Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 25133 - Schenking met last kwalificatie Vlaamse Belastingdienst

VB 25133 - Schenking met last kwalificatie

Voorafgaande beslissing
Nummer

25133

Datum beslissing

9 februari 2026

Publicatiedatum

6 maart 2026

Heffing

  • Schenkbelasting

Wettelijke basis

  • art. 2.8.1.0.1. VCF
  • art. 2.8.3.0.1. VCF
  • art. 2.8.4.1.1. VCF
  • art. 3.17.0.0.2. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze vraag tot voorafgaande beslissing strekt er toe de bevestiging te krijgen dat de voorgenomen schenking in haar geheel gekwalificeerd wordt als een schenking en niet als een rechtshandeling onder bezwarende titel (verkoop).

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt gesteld door notaris […] namens:

2.1. De heer X, geboren te […] op xx.xx.1960, rijksregisternummer […], en zijn echtgenote mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1962, rijksregisternummer […], samenwonende te […], hierna ook genoemd “de ouders” of “de schenkers”,

3. hebben drie kinderen:

3.1. De heer A, geboren te […] op xx.xx.1994, rijksregisternummer […], echtgenoot van mevrouw […], geboren te […] op xx.xx.1999, rijksregisternummer […], wonende te […].

3.2. Mevrouw B, geboren te […] op xx.xx.1991, rijksregisternummer […], echtgenote van de heer […], geboren te […] op xx.xx.1988, rijksregisternummer […], wonende te […].

3.3. Mevrouw C, geboren te […] op xx.xx.1993, rijksregisternummer […], echtgenote van de heer […], geboren te […] op xx.xx.1991, rijksregisternummer […], wonende te […].

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. Beschrijving van het goed

4.1 GEMEENTE […]- derde afdeling – […]

Een hoevewoning met aanhorigheden op en met grond, volgens titel en volgens recent kadastraal uittreksel gekend onder sectie C, nummer […], met een oppervlakte van één hectare zestig are vijftien centiare (1 ha 60a 15 ca).

4.2. GEMEENTE […] – derde afdeling – […]

Een perceel landbouwgrond, volgens recent kadastraal uittreksel gekend sectie C, nummers […], met een oppervlakte van drie hectare negenendertig are zestien centiare (3ha 39a 16ca).

4.3. GEMEENTE […] – derde afdeling – […]

Een perceel grond met medegaande landbouwgebouwen en aanhorigheden, op en met grond, volgens recent kadastraal uittreksel gekend onder sectie C, nummers […], met een oppervlakte van tweeënvijftig are veertig centiare (52a 40ca).

4.4. Het gehele onroerend goed wordt geschat op […] euro, opgesplitst als volgt:

  • de hoevewoning wordt geschat op […] euro.
  • de landbouwgebouwen en landbouwgronden worden geschat op […] euro.

5. De schenking gebeurt onder volgende voorwaarden:

5.1. De goederen worden geschonken in volle eigendom

5.2. volgende lasten worden opgelegd aan de heer A, telkens betaalbaar bij akte:

  • Last tot betaling van een som van […] euro aan de schenkers
  • Verdeling van het netto-voordeel van de schenking onder de kinderen als volgt:
    • last tot betaling van een som van […] aan C als onrechtstreekse schenking op voorschot van erfdeel die aanvaard wordt bij de akte;
    • last tot betaling van een som van […] euro aan B als onrechtstreekse schenking op voorschot van erfdeel die aanvaard wordt bij de akte;

6. Na aftrek van de lasten bekomt de heer A aldus een netto voordeel van […] euro.

7. Er wordt een vrijstelling gevraagd voor de geschonken goederen overeenkomstig artikel 2.8.6.0.3, §1 VCF, met uitzondering van de hoevewoning en de lasten in voordeel van C en B.

III. Motivering van de aanvraag

8. Wij zijn van oordeel dat het netto-voordeel voor elk van de begiftigden voldoende is om te kunnen spreken van een geldige schenking onder last, en niet van een overdracht onder bezwarende titel.

Het netto-voordeel van de schenking bedraagt in totaal […] euro, dat de schenkers gelijk willen verdelen onder hun drie kinderen: de heer A bekomt de activa van de landbouwonderneming in volle eigendom en kan deze exploiteren. Mevrouw C en mevrouw B bekomen elk eenzelfde netto-waarde in volle eigendom die zij kunnen aanwenden naar goeddunken.

In dat opzicht vragen zij bevestiging van de Vlaamse Belastingdienst dat de transactie in haar geheel gekwalificeerd wordt als een schenking en niet als een rechtshandeling onder bezwarende titel.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

9. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

10. Voor de beoordeling van de aanvraag tot voorafgaande beslissing toetst het besluitvormingsorgaan op basis van de burgerrechtelijke kwalificatie die door de aanvrager aan de verrichting wordt gegeven, zonder dat het besluitvormingsorgaan uitspraak doet over de burgerrechtelijke en vennootschapsrechtelijke geldigheid van de verrichting.

11. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • artikel 2.8.1.0.1 VCF dat luidt als volgt:

Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”

  • artikel 2.8.3.0.1 VCF dat luidt als volgt:

§ 1. Voor de schenkingen onder de levenden van roerende en onroerende goederen wordt een schenkbelasting geheven op het aandeel van elke begiftigde, op basis van de verkoopwaarde van de geschonken goederen, zonder aftrek van lasten.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de belastbare grondslag als volgt vastgesteld :

1° voor de schenking van financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en voor Belgische of buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van de voormelde wet, volgens de beurswaarden ervan op datum van de eerste dag van de maand waarin de schenking plaatsvindt. Als er op die datum geen notering is, geldt de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop er opnieuw een notering wordt vastgesteld. Als er op de datum van de eerste dag van de maand waarin de schenking plaatsvindt voor bepaalde van de geschonken waarden wel en voor andere geen notering is, wordt de belastbare grondslag van die laatste waarden vastgesteld volgens de beurswaarden op de eerstvolgende dag waarop er wel een notering is;

2° voor de schenking van het vruchtgebruik of de blote eigendom van een onroerend goed, zoals in artikel 2.9.3.0.4 tot en met artikel 2.9.3.0.7 is bepaald;

3° voor de schenking van het op het leven van de begiftigde of een derde gevestigde vruchtgebruik van roerende goederen, volgens de volgende formule :

belastbare grondslag = a x b, waarbij :

a) a = de jaarlijkse opbrengst van de goederen, forfaitair vastgesteld op 4% van de waarde van de volle eigendom van de goederen;

b) b = de leeftijdscoëfficiënt, vermeld in de tabel van artikel 2.9.3.0.4, § 1, naargelang de leeftijd van de persoon op het hoofd van wie het vruchtgebruik is gevestigd op de datum van de schenking;

4° voor de schenking van het voor een bepaalde tijd gevestigd vruchtgebruik van roerende goederen, door het bedrag van de jaarlijkse opbrengst tegen 4% te kapitaliseren over de duur van het vruchtgebruik, bepaald in de schenkingsakte. De jaarlijkse opbrengst van de roerende goederen wordt forfaitair vastgesteld op 4% van de waarde van de volle eigendom van die goederen. Het aldus verkregen bedrag van de belastbare grondslag mag evenwel niet meer bedragen dan hetzij de waarde, berekend volgens punt 3°, als het vruchtgebruik gevestigd is ten voordele van een natuurlijke persoon, hetzij twintig keer de opbrengst, als het vruchtgebruik gevestigd is ten voordele van een rechtspersoon;

5° voor de schenking van de blote eigendom van roerende goederen waarvan het vruchtgebruik door de schenker is voorbehouden, op basis van de verkoopwaarde van de volle eigendom van de goederen;

6° voor de schenking van de blote eigendom van roerende goederen waarvan het vruchtgebruik door de schenker niet is voorbehouden, op basis van de verkoopwaarde van de volle eigendom van de goederen, verminderd met de waarde van het vruchtgebruik, berekend volgens punt 3° of punt 4° ;

7° voor schenkingen van een lijfrente of een levenslang pensioen, op basis van het jaarlijkse bedrag van de uitkering, vermenigvuldigd met de leeftijdscoëfficiënt, vermeld in de tabel van artikel 2.9.3.0.4, § 1, die op de begiftigde moet worden toegepast;

8° voor schenkingen van een altijddurende rente, op basis van het jaarlijkse bedrag van de rente, vermenigvuldigd met twintig.

§ 3. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt de last die bestaat uit een som, een rente of een pensioen, onder kosteloze titel bedongen ten voordele van een derde die aanvaardt, in hoofde van die derde als schenking belast en wordt de last van het aandeel van de hoofdbegiftigde afgetrokken. In de mate dat de schenking betrekking heeft op onroerende goederen, wordt de last in hoofde van de derde als schenking belast volgens de tarieven, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1.”

  • artikel 2.8.4.1.1 VCF dat luidt als volgt:

“§ 1. De schenkbelasting voor de schenkingen van onroerende goederen wordt

berekend volgens het tarief, vermeld in de onderstaande tabellen:

TABEL I

verkrijging in rechte lijn en tussen partners

gedeelte van de schenking

A
schijf in euro

tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in %

totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro

Vanaf

tot en met

0,01

150.000

3

-

150.000,01

250.000

9

4500

250.000,01

450.000

18

13.500

450.000,01

27

49.500


TABEL II

tarief tussen alle andere personen

gedeelte van de schenking

A schijf in euro

tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in %

totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro

Vanaf

tot en met

0,01

150.000

10

-

150.000,01

250.000

20

15.000

250.000,01

450.000

30

35.000

450.000,01

40

95.000

§ 2. Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende goederen bedraagt:

1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;

2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.

Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 bedraagt het tarief van de schenkbelasting 0 % voor schenkingen, inclusief inbrengen om niet, aan :

1° het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;

2° de Vlaamse, de Franse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

3° de Franse en de Duitstalige Gemeenschap en aan het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;

4° een staat van de Europese Economische Ruimte;

5° provincies en gemeenten in het Vlaamse Gewest;

6° de openbare instellingen van de publiekrechtelijke rechtspersonen, vermeld in de punt 1° tot en met 5° ;

7° erkende woonmaatschappijen als vermeld in artikel 4.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

8° het Vlaams Woningfonds;

9° dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen als vermeld in artikel 12, § 2, 2° en 3°, van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;

10° verenigingen zonder winstoogmerk, ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen van openbaar nut;

11° openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

In afwijking van paragraaf 1 en 2 bedraagt het tarief van de schenkbelasting 5,5% voor schenkingen, inclusief inbrengen om niet, aan beroepsverenigingen en private stichtingen.

In afwijking van het tweede lid wordt de schenkbelasting, vermeld in paragraaf 1 en 2, gebracht op 100 euro voor de schenkingen, inclusief inbrengen om niet, gedaan aan rechtspersonen als vermeld in het tweede lid, als de schenker zelf een rechtspersoon als vermeld in het eerste lid, 10°, of het tweede lid, is.

Het tarief, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, is ook van toepassing op gelijksoortige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een andere staat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.”

  • artikel 3.17.0.0.2 VCF dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

12. Een schenking met last is een schenking waarbij de begiftigde er zich toe verbindt een bepaalde tegenprestatie te leveren.

Deze tegenprestatie wordt aan de begiftigde opgelegd door de schenker en kan zijn bedongen in diens eigen voordeel of in het voordeel van een derde.

13. In casu schenken de aanvragers voornoemd in randnummer 2.1. aan hun zoon de heer A de onroerende goederen voornoemd in randnummer 4. met een voorlopig door de partijen geschatte waarde van 1 148 117 euro onder last van uitkering […] euro aan de schenkers, en […] euro aan elk van zijn twee zussen voornoemd in de randnummers 3.2. en 3.3.

Rekening houdende met de opgelegde lasten en de geschatte waarde van de te schenken goederen zou de hoofdbegiftigde een voordeel van […] euro bekomen.

14. In geval van een schenking met last moet worden uitgemaakt of de overeenkomst nog wel de aard van een schenking heeft, dan wel als een rechtshandeling onder bezwarende titel moet gekwalificeerd worden.

15. De last belet niet dat de overeenkomst in haar geheel een gift is, wanneer de waarde van de last lager is dan die van de geschonken goederen, zodat de verrichting voor de begiftigde nog een voordeel oplevert.

Bovendien moet bij de schenkers de wil aanwezig zijn om zich te verarmen (animus donandi) (subjectief element).

16. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat de aanvragers de goederen voornoemd in randnummer 4. aan hun zoon willen schenken. De hoofdbegiftigde houdt na uitvoering van de lasten nog een substantieel voordeel over.

17. Uit het geheel van de feiten blijkt dat naast de verarming van de schenkers en de verrijking van de begiftigde ook het begiftigingsinzicht bij de schenkers aanwezig is zodat de voorgenomen verrichting, voor zover de waardering van de te schenken goederen met de werkelijkheid zal overeenstemmen, een schenking is en geen overdracht onder bezwarende titel.

18. Indien de rechtshandelingen worden gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. De voorgenomen verrichtingen maken geen fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.