Hoe maken we de koppeling tussen restmateriaal en een duurzame, maar noodzakelijke ingreep?
Professionele Bachelor Toegepaste architectuur
Jana Rossel en Lauren D’Heuvaert (HOWEST)
Door restmateriaal opnieuw betekenis te geven, wordt duurzaamheid een tastbare realiteit binnen de campusomgeving.
Waar gaat jullie eindproef over?
In onze bachelorproef onderzoeken wij hoe circulaire principes concreet kunnen worden toegepast binnen renovatieprojecten op de Howest-campus. De bouwsector werkt vandaag nog grotendeels lineair, waardoor waardevolle materialen na renovatie of sloop vaak als afval eindigen. Vanuit die problematiek onderzoeken wij hoe restmaterialen op een duurzame en doordachte manier opnieuw kunnen worden ingezet binnen een reële campuscontext.
Onze aanpak bestaat uit drie fasen. Eerst voerden wij een noodzaakanalyse uit via enquêtes en interviews met studenten en medewerkers. Vervolgens brachten wij via een materiaalstroomanalyse de beschikbare restmaterialen op verschillende Howest-campussen in kaart en beoordeelden wij hun hergebruikpotentieel. In een derde fase koppelden wij deze materialen systematisch aan concrete noden, met aandacht voor upcycling en praktische haalbaarheid.
Dit resulteerde in drie tastbare eindproducten:
een digitale database waarin restmaterialen worden geregistreerd en gekoppeld aan toekomstige toepassingen,
StudyPOD’s – modulaire studieboxen opgebouwd uit hergebruikte campusmaterialen,
circulaire zitmeubels die aantonen dat hergebruik ook esthetisch en functioneel kan zijn.
Onze bachelorproef maakt circulair bouwen zichtbaar, bruikbaar en herhaalbaar binnen een onderwijscontext.
Hoe draagt jullie bachelorproef bij aan duurzaamheid?
Met onze bachelorproef dragen wij bij aan duurzaamheid door circulair bouwen te vertalen van theorie naar praktijk. Wij tonen aan dat duurzaamheid geen abstract ideaal hoeft te zijn, maar kan ontstaan uit lokale, haalbare en concrete ingrepen.
Ecologisch leidt onze aanpak tot minder afval, minder grondstoffengebruik en een lagere CO₂-uitstoot, doordat materialen een tweede leven krijgen binnen dezelfde context waarin ze vrijkomen.
Economisch verlaagt hergebruik de kosten voor aankoop en transport van nieuwe materialen en biedt het een realistisch alternatief voor het klassieke lineaire bouwmodel.
Sociaal stimuleert het project participatie, bewustwording en gedragsverandering: studenten en medewerkers worden actief betrokken bij inventarisatie, ontwerp en realisatie, waardoor duurzaamheid een gedeelde verantwoordelijkheid wordt.
Een belangrijke meerwaarde van onze bachelorproef is de methodiek. De digitale database en de omgekeerde ontwerpbenadering — vertrekken vanuit beschikbaar materiaal in plaats van een vooraf vastgelegd ontwerp — vormen een repliceerbaar model voor andere campussen, onderwijsinstellingen, lokale besturen en bouwactoren. Door ook technische, juridische en logistieke drempels expliciet te benoemen, biedt ons werk niet alleen inspiratie, maar ook realistische handvatten voor implementatie.
Onze bachelorproef toont dat duurzaamheid een werkwoord is: een continu proces van leren, aanpassen en samenwerken. Door restmateriaal opnieuw te waarderen, bouwen wij mee aan een circulaire, inclusieve en toekomstbestendige bouwpraktijk, waarin niets verloren gaat — noch materiaal, noch kennis, noch maatschappelijke waarde.