Overzicht van de onderzoeken naar PFAS in Ronse
Soorten onderzoek naar PFAS in de omgeving
- Stap 1
PFAS in de bodem, het grondwater en de waterbodem
Bij de uitvoering van een bodemonderzoek zijn er 2 stappen:
- Eerst wordt een verkennend of oriënterend bodemonderzoek (OBO) uitgevoerd met als doel een eerste inschatting van de verontreiniging te maken. Het Departement Zorg kan op basis van de resultaten van die onderzoeken no regret-maatregelen adviseren om de blootstelling aan PFAS in de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen.
- Als die inschatting verontrustend is, wordt een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) uitgevoerd dat de verontreiniging volledig in kaart brengt. Op basis van het BBO worden de no regret-maatregelen ofwel opgeheven, ofwel vervangen door specifieke gebruiksadviezen per perceel
In en rond de Molenbeek, de Lievensbeek, de Loozebeek en de Vloedbeek zijn in het oppervlaktewater en op de oevers, maar ook in de bodem en in het grondwater rond deze waterlopen verhoogde concentraties aan PFAS en gebromeerde vlamvertragers vastgesteld. OVAM heeft in 2019, 2021 en 2022 3 bodemonderzoeken uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verspreiding en de omvang van die verontreiniging.
Op basis van die resultaten werden zones afgebakend waarvoor no regret-maatregelen van toepassing zijn, tot 20 meter rond de waterlopen voor de bodem en tot 500 meter rond dezelfde waterlopen voor het grondwater. Ook voor het Bruulpark, CC De Ververij en de woonzone aan de Delfossestraat-Beekstraat gelden no regret-maatregelen voor zowel bodem als grondwater.
De verontreiniging wordt nog verder in kaart gebracht.
- Stap 2
PFAS in lucht
Sinds 2024 meet de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) op verschillende plaatsen PFAS in de lucht en in neervallend stof (depositie). In juli 2024 werden eenmalig verhoogde waarden vastgesteld op 2 locaties, waarop bijkomend onderzoek volgde. Dat leidde niet direct tot nieuwe maatregelen, maar de metingen rond depositie lopen door en verdere resultaten worden verwacht in 2026.
Overzicht van alle onderzoeken
Waarom lopen er zoveel verschillende onderzoeken?
Niet elk onderzoek vertrekt vanuit dezelfde aanleiding. Dat verklaart waarom er zoveel verschillende onderzoeken lopen, waarom ze soms overlappen, en waarom steeds andere instanties aan zet zijn.
Er zijn ongeveer 5 redenen waarom een onderzoek kan starten:
- De overheid neemt zelf het initiatief. Als er een vermoeden is van verontreiniging (bv. door historisch industrieel gebruik of door wat al in de bodem of het grondwater gemeten werd) kan OVAM een onderzoek opstarten zonder dat iemand dat vraagt. Zo ging het in Ronse: de aanwezigheid van textielbedrijven langs de Molenbeek was voor OVAM de aanleiding om in 2018 zelf te beginnen meten.
- Een bedrijf is wettelijk verplicht om zelf te onderzoeken. Wie een vergunning aanvraagt, een bedrijfsactiviteit stopzet of een perceel overdraagt, moet in veel gevallen een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. Ook periodiek (bv. om de 10 of 20 jaar) moet bedrijven een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren.
- Toezichthouders stellen iets vast of vermoeden een overtreding. Inspecteurs van de Vlaamse overheid voeren controles uit bij bedrijven. Als ze aanwijzingen vinden dat een bedrijf PFAS loost of uitstoot, kan dat leiden tot emissiemetingen en verder bodemonderzoek.
- De waterloopbeheerder onderzoekt de waterbodem. De Molenbeek valt onder het beheer van de provincie Oost-Vlaanderen waardoor de provincie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de waterbodem. De provincie moet na de beslissing van de Vlaamse Regering een waterbodemonderzoek uitvoeren.
- Gezondheidsexperts willen de blootstelling van mensen inschatten. Het Departement Zorg kan onderzoek instellen als het wil weten of mensen via hun omgeving (stof, eieren, grond) aan PFAS worden blootgesteld.