Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 25108 - Partiële splitsing bedrijfstak Vlaamse Belastingdienst

VB 25108 - Partiële splitsing bedrijfstak

Voorafgaande beslissing
Nummer

25108

Datum beslissing

17 november 2025

Publicatiedatum

9 januari 2026

Heffing

  • Verkooprecht

Wettelijke basis

  • art. 2.9.1.0.3. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat, gelet op de economische zelfstandigheid van de activiteit van de verhuur en het beheer van het vastgoed en de over te dragen bestanddelen en gelet op de argumentatie en motivering zoals hierna uiteengezet, de partiële splitsing van NV X van diverse onroerende goederen in vruchtgebruik door BV Y (blote eigenaar van deze onroerende goederen) kwalificeert als een inbreng van een bedrijfstak in BV Y in de zin van artikel 2.9.1.0.3, derde lid VCF, en er bijgevolg geen verkooprecht doch enkel het algemeen vast recht zal verschuldigd zijn ter gelegenheid van deze partiële splitsingsverrichting.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door:

  • De naamloze vennootschap X, met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister […], afdeling […] onder het nummer […] (hierna “NV X” genoemd);
  • De besloten vennootschap Y, met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister […], afdeling […] onder het nummer […] (hierna “BV Y” genoemd).

2.1. NV X

NV X werd opgericht onder de vorm van een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid bij akte verleden voor Notaris […] te […] op xx.xx.1975, bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van xx.xx. daarna, onder nummer […].

Het vermogen van NV X wordt vertegenwoordigd door 5.096 aandelen, die allen in handen zijn van de enige aandeelhouder, de besloten vennootschap A, met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister […], afdeling […] onder het nummer […] (hierna “BV A” genoemd) (bijlage 1).

De huidige (enige) bestuurder van NV X is BV A, vast vertegenwoordigd door de heer Z.

NV X heeft overeenkomstig artikel 3 van haar statuten als voorwerp:

“De vennootschap heeft tot voorwerp: de handel en fabricatie van alle producten voor […] in de meest ruime zin.

Zij mag voor eigen rekening of voor rekening van derden alle en onder meer industriële, commerciële, financiële, roerende en onroerende verrichtingen doen die rechtstreeks of onrechtstreeks met het voorwerp verband houden of die van aard zijn de ontplooiing van de maatschappelijke bedrijvigheid te bevorderen.

De vennootschap zal zich tevens mogen interesseren door middel van inbreng, versmelting, deelname of anderszins, in alle bestaande of op te richten vennootschappen en ondernemingen die een gelijkaardig of verwant voorwerp nastreven of die van belang zijn voor dat der vennootschap.”

NV X, gestart als groothandel voor […], is uitgegroeid tot een internationale partner voor […]. NV X is de one-stop-shop voor […]. Daarnaast is NV X ook actief op vlak van productontwikkeling en ondersteuning van cliënteel in de […]

2.2. BV Y

BV Y werd opgericht onder de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bij akte verleden voor Notaris […] te […] op xx.xx.2012, bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van xx.xx. daarna, onder nummer […].

Het vermogen van BV Y wordt vertegenwoordigd door 24.379 aandelen die op heden als volgt worden aangehouden (bijlage 2):

  • BV A is aandeelhouder van 24.378 van de in totaliteit 24.379 aandelen (99,99%);
  • De besloten vennootschap […], met zetel te […], ingeschreven in het rechtspersonenregister […], afdeling […] onder het nummer […] (hierna “BV […]” genoemd) is aandeelhouder van 1 van de in totaliteit 24.379 aandelen (0,01%). Dit ene aandeel zal worden gecentraliseerd in BV A, die op deze manier enige aandeelhouder wordt.

De huidige (enige) bestuurder van BV Y is BV A, vast vertegenwoordigd door de heer Z.

BV Y heeft overeenkomstig haar statuten als voorwerp:

“De vennootschap heeft tot voorwerp, zowel in België als in het buitenland, onder welke vorm ook rechtstreeks of onrechtstreeks onroerende goederen of zakelijke rechten op onroerende goederen te verwerven, een onroerend of roerend vermogen te beheren en te investeren in vastgoed in de meest ruime zin.

Zij kan eveneens participaties aanhouden in bestaande en nog op te richten vennootschappen en ondernemingen. Zij kan deze participaties beheren, te gelde maken en valoriseren, onder meer door deel te nemen aan het bestuur en het toezicht van de ondernemingen en vennootschappen waarin zij participeert en door ze bijstand te verlenen in hun operationeel beheer.

De vennootschap kan tevens alle mogelijke vormen van bijstand of ondersteuning op bedrijfseconomisch, commercieel, financieel, administratief of technisch vlak verlenen aan ondernemingen, alsook op louter contractuele basis of als bestuurder het operationeel beheer ervan waarnemen.

Ook kan de vennootschap in het raam van haar thesauriebeheer, rechtstreeks of via vestigingen in België of in het buitenland, financiële vaste activa verwerven of verkopen, trading- en deviezenoperaties uitvoeren, en tussenkomen in de overname en plaatsing van aandelen, obligaties en effecten allerhande. Ook kan de vennootschap overgaan tot de aan- en verkoop, in- en uitvoer, commissiehandel en vertegenwoordiging van om het even welk goederen, in de kort tussenpersoon in de handel en handel voeren in de breedste zin van het woord.

De vennootschap kan alle handelingen stellen van beheer van een onroerend en roerend vermogen en kan alle onroerende, roerende en financiële verrichtingen uitvoeren.

Al wat voorafgaat in de maten dat het niet gaat om gereglementeerde activiteiten tenzij de vennootschap aan de wettelijke voorwaarden voldoet.

De vennootschap mag geenszins aan vermogensbeheer of beleggingsadvies doen als bedoeld in de wet van vier december negentienhonderd negentig op de financiële transacties en de financiële markten en het koninklijk besluit over het vermogensbeheer en beleggingsadvies van vijf augustus negentienhonderdeenennegentig.

De vennootschap kan, zowel in België als in het buitenland, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, alle handelingen verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van of die in rechtstreeks of onrechtstreeks verband met haar voorwerp staan.

De vennootschap mag op om het even welke wijze betrokken zijn in zaken, ondernemingen, verenigingen of vennootschappen, zowel in België als in het buitenland, die hetzelfde, een gelijkaardig of een verwant voorwerp hebben of waarvan het voorwerp in enig verband met het hare staat. De vennootschap kan persoonlijke of zakelijke borgen stellen in het voordeel van derden.”

BV Y is een vennootschap die op heden enkele onroerende goederen in naakte eigendom bezit. Het vruchtgebruik van deze onroerende goederen is in handen van NV X.

2.3. BV A

NV X en BV Y maken beiden deel uit van de BV A. De vennootschapsstructuur kan in essentie als volgt worden samengevat:

2.4. Onroerend vermogen van de groep A

Binnen de groep zijn diverse sites in portefeuille:

  • Site 1 ([…]): site gelegen langs de […], opgesplitst in diverse onroerende goederen (zie uittreksel Cadgis als bijlage 3.1):
    • Gedeelte […] – […] (hierna “Site 2” genoemd)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • NV X: 100% in vruchtgebruik
  • BV Y: 100% in blote eigendom (verwervingstitel dd. xx.xx.2018 (bijlage 5 bij de aanvraag)
    • Gedeelte […] – […] (hierna “Site 3” genoemd)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • Terrein
    • NV X: 98% in vruchtgebruik
    • BV Y: 98% in blote eigendom + 2% in volle eigendom
  • Gebouw:
    • NV X; 100% in vruchtgebruik
    • BV Y: 100% in blote eigendom (o.b.v. een recht van opstal d.d. xx.xx.2020 (bijlage 6 bij de aanvraag) en partiële splitsing d.d. xx.xx.2022 (bijlage 7 bij de aanvraag)

- Site […] – […] (hierna “Site 4” genoemd)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • NV X: 100% in vruchtgebruik
  • BV Y: 100% in blote eigendom

Verhuurd aan diverse partijen, waarvan de huurcontracten gevoegd worden als bijlage 8 bij de aanvraag.

- Site […] – […] (hierna “Site 5” genoemd) (zie uittreksel Cadgis als bijlage 3.2 bij de aanvraag)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

O NV X; 100% in vruchtgebruik

O BV Y: 100% in blote eigendom (verwervingstitel dd. 15 november 2022 (bijlage 7 bij de aanvraag))

- Site […] – […] (hierna “Site 6” genoemd) (zie uittreksel Cadgis als bijlage 3.3)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • NV X: 100% in vruchtgebruik
  • BV Y: 100% in blote eigendom (verwervingstitel dd. Dd. xx.xx.2014 (bijlage 4 bij de aanvraag))

- Site […] – […] (hierna “Site 7” genoemd) (zie uittreksel Cadgis als bijlage 3.4 bij de aanvraag)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • NV X: 100% in vruchtgebruik
  • BV Y: 100% in blote eigendom (verwervingstitel dd. Dd. xx.xx.2014 (bijlage 4 bij de aanvraag))

- Site […] – […] (hierna “Site 8” genoemd) (zie uittreksel Cadgis als bijlage 3.5 bij de aanvraag)

Kadastrale afdeling […]

Eigenaars:

  • NV X: 100% in vruchtgebruik
  • BV Y: 100% in blote eigendom (verwervingstitel dd. Dd. xx.xx.2014 (bijlage 4 bij de aanvraag))

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

3. NV X zal een deel van haar vermogen door middel van een partiële splitsing overdragen aan BV Y.

Het vastgoed binnen de groep (inclusief het management ervan) zal volledig gecentraliseerd worden in BV Y. Het vastgoed dat NV X (in vruchtgebruik) aanhoudt, zal worden ingebracht in BV Y, die reeds eigenaar is van de naakte eigendom. Op die manier wordt BV Y volle eigenaar van de verschillende bedrijfsgebouwen. Ook het management van de onroerende goederen wordt overgeheveld.

Binnen NV X blijft de hogervermelde exploitatieactiviteit behouden.

4. Door deze partiële splitsing zullen beide vennootschappen een afzonderlijk afgelijnde activiteit uitoefenen:

  • NV X blijft haar exploitatieactiviteit uitoefenen (groothandel en producent van […];
  • BV Y zal de vastgoedactiviteiten uitoefenen waarbij ze zal instaan voor het beheer en de verhuur van de verschillende bedrijfsgebouwen, maar ook het onderhoud ervan in het kader van de terbeschikkingstelling.

De partiële splitsing kadert enerzijds in de afzondering van twee op zichzelf staande economische activiteiten, elk met hun eigen personeel.

Daarnaast is de exploitatieactiviteit als groothandel en producent van een […] de voornaamste en commerciële activiteit binnen de groep. Om deze op lange termijn te blijven uitoefenen en uit te breiden, zou op termijn de opportuniteit zich kunnen voordoen dat er nieuw kapitaal wordt aangetrokken waarbij er externe investeerders in het aandeelhouderschap stappen. Deze externe investeerders zullen hoogstwaarschijnlijk enkel geïnteresseerd zijn in de exploitatieactiviteiten en niet in de vastgoedtak. Door beide activiteiten volledig van elkaar af te zonderen wordt de mogelijkheid gecreëerd om externe investeerders te laten investeren in louter de exploitatieactiviteiten.

5. Beide activiteiten, de operationele activiteiten dan wel het vastgoedmanagement, zijn twee verschillende activiteiten die elk afzonderlijk van elkaar levensvatbaar zijn. Beide activiteiten kunnen als een onafhankelijke onderneming worden aanzien die afzonderlijk kunnen worden geëxploiteerd.

5.1. Binnen NV X zullen de operationele activiteiten volledig behouden blijven. Het personeel dat instaat voor de aankoop, verkoop, administratie, … van deze exploitatieactiviteiten zullen tevens aanwezig blijven binnen NV X.

5.2. Volgende activa zullen worden overgedragen door NV X aan BV Y:

  • Het vruchtgebruik van Site 2 (98% terreinen en 100% gebouwen);
  • Het vruchtgebruik van Site 3 (100%);
  • Het vruchtgebruik van Site 4 (100%);
  • Het vruchtgebruik van Site 5 (100%);
  • Het vruchtgebruik van Site 6 (100%);
  • Het vruchtgebruik van Site 7 (100%);
  • Het vruchtgebruik van Site 8 (100%).

Volgende passiva zullen worden overgedragen door NV X aan BV Y:

- Diverse investeringskredieten verbonden aan de onroerende goederen (+-15.000.000 EUR).

Daarnaast zal het personeel dat instaat voor het beheer van deze onroerende goederen (“facility personeel”) verder bij BV Y tewerkgesteld worden.

Hieronder volgt een overzicht:

  • […]: gestart als magazijnier en staat intussen in als klusjesman voor de sites 8 en 5 (overeenkomst als bijlage 9 bij de aanvraag);
  • […]: gestart als magazijnier en staat intussen in als klusjesman voor de sites 2-3-4-6 en 7 (overeenkomst als bijlage 10 bij de aanvraag);
  • […]: facility manager (overeenkomst als bijlage 11 bij de aanvraag);
  • […]: buyer indirect spend & teamlead fleet & facilities (overeenkomst als bijlage 12bij de aanvraag);
  • Voor het onderhoud en maintenance van de diverse sites wordt ook nog beroep gedaan op interim krachten (zie factuur […] ter illustratie als bijlage 13 bij de aanvraag); deze interim krachten zullen na de partiële splitsing ook door BV Y worden tewerkgesteld.

Dit facility personeel houdt zich op vandaag bezig met het beheer van alle gebouwen, onder leiding van […] die vooral instaat voor de besprekingen en onderhandelingen met aannemers, dienstverleners etc. voor zaken die betrekking hebben op de gebouwen. Daarnaast volgt hij bepaalde projecten op (bv. Uitbreiding kantoren productie, verplaatsen suikersilo, …).

[…] wordt administratief bijgestaan door […] die dagdagelijkse/praktische zaken opvolgt (bv. Opvolging schadegevallen, metingen voor elektriciteit en water, …). […] en […] zijn samen ook de contactpersoon voor huurders die met allerhande vragen komen en die verder opgevolgd moeten worden.

[…] is klusjesman voor Site 2, Site 3, Site 4, Site 6 en Site 7 voor de werken die niet aan externe aannemers worden doorgegeven. […] doet hetzelfde voor de Site 5 en Site 8.

Daarnaast zijn er nog enkele interim krachten die als onderhoudsmensen fungeren waarvoor […] de onderhoudsschema’s opmaakt en deze opvolgt.

5.3. De formaliteiten met betrekking tot de partiële splitsing zullen uiteraard worden nageleefd. Dit betreft onder meer:

  • De opmaak van het splitsingsvoorstel met de wettelijk vereiste vermeldingen;
  • De bepaling van de datum van de boekhoudkundige verwerking conform het WVV;
  • De opmaak van het verslag van het bestuur overeenkomstig artikel 12:77 WVV, zo nodig;
  • De opmaak van het revisoraal verslag overeenkomstig artikel 12:75, zo nodig;
  • Het houden van de buitengewone algemene vergadering ten vroegste zes weken na de neerlegging van het splitsingsvoorstel;
  • Eventuele attesten indien van toepassing.

De partiële splitsing zal retroactief plaatsvinden vanaf 1 januari 2025. De juridische datum van de splitsing zal de datum van de notariële akte zijn die zo snel als mogelijk gerealiseerd zal worden na de neerlegging van het splitsingsvoorstel en niet sneller dan 6 weken na datum van de neerlegging.

Zoals hierboven toegelicht zal NV X een deel van haar onroerende goederen overdragen aan BV Y. BV Y zal in ruil voor deze inbreng van onroerende goederen aandelen uitgeven aan de aandeelhouder van NV X. Aangezien NV X en BV Y één en dezelfde aandeelhouder hebben, zal de toebedeling van nieuwe aandelen geen wijzigingen aanbrengen in de procentuele bestaande aandelenverhouding.

III. Motivering van de aanvraag

6.1. Artikel 211, §1, WIB92

Op het gebied van vennootschapsbelasting kan een belastingneutrale partiële splitsing plaatsvinden als aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • de overnemende of verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap;
  • de verrichting heeft niet tot hoofddoel of als één van de hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking (cf. art. 183bis WIB92).

In dit kader zijn ons inziens alle voorwaarden voldaan om te kunnen genieten van een belastingneutrale partiële splitsing. De partiële splitsing/ inbreng van een bedrijfstak is ingegeven in het kader van zakelijke overwegingen, waaronder de opsplitsing van beide activiteiten met oog op de mogelijke instap van externe investeerders in de exploitatieactiviteiten, alsook het creëren van een duidelijke structuur bij twee afzonderlijke economische activiteiten. Daarnaast worden beide activiteiten afgezonderd van elkaars ondernemingsrisico.

Bovenstaande is louter informatief en maakt geen deel uit van de aanvraag aangezien dit federale materie betreft.

6.2. Artikel 2.9.1.0.3 VCF

6.2.1. Op het gebied van registratierechten wordt, behoudens eventueel fiscaal misbruik zoals hierboven toegelicht, een partiële splitsing van onroerende goederen zonder schulden gelijkgesteld met een inbrengverrichting onderworpen aan het federaal inbrengrecht van 0% (art. 115bis W.Reg.) (met als minimum het vast recht van 50 EUR).

Bijgevolg is de inbreng van onroerende goederen in een burgerlijke vennootschap onderworpen aan het inbrengrecht van 0% zolang deze inbreng volledig vergoed wordt bij toekenning van maatschappelijke rechten, en dus volledig vergolden wordt in aandelen (art. 2.9.1.0.3, eerste lid VCF).

Indien er evenwel nog schulden rusten op de onroerende goederen en deze schulden worden mee ingebracht, zal de partiële splitsing van onroerende goederen met bijbehorende schulden gekwalificeerd worden als een gemengde inbreng. De inbreng wordt immers niet uitsluitend vergoed met aandelen, maar ook deels via de overname van de schulden die op de onroerende goederen rusten. In dergelijke gevallen is het verkooprecht (12% in het Vlaams Gewest) van toepassing ten belope van de schulden die werden ingebracht (art. 2.9.1.0.3, eerste lid VCF).

Dit is evenwel niet het geval indien er sprake is van een inbreng van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg. (art. 2.9.1.0.3, derde lid VCF).

6.2.2. Artikel 2.9.1.0.3 VCF luidt als volgt:

“Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten.

Als een inbreng vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht allee op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, §1 en §2 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.

Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.”

Artikel 117, §2, W.Reg. luidt als volgt:

“Het bij artikel 115 bepaalde recht is eveneens niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

6.2.3. Artikel 2.9.1.0.3, derde lid VCF bevat dus een uitzondering op de heffing van het verkooprecht op de afsplitsing/(gemengde) inbreng van onroerende goederen (waaraan schulden kleven) in het Vlaamse Gewest gelegen. Het verkooprecht zal immers niet geheven worden indien de inbreng van de vermogensbestanddelen betrekking heeft op een universaliteit van goederen of een bedrijfstak.

De voorwaarden voor een inbreng van een bedrijfstak conform de hierboven vermelde artikelen werden nader uitgewerkt in artikel 1 van het Koninklijk Besluit dd. 18 juli 1972, dat luidt als volgt:

“De vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, §2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, lid 3, 2°, van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

[…]”

De vraag of er sprake is van een “geheel dat een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormt” is evenwel een feitenkwestie.

In dit verband verwijzen wij naar VB 23032 dd. 17 juli 2023 en VB 25006 dd. 10 maart 2025 waarin verschillende rechtspraak wordt aangehaald:

  • In haar arrest Commerz-Credit-Bank dd. 13 oktober 1992 bracht het Hof van Justitie niet allen het begrip “bedrijfstak” en de doelstelling van de vrijstellingsregeling in herinnering, maar stelde ze ook dat het volstaat dat de bedrijfstak als zelfstandig economisch geheel kan worden uitgebaat in hoofde van de inbreng genietende vennootschap:

“[…] Blijkens de preambule van die richtlijnen is het doel van deze afwijkingsregeling, te voorkomen dat de overdracht van vermogensbestanddelen tussen vennootschappen door fiscale belemmeringen wordt bemoeilijkt, en de reorganisatie van ondernemingen, met name de hergroepering van verschillende eenheden binnen een onderneming die gelijke of elkaar aanvullende werkzaamheden verrichten, te vergemakkelijken.

Wil dit doel in de praktijk bereikbaar zijn, dat moet het begrip tak van bedrijvigheid in artikel 7 van de richtlijn 691335 aldus worden omschreven, dat het mede een deel van een onderneming omvat dat bestaat uit een georganiseerd geheel van vermogensbestanddelen en personen die tot de uitoefening van een bepaalde bedrijvigheid kunnen bijdragen.”

“[…] Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat de gunstige fiscale regeling voor de inbreng van een of meer takken van bedrijvigheid niet afhangt van het aantal activiteiten die de vennootschap waartoe de overgedragen eenheid behoorde, ten tijde van de overdracht uitoefende, maar van de vraag of die eenheid door haar bedrijvigheid kan bijdragen tot de ontwikkeling van de onderneming waaraan zij is overgedragen.”

- Het standpunt in de Europese rechtspraak is ondertussen gevolgd door het Hof van Beroep (Brussel 21 juni 2002, zoals besproken door P. VAN MELKEBEKE, “Begrip ‘bedrijfstak’ op het vlak van de registratierechten”, TFR 2003, afl. 233, 28.) en wordt bijgetreden door SPRUYT (E. SPRUYT, “Herstructurering van vennootschappen en registratierechten: artikel 117 W.Reg. ‘revisited’”, AFT 2012, afl. 8-9, 55).

Het voorgaande betekent dat de bedrijfstak voorafgaandelijk aan de inbreng niet noodzakelijk als een zelfstandig economisch geheel moet worden uitgebaat, maar het volstaat dat ze hiertoe in staat is.

6.2.4. In de huidige aanvraag staat de vraag centraal of de afgesplitste vermogensbestanddelen in hoofde van de verkrijgende vennootschap – samen met de reeds aanwezige vermogensbestanddelen in BV Y – als zelfstandig economisch geheel zullen worden uitgebaat.

BV Y zal na de inbreng van het vruchtgebruik van 7 vastgoedsites de volle eigenaar zijn van deze 7 vastgoedsites. Deze vastgoedsites worden op een professionele wijze geëxploiteerd, voornamelijk met oog op groepsgebruik binnen groep A. BV Y zal zich actief inlaten met het vastgoedbeheer, zowel qua interne en externe verhuur als qua maintenance en facility, waarvoor BV Y enkele personeelsleden toegewezen zal krijgen (die op heden reeds instaan als facility personeel voor de onroerende goederen binnen de groep) die instaan voor het beheer en onderhoud van deze onroerende goederen. De activiteit kan dan ook als een zelfstandige economische activiteit worden gezien, zowel vóór de partiële splitsing als erna.

De inbreng van de voormelde sites in BV Y zal tevens de ontwikkeling van de vastgoedactiviteit die reeds binnen BV Y aanwezig was ten goede komen. De bedoeling is om – zeker op termijn – deze vastgoedactiviteiten nog verder te onderhouden.

De geheelheid aan onroerende goederen die professioneel worden beheerd en geëxploiteerd met ondersteunend personeel vormt een georganiseerd geheel die een autonome activiteit (vastgoedbeheer en verhuur) uitoefent en op eigen kracht kan werken.

Noteer dat diverse huurcontracten met facility management tussen BV Y en NV X zullen afgesloten worden, die in werking zullen treden bij het juridisch voltrekken van de partiële splitsing.

Daarnaast is de omvang van het over te dragen patrimonium en de over te dragen kredieten aanzienlijk waardoor dit wijst op een activiteit met een behoorlijke omvang. Het gaat niet om een occasionele verrichting inzake exploitatie van vastgoed.

Uit de beschrijving van de voorgenomen verrichtingen blijkt dat de gehele vastgoedactiviteit (gefocust op lange termijn verhuur en groepsgebruik) overgaat naar de verkrijgende vennootschap. Het ingebrachte vermogen maakt op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uit die op eigen kracht kan werken, te meer de blote eigendom van de diverse onroerende goederen zich op heden reeds in BV Y bevindt. De inbreng genietende vennootschap zal met de ingebrachte activa en passiva de vastgoedactiviteit kunnen voortzetten en desgewenst uitbreiden. De volle eigendom van de diverse onroerende goederen zal na de partiële splitsing ook in hoofde van BV Y gecentraliseerd zijn.

Er is bijgevolg sprake van een autonome vastgoedactiviteit die op eigen kracht kan functioneren, gezien de operationele activiteiten van NV X (industriële bakkerij en groothandel) behouden blijven in de vennootschap en het vastgoed (gefocust op behoud en lange termijn verhuur) wordt afgesplitst naar BV Y om daar verder te beheren en uit te bouwen in eigen portefeuille.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

7. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

8. Wat het Vlaamse gewest betreft wordt de partiële splitsing beoordeeld in het licht van art. 2.9.1.0.3, derde lid, VCF in zoverre er onroerende goederen in het Vlaamse gewest gelegen worden ingebracht.

9. Artikel 2.9.1.0.3 VCF luidt:

“Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten.

Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.

Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.“.

10. Art. 2.9.1.0.3, derde lid, VCF bevat een uitzondering op de heffing van het verkooprecht bij een gemengde inbreng. Het verkooprecht zal immers niet geheven worden als de inbreng betrekking heeft op een universaliteit van goederen of een bedrijfstak, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

11. Volgens art. 117, §1, W.Reg. is het bij de artikelen 115 en 115bis bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in één of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

12. Deze federale bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

  • De vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
  • Eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

13. In het kader van de voorgenomen partiële splitsing worden de activa en passiva vermeld in punt 5.2. afgesplitst.

14. Bij deze verrichtingen zal de inbreng worden gedaan door Belgische vennootschappen. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel is gevestigd op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

Bovendien zal de inbreng uitsluitend worden vergoed door de toekenning van aandelen die de maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in BV Y.

15. Er moet worden geoordeeld of de afgesplitste activa en passiva een bedrijfstak vormen overeenkomstig artikel 2.9.1.0.3, derde lid, VCF.

Bij de inbrengende vennootschap kan op basis van de gegevens van de aanvraag de inbreng/afsplitsing bezwaarlijk als een bedrijfstak aanzien worden. Er is immers geen sprake van een eigenlijke vastgoedactiviteit met eigen inkomsten ten name van NV X. De onroerende goederen waarvan het vruchtgebruik samen met de schulden en het aan de onroerende gealigneerd personeel wordt afgesplitst naar de BV Y worden thans gebruikt door de exploitatievennootschap zelf voor haar eigen activiteit. Enkel de oude site die een beperkte omvang heeft wordt verhuurd aan derden. Het doel van het aanhouden van deze site is het eventueel toekomstig gebruik door NV X bij uitbreiding middels renovatie of afbraak/wederopbouw van de oude site.

De inbrenggenietende vennootschap, BV Y zal deze gebouwen terug ter beschikking stellen van NV X voor haar exploitatie middels verhuur van de onroerende goederen gekoppeld aan een dienstverleningscontract (onderhoud en herstellingen).

Het besluitvormingsorgaan komt op basis van de gegevens vermeld in de aanvraag, en toegelicht tijdens de hoorzitting, tot het besluit dat de ingebrachte activa en passiva geen bedrijfstak uitmaken in de zin van artikel 2.9.1.0.3, derde lid, VCF.

Het besluitvormingsorgaan kan evenwel de bewijsstukken bijgevoegd bij de aanvraag, noch eventuele bedragen beoordelen (art. 3.22.0.0.1, §3, VCF).

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.