Verduurzaming in de scheepvaart: Een analyse van beleidsdruk en strategische keuzes van rederijen
Professionele Bachelor Supply Chain Management
Farah Boumaaza (Karel de Grote Hogeschool)
Duurzaamheid in de scheepvaart is geen zwart-witverhaal, maar een zoektocht naar evenwicht tussen ecologie, economie en haalbaarheid
Waar gaat je eindproef over?
In mijn bachelorproef onderzoek ik hoe Europese klimaatdoelstellingen, en in het bijzonder de EU Green Deal 2050, de verduurzaming van de scheepvaartsector beïnvloeden. De centrale vraag in mijn onderzoek is hoe deze beleidsdruk zich vertaalt naar concrete strategische keuzes, met een focus op de brandstofkeuzes van rederijen.
Aan de hand van een vergelijkende caseanalyse bestudeerde ik drie rederijen van verschillende schaalgroottes: Maersk, Hyundai Merchant Marine (HMM) en X-Press Feeders. Op basis van duurzaamheidsrapporten, beleidsdocumenten en bedrijfsverslagen analyseerde ik hoe deze bedrijven omgaan met regelgeving, investeren in nieuwe technologieën en samenwerken binnen de sector.
Uit mijn analyse blijkt dat schaalgrootte invloed heeft op het tempo en de mate van innovatie, maar niet op de keuze van alternatieve brandstof. Alle drie de rederijen kiezen methanol als meest haalbare optie op korte en middellange termijn. Grote spelers zoals Maersk beschikken over meer middelen om te experimenteren en vooruit te lopen op regelgeving, terwijl kleinere spelers sterker inzetten op samenwerking en stapsgewijze transitie.
Mijn bachelorproef toont aan dat verduurzaming in de scheepvaart geen uniforme aanpak kent, maar het resultaat is van beleid, marktdynamiek en strategische afwegingen.
Hoe draagt je bachelorproef bij aan duurzaamheid?
Met mijn bachelorproef draag ik bij aan duurzaamheid door een realistisch en geïntegreerd beeld te schetsen van de energietransitie in de scheepvaart. Ik benader duurzaamheid niet louter ecologisch, maar als een samenspel van ecologische, economische en operationele factoren.
Ecologisch ondersteunt mijn onderzoek de overgang naar alternatieve brandstoffen met een lagere klimaatimpact, en maakt het duidelijk waarom methanol vandaag als meest haalbare transitiebrandstof wordt beschouwd.
Economisch toon ik aan dat duurzame keuzes in de scheepvaart sterk worden beïnvloed door investeringscapaciteit, infrastructuur en marktrisico’s. Door deze factoren expliciet mee te nemen, vermijd ik een simplistisch duurzaamheidsverhaal.
Systeemgericht maakt mijn werk zichtbaar hoe beleid, regelgeving en bedrijfsstrategie elkaar wederzijds beïnvloeden, en hoe samenwerking binnen de sector cruciaal is om vooruitgang te boeken.
Een belangrijke meerwaarde van mijn bachelorproef is dat ik duurzaamheid concreet en bespreekbaar maak binnen een sector die vaak buiten het publieke debat blijft, maar een grote impact heeft op wereldwijde emissies. Door theoretisch beleid te koppelen aan reële bedrijfspraktijken, sla ik een brug tussen visie en uitvoering.
Mijn bachelorproef laat zien dat verduurzaming in de scheepvaart geen alles-of-nietsverhaal is, maar een geleidelijk en strategisch proces. Door inzicht te bieden in hoe keuzes vandaag écht worden gemaakt, draag ik bij aan een beter onderbouwde, haalbare en toekomstgerichte maritieme transitie.