Gedaan met laden. U bevindt zich op: VB 26081 - Kanscontract Vlaamse Belastingdienst

VB 26081 - Kanscontract

Voorafgaande beslissing
Nummer

26081

Datum beslissing

7 september 2026

Publicatiedatum

22 september 2026

Heffing

  • Erfbelasting
  • Schenkbelasting

Wettelijke basis

  • art. 2.7.1.0.3. VCF
  • art. 2.7.1.0.5. VCF
  • art. 2.8.1.0.1. VCF
  • art. 3.17.0.0.2. VCF

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De echtgenoten X – Y, gehuwd onder het stelsel der zuivere scheiding van goederen, wensen een kanscontract te sluiten met betrekking tot de liquide middelen (250.000 euro elk) en de aandelen van de vennootschap Z welke tot hun eigen vermogen behoren, en dit tot overlijden van de eerststervende van partijen.

2. De aanvraag tot voorafgaande beslissing strekt ertoe te vernemen dat het voorgelegde kanscontract tussen de echtgenoten X – Y kwalificeert als een kanscontract ten bezwarende titel en dat:

2.1. indien de overeenkomst in België wordt geregistreerd, de artikelen 2.8.1.0.1 en 2.8.4.1.1, §2, VCF niet van toepassing zullen zijn en er derhalve geen schenkbelasting zal verschuldigd zijn;

2.2. bij overlijden van één van de echtgenoten de artikelen 2.7.1.0.3, 3° en 2.7.1.0.5 VCF evenmin van toepassing zullen zijn, zodat er geen erfbelasting verschuldigd zal zijn;

2.3. deze verrichting geen fiscaal misbruik vormt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF

3. De echtgenoten X – Y verzoeken uitdrukkelijk, overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, §4, lid 1, VCF, dat, gelet op het voorwerp van de aanvraag, de termijn waarvoor de beslissing ter zake zal genomen worden, langer zal zijn dan vijf jaar. Meer bepaald verzoeken zij om een geldigheidsduur van de afgeleverde beslissing tot en met het overlijden van één van hen beiden.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

4. De aanvraag wordt ingediend door de echtgenoten X – Y, namens:

4.1. De Heer X, geboren op xx.xx.1975, nationaal nummer: […] en zijn echtgenote,

4.2. Mevrouw Y, geboren op xx.xx.1978, nationaal nummer: […]

Op heden wonen de aanvragers samen te […].

Echtgenoten hebben hun fiscale woonplaats sinds meer dan vijf jaar in het Vlaamse Gewest.

De partijen zijn gehuwd onder het stelsel der zuivere scheiding van goederen blijkens huwelijkscontract, op xx.xx.2009 verleden door notaris […], en verklaren dat zij dit tot op heden niet gewijzigd hebben (zie bijlage 1 bij de aanvraag).

5. De echtgenoten X – Y hebben samen twee minderjarige kinderen.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

6. De aanvragers, echtgenoten, wensen tussen hen een aanwasovereenkomst af te sluiten met betrekking tot:

Ten eerste, liquide middelen ter waarde van 250.000 euro per aanvrager, dus 500.000 euro samen voor beide aanvragers (hierna "de Liquide Middelen");

Ten tweede, 30 aandelen van de vennootschap Z (KBO […]) per aanvrager, dus 15 aandelen samen voor beide aanvragers, met maatschappelijke zetel te […] (hierna "de Vennootschap") (hierna “de Aandelen”). Elke echtgenoot is eigenaar van 15 aandelen (aandelenregister in bijlage 2 bij de aanvraag);

Hierna: “de Roerende goederen”.

Het kanscontract zal tevens betrekking hebben op alle goederen die bij wijze van belegging, wederbelegging, contractuele en wettelijke zaakvervanging in de plaats zouden treden van de Roerende goederen op basis van artikel 3.10 B.W. De aanwas geldt ook voor de inkomsten uit de Liquide Middelen, op voorwaarde dat deze op dezelfde rekening dan de Liquide Middelen zijn gestort.

Het ontwerp van overeenkomst van aanwas is opgenomen als bijlage 3 bij de aanvraag, waarnaar wordt verwezen.

III. Motivering van de aanvraag

7. Principe

Het beding van aanwas betreft een kanscontract ten bezwarende titel dat wordt afgesloten tussen twee contractanten met betrekking tot één of meerdere goederen.

Een beding van aanwas heeft een wederkerig karakter. Beide contractanten zullen gezamenlijk tot een besluitvorming moeten komen teneinde hun rechten van beheer en beschikking uit te oefenen. Een wijziging, noch opzegging kan bijgevolg eenzijdig geschieden.

Als compensatie van deze beperking aan hun beheers- en beschikkingsbevoegdheid die de echtgenoten zich vrijwillig opleggen, bekomt elke contractant onder opschortende voorwaarde het recht op de Roerende goederen van de medecontractant waarop het beding van aanwas gevestigd wordt zo deze komt te overlijden. Het zich al dan niet voordoen van de aanwas is verbonden aan de onzekere gebeurtenis van het tijdstip van het eerst overlijden van een contractant. De onzekerheid van tijdstip en identiteit van de eerstoverleden contractant maakt dat beide partijen eenzelfde kans hebben op de aanwas van een vermogensbestanddeel.

8. Echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen

Dat een beding van aanwas mogelijk is tussen echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen wordt zowel door het Grondwettelijk Hof als de Vlaamse Belastingdienst zelf bevestigd. In voorkomend geval zijn de echtgenoten gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Zie bijlagen 1 bij de aanvraag.

9. Een evenwichtig kanscontract

Het beding van aanwas betreft een contract ten bezwarende titel, wat verklaard wordt door het gegeven dat beide partijen een gelijke kans hebben om eigendomsaanspraken op de Roerende goederen van zijn echtgenoot te verkrijgen door de aanwas in volle eigendom van de Roerende goederen van de overleden contractant. Deze gelijkheid van kansen wordt beoordeeld op het moment van het sluiten van de overeenkomst.

De kwalificatie "kanscontract" tussen partijen wordt aangetoond door de gelijke overlevingskans, een gelijke inleg, een gezamenlijk optreden in de vorm van een strikt vervreemdingsverbod en de afwezigheid van een einddatum. Het bezwarende karakter sluit de taxatie in de erf- of schenkbelasting in hoofde van de artikelen 2.8.1.0.1 juncto artikel 2.8.4.1.1, §2, VCF uit. Wij verwijzen dienaangaande naar de beslissingen door uw diensten genomen door de jaren heen.

10. Met betrekking tot artikel 4.242 en 4.243 B.W.

Het beding van aanwas betreft een kanscontract ten bijzondere titel en ten bezwarende titel onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van een contractant. Het is derhalve geen verboden erfovereenkomst.

11. Toepassing in casu

Het kanscontract dat de echtgenoten X – Y, wensen af te sluiten kwalificeert als een kanscontract ten bezwarende titel. Het bezwarende karakter wordt ondersteund door de volgende feitelijke gegevens waaruit blijkt dat de echtgenoten een evenwaardig kanscontract voor ogen hebben en animo speculandi wensen te handelen:

  • -Een vergelijkbaar overlevingskans bij het afsluiten van de overeenkomst: De heer X is 50 jaar en Mevrouw Y is 48 jaar oud. Hun levensverwachting, zoals vermeld in de omzettingstabellen van het vruchtgebruik vastgesteld bij het Ministerieel besluit van 1 juli 2026 tot bepaling van de omzettingstabellen van het vruchtgebruik als bedoeld in artikel 4.64, §§ 3 en 5, van het Burgerlijk Wetboek is 35,47 jaar voor Mijnheer X en 39,83 jaar voor Mevrouw Y. Ze zijn beiden in goede gezondheid. De medische attesten zijn bijgevoegd (bijlagen 4 en 5 bij de aanvraag).
  • -Financiële gelijkwaardigheid: beide partijen bezitten elk hetzelfde aantal Aandelen en Liquide Middelen dat zij aan het beding van aanwas willen onderwerpen;
  • -Het beding van aanwas bevat een strikt vervreemdingsverbod. Het is de echtgenoten niet toegestaan eenzijdig het contract stop te zetten, te wijzigen, de goederen in pand te geven, te vervreemden etc. (artikel 3). Elke daad van beheer of beschikking die gesteld wordt, zal met andere woorden de expliciete en persoonlijke handeling van elk der echtgenoten noodzaken;
  • Het beding van aanwas wordt aangegaan voor een onbepaalde duur (artikel 4). Hoewel:
  • Het beding slechts kan opgeheven worden mits wederzijds akkoord van beide echtgenoten.
  • De partijen sluiten dit beding van aanwas ten bezwarende titel onder de uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde van de beëindiging van de affectieve relatie (het huwelijk) tussen hen, met name:
    • door de inleiding van een vordering tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed door één van hen;
    • indien zij meer dan zes maanden feitelijk gescheiden leven om redenen van ontwrichting van hun relatie (huwelijk), tenzij de feitelijke scheiding het gevolg is van overmacht — waaronder, zonder limitatief te zijn: gezondheidstoestand, opname in een verzorgingsinstelling of rusthuis, verzorgingsbehoeften, beroepsnoodwendigheden of andere redenen die objectief niet wijzen op een beëindiging van de affectieve relatie;
    • in geval van gelijktijdig overlijden van beide partijen, of bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot binnen een termijn van vier maanden na het overlijden van de eerststervende waarbij het beding geacht wordt nooit uitwerking te hebben gehad.

(de voorgestelde clausule is geïnspireerd op de Voorafgaande Beslissingen nr. 24081, 23072, 24117, 25053 en 25054)

  • Het beding van aanwas kwalificeert tevens als een overeenkomst ten bijzondere titel aangezien de overeenkomst van aanwas enkel van toepassing is op de Roerende goederen.

Al deze elementen in acht genomen, dient men te concluderen dat het kanscontract dat de echtgenoten X – Y, voornemens zijn af te sluiten, kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel en ten gevolge hiervan de artikelen 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.5 en art. 2.8.1.0.1 io 2.8.4.1.1, §2, VCF geen toepassing kunnen vinden.

12. Niet fiscale motieven

De partijen kiezen bewust voor dergelijke wederzijdse overeenkomst die hen beiden bindt en in principe niet eenzijdig kan opgezegd worden, noch kan aangevochten worden door de kinderen op basis van inkorting.

Bij het overlijden van een echtgenoot, kan de langstlevende voor zichzelf de nodige maatregelen nemen die hem/haar in staat stellen zijn/haar levenskwaliteit en -standaard als langstlevende te garanderen en kan de langstlevende de flexibiliteit behouden omtrent de verderzetting van deze beleggingen.

Indien en in de mate het besluitvormingsorgaan zou stellen dat er sprake is van fiscaal misbruik, hetgeen volgens de aanvragers niet het geval is, dan nog maakt het beding van aanwas geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF. Er zijn immers niet-fiscale motieven die voldoende opwegen tegen de fiscale motieven.

Deze overeenkomst biedt voor de echtgenoten immers de enige goede oplossing naar wederzijdse bescherming om volgende twee redenen:

  • Een testament biedt geen sluitende oplossing aangezien er geen controle bestaat op een éénzijdige wijziging. Testamentaire regelingen zijn bovendien eenzijdig herroepbaar, zodat de langstlevende echtgenoot absoluut geen zekerheid heeft. Hetzelfde geldt voor schenkingen tussen echtgenoten (herroepbaarheid ad nutum);
  • Bovendien geven noch een testament noch een schenking de garantie dat deze niet zullen worden aangevochten door één van de kinderen. De kinderen zouden immers mogelijke reservataire erfaanspraken kunnen laten gelden.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

13. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

14. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

15. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • Artikel 2.7.1.0.3 VCF dat luidt als volgt:

“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :

1° alle schulden die uitsluitend bij uiterste wil erkend zijn;

2° alle schuldbekentenissen van sommen die voorkomen als een contract onder bezwarende titel, maar die een bevoordeling inhouden en die niet aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen zijn onderworpen;

3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.

Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”;

  • Artikel 2.7.1.0.5 VCF dat luidt als volgt:

“§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de vijf jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.

Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.

§ 2. De termijn van vijf jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.

De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”.

  • Artikel 2.8.1.0.1. VCF dat luidt als volgt:

“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”

  • Artikel 2.8.4.1.1, §2, VCF dat luidt als volgt:

“Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende

goederen bedraagt:

1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;

2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.

Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.”;

  • Artikel 3.17.0.0.2. VCF dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;

2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

16. Het feit dat een kanscontract tussen echtgenoten wordt afgesloten maakt dit kanscontract op zich niet ongeldig. Wanneer een kanscontract wordt afgesloten tussen echtgenoten moet het slaan op de eigen goederen van de echtgenoten. Het kan geen betrekking hebben op goederen die tot de huwgemeenschap behoren.

17. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.

18. Het contract is in casu onder bijzondere titel aangezien het contract betrekking heeft op de aandelen en vorderingen die specifiek in de overeenkomst worden omschreven.

19. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt dat de zakelijke subrogatie speelt als die conventioneel is voorzien of die plaatsheeft uit kracht van de wet, overeenkomstig artikel 3.10 BW.

20. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

21. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het contract, etc...

22. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het contract. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het contract blijkt dat bij het afsluiten van het contract niet aan deze voorwaarde was voldaan.

23. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De aanvragers hebben respectievelijk een leeftijd van 50 jaar en 48 jaar. Zij verklaren beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren, wat wordt gestaafd door medische attesten.

24. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

25. Uit de gegevens vermeld in het kanscontract blijkt dat de inleg van de aanvragers gelijkwaardig is (elk de helft van de aandelen van de vennootschap “Z” en een zelfde bedrag aan liquide middelen).

26. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing kan worden besloten dat het in casu om kanscontract gaat en er bijgevolg noch erfbelasting, noch schenkbelasting geheven zal worden in toepassing van de artikelen 2.7.1.0.3 VCF, 2.7.1.0.5 VCF , 2.8.1.0.1 VCF en 2.8.4.1.1, §2 VCF.

27. Indien de rechtshandelingen worden gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen.

Het besluitvormingsorgaan is van oordeel dat het kanscontract, mede gelet op de niet-fiscale motieven, geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenk – en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.