Gedaan met laden. U bevindt zich op: Satellieten houden bruggen in het oog vanuit de ruimte Nieuwsberichten

Satellieten houden bruggen in het oog vanuit de ruimte

Nieuwsbericht
11 mei 2026

Bruggen bewegen. Dat klinkt misschien verontrustend, maar is volkomen normaal. Temperatuurverschillen, belasting door verkeer of kleine veranderingen in de ondergrond zorgen ervoor dat ze een beetje uitzetten of doorbuigen. Ingenieurs volgen dat al jaren nauwgezet op. Maar wat als dat ook vanuit de ruimte kan? De collega’s van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken lichten toe.

Binnen het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (DMOW) werd de voorbije jaren onderzocht of satellietbeelden kunnen helpen bij het detecteren van vervormingen van bruggen. Ingenieur Leen De Vos (Geotechniek) en stabiliteitsingenieur Jan Vandendriessche (Expertise Beton en Staal) vertellen hoe het project ontstond en wat de veelbelovende mogelijkheden zijn.

Minder terreinmetingen?

Die klassieke metingen werken goed, maar zijn arbeidsintensief. Soms mag er tijdelijk geen verkeer op een brug, moet er gemeten worden op moeilijk bereikbare plaatsen of moeten metingen om veiligheidsredenen ‘s nachts gebeuren. Bovendien krijg je maar om de paar jaar een meetpunt.

Soms duiken er praktische problemen op, zegt Jan: ‘Meetpunten verdwijnen bijvoorbeeld door werken aan de brug, of er sluipt een fout in de meting. Dan krijg je plots rare waarden die moeilijk te interpreteren zijn (lacht).’

Dat soort problemen zijn van de baan met satellietbeelden, gaat Leen verder. ‘Daarom hebben we onderzocht of satellietbeelden een alternatief of aanvulling kunnen zijn. Zo moet er niemand ter plaatse gaan.’

Meten vanuit de ruimte

DMOW onderzocht ook of je bruggen met satellieten kunt monitoren. De techniek heet InSAR, wat staat voor Interferometric Synthetic Aperture Radar. Satellieten sturen radarsignalen naar de aarde en vangen het weerkaatste signaal op. Leen: ‘Als je die signalen van verschillende momenten vergelijkt, kan je zelfs heel kleine verplaatsingen detecteren, tot op millimeterniveau!’

Die precisie is ongelooflijk’, gaat Jan verder. “Je krijgt een kaart met duizenden meetpunten. Elk punt geeft een tijdreeks van verplaatsingen, da’s heel nuttig. Sommige satellieten passeren om de vijf à zes dagen; zo krijg je dus een heel gedetailleerd beeld doorheen de tijd.

Gratis Europese data

Leen: ‘Tijdens ons project kwam er een belangrijke ontwikkeling bij. Europa lanceerde een systeem waarbij InSAR-analyses van het hele continent gratis beschikbaar zijn. Iedereen kan die nu bekijken.’ Maar die beelden hebben wel een vrij grove resolutie, nuanceert Jan. ‘Eén pixel kan bijvoorbeeld overeenkomen met een oppervlak van vijf op twintig meter groot. Dat is te weinig detail voor een brug.’

‘Daarom hebben we ook beelden met hogere resolutie getest, die we aankochten via commerciële satellieten. De veel grotere nauwkeurigheid biedt echt een meerwaarde. Maar er is natuurlijk een kost aan verbonden, dus het is nog afwachten of dit project een plaats krijgt in het budget van de Vlaamse overheid. Ik hoop met dit interview duidelijk te maken dat het veel meer opportuniteiten biedt dan je op het eerste gezicht zou denken.’

Een eerste stap

Het project heeft op dit moment vooral kennis opgeleverd, zegt Jan. ‘We weten nu hoe we de beelden kunnen interpreteren en hoe bruikbaar ze zijn voor bruggen.’

Maar dat betekent niet dat de klassieke metingen meteen verdwijnen. Satellietmetingen kunnen bijvoorbeeld eerst als aanvullende informatie dienen, en helpen om trends te ontdekken of om bepaalde fenomenen te verklaren. Jan: ‘Als de technologie verder verbetert, kan het belang van satellietmetingen wel toenemen. Op voorwaarde dat er geïnvesteerd wordt in die beelden met hogere resolutie.’

Veel meer dan bruggen opmeten

Leen: ‘Wat wij vooral willen tonen, is dat deze techniek veel breder inzetbaar is dan alleen voor bruggen. Je kan er bijvoorbeeld ook dijken, gebouwen of kaaimuren mee opvolgen.’

Eigenlijk kan elke infrastructuurbeheerder er voordeel uit halen, besluit Jan. Hoe meer mensen ermee werken, hoe meer toepassingen er ontdekt kunnen worden. Leen: ‘Nu collega’s weten dat ze aan de slag kunnen met deze techniek, kunnen we samen bekijken waar ze echt een meerwaarde biedt.’

Wat is het InSAR-project?

Het proefproject rond satellietmetingen liep van 2020 tot 2024 en werd opgezet door DMOW in samenwerking met het Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) van VLAIO. Daarbij kreeg DMOW hulp van An Schrijvers van VLAIO (foto).

Het doel was te onderzoeken of InSAR-satellietbeelden gebruikt kunnen worden om vervormingen van bruggen en andere infrastructuur op te volgen. Daarbij werd gekeken naar de nauwkeurigheid van de techniek, het verschil tussen gratis Europese satellietdata en commerciële beelden, en mogelijke toepassingen binnen infrastructuurbeheer.

Over PIO

DMOW kon voor dit project rekenen op de steun van het Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) bij VLAIO. PIO helpt de Vlaamse overheid en Vlaamse publieke sector om – via overheidsopdrachten – innovatieve oplossingen te laten ontwikkelen, testen en valideren door ondernemingen, kennis- en/of onderzoekscentra. Het gaat om innovatieve oplossingen voor publieke noden die nog niet volledig kant-en-klaar of op grote schaal beschikbaar zijn in de markt.

PIO gaat daarbij geen enkele uitdaging uit de weg en staat open voor alle thema’s en sectoren. Concreet biedt het PIO-team de publieke sectororganisatie begeleiding en advies bij de aanbesteding en cofinanciert het PIO ook de aankoop zelf tot 50%.

Waarvoor kunnen satellietmetingen nog nuttig zijn?

Satellietbeelden kunnen in de toekomst een waardevol hulpmiddel zijn voor het opvolgen van onze infrastructuur. Enkele mogelijke toepassingen:

  • monitoring van bruggen en viaducten;
  • opvolging van dijken en waterkeringen;
  • detectie van zettingen bij gebouwen of historische sites;
  • monitoring van kaaimuren en haventerreinen;
  • analyse van grondverplaatsingen of aardverschuivingen.

De techniek kan vooral nuttig zijn als eerste indicatie van mogelijke bewegingen, waarna gerichte metingen op het terrein kunnen volgen.

Meer weten? Lees het rapport van VLAIO.