Regel 1 - Initiaalwoorden

Schrijf een koppelteken in samenstellingen met een initiaalwoord.

Een initiaalwoord is een verkorte vorm die uit de beginletters van woorden is samengesteld en letter voor letter wordt uitgesproken (bijvoorbeeld pc /peesee/ voor personal computer).

Voorbeelden

bedrijfs-pc, borstvoedings-bh, kleuren-tv, NMBS-medewerker, pc-netwerk, tv-programma, VRT-tv-programma

Regel 2

Schrijf in afleidingen, verbogen en vervoegde vormen een apostrof achter een initiaalwoord.

Een afleiding is een woord dat bestaat uit een grondwoord en een of meer voor- of achtervoegsels (onschuldig). Voor- en achtervoegsels zijn delen die niet als afzonderlijk woord bestaan (on- en -ig).

Voorbeelden
  • in afleidingen: pc’loos, sms’je, VTM’er
  • in verbogen vormen: gsm’s, sms’en
  • in vervoegde vormen: wij sms’en, ik sms’te

Regel 2.1

Schrijf een koppelteken na een voorvoegsel.

Voorbeelden

anti-USA-betoging, ge-sms’t

Regel 2.2

UITZONDERING: Schrijf een koppelteken vóór de achtervoegsels -achtig, -dom en -schap.

Voorbeelden

VRT-achtig, BV-schap

Regel 3 - Letterwoorden en verkortingen

Schrijf samenstellingen met een letterwoord of verkorting aaneen.

Een letterwoord is een verkorte vorm die uit de beginletters van woorden is samengesteld en als een gewoon woord wordt uitgesproken (bijvoorbeeld bom /bom/ voor bewust ongehuwde moeder). Een verkorting is een verkorte vorm die uit een of meer (delen van) lettergrepen is samengesteld en als een gewoon woord wordt uitgesproken (bijvoorbeeld info voor informatie).

Voorbeelden
  • met een letterwoord: aidspatiënt, latrelatie, petfles, pincode, topvip, vipruimte
  • met een verkorting: aircospecialist, bamadiploma, hifiapparatuur, horecabedrijf, infoavond, profvoetballer

Regel 3.1

UITZONDERING: Schrijf een koppelteken bij klinkerbotsing.

Er is klinkerbotsing in de combinaties:

  • a+a, a+e, a+i, a+u

  • e+e, e+i, e+u

  • i+i, i+e, i+j

  • o+o, o+e, o+i, o+u

  • u+u, u+i

Schrijf eventueel ook in gevallen waarin er geen klinkerbotsing is, een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

Voorbeelden

met verplicht koppelteken

  • bij letterwoorden: ecu-uitvinder, yolo-effect
  • bij verkortingen: hifi-installatie, info-uitwisseling

met facultatief koppelteken

  • bij letterwoorden: pet-fles, vip-ruimte
  • bij verkortingen: bama-diploma, hifi-apparatuur

Regel 3.2

UITZONDERING: Schrijf een koppelteken als het letterwoord of de verkorting met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

Voorbeelden
  • bij letterwoorden: BIN-norm, Kulak-student, ontwerp-RUP
  • bij verkortingen: Benelux-land, Cobra-beweging

Regel 4

Schrijf afleidingen, verbogen en vervoegde vormen van letterwoorden en verkortingen aaneen.

Pas waar nodig de regels voor de spelling van de zelfstandige naamwoorden en de regels voor klinkerbotsing toe.

Voorbeelden

letterwoorden

  • in afleidingen: vipje, viploos
  • in verbogen vormen: pins, vips
  • in vervoegde vormen: wij pinnen, ik pinde, ik heb gepind

verkortingen

  • in afleidingen: bibje, infootje, labje, profje
  • in verbogen vormen: airco’s, bibs, hifi’s, info’s, labs, profs
  • in vervoegde vormen: wij internetten, jij internette, jij hebt geïnternet

Regel 4.1

UITZONDERING: Schrijf een apostrof als het letterwoord of de verkorting met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

Voorbeelden
  • bij letterwoorden: FAQ’s, Kulak’er
  • bij verkortingen: ons Benelux’je, Europol’er