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1 wordt van de schenkbelasting vrijgesteld:
1° de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik
van de activa die door de schenker of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming. Die vrijstelling is niet van toepassing op de overdrachten van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd, met inbegrip van bouwgronden als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 1°/1;
2° de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van de schenking onder de levenden in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie, ten minste 50% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen. De vrijstelling is niet van toepassing op het gedeelte van de waarde van de aandelen dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, in de familiale vennootschap, of in participaties van minstens 10% van de familiale vennootschap in haar dochtervennootschappen, vertegenwoordigt. Deze beperking is niet van toepassing voor familiale vennootschappen waarvan de omzet voor minstens 75% wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op onroerende goederen, vermeld in punt 1°.
In afwijking van het eerste lid vertegenwoordigen de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van de schenking in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie, minstens 30% van de stemrechten in die vennootschap, als hij en zijn familie aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van de aandelen van de vennootschap die minstens 70% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen;
2° samen met twee andere aandeelhouders en hun familie volle eigenaar zijn van de aandelen van de vennootschap die minstens 90% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen.
Voor de toepassing van het tweede lid komen de aandelen die toebehoren aan rechtspersonen, niet in aanmerking om te worden samengeteld met de aandelen die toebehoren aan de schenker.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel en artikel 2.8.6.0.4 tot en met artikel 2.8.6.0.7 wordt verstaan onder:
1° familiale onderneming: een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep dat door de schenker of zijn partner, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd en uitgeoefend;
2° familiale vennootschap: een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp heeft en uitoefent.
Als de vennootschap aan het voorgaande niet beantwoordt, maar aandelen houdt die minstens 30 % van de stemrechten van één directe dochtervennootschap vertegenwoordigen die aan die voorwaarde beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding heeft in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, wordt ze ook beschouwd als een familiale vennootschap.
Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten van de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1. Voor een vennootschap waarvan de omzet voor minstens 75% wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op onroerende goederen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, kan het uitsluiten van de beperking vermeld in artikel 2.8.6.0.3, §1, eerste lid, 2°, slechts gelden op voorwaarde dat de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan de authentieke akte van de schenking minstens één tewerkgestelde werknemer telt, uitgedrukt in voltijdse eenheden;
3° aandelen:
a) naargelang het geval:
1) als de familiale vennootschap een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap is, dan wel een vennootschap met een andere rechtsvorm waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat haar beheerst, voorziet in een vergelijkbaar begrip: elk deelbewijs met stemrecht dat een deel van het kapitaal vertegenwoordigt;
2) als de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: elk deelbewijs met stemrecht dat is uitgereikt als tegenprestatie voor een inbreng of naar aanleiding van de incorporatie van onbeschikbare reserves;
b) de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met een zetel in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en waarvan de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en uiterlijk binnen een maand door te storten aan de certificaathouder;
4° familie van de schenker of de aandeelhouder als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°:
a) de partner van de schenker of aandeelhouder, waarbij het begrip partner voor de aandeelhouder op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
b) de verwanten in rechte lijn van de schenker of aandeelhouder, alsook hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
c) de zijverwanten van de schenker of aandeelhouder tot en met de tweede graad en hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
d) de kinderen van broers en zussen van de schenker of aandeelhouder.
§ 3. Als een vennootschap met toepassing van paragraaf 2, 2°, tweede lid, als een familiale vennootschap wordt beschouwd, wordt de vrijstelling beperkt tot de waarden van de aandelen van de vennootschap in de dochtervennootschappen die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp hebben en die hun zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte hebben.”
- Artikel 2.8.6.0.7 VCF:
“§ 1. Na verloop van een termijn van drie jaar na de datum van de authentieke akte van schenking controleert het bevoegde personeelslid of de voorwaarden, gesteld voor het behoud van de vrijstelling, vervuld zijn.
Bij niet-vervulling van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de schenkbelasting geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling.
Bij niet-vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.8.6.0.6, §2, 4°, is de schenkbelasting verschuldigd tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling op het bedrag waarmee het kapitaal is verminderd of waarmee de verrichte inbrengen zijn verminderd, vermenigvuldigd met de grondslag waarop de vrijstelling is toegepast, en gedeeld door de waarde van alle aandelen van de familiale vennootschap op de datum van de authentieke schenkingsakte.
§ 2. Als de schenkbelasting verschuldigd is doordat de voorwaarden, gesteld tot behoud van de vrijstelling, niet langer vervuld zijn, kunnen de begiftigden dat melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
Bij niet-vervulling van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de schenkbelasting geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling.
Bij niet-vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.8.6.0.6, §2, 4°, is de schenkbelasting verschuldigd tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling op het bedrag waarmee het kapitaal is verminderd of waarmee de verrichte inbrengen zijn verminderd, vermenigvuldigd met de grondslag waarop de vrijstelling is toegepast, en gedeeld door de waarde van alle aandelen van de familiale vennootschap op de datum van de authentieke schenkingsakte.”
- Artikel 3.17.0.0.2. VCF:
“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt:
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”
24. De overeenkomst tot minnelijke ontbinding van de schenking van xx.xx.2019 geeft gelet op de afwezigheid van de bedoeling in hoofde van mevrouw Y om de heer X te begiftigen geen aanleiding tot Vlaamse schenkbelasting in toepassing van artikel 2.8.1.0.1 VCF.
25. De heer X zal onmiddellijk na de ontbinding een nieuwe schenking aan mevrouw Y doen.
Het voorwerp van de nieuwe schenking omvat 331.244 certificaten van de STAK B waarvan de blote eigendom zich ingevolge de ontbinding van de schenking opnieuw in het vermogen van de heer X zal komen te bevinden. Op het moment van de schenking van 1 maart 2019 werden de aandelen van BV A nog niet gecertificeerd.
Zoals de aanvragers zelf aangeven betreft dit een nieuwe schenking. Bijgevolg speelt de problematiek rond non bis in idem in casu niet.
Bijgevolg zal op de voorgenomen schenking de schenkbelasting worden geheven (artikel 2.8.1.0.1 VCF), tenzij er van een vrijstelling kan worden genoten.
26. Bij een schenking met een fideïcommissum de residuo gebeuren er twee schenkingen door eenzelfde schenker: de schenking aan de bezwaarde van het fideïcommissair vermogen en de schenking aan de verwachter van het residuum.
27. Indien mevrouw Y de toepassing vraagt van de vrijstelling van schenkbelasting van artikel 2.8.6.0.3 VCF, zal de Vlaamse Belastingdienst beoordelen of alle voorwaarden tot toekenning van de vrijstelling van artikel 2.8.6.0.3 VCF vervuld zijn op het ogenblik van de authentieke schenkingsakte.
Hierbij zal o.m. worden nagegaan of de certificaten voorwerp van de voorgenomen schenking kwalificeren als aandelen in de zin van artikel 2.8.6.0.3 §2, 3°, b), VCF, waarin onder meer de vereiste is gesteld dat de rechtspersoon die de certificaten uitreikt de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en uiterlijk binnen een maand door te storten aan de certificaathouder.
28. Het besluitvormingsorgaan kan zich niet uitspreken over het feit of voldaan zal zijn aan de voorwaarden van artikel 2.8.6.0.3 VCF met betrekking tot de voorgenomen schenking aan mevrouw Y, aangezien het geen bewijsmiddelen kan beoordelen.
29. Overeenkomstig artikel 3.21.0.0.1/1 VCF kan mevrouw Y voorafgaand aan de authentieke akte van schenking een verzoek richten tot de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie tot het bekomen van een attest waaruit blijkt dat op het moment van het verzoek en op basis van de gegevens, aangereikt door de verzoeker, al dan niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, is voldaan en dat, in voorkomend geval, de waardering, bedoeld in artikel 3.12.3.0.1, §5, tweede lid, 5°, d), f) en g), bevestigt op de referentiedatum, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, §5, tweede lid, 5°, i), op basis van de gegevens, aangereikt door de verzoeker.
30. Voor de heffing van de schenkbelasting wordt de schenking aan de verwachter geanalyseerd als een schenking onder opschortende voorwaarde. De schenkbelasting op een schenking onder opschortende voorwaarde wordt pas opeisbaar bij de vervulling van de opschortende voorwaarde (artikel 2.8.7.0.2, §2 VCF).
31. De omstandigheid dat de schenking aan de bezwaarde zou kwalificeren voor de vrijstelling in de schenkbelasting van artikel 2.8.6.0.3 VCF betekent niet noodzakelijk dat de schenking aan de verwachter eveneens voor de vrijstelling zal kwalificeren. Voor de beoordeling van alle voorwaarden tot toekenning van de vrijstelling van artikel 2.8.6.0.3 VCF met betrekking tot de schenking aan de verwachter moet men zich immers plaatsen op het ogenblik van de vervulling van de opschortende voorwaarde.
32. De voorgenomen verrichtingen maken geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.