Heffing

  • Schenkbelasting

Vlaamse Codex Fiscaliteit

  • 2.8.6.0.3.
  • 2.8.6.0.6.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de aanzienlijke daling van de inkomsten van een familiale vennootschap binnen de drie (3) jaar volgend op de schenking van de aandelen niet tot gevolg heeft dat de vrijstelling van schenkbelasting wordt verloren ingevolge:

1.1. schending van artikel 2.8.6.0.6., §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit; noch ingevolge,

1.2. toepassing van artikel 3.17.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit omwille het frustreren van de doelstelling artikel 2.8.6.0.6., §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit zonder niet-fiscale motieven.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door de heer de heer […] en mevrouw […], te […], namens:

de heer X, van Belgische nationaliteit, geboren te […] op xx.xx.1956, met rijksregisternummer […], wonende te […].

3. De betrokken partijen zijn de kinderen van de heer X, met name:

3.1. de heer A, geboren te […] op xx.xx.1989, met rijksregister […], wonende te […]; en

3.2. mevrouw B, geboren te […] op xx.xx.1992, met rijksregister […], wonende te […].

3. De betrokken vennootschappen is:

de besloten vennootschap C, met zetel gelegen te […] en met ondernemingsnummer […] (Hierna: vennootschap C).

De heer X is actief als radioloog en oefent zijn economische activiteit uit via de vennootschap C. Hij houdt alle (100%) aandelen, met stemrecht, van de vennootschap C aan.

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. De heer X is voltijds actief als radioloog, via zijn vennootschap C. Vennootschap C levert diensten aan het […] te […].

5. Op heden wenst de heer X zijn aandelen vennootschap C (in blote eigendom) te schenken aan zijn kinderen voornoemd. De kinderen zijn respectievelijk neuroloog en radiologe in opleiding. Deze schenking zou kunnen gebeuren onder het Vlaams fiscaal gunstregime inzake de overdracht van familiale vennootschappen overeenkomstig de artikelen 2.8.6.0.3., §1, 2° en volgenden van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

6. Op xx.xx.2022 zal de heer X evenwel 65 jaar worden en bijgevolg de pensioenleeftijd bereiken. Zodra de heer X de pensioenleeftijd bereikt zal de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen vennootschap C en het […] worden gemoduleerd in die zin dat de heer X enkel als vervangend arts diensten zal kunnen verlenen. De omzet van vennootschap C zal ingevolge voormelde dalen tot +/- 50% van de huidige omzet. Het werken als vervangend arts na de pensioenleeftijd is in Vlaanderen zeer gebruikelijk.

III. Motivering van de aanvraag

7. Het Vlaams fiscaal gunstregime voor de schenking van aandelen van familiale vennootschappen

Overeenkomstig artikel 2.8.6.0.3., §1, 2° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, kunnen aandelen van familiale vennootschappen worden geschonken met vrijstelling van schenkbelasting, indien aan volgende voorwaarden is voldaan:

• Er moet voldaan zijn aan de participatievoorwaarde zoals bepaald in artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

• De vennootschap moet de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp hebben en uitoefenen, zoals bepaald in artikel 2.8.6.0.3, §2, 2°, eerste lid van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

• De vennootschap moet een reële economische activiteit hebben, overeenkomstig artikel 2.8.6.0.3, §2, 2° derde lid van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Een vennootschap wordt (weerlegbaar) geacht geen reële economische activiteit te hebben als uit de balansposten van de goedgekeurde (geconsolideerde) jaarrekening van minstens een van de drie boekjaren die voorafgaan aan de datum van de authentieke akte van schenking, cumulatief blijkt dat:

- de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage uitmaken dat gelijk is aan of lager is dan 1,50 % van de totale activa; én

- de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief.

Teneinde de vrijstelling van schenkbelasting te kunnen behouden gelden er overeenkomstig artikel 2.8.6.0.6., §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit enkele continuïteitsvoorwaarden gedurende drie jaar volgend op de schenking. Het gaat om volgende voorwaarden:

• De vennootschap blijft de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp hebben en uitoefenen;

• Een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet;

• Voor elk van de drie jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking;

• Naargelang het geval:

- wanneer de familiale vennootschap een vennootschap met kapitaal begrip betreft: het kapitaal daalt niet door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;

- wanneer de familiale vennootschap zonder kapitaal begrip betreft: het eigen vermogen daalt niet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen, zoals dat blijkt uit de jaarrekening;

• De zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.

8. De vennootschap blijft een familiale vennootschap en zet ononderbroken een activiteit verder

Om voormelde vrijstelling van schenkbelasting te kunnen behouden, dient de familiale vennootschap aldus gedurende drie (3) jaar volgend op de schenking (onder meer) een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp te hebben en uit te oefenen en een activiteit ononderbroken verderzetten.

De Omzendbrief VLABEL 2015/2(opent in nieuw venster) verwijst hieromtrent naar de voorwaarde inzake de reële economische activiteit en stelt dat voormelde tot gevolg heeft dat de parameters vermeld in artikel 2.8.6.0.3, §2, 2°, 3de lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit zowel gedurende de drie boekjaren voorafgaand aan de schenking als gedurende de drie boekjaren volgend op de schenking of het overlijden niet cumulatief vervuld mogen zijn. Ook in de periode van drie jaar volgend op de schenking kan evenwel het tegenbewijs worden geleverd door aan te tonen dat een reële economische activiteit wordt uitgeoefend.

Noch het decreet, noch de Omzendbrief voorzien in een vereiste inzake de omvang van voormelde economische activiteit.

9. vennootschap C

9.1. Kwalificatie op het moment van de schenking

Vennootschap C zal op het ogenblik van de schenking kwalificeren voor het Vlaams fiscaal gunstregime inzake de schenking van de aandelen van familiale vennootschappen overeenkomstig artikel 2.8.6.0.3., §1, 2° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Met betrekking tot vennootschap C geldt het volgende:

i. Participatievoorwaarde

De aandelen van de familiale vennootschap die op het ogenblik van de schenking in volle eigendom toebehoren aan de schenker (en zijn familie), dienen ten minste 50% van de stemrechten in de vennootschap te vertegenwoordigen.1

Alle aandelen met stemrechten worden aangehouden door de heer X, zodat aan de participatievoorwaarde is voldaan.

ii. Voorwaarde inzake handelsactiviteit

Vennootschap C heeft tot voorwerp het uitoefenen van de algemene geneeskunde. Vennootschap C heeft dan ook de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp en oefent dit voorwerp uit.

iii. Voorwaarde inzake reële economische activiteit

De laatste voorwaarde stelt dat de familiale vennootschap voormelde economische activiteit ook effectief moet uitoefenen en aldus een reële economische activiteit moet hebben.

Uit de jaarrekening van vennootschap C met betrekking tot de boekjaren 2020, 2019 en 2018 blijkt dat voormelde parameters cumulatief vervuld zijn.

Boekjaar 2020

Boekjaar 2019

Boekjaar 2018

Post 22

Terreinen en gebouwen

2.496.719

2.581.236

2.584.412

Post 62

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

0

0

0

Post 20/58 totaal activa

3.028.053

3.093.741

3.049.034

Parameter 1

Voldaan

Voldaan

Voldaan

Parameter 2

Voldaan

Voldaan

Voldaan

Het tegenbewijs zal evenwel kunnen worden geleverd aangezien er een samenwerkingsovereenkomst bestaat tussen vennootschap C en het […] te […]. Bovendien worden de prestaties zoals omschreven in de samenwerkingsovereenkomst ook werkelijk geleverd en gefactureerd.

9.2. Kwalificatie volgend op de schenking

Op xx.xx.2022 zal de heer X 65 jaar worden en bijgevolg de pensioenleeftijd bereiken. Zodra de heer X de pensioenleeftijd bereikt zal de samenwerkingsovereenkomst tussen vennootschap C en het […] worden gemoduleerd in die zin dat de heer X enkel als vervangend arts diensten zal kunnen verlenen.

De omzet van vennootschap C zal ingevolge voormelde dalen tot +/- 50% van de huidige omzet.

Er zal evenwel nog steeds een samenwerkingsovereenkomst bestaan tussen vennootschap C en het […] te […]. De prestaties zoals omschreven in de gemoduleerde samenwerkingsovereenkomst zullen ook werkelijk geleverd en gefactureerd worden. Enkel de omvang van de te leveren prestaties en bijgevolg ook de omvang van de te factureren bedragen door vennootschap C aan […] zullen aanzienlijk afnemen.

Aangezien noch het decreet, noch de Omzendbrief voorziet in een vereiste inzake de omvang van de economische activiteit, de omzet of een behoud van een bepaalde omzet, kan voormelde geen afbreuk doen aan het behoud van de vrijstelling van schenkbelasting en bijgevolg geen schending inhouden van artikel 2.8.6.0.6., §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

De continuïteitsvoorwaarden zoals opgenomen in artikel 2.8.6.0.6., §2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit blijven voldaan. Met name:

i. Voorwaarde inzake handelsactiviteit

Vennootschap C blijft tot voorwerp het uitoefenen van de algemene geneeskunde behouden, zodat vennootschap C de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp blijft hebben en zal dit voorwerp eveneens zal blijven uitoefenen.

Desondanks het feit dat de parameters cumulatief voldaan zullen zijn, zal het tegenbewijs kunnen worden geleverd aangezien er nog steeds een samenwerkingsovereenkomst zal bestaat tussen vennootschap C en het […] te […]. De prestaties zoals omschreven in de samenwerkingsovereenkomst zullen gedurende de drie jaar volgend op de schenking ook werkelijk geleverd en gefactureerd worden. Het feit dat de omvang van de prestaties en de te factureren bedragen lager zullen liggen, doet geen afbreuk aan het feit dat er wel degelijk economische diensten worden geleverd en gefactureerd.

ii. Ononderbroken voortzetting van de activiteit

Voormelde activiteit zal ononderbroken worden voortgezet.

iii. Overige voorwaarden

Verder zullen ook aan de overige voorwaarden blijven voldaan.

• Het eigen vermogen zal in principe niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen.

• De zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap zal niet worden overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte.

• Er zal voor ieder jaar een jaarrekening worden neergelegd en gepubliceerd.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

10. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

11. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

- Art. 2.8.6.0.6, §2, VCF, dat luidt:

“§2. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, eerste lid, 2°, wordt alleen behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

1° de familiale vennootschap blijft gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2° ;

2° een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking en voor elk van de drie jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting.

Ondernemingen of vennootschappen waarvan de zetel buiten het Vlaamse Gewest maar binnen België ligt, moeten een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking;

3° naargelang het geval:

a) wanneer de familiale vennootschap een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap is, dan wel een vennootschap met een andere rechtsvorm waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat haar beheerst, voorziet in een vergelijkbaar begrip: het kapitaal daalt niet door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;

b) wanneer de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: het eigen vermogen daalt niet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen, zoals dat blijkt uit de jaarrekening;

4° de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.”;

- Art. 3.17.0.0.2, VCF, dat luidt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”.

12. Aangezien de aanvrager beweert dat de voorwaarden van artikel 2.8.6.0.3 VCF wat betreft de verkrijging van de vrijstelling vervuld zijn en de verkrijging van de vrijstelling geen deel uitmaakt van de vraagstelling wordt hierop niet verder ingegaan..

13. Om de vrijstelling te kunnen behouden moet de betrokken vennootschap een familiale vennootschap blijven. Een familiale vennootschap is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft en deze ook effectief uitoefent.

Een vennootschap heeft een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of oefent een vrij beroep uit, wanneer in eerste instantie uit de statuten van de vennootschap een dergelijk doel blijkt. Bovendien moet de economische activiteit ook effectief worden uitgeoefend zodat een louter passief optreden niet volstaat. Zo zal het louter beheer van roerende of onroerende goederen of het verkrijgen en aanhouden van aandelen of deelbewijzen niet aanvaard worden als een voormelde activiteit.

Het is niet voldoende dat enkel het maatschappelijk doel in de statuten een dergelijke activiteit bevat. De vennootschap moet de activiteit ook werkelijk uitoefenen, hetgeen zal dienen aangetoond te worden. Dit kan met alle middelen van recht, met uitzondering van de eed. Veelal zal uit de jaarrekening kunnen afgeleid worden of de vennootschap een dergelijke activiteit uitoefent. Indien dit niet zo is, zullen bijkomende stukken dienen bijgebracht te worden.

De vennootschappen dewelke een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit hebben of een vrij beroep uitoefenen, kunnen volgens de VCF beschouwd worden als familiale vennootschappen. Familiale vennootschappen die echter geen reële economische activiteit hebben, zijnde de vennootschappen die cumulatief voldoen aan de twee in de VCF vermelde parameters, worden alsnog van het toepassingsgebied uitgesloten, ondanks het feit dat zij in eerste instantie wel een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of een vrij beroep uitoefenden en er tevens voldaan was aan de participatievoorwaarde.

De parameters zullen gecontroleerd worden aan de hand van de jaarrekening van de vennootschap indien het een vennootschap betreft die gelegen is binnen de EER en zelf een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit heeft of een vrij beroep uitoefent.

In de eerste parameter (de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage uitmaken dat gelijk is aan of lager is dan 1,50 % van de totale activa) worden de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen vergeleken met het totaal actief van de vennootschap. De post bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen is de post 62 van de resultatenrekening van de jaarrekening. De post bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen omvat enkel de kosten verbonden aan het personeel dat is ingeschreven in het personeelsregister. Er wordt derhalve geen rekening gehouden met uitkeringen en vergoedingen van bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten toegekend buiten enige arbeidsovereenkomst of personeelskosten die onder de post 61 werden geboekt.

In de tweede parameter (de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief) worden de terreinen en gebouwen vergeleken met het totaal actief van de vennootschap. Onder "terreinen en gebouwen" wordt de waarde bedoeld die opgenomen is onder post 22 van de jaarrekening. Het betreft derhalve de terreinen en gebouwen geboekt als materiële vaste activa. Er wordt derhalve rekening gehouden met de boekwaarde van deze terreinen en gebouwen, hetgeen logisch is gelet op het feit dat bij de totale activa ook rekening gehouden wordt met de boekwaarde.

Ook voor het totaal actief wordt gekeken naar de jaarrekening, meer bepaald naar de waarde, opgenomen onder balanspost 20/58.

Concreet zullen de parameters voor het behoud van de gunstmaatregel gecontroleerd worden aan de hand van de (geconsolideerde) jaarrekening van het boekjaar waarin de schenking gebeurde en de twee navolgende boekjaren.

Indien blijkt dat aan bovenstaande parameters werd voldaan, weerhoudt niets de begiftigde ervan om het tegenbewijs te leveren.

In concreto meent de aanvrager dit tegenbewijs te kunnen leveren voor het verkrijgen van de vrijstelling.

De aanzienlijke daling van de inkomsten van de BV op zich kan niet tot gevolg hebben dat ze na de schenking haar reële economische activiteit verliest.

Aangezien uw vraag m.b.t. het behoud van de vrijstelling de bewijsproblematiek betreft kan er door het besluitvormingsorgaan geen uitspraak worden over gedaan.

Omwille van dezelfde reden kan het besluitvormingsorgaan zich evenmin uitspreken over de toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen