Gedaan met laden. U bevindt zich op: Gemeentelijke vergoedingen bij verblijfs- en nationaliteitsprocedures Financiering

Gemeentelijke vergoedingen bij verblijfs- en nationaliteitsprocedures

Nieuwsbericht
 •
23 maart 2026

Gemeenten voeren in het kader van verblijfs- en nationaliteitsprocedures heel wat taken uit. Voor slechts een beperkt deel daarvan mogen zij een vergoeding vragen aan de aanvrager via een gemeentelijk belasting- of retributiereglement. Een reglement dat onwettig is, kan vernietigd worden en de toepassing van een onwettig reglement kan leiden tot betwisting en zelfs tot verplichte terugbetaling.

Bij verblijfsprocedures treden gemeenten in de meeste gevallen op als tussenpersoon en hebben zij een aantal wettelijk bepaalde taken. Die gemeentelijke taken verschillen bij iedere verblijfsprocedure. Een uitgebreid en gedetailleerd overzicht van alle verblijfsprocedures en de rol en taken die gemeenten daarbinnen hebben, vind je terug op www.vreemdelingenrecht.be.

  • Stap 1.1

    Voor de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging van elektronische verblijfsvergunningen en -documenten aan niet-Belgen kan op basis van artikel 2 van de wet van 14 maart 1968 een gemeentelijke vergoeding gevraagd worden die:

    • de administratieve kosten dekt van de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging van de verblijfskaart én het volledige proces en onderzoek dat daaraan is voorafgegaan.
    • gelijk is aan de vergoeding die gevraagd wordt van Belgen bij de afgifte van een elektronische identiteitskaart. Ook voor de afgifte van identiteitsbewijzen aan kinderen onder de 12 jaar mag voor de gemeentelijke vergoeding geen onderscheid gemaakt worden tussen Belgen en niet-Belgen.

    Het gaat om de volgende elektronische verblijfskaarten, opgenomen als bijlagen bij het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981:

    • A (bijlage 6) – eerste afgifte
    • B (bijlage 6)
    • EU (bijlage 8 en 8ter)
    • EU+ (bijlage 8bis en 8quater)
    • F (bijlage 9)
    • F+ (bijlage 9bis)
    • H (bijlage 6bis)
    • I (bijlage 60)
    • J (bijlage 61)
    • K (bijlage 7)
    • L (bijlage 7bis)
    • M (bijlage 53)
    • M+ (bijlage 54)

    Bekijk de tabel met bijlagen bij het Verblijfsbesluit waarvoor een vergoeding (niet) mogelijk is.

    Het gemeentelijk belasting- of retributiereglement kan bepalen dat de gemeente boven op die gemeentelijke vergoeding ook de federale aanmaakkost voor de elektronische identiteitskaart voor Belgen (EId) en de elektronische verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten voor niet-Belgen doorrekent aan de aanvrager. Het gaat om de aanmaakkost die de federale overheid aanrekent aan de gemeente. De FOD Binnenlandse Zaken deelt gemeenten jaarlijks de geïndexeerde tarieven mee voor de aanmaak van elektronische identiteitskaarten, verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten.

  • Stap 1.2

    Voor verblijfskaarten A voorziet de wetgeving in een uitzonderingsregeling. Bij de eerste afgifte van een verblijfskaart A vragen gemeenten overeenkomstig stap 1.1 een vergoeding gelijk aan de vergoeding die gevraagd wordt van Belgen voor de afgifte van een identiteitskaart. Voor de vernieuwing, verlenging of vervanging van de verblijfskaart A kunnen gemeenten autonoom beslissen om maximaal eenmaal per jaar een vergoeding van maximaal vijftig euro te vragen.

  • Stap 1.3

    Binnen bepaalde verblijfsprocedures reiken gemeenten een attest van immatriculatie (bijlage 4 bij het Verblijfsbesluit) uit. Dit is een voorlopig verblijfsdocument dat aanvragers binnen die procedures ontvangen in afwachting van een definitieve uitspraak over hun verblijfsaanvraag.

    Voor de afgifte van een attest van immatriculatie kunnen gemeenten een kostendekkende vergoeding vragen. Die vergoeding is beperkt tot de kosten van het aanmaken en afleveren van het document. Alle andere gemeentelijke taken binnen de procedure hebben immers betrekking op de elektronische verblijfskaart die is aangevraagd. De kosten daarvan worden gedekt door de vergoeding die gemeenten bij de afgifte van de elektronische verblijfskaart kunnen vragen (zie stap 1.1).

  • Stap 1.4

    Voor de afgifte van andere bijlagen opgenomen bij het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981, naast de bijlagen hierboven opgesomd in stap 1.1 en 1.3, kan geen gemeentelijke vergoeding gevraagd worden. Hiervoor bestaat geen wettelijke basis. Zo kan geen gemeentelijke vergoeding gevraagd worden voor de afgifte van onder meer bepaalde:

    • aanvraagformulieren
    • ontvangstbewijzen
    • onontvankelijkheids-, weigerings- of intrekkingsbeslissingen
    • bevelen om het Belgische grondgebied te verlaten

    Bekijk de tabel met bijlagen bij het Verblijfsbesluit waarvoor een vergoeding (niet) mogelijk is.

  • Stap 1.5

    Voor het verrichten van andere gemeentelijke taken in het kader van verblijfsprocedures kan geen afzonderlijke gemeentelijke vergoeding gevraagd worden. Hiervoor bestaat geen wettelijke basis. De vergoeding die bij de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging van een verblijfsvergunning of -document gevraagd kan worden, dekt bovendien de administratieve kosten van het volledige proces en onderzoek dat daaraan is voorafgegaan.

Bij een procedure nationaliteitsverklaring treden gemeenten op als tussenpersoon en hebben zij een aantal wettelijk bepaalde taken. Ook bij een procedure naturalisatie treden gemeenten op als tussenpersoon en hebben zij een aantal wettelijk bepaalde taken, als het verzoek om naturalisatie wordt gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de belanghebbende zijn hoofdverblijfplaats heeft. Een gedetailleerd overzicht van de rol en taken die gemeenten binnen die procedures hebben, is terug te vinden op www.vreemdelingenrecht.be.

Na betaling van het federale registratierecht, legt de niet-Belg de nationaliteitsverklaring af of richt het naturalisatieverzoek aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn woonplaats, met overlegging van de juiste documenten. Het federale registratierecht (belasting) is opgevat als een recht voor het instellen van de procedure. Het recht is niet bedoeld als vergoeding voor de werklast. De betaling van het registratierecht is een ontvankelijkheidsvoorwaarde voor de indiening van een dossier bij de gemeente.

Een kostendekkende gemeentelijke vergoeding voor de werklast die daarop volgt bij de gemeente, is niet onverenigbaar met het federale recht. Een forfaitair bedrag dat de kosten van de gemeente redelijkerwijze dekt, is aanvaardbaar. De aangerekende kosten kunnen uitsluitend betrekking hebben op:

  • handelingen die de kerntaken van de gemeente overstijgen. Kerntaken van de gemeente, zoals wijzigingen van de registers van burgerlijke stand en de opstelling van akten van burgerlijke stand, vallen binnen de reguliere openbare dienstverlening en worden bekostigd vanuit de algemene middelen.
  • handelingen die niet reeds gedekt worden door een federale of andere gemeentelijke vergoeding.
  • Stap 2.1

    Procedure nationaliteitsverklaring

    Voor volgende gemeentelijke taken in het kader van de procedure nationaliteitsverklaring kunnen gemeenten een kostendekkende vergoeding vragen:

    • afname nationaliteitsverklaring
    • onderzoek volledigheid aanvraagdossier, eventueel met toekenning van een hersteltermijn
    • verzending volledig aanvraagdossier naar het parket, de dienst Vreemdelingenzaken en Staatsveiligheid
    • aangetekende afwijzing onvolledig aanvraagdossier
  • Stap 2.2

    Procedure naturalisatie

    Voor volgende gemeentelijke taken in het kader van de procedure naturalisatie kunnen gemeenten een kostendekkende vergoeding vragen:

    • ontvangst naturalisatieverzoek
    • onderzoek volledigheid aanvraagdossier, eventueel met opschorting dossier tot volledigheid
    • verzending volledig aanvraagdossier naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers

Overzicht bijlagen waarvoor vergoeding (niet) mogelijk is

Onderstaande tabel biedt een overzicht van de verschillende bijlagen bij het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981. De tabel geeft voor iedere bijlage weer of het mogelijk is om een gemeentelijke vergoeding te vragen bij de afgifte ervan.

Regelgeving