Wat is alternerend leren?

Leerlingen uit het secundair onderwijs kunnen het leren in een schoolse omgeving en op een werkplek combineren in een alternerende opleiding. Alternerende opleidingen worden georganiseerd in het stelsel duaal leren en het stelsel van leren en werken.

Duaal leren

Duaal Leren is een geïntegreerd traject in het secundair onderwijs waarin algemene vorming, beroepsgerichte vorming en werkervaring één geheel vormen. Jongeren verwerven de vaardigheden die ze nodig hebben om een kwalificatie te behalen zowel op de werkvloer als in een schoolse omgeving. Het leertraject bestaat dus uit een les- en werkplekcomponent die op elkaar zijn afgestemd en samen een coherent geheel vormen.

Leren en werken

In het stelsel van leren en werken volgen leerlingen uit het secundair onderwijs een alternerende opleiding waarbij ze meerdere dagen per week op de werkplek ervaring opdoen. Het stelsel wordt georganiseerd in:

  • het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO)
  • de leertijd.
  • Les- en werkplekcomponent vastgelegd in standaardtraject
  • Lescomponent in school van voltijds secundair onderwijs of Centrum voor Deeltijds Onderwijs of op Syntra-campus
  • 4 dagen leren op de werkplek
  • 1 dag leren in een Syntra-campus

Een leerling opleiden op de werkplek

Om een werkplek aan te bieden aan een leerling uit een alternerende opleiding zet u de volgende stappen:

  • Stap 1

    In een alternerende opleiding verwerft de leerling een groot deel van de aan te leren competenties op de werkplek. Het is dan ook belangrijk dat in uw onderneming de activiteiten aan bod komen die noodzakelijk zijn om deze competenties te verwerven.

    Per opleiding werd een activiteitenlijst ontwikkeld. Daarin vindt u terug welke activiteiten belangrijk zijn om de opleiding in uw onderneming te kunnen aanbieden.

    Raadpleeg de activiteitenlijsten.

  • Stap 2

    De mentor staat in voor de opleiding en begeleiding van de lerende op de werkplek. Hij ziet toe op het goede verloop van het leerproces op de werkplek en is aanspreekpunt voor de leerling en de trajectbegeleider.

  • Stap 3

    Om als werkgever een jongere uit alternerende opleidingen op te leiden, moet u erkend zijn als leeronderneming. U moet een erkenning hebben voor elke alternerende opleiding waarvoor u een overeenkomst wilt sluiten en voor elke vestiging waar u leerlingen wilt opleiden.

  • Stap 4

    De leerlingen in alternerende opleidingen zijn minimaal 15 en maximaal 25 jaar oud en zitten in het secundair onderwijs. Ze volgen een opleiding in duaal leren, deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd.

    Om een leerling te vinden kan u contact opnemen met de opleidingsverstrekker of uw werkplekken in de kijker zetten op duaalleren.vlaanderen. Lees meer

  • Stap 5

    Nodig de leerling uit voor een intakegesprek. Bedenk op voorhand wat de verwachtingen zijn, maar wees realistisch: de tewerkstelling maakt deel uit van de opleiding van de jongere.

    In het intakegesprek kunt u de wederzijdse verwachtingen bespreken, een realistisch beeld van de job schetsen en peilen naar de motivatie van de jongere. Op die manier vergroot u de kans op een goede match tussen leerling en werkplek.

  • Stap 6

    Als u de jongere wenst op te leiden in uw onderneming, dan sluit u een overeenkomst af. Er zijn verschillende types overeenkomsten. Welke overeenkomst van toepassing is, hangt af van een aantal factoren, zoals de opleiding die de jongere volgt en het aantal uren dat de jongere op de werkplek doorbrengt.

    De trajectbegeleider van de school of het opleidingscentrum zal samen met u de overeenkomst opmaken en een opleidingsplan op maat van de jongere opstellen. In dit opleidingsplan wordt afgesproken welke competenties de jongere op school zal aanleren en welke competenties op de werkvloer zullen worden aangeleerd.

  • Stap 7

    Zorg voor een warm onthaal van de jongere op de werkplek en maak van het begin af aan duidelijke afspraken.

  • Stap 8

    De mentor staat in voor een goed verloop van het leerproces van de jongere en volgt de competentieverwerving van de lerende op. De mentor creëert een ontwikkelingsgericht en stimulerend leerklimaat door de jongere taken te geven in functie van zijn mogelijkheden en van het opleidingsplan.

    Als bepaalde werkzaamheden in de onderneming onvoldoende aan bod komen, wordt in overleg met de school naar alternatieven gezocht.

  • Stap 9

    Door het ondertekenen van een overeenkomst met een lerende neemt uw onderneming bepaalde engagementen op zich.

  • Stap 10

    De mentor toetst en evalueert geregeld of de leerdoelen worden behaald en hoe dat gebeurt.

Incentives voor werkgevers die opleiden op de werkvloer

  • Vermindering op werkgeversbijdragen die voor mentor betaald wordt
  • Werkgever schakelt 1 of meer werknemers in als mentor
  • Jongere wordt minstens 3 maanden in de onderneming opgeleid.
  • Werkgever kan bonus 3 keer per jongere krijgen
  • Minstens 20 uur per week opleiding op de werkvloer
  • RSZ-vermindering voor volledige duur leerovereenkomst

Ook interessant

ODIN is een website – ook wel een kennisplatform genoemd – gecoördineerd door het Departement Werk en Sociale Economie. De naam ODIN verwijst…