Of een gebouw wel of niet voor bewoning bestemd is, bepalen we aan de hand van de functie die het gebouw vervult volgens de EPB-wetgeving. Voor bewoning bestemde gebouwen stellen we gelijk aan de residentiële gebouwen uit de EPB-gebouwtypologie. Onder niet voor bewoning bestemde gebouwen vallen dan weer de niet-residentiële gebouwen, alsook landbouwgebouwen en industriële gebouwen. Meer informatie? Zie: Bestemmingen , waaronder een gedetailleerde lijst die aangeeft welke types gebouwen tot welke categorie behoren. Verplichtingen voor woongebouwen. Bij nieuwe woongebouwen met een parkeerterrein met 2 of meer parkeerplaatsen gaat het voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 11 maart 2021 om de verplichte installatie van de nodige infrastructuur om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen op elke parkeerplaats in een later stadium mogelijk te maken. U laat dus leidingen plaatsen, of op zijn minst goten voor elektrische kabels, maar de laadpaal zelf hoeft er nog niet per se te staan. Dezelfde verplichtingen gelden voor bestaande woongebouwen met een parkeerterrein met meer dan 10 parkeerplaatsen, waarvoor vanaf 11 maart 2021 een omgevingsvergunning is aangevraagd voor een ingrijpende renovatie. Hierbij wordt een oprit niet gezien als een parkeerplaats, maar als een toegangsweg. Voor een binnengarage met twee plaatsen zal er bij nieuwbouw wel laadinfrastructuur nodig zijn. Bestaande gebouwen Voor bestaande woongebouwen waarbij geen ingrijpende renovatie gepland is, zijn er geen verplichtingen voor laadpunten of -infrastructuur. Verplichtingen voor niet-woongebouwen. Niet voor bewoning bestemde gebouwen of parkeergebouwen (nieuwe of bestaande die ingrijpend gerenoveerd worden) met een parkeerterrein met meer dan 10 parkeerplaatsen worden cumulatief voorzien van: minstens 2 oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor een elektrisch voertuig infrastructuur voor leidingen (of op zijn minst goten voor elektrische kabels) voor minstens 1 op 4 parkeerplaatsen, om de installatie van oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken. Daarnaast worden alle bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen uiterlijk op 1 januari 2025 uitgerust met minstens 2 oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor een elektrisch voertuig. In de praktijk: elke parking van een grote handelszaak of bedrijf met veel werknemers of bezoekers, moet dus tegen 2025 over 2 laadpalen beschikken, ook als ze tussen nu en 2025 geen omgevingsvergunning aanvragen. Technische vereisten laadpunten Om te voldoen aan de verplichtingen moet een oplaadpunt een vermogen kunnen leveren dat groter is dan het vermogen van een standaardstopcontact (groter dan 3,7 kW of 16 A) en specifiek als doel hebben om elektrische voertuigen op te laden. Hierbij moet het oplaadpunt ten minste uitgerust zijn met één van de onderstaande connectoren: Type 2 connector voor het laden met wisselstroom (AC), zoals omschreven in de norm EN62196-2. Combo 2 connector voor het laden met gelijkstroom (DC), zoals omschreven in de norm EN62196-3. De minister kan bijkomende technische vereisten opleggen waaraan de infrastructuur moet voldoen. Wanneer gelden de verplichtingen (niet)? De verplichtingen gelden: als het parkeerterrein zich binnen het gebouw of parkeergebouw bevindt. als het een naastgelegen parkeerterrein betreft. als, in geval van ingrijpende renovaties de renovatiemaatregelen ook betrekking hebben op het parkeerterrein of de elektrische infrastructuur van het gebouw, parkeergebouw of parkeerterrein. als uw parkeerterrein privaat of slechts soms publiek toegankelijk is (bijvoorbeeld enkel overdag), dient u de nodige laadinfra te installeren. voor parkeerplaatsen die individueel aangekocht kunnen worden. Het parkeerterrein van een appartementsgebouw, bijvoorbeeld, waarbij de individuele parkeerplaatsen eigendom zijn van de individuele bewoners, telt als één parkeerterrein en dient dus als geheel aan de verplichtingen te voldoen. als het gaat om meerdere parkeerterreinen op één site, moet voor elk afzonderlijk parkeerterrein aan de eisen worden voldaan. De verplichtingen gelden niet: als het gaat over de oprit van een woning. Die wordt niet als een parkeerterrein beschouwd, maar als een toegangsweg. Uitzonderingen. Bij ingrijpende renovaties gelden de verplichtingen alleen voor dat gedeelte van de werken aan en investeringen in oplaadinstallaties en leidingen waarvan de kosten niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van de renovatie . Voor alle kosten gerelateerd aan oplaadpunten en -infrastructuur die tot en met 7% van de totale kosten van de renovatie bedragen, moet wel aan de voorwaarden voldaan zijn. Wat is een naastgelegen parkeerterrein? Een naastgelegen parkeerterrein is een parkeerterrein bij een gebouw dat wordt gebruikt door de gebruikers van het gebouw en dat op de eigen site ligt. De eigen site is het kadastrale perceel of de aansluitende kadastrale percelen van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon als eigenaar, erfpachter, opstalhouder of concessiehouder. Om te bepalen of een parkeerterrein naast een gebouw ligt, worden volgende vuistregels gebruikt: Er is een fysieke en/of technische verbinding tussen het parkeerterrein en het gebouw. Het parkeerterrein wordt alleen of vooral gebruikt door de bewoners van het gebouw. Er is, in bepaalde mate, sprake van gemeenschappelijke eigendom van het parkeerterrein en het gebouw. Als aan één of meerdere van deze criteria voldaan is, wordt het parkeerterrein geacht naast het gebouw te liggen. Hoe baken ik een parkeerterrein af? Alle parkeerplaatsen die via dezelfde toegangspoort of -weg bereikbaar zijn, horen bij één parkeerterrein. Dichtbijgelegen parkeerplaatsen die niet via diezelfde toegangspoort of -weg bereikbaar zijn, horen bij een ander parkeerterrein. Deze toegangsweg kan een openbare of private weg zijn. Dichtbijgelegen parkeerplaatsen die duidelijk bij een ander gebouw behoren, kwalificeren ook als een aparte parkeerplaats. Wat als er meerdere gebouwen bij één parkeerterrein horen? De verplichting voor de installatie van laadinfrastructuur rust op het gebouw waar het parkeerterrein bij hoort. Voor elk gebouw naast eenzelfde parkeerterrein, moet dus cumulatief de nodige laadinfra geïnstalleerd worden. Een voorbeeld: een supermarkt en schoenenwinkel grenzen aan éénzelfde parkeerterrein. Vanaf 1 januari 2025 moeten er in dat geval minstens vier oplaadpunten voorzien worden: éénmaal twee oplaadpunten voor de schoenenwinkel en éénmaal twee oplaadpunten voor de supermarkt. Wat als er verschillende parkeerterreinen bij één gebouw horen? Elk individueel parkeerterrein dat binnen of naast een gebouw ligt valt onder de verplichtingen. Als bij één gebouw meerdere afzonderlijke parkeerterreinen horen, dient elk van die parkeerterreinen de nodige oplaadpunten en/of -infrastructuur te voorzien indien ze elk afzonderlijk aan de voorwaarden tot verplichting voldoen. Wordt er een onderscheid gemaakt tussen private en publiek toegankelijke parkeerplaatsen? Neen. De regels spreken zich niet uit over de mate waarin de laadinfrastructuur publiek toegankelijk moet zijn of niet. Het staat u vrij zelf te kiezen of u de laadpunten publiek beschikbaar stelt, dan wel voorbehoudt voor bepaalde gebruikers. Handhaving. De eigenaar van het gebouw en parkeergebouw is verantwoordelijk voor het naleven van de verplichtingen. In afwijking daarvan is, indien toepasselijk, de houder van een zakelijk recht op het gebouw of parkeergebouw verantwoordelijk om te voldoen aan de eisen. Bij nieuwbouw is dat de vergunninghouder. De handhaving van de verplichting gebeurt door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) . Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de verplichtingen is voldaan, kan het VEKA een administratieve geldboete opleggen van: 2.000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen 1.000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken. Regelgeving. Energiedecreet van 8 mei 2009 , TITEL XI/1. Elektromobiliteit en Afdeling VI. Administratieve sanctie wegens niet-naleving van de eisen bij elektromobiliteit. Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid , TITEL IX/1. Elektromobiliteit.