VB 25115 - Voorwaarden behoud FAM bij schenking gevolgd door partiële splitsing
- Nummer
25115
- Datum beslissing
12 januari 2026
- Publicatiedatum
30 januari 2026
Heffing
- Schenkbelasting
Wettelijke basis
- art. 2.8.6.0.6. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De Aanvragers verzoeken uw Dienst te willen bevestigen dat:
- De partiële splitsing van de BV Z, waarvan de aandelen voorafgaand geschonken worden met toepassing van het gunstregime familiale vennootschappen, en waarbij de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap NEWCO tot gevolg zal hebben dat de a posteriori-controle van de voorwaarden (artikel 2.8.6.0.6, §2 VCF) voor het behoud van het gunsttarief voor familiale vennootschappen in de zin van artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° VCF zal worden uitgevoerd in hoofde van de oorspronkelijke vennootschap BV Z als de nieuw op te richten vennootschap NEWCO.
- De omdeling/verdeling van een deel van het kapitaal van de vennootschap BV Z, evenredig met de fiscale nettowaarde, naar de nieuw op te richten vennootschap NEWCO ingevolge de partiële splitsing niet tot gevolg heeft dat het kapitaal van de vennootschap BV Z wordt verminderd door uitkering of terugbetaling in de zin van artikel 2.8.6.0.6, §2, 3° VCF.
2. Voor de goede orde, wordt bevestigd dat deze aanvraag er niet toe strekt thans reeds de bevestiging te krijgen dat BV Z kwalificeert als een familiale vennootschap noch dat bij de a posteriori controle in concreto voldaan zal zijn aan de voorwaarden tot behoud van de vrijstelling. De Aanvragers erkennen dat dit een bewijskwestie betreft waarvoor het besluitvormingsorgaan niet bevoegd is.
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen en achtergrond voor de voorgenomen verrichting
3. De aanvraag wordt gesteld door de heer […] en de heer […] in hun hoedanigheid van raadsmannen van:
3.1. Mevrouw X, van Belgische nationaliteit met Rijksregisternummer […], geboren te […] op xx.xx.1961, gehuwd onder het wettelijk stelsel met de heer Y, wonende te […];
3.2. De heer Y, van Belgische nationaliteit met Rijksregisternummer […], geboren te […] op xx.xx.1960, gehuwd onder het wettelijk stelsel met mevrouw X, voornoemd, wonende te […];
Zij worden hierna gezamenlijk de “Aanvragers” genoemd.
4. De andere relevante partijen zijn:
4.1. De kinderen van de Aanvragers:
- A, van Belgische nationaliteit met Rijksregisternummer […], geboren te […] op xx.xx.1986, wonende te […];
- B, van Belgische nationaliteit met Rijksregisternummer […], geboren te […] op xx.xx.1990, wonende […].
4.2. De Belgische naamloze vennootschap Z, met zetel te […], ingeschreven in het RPR […], afdeling […] onder het ondernemingsnummer […] (hierna: “BV Z”).
Aanvragers hebben hun woonplaats sedert meer dan vijf jaar in het Vlaams Gewest gevestigd.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
5. Voostelling van de vennootschap Z
BV Z is een Belgisch familiebedrijf dat in 1910 werd opgericht door de familie […] met als voornaamste activiteiten […].
Voor de verkoop van […] kunnen klanten van BV Z terecht op de webshop of in de winkel. In de fysieke winkel wordt […].
Verder levert BV Z ook […] voor […] en kunnen […]-professionals een beroep doen op BV Z voor het samenstellen van […].
BV Z beschikt verder over een eigen […], waarin […] worden gemaakt (onder de merknaam […]) en ook […].
De laatste decennia zijn de activiteiten van BV Z sterk gegroeid, waardoor in 2024 onder meer werd besloten, met het oog op het verder ontwikkelen en uitbreiden van de bestaande activiteiten van de vennootschap, tot een uitbreiding van de winkel, het magazijn en […].
BV Z is een schoolvoorbeeld van een familiebedrijf, dat sinds haar oprichting, meer dan een eeuw geleden, van generatie op generatie is doorgegeven. Het huidige aandeelhouderschap van BV Z is als volgt:
- De heer Y: houder van 67 aandelen van de in totaal 142 aandelen van de Vennootschap (volle eigendom);
- Mevrouw X: houder van 68 aandelen van de in totaal 142 aandelen van de Vennootschap (volle eigendom);
- De heer Y en mevrouw X: samen houder van 1 aandeel in onverdeeldheid van de in totaal 142 aandelen van de Vennootschap (volle eigendom);
- Mevrouw A: houder van 3 aandelen van de in totaal 142 aandelen van de Vennootschap (volle eigendom);
- Mevrouw B: houder van 3 aandelen van de in totaal 142 aandelen van de Vennootschap (volle eigendom).
De meerderheid van de aandelen wordt, zoals hierboven uiteengezet, aangehouden door mevrouw X en de heer Y. De overige minderheidsaandelen van de vennootschap worden op heden aangehouden door de dochters van mevrouw X en de heer Y, zijnde A en B, die beiden tevens actief zijn in BV Z en een nieuw elan hebben gegeven aan de verdere groei van de activiteiten van de vennootschap. Het bestuursorgaan van de vennootschap bestaat eveneens uit de voormelde aandeelhouders (zowel vader, moeder, als de beide dochters). De heer Y is tevens gedelegeerd bestuurder.
De familie kan ook rekenen op een team van een 9-tal mensen dat met toewijding en passie meebouwt aan het verhaal van BV Z (het gaat onder meer om medewerkers voor […]
6. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
6.1. schenking aandelen vennootschap Z
Aannemend dat BV Z op heden kwalificeert als een familiale vennootschap in zin van artikel 2.8.6.0.3, §2, 2° VCF, hebben Aanvragers het voornemen om hun aandelen in voormelde vennootschap in volle eigendom te schenken aan de beide dochters, mevrouw A en mevrouw B met toepassing van het gunstregime voor familiale vennootschappen.
Huidige aanvraag tot voorafgaande beslissing heeft aldus geen betrekking op de vraag of BV Z op heden kwalificeert als een familiale vennootschap in zin van artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° j. 2.8.6.0.3, §2, 2° VCF. In het kader van deze aanvraag wordt aangenomen dat deze voorwaarden cumulatief vervuld zijn op het ogenblik van de schenking.
Naar aanleiding van de voormelde schenking zullen de aandelen van BV Z in volle eigendom aangehouden worden door de dochters van de Aanvragers, mevrouw A en mevrouw B.
6.2. Partiële splitsing vennootschap BV Z
6.2.1. Achtergrond
Op heden zijn zowel de activiteiten, als het bedrijfsvastgoed binnen de groep gecentraliseerd in de vennootschap zelf.
Gelet op de sterke groei van BV Z en de verdere investeringen (en de financiering in dit verband) die in dit kader worden gedaan, dringt een duidelijk onderscheid tussen de operationele activiteiten en bedrijfsgerelateerde onroerende goederen zich op en beogen de huidige aandeelhouders die bedrijfsgerelateerde onroerende goederen, samen met de erop betrekking hebbende schulden, middels een partiële splitsing over te dragen aan een (in het kader van de beoogde partiële splitsing) nieuw op te richten vennootschap. Een dergelijke opdeling van de operationele activiteiten en de het vastgoed zorgt er immers voor dat het vastgoed beter kan worden afgeschermd van de operationele risico’s (en vice versa) en faciliteert bovendien een duidelijke onderscheiden financiële rapportering. De Aanvragers zien het onderbrengen van de operationele activiteiten en het vastgoed dan ook als een logische volgende stap in het groeiproces van BV Z.
Bovendien biedt de voorgenomen partiële splitsing maximale flexibiliteit aan de Aanvragers om hun familiebedrijf over te dragen aan de volgende generatie (zie verder).
6.2.2. Timing
[…], etc. van BV Z worden op dit ogenblik grondig uitgebreid en gerenoveerd. Na deze grondige renovatie van de bestaande onroerende goederen van de vennootschap, beogen Aanvragers een partiële splitsing door oprichting van de vennootschap door te voeren, waarbij al het vastgoed (i.e. de nieuwe gebouwen na renovatie, inclusief de bijhorende terreinen) en de daarmee gepaarde financiering zullen worden ingebracht in een in het kader van de partiële splitsing nieuw op te richten vastgoedvennootschap.
Het is bijgevolg niet uitgesloten dat kort na de schenking door Aanvragers – naar alle verwachtingen binnen een periode van drie jaar na de schenking – de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen van BV Z worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap NEWCO (hierna: “NEWCO”) ingevolge een partiële splitsing.
Over voormelde herstructurering wordt tegelijkertijd een prefilingaanvraag ingediend bij de Federale Dienst Voorafgaande Beslissingen. Na het afronden van de huidige renovatiewerken en mits het bekomen van een positieve ruling bij de Federale Dienst Voorafgaande Beslissingen wensen Aanvragers de partiële splitsing aan te vatten.
De partiële splitsing zal volledig vergoed worden in nieuwe aandelen van NEWCO, waardoor er niet zal worden voorzien in een opleg in geld. De partiële splitsing zal uitgevoerd worden conform art. 12:2 tot en met 12:91 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
7. Doel van de voorgenomen verrichting
Mevrouw X en de heer Y vormen de vierde generatie van de familie […] en zij koesteren de wens om de familiale continuïteit van BV Z, die aldus 115 jaar in handen is van de familie […], te behouden. Zij hechten daarom een aanzienlijk belang aan het uitwerken van een geschikte familiale opvolgingsstructuur. Zij zijn reeds geruime tijd bezig met de overgang van de familiale vennootschap naar hun kinderen, mevrouw A en mevrouw B, in het kader van hun vermogens- en successieplanning, waarbij de continuïteit van BV Z centraal staat. Aangezien de dochters reeds geruime tijd actief zijn in de vennootschap, zouden mevrouw X en de heer Y graag overgaan tot de volgende stap in de overdracht van het familiebedrijf. Zij wensen op korte termijn over te gaan tot de schenking in volle eigendom van hun aandelen in BV Z.
In voorgenomen planning is het van dermate belang dat de gelijkheid van de kinderen niet wordt doorbroken zodat het ene kind niet kan of mag benadeeld worden ten opzichte van het andere. De aandelen zullen dan ook in gelijke mate aan de twee dochters geschonken worden. Dat wil uiteraard niet zeggen dat van deze initiële en principiële gelijkheid naderhand kan worden afgeweken. Het leiden van BV Z is een zeer grote opdracht en brengt ook belangrijke verantwoordelijkheden met zich mee. Het is daarom mogelijk dat, hoewel zij hier op vandaag 100% toe bereid zijn, één van de dochters niet langer deel zal willen uitmaken van de vennootschap. Ook in die situatie willen de aanvragers de continuïteit van de vennootschap garanderen.
De exit van één van de dochters uit BV Z zoals die op vandaag bestaat is evenwel problematisch. Gezien de grote omvang van BV Z is het financieel niet haalbaar voor de overblijvende dochter om het aandeel van de dochter die wenst uit te stappen over te nemen. De aanwezigheid van onroerende goederen, die gebruikt worden voor de activiteit van de vennootschap, in BV Z, maken dat deze op vandaag financieel zwaar doorweegt.
Om de continuïteit van BV Z te allen tijde te garanderen, is een afsplitsing van de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen naar een nieuw op te richten vennootschap NEWCO aangewezen.
Bovendien zorgt een dergelijke opdeling van de operationele activiteiten en de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen ervoor dat de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen beter kunnen worden afgeschermd van de operationele risico’s (en vice versa) en faciliteert een duidelijke onderscheiden financiële rapportering (zie hoger). De huidige aandeelhouders zien het opsplitsen van de operationele activiteiten en de bedrijfsgerelateerde onroerende goederen dan ook als een logische volgende stap in het groeiproces van BV Z.
De mogelijke partiële splitsing heeft als gevolg dat de economische kernactiviteit van de groep, namelijk […], wordt verdeeld over zowel de oorspronkelijke BV Z, als de nieuw op te richten NEWCO. Meer specifiek zal de NEWCO al de aanwezige onroerende goederen ter beschikking stellen van BV Z, met als doel de uitvoering en verderzetting van de exploitatie-activiteiten van deze laatste.
III. Motivering van de aanvraag
8. De hierboven geschetste verrichtingen, zijn allerminst ingegeven door fiscale motieven maar zijn daarentegen gebaseerd op zuiver niet-fiscale motieven. Om evenwel onverwachte gevolgen bij het doorvoeren van de partiële splitsing te vermijden, leggen we bovenvermelde verrichtingen voor aan uw dienst, om bevestiging te krijgen dat het gunstregime met betrekking tot familiale vennootschappen, bij het doorvoeren van de partiële splitsing van BV Z, niet (geheel of gedeeltelijk) verloren gaat en bijgevolg geen schenkbelasting zal verschuldigd zijn indien de voorgenomen partiële splitsing wordt doorgevoerd binnen een periode van drie jaar na de schenking.
9. Voorwaarden tot behoud van het gunstregime
9.1. Artikel 2.8.6.0.6, §2 luidt als volgt:
“De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, §1, eerste lid, 2°, wordt alleen behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:
1° de familiale vennootschap blijft gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2°;
2° een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking en voor elk van de drie jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting.
Ondernemingen of vennootschappen waarvan de zetel buiten het Vlaamse Gewest maar binnen België ligt, moeten een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking;
3° naargelang het geval:
a) wanneer de familiale vennootschap een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap is, dan wel een vennootschap met een andere rechtsvorm waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat haar beheerst, voorziet in een vergelijkbaar begrip: het kapitaal daalt niet door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;
b) wanneer de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: het eigen vermogen daalt niet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen, zoals dat blijkt uit de jaarrekening;
4° de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.”
9.2. De omzendbrief nr. 2015/2 van 15 december 2015(PDF bestand opent in nieuw venster) betreffende de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen verduidelijkt onder titel 5 dat in geval van splitsing of fusie in de drie jaren na de schenking of het overlijden de a posteriori-controle in hoofde van alle bij de reorganisatie betrokken vennootschappen zal gebeuren.
De omzendbrief verduidelijkt: “Dit heeft derhalve tot gevolg dat indien voor een vennootschap de gunstmaatregel werd genoten en deze vennootschap nadien gesplitst wordt in 2 vennootschappen, elk van deze vennootschappen aan de voorwaarden zal dienen te blijven voldoen opdat de gunstmaatregel zou worden behouden.”
Ook in geval van partiële splitsing in de drie jaren volgend op de authentieke akte van schenking kan worden aangenomen dat de a posteriori-controle moet gebeuren in hoofde van alle bij de reorganisatie betrokken vennootschappen. Uw Dienst oordeelde reeds gelijkaardig in de Voorafgaande Beslissing 21030 op 25 mei 2021.
In casu zal moeten worden nagegaan of zowel BV Z, als de partieel afgesplitste NEWCO aan de voorwaarden blijven voldoen opdat het gunstregime behouden kan blijven.[1] De Aanvragers zijn van mening dat het feit dat de omzendbrief louter de gewone splitsing als voorbeeld geeft, daar geen afbreuk aan doet.
9.3. Behoud van de kwalificatie als familiale vennootschap
Om te genieten van het gunstregime voor familiale vennootschappen, dient de vennootschap gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2°, VCF. Met name dient de vennootschap een familiale vennootschap te blijven. De familiale vennootschap moet een economische activiteit hebben en moet deze activiteit ook effectief uitoefenen. Er moet sprake zijn van een reële economische activiteit. Een vennootschap wordt, behoudens tegenbewijs, geacht geen reële economische activiteit te hebben als aan de parameters uit artikel 2.8.6.0.3, §2, 2° VCF cumulatief is voldaan.
Zoals voormeld, zijn de Aanvragers van oordeel dat de a posteriori-controle van de voorwaarden (artikel 2.8.6.0.6, §2 VCF) voor het behoud van het gunsttarief voor familiale vennootschappen in de zin van artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° VCF moet worden uitgevoerd in hoofde van de oorspronkelijke vennootschap BV Z als de nieuw op te richten vennootschap NEWCO.
BV Z blijft na de doorvoering van de partiële splitsing een actieve familiale vennootschap, met als voornaamste activiteiten de groot- en detailhandel van […]. Ook de nieuw op te richten vennootschap NEWCO zal voormelde activiteiten dienen, meer specifiek door de verhuring van de afgesplitste bedrijfsactiva aan BV Z.
Op basis van de jaarrekeningen van BV Z blijkt duidelijk dat de parameters zoals voorzien in artikel 2.8.6.0.3, §2, 2° VCF op heden niet cumulatief worden geschonden. De vennootschap heeft een reële economische activiteit. Gezien de herstructurering van de familiale vennootschap, m.n. het afsplitsen van de onroerende bedrijfsactiva in de nieuw op te richten vennootschap NEWCO, bestaat evenwel de mogelijkheid dat na de partiële splitsing aan de parameters uit artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° VCF cumulatief is voldaan in hoofde van de nieuw op te richten vennootschap NEWCO, waardoor deze in eerste instantie geacht zou worden geen reële economische activiteit uit te voeren.
De omzendbrief 2015/2 bepaalt in titel 6.2 dat ook in de periode van drie jaar volgend op de schenking of het overlijden, het tegenbewijs kan worden geleverd dat toch een reële economische activiteit wordt uitgeoefend.
Alle onroerende goederen die op heden aangehouden worden door BV Z en die aldus afgesplitst zouden worden naar NEWCO, worden beroepsmatig aangewend. Het gaat met name over […], etc. De verhuring van voormeld bedrijfsvastgoed door NEWCO aan BV Z kwalificeert volgens Aanvragers als een intra-groepsverhuur. De omzendbrief 2015/2 bepaalt uitdrukkelijk in titel 2.2.3 dat de verhuur van onroerende goederen binnen de groepsstructuur in aanmerking kan komen als kwalificerende activiteit.
Omtrent het begrip “groepsstructuur” kan worden opgemerkt dat er tussen de betrokken vennootschappen geen moeder-dochter verhouding zal bestaan, doch dat dit zustervennootschappen betreffen. Uw dienst aanvaardde eerder dat de verhuring van bedrijfsgebouwen aan actieve vennootschappen binnen een (familiale) groep, d.i. aan vennootschappen ten opzichte waarvan een controlebevoegdheid bestaat (in de zin van de artikelen 1:14 t.e.m. 1:18 WVV) of vennootschappen die een consortium vormen (in de zin van artikel 1:19 WVV), in aanmerking kan worden genomen als kwalificerende economische activiteit [2]. Het begrip “groepsstructuur” kan dus ruimer geïnterpreteerd worden dan louter dochtervennootschappen.
Er kan worden aangenomen dat NEWCO en BV Z na de partiële splitsing geacht zullen worden onder de gezamenlijke controle te staan van A en B, die op dat ogenblik elk 50% van de stemrechten van beide vennootschappen zullen aanhouden. Daarnaast zal het bestuursorgaan in beide vennootschappen naar alle verwachtingen (voor het merendeel) bestaan uit dezelfde personen, waardoor zij behoren tot een consortium zoals bepaald in artikel 1:19 WVV.
De intra-groepsverhuur van onroerende goederen tussen NEWCO en BV Z, die na de partiële splitsing onder gezamenlijke controle zouden staan en een consortium zouden vormen, is aldus een kwalificerende handelsactiviteit en kan bijgevolg een reële economische activiteit uitmaken.
De Aanvragers zijn bijgevolg van mening dat de activiteit van de nieuw op te richten NEWCO, namelijk de verhuring van bedrijfsvastgoed aan BV Z, eveneens als reële economische activiteit kan worden aangemerkt. Zij wensen bijgevolg de bevestiging te krijgen dat, naar aanleiding van de controle van de voorwaarde tot behoud van de kwalificatie van familiale vennootschap, zij de mogelijkheid krijgen om het tegenbewijs te leveren dat daadwerkelijk een reële economische activiteit wordt uitgeoefend in NEWCO.
9.4. Behoud van een activiteit en neerlegging van de jaarrekening
Een activiteit van BV Z dient zonder onderbreking te worden voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de schenking. Daarenboven dient voor elk van die drie jaren een jaarrekening te worden opgemaakt en gepubliceerd overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de zetel van de vennootschap gevestigd is.
Onder “activiteit” dient een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit of een vrij beroep begrepen te worden. Er is vereist dat een activiteit ononderbroken wordt verder gezet.
Zoals voormeld, zijn de Aanvragers van oordeel dat de a posteriori-controle van de voorwaarden (artikel 2.8.6.0.6, §2 VCF) voor het behoud van het gunsttarief voor familiale vennootschappen in de zin van artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° VCF moet worden uitgevoerd in hoofde van de oorspronkelijke vennootschap BV Z als de nieuw op te richten vennootschap NEWCO.
De Aanvragers zijn van oordeel dat in casu aan deze voorwaarde zal worden voldaan. De activiteiten van de oorspronkelijke BV Z, en de daaraan verbonden tewerkstelling, zullen ook na de voorgenomen partiële splitsing worden voortgezet, zowel door BV Z zelf, als door de nieuw op te richten NEWCO (waarbij de activiteit van NEWCO zal bestaan uit de terbeschikkingstelling van het bedrijfsvastgoed). Bovendien is de partiële splitsing er juist op gericht om de continuïteit van de activiteit van de familiale vennootschap te verzekeren.
9.5. Behoud van kapitaal
Het kapitaal van de naamloze vennootschap BV Z mag gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van de schenking niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen ingevolge artikel 2.8.6.0.6, §2, 3°, a) VCF.
Ingeval van een belastingneutrale partiële splitsing in toepassing van artikel 211, §1 WIB92, wordt de verkrijgende vennootschap NEWCO, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB92, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van BV Z te hebben overgenomen of verkregen evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste gedane inbreng. Een omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB92 is één van de voorwaarden van een belastingneutrale partiële splitsing.
Het kapitaal van BV Z zal ingevolge de partiële splitsing dus deels overgeheveld worden - evenredig met de fiscale nettowaarde van het vermogen dat wordt afgesplitst - naar NEWCO. Deze omdeling van het kapitaal is evenwel geen vermindering van het kapitaal door “uitkeringen” of “terugbetalingen” in de zin van artikel 2.8.6.0.6, §2, 3°, a) VCF. Het kapitaal wordt immers verdeeld tussen de partieel te splitsen vennootschap (BV Z) en de verkrijgende vennootschap (NEWCO). De aandeelhouders van de partieel te splitsen vennootschap verkrijgen ingevolge de partiële splitsing duidelijk geen uitkering of terugbetaling van het kapitaal van de vennootschap. Het volledige kapitaal blijft behouden, evenwel verdeeld over BV Z en NEWCO en wordt door deze (familiale) vennootschappen aangewend ter verwezenlijking van hun activiteiten.
De Aanvragers zijn bijgevolg van oordeel dat de omdeling van het kapitaal geen invloed zal hebben op het (volledige) behoud van het gunstregime voor familiale vennootschappen. De partiële splitsing dient als een neutrale handeling te worden beschouwd, waarbij de a posteriori-controle van de voorwaarde inzake behoud van kapitaal (artikel 2.8.6.0.6, §2, 3°, a) VCF) moet worden uitgevoerd in hoofde van de oorspronkelijke vennootschap BV Z én de nieuw op te richten vennootschap NEWCO.
Indien blijkt dat het kapitaal van één van deze vennootschappen toch zou dalen door uitkeringen of terugbetalingen in de periode van drie jaar na de authentieke schenkingsakte van aandelen BV Z, heeft dit niet het volledige verval van de vrijstelling tot gevolg. In dit geval zal voor het bedrag van het kapitaal dat wordt uitgekeerd of terugbetaald het normaal tarief inzake de schenkbelasting van toepassing zijn.
9.6. Behoud van zetel van werkelijke leiding binnen de EER
De zetel van werkelijke leiding van zowel BV Z als NEWCO mag gedurende drie jaar vanaf de datum van de schenkingsakte niet overgebracht worden naar een staat die geen deel uitmaakt van de Europees Economische ruimte ingevolge artikel 2.8.6.0.6, §2, 3°, a) VCF.
Zoals voormeld, zijn de Aanvragers van oordeel dat de a posteriori-controle van de voorwaarden (artikel 2.8.6.0.6, §2 VCF) voor het behoud van het gunsttarief voor familiale vennootschappen in de zin van artikel 2.8.6.0.3, §1, 2° VCF moet worden uitgevoerd in hoofde van de oorspronkelijke vennootschap BV Z als de nieuw op te richten vennootschap NEWCO.
De Aanvragers zijn niet voornemens om de zetel van werkelijke leiding van zowel BV Z als NEWCO minstens gedurende drie jaar vanaf de datum van de schenkingsakte over te brengen naar een staat die geen deel uitmaakt van de Europees Economische ruimte.
IV. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
10. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
11. Voor de beoordeling van de aanvraag tot voorafgaande beslissing toetst het besluitvormingsorgaan op basis van de burgerrechtelijke kwalificatie die door de aanvrager aan de verrichting wordt gegeven, zonder dat het besluitvormingsorgaan uitspraak doet over de burgerrechtelijke en vennootschapsrechtelijke geldigheid van de verrichting.
12. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:
- artikel 2.8.6.0.6 VCF dat door artikel 9 van het decreet programmadecreet bij de begroting 2026 werd gewijzigd en thans als volgt luidt:
§1. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, eerste lid, 1°, wordt behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld :
1° als een activiteit van de familiale onderneming zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;
2° als de onroerende goederen die met toepassing van de vrijstelling zijn overgedragen, niet hoofdzakelijk tot bewoning aangewend of bestemd worden gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.
§2. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, §1, eerste lid, 2°, wordt alleen behouden als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de familiale vennootschap blijft gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, §2, 2°;
2° een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;
3° voor elk van de drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd conform de geldende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting. Ondernemingen of vennootschappen waarvan de zetel buiten het Vlaamse Gewest, maar binnen België ligt, maken een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening op en in voorkomend geval publiceren ze die conform de geldende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking;
4° naargelang het geval:
a) als de familiale vennootschap een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap is, of een vennootschap met een andere rechtsvorm waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat haar beheerst, voorziet in een vergelijkbaar begrip: het kapitaal daalt op geen enkel moment door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;
b) als de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: de verrichte inbrengen dalen op geen enkel moment gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen, zoals dat blijkt uit de jaarrekening;
5° de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.
13. Om te blijven genieten van de gunstmaatregel van art. 2.8.6.0.3, §2, VCF moet gedurende drie jaar na de schenking cumulatief aan volgende voorwaarden worden voldaan:
1° de familiale vennootschap blijft gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2°, VCF;
2° een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.
3° voor elk van de drie jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd overeenkomstig de geldende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting.
Ondernemingen of vennootschappen waarvan de maatschappelijke zetel buiten het Vlaamse Gewest maar binnen België ligt, moeten een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking;
4° naargelang het geval:
a) wanneer de familiale vennootschap een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap is, dan wel een vennootschap met een andere rechtsvorm waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat haar beheerst, voorziet in een vergelijkbaar begrip: het kapitaal daalt niet door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;
b) wanneer de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: het eigen vermogen daalt niet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen tot onder het bedrag van de tot op de datum van de authentieke akte van schenking verrichte inbrengen, zoals dat blijkt uit de jaarrekening;
5° de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.
14. In casu wensen de aanvragers een partiële splitsing uit te voeren van een familiale vennootschap die heeft genoten van de vrijstelling van artikel 2.8.6.0.3, §2, 2° VCF door na de schenking een deel van haar vermogen af te splitsen in een nieuwe vennootschap. De controle van de voorwaarden tot behoud van dit gunstregime vermeld in artikel 2.8.6.0.6, §2, 1° en 2° VCF zullen gebeuren bij de vrijgestelde vennootschap en bij de afgesplitste vennootschap. Deze controle zal gebeuren op geconsolideerde basis.
15. Gelet op de controle op geconsolideerde basis zal de loutere uitvoering van de voorgenomen partiële splitsing niet tot gevolg hebben dat niet voldaan zal zijn aan de voorwaarde tot behoud van het gunstregime geformuleerd in artikel 2.8.6.0.6, §2, 3° VCF.
16. In geval van splitsing in de drie jaren volgend op de authentieke akte van schenking zal uit de a posteriori controle, moeten blijken dat de afgesplitste vennootschap(pen) aan de voorwaarden zijn blijven voldoen opdat de gunstmaatregel behouden kan worden. Dit gebeurt aan de hand van de stukken van de betrokken vennootschappen.
17. Zoals de aanvragers zelf ook erkennen, kan het besluitvormingsorgaan zich niet uitspreken of bij deze controle voldaan zal zijn aan de voorwaarden tot behoud. Dit betreft een bewijskwestie waarvoor het besluitvormingsorgaan niet bevoegd is.
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenkbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.
Voetnoten
[1] Uw Dienst oordeelde reeds gelijkaardig in de Voorafgaande Beslissing 21030 op 25 mei 2021.
[2] Onder meer voorafgaande beslissing nr. 22014 d.d. 09.05.2022.