Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 25121 - Geruisloze fusie Vlaamse Belastingdienst

VB 25121 - Geruisloze fusie

Voorafgaande beslissing
Nummer

25121

Datum beslissing

12 januari 2026

Publicatiedatum

30 januari 2026

Heffing

  • Verkooprecht

Wettelijke basis

  • art. 2.9.1.0.3. VCF
  • art. 3.17.0.0.2. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Conform de bepalingen van het decreet van 19 december 2014 wensen wij een voorafgaande beslissing aan te vragen betreffende de hierna beschreven voorgenomen verrichting.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt gesteld door […] namens:

2.1. Aanvrager / Overnemende vennootschap:

Naam: NV X (hierna "NV X")

Adres maatschappelijke zetel: […]

KBO-nummer: […]

2.2. Betrokken partij / Over te nemen vennootschap:

Naam: BV Y (hierna “BV Y”)

Adres maatschappelijke zetel: […]

KBO-nummer: […]

3. NV X is de moedervennootschap en houdt 100% van de aandelen aan in haar dochtervennootschap, BV Y.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. Huidige situatie en historische context

NV X is een operationele vennootschap actief in […]. Ze is verdeler van een aantal internationale merken zoals […]

BV Y is een patrimoniumvennootschap. Het enige actief van belang van BV Y zijn volgende onroerende goederen aangekocht in 2018 (zie bijlage 1).

  1. Een industriegebouw met aanhorigheden bestemd om te worden afgebroken op en met grond staande en gelegen aan de […], kadastraal gekend volgens recent kadaster sectie A nummer […] en volgens eigendomstitel sectie A nummer […], met een oppervlakte volgens recent kadaster en eigendomstitel van drieënvijftig aren vijfennegentig centiaren (53a 95ca).
  2. Een magazijn, silo, verhardingen, kantoorgebouw en ondergrondse elementen bestemd om te worden afgebroken op en met grond gelegen aan de […], kadastraal gekend volgens titel en recent kadester sectie A nummer […], met een oppervlakte volgens titel en recent kadaster van zevenenveertig aren vierentachtig centiaren (47a 84ca). Tegenover dit onroerende goed heeft de onderneming nog een banklening staan.

Op xx.xx.2018 werd er op deze onroerende goederen een recht van opstal verleden aan de onderneming NV X.

Bij akte van xx.xx.2020 werd de einddatum van het bestaande opstalrecht verlengd van xx.xx.2036 tot xx.xx.2040 onder dezelfde voorwaarden en modaliteiten als voorheen omdat de bouwwerken vertraging opliepen (zie bijlage 2 voor de akte).

De bestaande gebouwen aanwezig op de gronden werden afgebroken en in het kader van het opstalrecht heeft NV X een industrieel pand opgericht voor eigen gebruik in 2018. Dit pand wordt 100% beroepsmatig gebruikt door NV X.

Het enige actief van BV Y betreft de betrokken onroerende goederen.

Als opstalvergoeding werd er een vergoeding van 156.000 euro per jaar afgesproken.

NV X verwierf het 100% aandeelhouderschap in BV Y doordat BV […] en haar hoofdaandeelhouder in mei 2024 besloten om een inbreng in natura te doen van hun aandelenparticipatie BV Y in NV X en daarmee het kapitaal van NV X te verhogen met 1.056.670 Euro. (Zie bijlage 3 voor de kapitaalverhoging).

Bij de inbreng werden de aandelen in BV Y geruild voor aandelen van NV X.

BV […] is daarnaast ook eigenaar van 70 % van de aandelen van NV X.

De reden hiervoor was de neerwaartse trend van het eigen vermogen van NV X ingevolge opeenvolgende negatieve bedrijfsresultaten en dit door de druk van concurrentiële merken die de markt in België trachten in te palmen.

Via deze ingreep kon men het eigen vermogen van NV X en bijgevolg de financiële ratio’s van de onderneming herstellen hetgeen belangrijk was om de bancaire positie van de onderneming te consolideren en verbeteren Nieuwe financieringen en bankkredieten waren en zijn immers nodig om de investeringen in materieel en bedrijfskapitaal te financieren ten einde de continuïteit van de onderneming te waarborgen en de concurrentie een tegenwoord te bieden.

5. Voorgenomen verrichting

De aanvrager, NV X, is voornemens om BV Y op te slorpen middels een geruisloze fusie door overneming, conform de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Door deze verrichting zal BV Y van rechtswege ophouden te bestaan zonder in vereffening te gaan. Het volledige vermogen van BV Y – alle activa en passiva, rechten en verplichtingen – zal onder algemene titel worden overgedragen aan NV X. Gezien NV X reeds 100% van de aandelen van BV Y bezit, zullen er geen nieuwe aandelen worden uitgegeven.

III. Motivering van de aanvraag

6. De huidige economische realiteit en de financiële situatie van NV X maken de voorgenomen fusie niet enkel wenselijk, maar ook bedrijfseconomisch noodzakelijk. De motieven zijn de volgende:

  • Financiële noodzaak en sanering: De operationele vennootschap NV X wordt geconfronteerd met cashflow- en rendabiliteitsproblemen, wat een aanzienlijke druk legt op de huidige, kostbare constructie met twee vennootschappen. Het te verwerken resultaat over het boekjaar 2024 was negatief en bedroeg -€50.558,74. (Zie bijlage 4). Deze trend zet zich door, met een voorlopig te bestemmen verlies per juli 2025 van -€141.667,24. Na een interne analyse kwamen volgende punten naar voren:
    • Het aanhouden van een aparte administratie voor BV Y zorgt voor een aanzienlijke extra kost
    • Het betalen van de opstalvergoeding aan BV Y heeft een aanzienlijke negatieve impact op de bedrijfsresultaten van NV X. De druk van de bancaire partners is aanzienlijk.;
    • De huidige kostenstructuur zorgt ervoor dat er een constante financiële druk is bij de onderneming NV X
  • Duurzame kostenbesparing: De eliminatie van BV Y leidt tot een directe en duurzame verlaging van de overheadkosten. Kosten verbonden aan een dubbele administratie (boekhouding, fiscaliteit, publicaties, mandaten) vallen volledig weg. Deze besparing is, gezien de negatieve resultaten, essentieel voor de continuïteit.
  • Rationalisatie van de groepsstructuur: De fusie creëert een transparantere en logischere structuur, waarbij het operationeel gebruikte vastgoed ook juridisch deel uitmaakt van de operationele vennootschap. Dit zorgt voor een eenvoudigere positie richting de bank voor kredietnegotiaties. Momenteel is het zo dat de bank vaak moeilijkheden heeft met de huidige structuur en dit kredietonderhandelingen bemoeilijkt.

De verrichting is dus geen loutere optimalisatie, maar een weloverwogen bedrijfsbeslissing gedreven door financiële noodzaak, en heeft niet als hoofddoel het ontwijken van belastingen.

NV X wordt 100% eigenaar van het betrokken onroerend goed.

7. Verwijzing naar de wettelijke en reglementaire bepalingen

Wij verzoeken u om de voorgenomen verrichting te toetsen aan de volgende bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF):

  • Artikel 2.9.1.0.3. VCF
  • Artikel 3.17.0.0.2 VCF, de algemene antimisbruikbepaling.

Analyse: Een fusie door overneming kwalificeert als de overdracht van een algemeenheid van goederen. De overdracht van het onroerend goed, inclusief de overname van de bijhorende schuld, maakt integraal deel uit van deze algemeenheid. Op basis van artikel 2.9.1.0.3. VCF is een dergelijke inbreng niet onderworpen aan het evenredig verkooprecht (12%), maar aan het algemeen vast recht (€50).

Gezien de hierboven vermelde, uitvoerig gemotiveerde zakelijke motieven, menen wij dat de antimisbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF niet van toepassing is.

Wij verzoeken uw dienst vriendelijk te bevestigen dat:

  1. De voorgenomen geruisloze fusie van BV Y in NV X inderdaad wordt aangemerkt als een overdracht van een algemeenheid van goederen.
  2. Op de overdracht van het in BV Y aanwezige onroerend goed, in het kader van deze fusie, conform artikel 2.9.1.0.3. VCF, enkel het algemeen vast recht van €50 verschuldigd zal zijn en niet het evenredige verkooprecht.
  3. De voorgenomen verrichting, ingegeven door de vermelde zakelijke motieven, niet gevat wordt door de algemene antimisbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

8. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

9. Voor de beoordeling van de aanvraag tot voorafgaande beslissing toetst het besluitvormingsorgaan op basis van de burgerrechtelijke kwalificatie die door de aanvrager aan de verrichting wordt gegeven, zonder dat het besluitvormingsorgaan uitspraak doet over de burgerrechtelijke en vennootschapsrechtelijke geldigheid van de verrichting.

10. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • artikel 2.9.1.0.3. VCF dat luidt als volgt:

“Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten.

Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.

Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.”

  • artikel 3.17.0.0.2 VCF dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

11. Artikel 2.9.1.0.3, derde lid VCF bevat een uitzondering op de heffing van het verkooprecht bij een gemengde inbreng. Het verkooprecht wordt niet geheven als de inbreng betrekking heeft op de universaliteit van goederen of een bedrijfstak, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat :

  • De vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
  • Eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

12. De aanvrager NV X is voornemens haar dochtervennootschap BV Y door fusie op te slorpen en hierbij haar volledige vermogen over te nemen. NV X houdt op het ogenblik van de fusie 100% van de aandelen van BV Y aan en zal geen nieuwe aandelen verwerven. Hierdoor is sprake van een geruisloze fusie. Een geruisloze fusie wordt door artikel 12:7 van het wetboek van vennootschappen en verenigingen gelijkgesteld aan een fusie door overneming. Gezien de fusie gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief als passief, van de over te nemen vennootschap en geen andere vergoeding is voorzien, is voldaan aan de voorwaarde van artikel 2.9.1.0.3, derde lid VCF en zal het verkooprecht niet krachtens artikel 2.9.1.0.3 VCF verschuldigd zijn.

13. Het besluitvormingsorgaan kan zich niet uitspreken over de heffing van het algemeen vast recht gezien dit een federale bevoegdheid is.

14. De voorgenomen geruisloze fusie voorafgegaan door de verwerving van het 100% aandeelhouderschap in de BV Y door NV X naar aanleiding van een inbreng in natura van de aandelenparticipatie in de BV Y, zoals voornoemd in randnummer 4, vormt geen fiscaal misbruik van artikel 2.9.1.0.3. VCF in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF

Deze beslissing heeft alleen betrekking op het verkooprecht en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.