Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een Case Study voor veengebied De Zegge
Master in de Milieuwetenschap
Lien Van Breda (UAntwerpen)
Innovatieve waardeketens rond natuurmaaisel worden pas kansrijk wanneer ecologische kennis, marktmechanismen en beleidskaders elkaar actief versterken.
Waar gaat je eindproef over?
In mijn masterproef onderzoek ik hoe natuurmaaisel uit veengebied De Zegge circulair kan worden ingezet, zonder de ecologische functie van het gebied te ondermijnen. Vandaag wordt dit maaisel wettelijk als afval beschouwd en tegen hoge kosten afgevoerd, terwijl het in realiteit een waardevolle biomassareststroom is met potentieel binnen de circulaire economie. Dit vormt niet alleen een financiële last voor natuurbeheerders, maar ook een gemiste kans voor duurzame materiaalstromen.
Mijn onderzoek start met een inschatting van de beschikbare biomassa: in 2024 werd ongeveer 94,5 ton droge stof aan natuurmaaisel geproduceerd, met jaarlijkse afvoerkosten tot 8.100 euro. Via een verkennende marktanalyse bracht ik tien mogelijke waardeketens in kaart, variërend van laagwaardige toepassingen zoals compostering tot innovatieve toepassingen zoals grasisolatie, graspapier en veenvrije potgrond.
Niet elke waardeketen blijkt technisch of economisch haalbaar voor het maaisel van De Zegge. Een vergelijkende analyse toont echter aan dat enkele toepassingen voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch perspectief bieden. Daarnaast onderzocht ik ook de mogelijkheid van boerderijcompostering, een praktijk die natuur en landbouw opnieuw met elkaar kan verbinden binnen een aangepast wettelijk kader.
Mijn thesis maakt duidelijk dat circulaire valorisatie van natuurmaaisel haalbaar is, mits aandacht voor logistiek, biologische stabiliteit en eerlijke verdienmodellen. Zo illustreert het onderzoek hoe natuurbeheer en circulaire economie elkaar wederzijds kunnen versterken.
Hoe draagt jouw masterproef bij aan duurzaamheid?
Met mijn thesis draag ik bij aan duurzaamheid door een concrete brug te slaan tussen natuurherstel en circulaire economie. Ik toon aan dat biomassareststromen uit natuurbeheer geen afval hoeven te zijn, maar kunnen fungeren als duurzame grondstoffen binnen ecologisch verantwoorde waardeketens.
Ecologisch ondersteunt mijn onderzoek het herstel van veengebieden, die cruciaal zijn voor koolstofopslag, waterregulatie en biodiversiteit. Door maaibeheer te koppelen aan circulaire valorisatie wordt zowel de ecologische kwaliteit van het gebied als de efficiëntie van materiaalgebruik verhoogd. Economisch biedt mijn werk perspectieven voor kostenreductie en alternatieve inkomsten voor natuurbeheerders, waardoor meer middelen kunnen worden vrijgemaakt voor natuurherstel. Sociaal stimuleert het onderzoek samenwerking tussen natuurbeheer, landbouw, industrie en beleid, sectoren die traditioneel weinig met elkaar in contact komen.
Een belangrijke meerwaarde van mijn thesis is het realisme: ik benoem expliciet de trade-offs en spanningen tussen ecologie, logistiek, regelgeving en marktwerking. Door deze complexiteit zichtbaar te maken, draagt mijn onderzoek bij aan een genuanceerd en haalbaar duurzaamheidsdenken.
Tot slot schetst mijn thesis een toekomstgericht perspectief, waarin lokale circulaire oplossingen bijdragen aan bredere systeemtransities. Zo lever ik een inhoudelijke en praktische bijdrage aan de omslag naar een regeneratieve samenleving, waarin natuur, economie en samenleving elkaar versterken in plaats van tegenwerken