Master in de Kunsten, Beeldende Kunsten (Mixed Media)
Ester Bosschaert Devroe (LUCA School of Arts)
Duurzaamheid wordt hier niet benaderd als efficiënt beheer van grondstoffen, maar als een ethiek van verwevenheid.
Waar gaat je eindproef over?
°°Zeeduif / Dagboek met de stadsduif: op zoek naar een (t)huis is mijn masterproef binnen Beeldende Kunsten – Mixed Media en neemt de stadsduif als gids om stedelijke ecologie, zorg en samenleven te verkennen. In een fictief-essayistisch dagboek beschrijf ik vijftig dagen samenleven met twee jonge duiven, Mytyl en Tyltyl, die ik verzorgde in mijn kamer in Gent nadat ze uit een kunstgalerij waren gehaald.
Mijn eindproef beweegt tussen dagboek, veldnotitie, poëzie en ecofeministisch essay. De stadsduif verschijnt als een liminaal dier: noch wild, noch gedomesticeerd, en daardoor vaak uitgesloten uit stedelijke zorg en beleid. Vanuit deze figuur onderzoek ik hoe we verhalen, beelden en beleidskaders kunnen herdenken om ruimte te maken voor een meersoortige stad.
Het werk verweeft persoonlijke observaties en zorgpraktijken met theoretische inzichten van onder meer Donna Haraway, Eva Meijer, Val Plumwood, Anna Tsing en Ursula K. Le Guin. Duurzaamheid wordt niet opgevat als een technisch vraagstuk, maar als een relationele en belichaamde praktijk, waarin zorg, aandacht en verantwoordelijkheid centraal staan.
Mijn eindproef is tegelijk een artistiek experiment, een onderzoeksverslag en een pleidooi. Ze nodigt lezers, beleidsmakers en stadsbewoners uit om anders te kijken, te luisteren en te zorgen, en om de stad te zien als een levend web waarin ook de duif, de rat, de boom en de bacterie een plaats hebben.
Hoe draagt je masterproef bij aan duurzaamheid?
Met mijn eindproef draag ik bij aan duurzaamheid door duurzaamheid te herdefiniëren als een ethiek van verwevenheid, zorg en nabijheid. Ik toon aan dat duurzame steden niet enkel draaien om efficiëntie of technologische oplossingen, maar om hoe we samenleven met menselijke en niet-menselijke anderen.
Ecologisch maakt mijn werk zichtbaar hoe stedelijke ecosystemen functioneren als gedeelde biotopen waarin mensen, dieren, infrastructuur en afval elkaar beïnvloeden. Sociaal en politiek leg ik de link tussen ecologische en sociale rechtvaardigheid: de manier waarop we omgaan met stadsduiven weerspiegelt bredere mechanismen van uitsluiting en hiërarchie. Door zorg centraal te stellen, pleit mijn eindproef voor een inclusievere stad waarin ook liminale levensvormen meetellen.
Een belangrijke meerwaarde van mijn werk is de artistieke en narratieve aanpak. Door dagboek, poëzie en fictie te combineren met academische reflectie, creëer ik een affectieve ruimte waarin empathie en verbeelding kunnen ontstaan — cruciale voorwaarden voor systeemverandering. Mijn eindproef vertaalt duurzaamheid naar het niveau van het alledaagse en het belichaamde, en maakt het daardoor invoelbaar en relationeel.
Mijn eindproef toont dat duurzaamheid niet alleen een beleidskwestie is, maar ook een culturele en verbeeldingsvraag. Door meersoortige storytelling voor te stellen als duurzame strategie, draag ik bij aan een toekomstvisie waarin de stad wordt gezien als een gedeeld nest — een plek waar mensen, dieren en andere levensvormen samen mogen ademen, broeden en bestaan.