Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België Genomineerde masterproeven 2026

Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België

Burgerlijk ingenieur – Architect (Master in de ingenieurswetenschappen: architectuurafstudeerrichting
architectuurontwerp en bouwtechniek)

Tomas De Landsheer (UGent)

Mijn thesis toont aan dat duurzame houtbouw in België wel degelijk mogelijk is, mits een geïntegreerde aanpak van kennisdeling, verantwoordelijkheden en samenwerking.

Waar gaat je eindproef over?

In mijn masterproef onderzoek ik hoe Cross-Laminated Timber (CLT) op een duurzame en betrouwbare manier kan worden toegepast in de Belgische bouwpraktijk. De bouwsector is wereldwijd verantwoordelijk voor bijna 40% van de CO₂-uitstoot, waardoor bouwen met hernieuwbare materialen zoals hout een cruciale hefboom vormt voor de klimaattransitie. CLT heeft daarbij grote potentie: het is in grote mate CO₂-opslagend, hernieuwbaar en leent zich tot efficiënte prefabricatie. Toch blijft grootschalige toepassing in België beperkt.

De belangrijkste uitdaging blijkt niet het materiaal zelf te zijn, maar het vochtige Belgische klimaat en een bouwpraktijk die nog onvoldoende is afgestemd op houtmassiefbouw. Gebrek aan kennis, duidelijke afspraken en procesbegeleiding leidt tot vochtproblemen, vaak al tijdens de werffase. Hierdoor wordt houtrot een reëel risico, wat het vertrouwen in houtbouw ondermijnt.

In mijn onderzoek analyseerde ik internationale richtlijnen, wetenschappelijke literatuur en Belgische praktijkervaringen, en volgde ik een grootschalig CLT-project in Gent van nabij. Op basis daarvan ontwikkelde ik een Vocht-Beheers-Plan (VBP): een praktisch kader met richtlijnen, checklists en tools die architecten, aannemers en bouwheren ondersteunen van ontwerp tot uitvoering.

Mijn thesis toont aan dat duurzame houtbouw in België wel degelijk mogelijk is, mits een geïntegreerde aanpak van kennisdeling, verantwoordelijkheden en samenwerking. Goed vochtbeheer is daarbij essentieel om zowel de levensduur van gebouwen te garanderen als het vertrouwen in hout als toekomstbestendig bouwmateriaal te versterken.

Hoe draagt jouw masterproef bij aan duurzaamheid?

Met mijn thesis draag ik bij aan duurzaamheid door de kloof te dichten tussen het ecologisch potentieel van houtbouw en de dagelijkse bouwpraktijk in België. Ik toon aan dat duurzaamheid niet enkel afhangt van materiaalkeuze, maar van processen, samenwerking en kennisdeling doorheen het volledige bouwtraject. Deze zijn namelijk minstens even belangrijk als het kiezen voor een duurzaam materiaal op zich.

Ecologisch helpt mijn werk om de klimaatsvoordelen van hout maximaal te benutten: correct toegepast slaat hout CO₂ op en vermijdt het emissies die gepaard gaan met de productie van beton en staal. Door vochtproblemen te voorkomen, wordt vermeden dat ecologische winst omslaat in schade, herstellingen en afval. Economisch vermindert een doordacht vochtbeheer faalkosten, verkort het de werftijd en verhoogt het de rendabiliteit van houtprojecten. Sociaal stimuleert mijn aanpak een bouwcultuur waarin disciplines samenwerken, kennis gedeeld wordt en ook het welzijn van gebruikers centraal staat.

Een belangrijke meerwaarde van mijn thesis, die meer de vorm heeft van een handboek, is de toepasbaarheid. Naast de academische studie ontwikkelde ik een praktische pocketgids (PDF bestand opent in nieuw venster)die ontwerpers en aannemers rechtstreeks kunnen gebruiken op de werf. Bovendien vond mijn werk al zijn weg naar richtlijnen, onderwijs en professionele netwerken, wat de impact ervan vergroot.

Zo draagt mijn thesis bij aan een toekomstbestendige bouwcultuur, waarin houtbouw niet langer een niche of risico is, maar een realistisch, betrouwbaar en duurzaam alternatief voor conventionele bouwmethodes.