Gedaan met laden. U bevindt zich op: Dotatie responsabiliseringsbijdrage Financiering

Dotatie responsabiliseringsbijdrage

Vlaamse gemeenten, OCMW’s, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en welzijnsverenigingen ontvangen sinds 2020 een algemene werkingssubsidie op basis van de helft van de door hen verschuldigde responsabiliseringsbijdrage. Zo kunnen ze onder meer beter het hoofd bieden aan de stijgende pensioenuitgaven. ​​​​​

Een lokaal bestuur dat voor de financiering van zijn ambtenarenpensioenen aangesloten is bij het Gesolidariseerd Pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen, betaalt een basisbijdragevoet op de loonmassa van zijn statutaire medewerkers en, in voorkomend geval, een responsabiliseringsbijdrage.

De responsabiliseringsbijdrage is de extra factuur die een lokaal bestuur betaalt wanneer de pensioenlast van zijn gepensioneerde ambtenaren groter is dan de basispensioenbijdrage die het bestuur voor dat jaar betaalt.

Berekening en betaling

De berekening van de dotatie voor elk individueel bestuur is gebaseerd op:

  • de percentages van de wettelijke basisbijdrage
  • de responsabiliseringscoëfficiënt.

Beide parameters zijn vastgeklikt op basis van de prognoses van mei 2019 van de Federale Pensioendienst. De prognoses van mei 2019 voor de wettelijke bijdragevoet en de responsabiliseringscoëfficiënt lopen tot en met het jaar 2024. Vanaf het jaar 2025 worden de prognoses van mei 2019 voor het jaar 2024 als parameters overgenomen.

Wijzigingen aan de percentages van de wettelijke basisbijdrage en aan de responsabiliseringscoëfficiënt worden alleen in rekening gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van het bestuur tot gevolg hebben. Met andere woorden bij een daling van de wettelijke bijdragevoet (= een hogere responsabiliseringsbijdrage) en bij een stijging van de responsabiliseringscoëfficiënt (= een hogere responsabiliseringsbijdrage) worden respectievelijk de wettelijke bijdragevoet en de responsabiliseringscoëfficiënt uit de prognoses van mei 2019 gehanteerd. Enkel bij een stijging van de wettelijke bijdragevoet (= een lagere responsabiliseringsbijdrage) en bij een daling van de responsabiliseringscoëfficiënt (= een lagere responsabiliseringsbijdrage) worden deze nieuwe coëfficiënten in rekening gebracht en vormt de lagere responsabiliseringsbijdrage de basis voor de dotatie.

De Vlaamse overheid financiert op basis van de helft van de “bruto” responsabiliseringsbijdrage. De korting die de besturen kunnen krijgen op de responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie voor een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel (2e pensioenpijler) in mindering te brengen, wordt niet in rekening gebracht.

De subsidie wordt berekend op basis van de meest recente ramingen van de responsabiliseringsbijdragen die de Federale Pensioendienst op 30 september van het betrokken begrotingsjaar aan de Vlaamse overheid ter beschikking stelt.

Vanaf 2021 wordt de dotatie gecorrigeerd met het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar en de effectieve dotatie waarop het bestuur recht had na het definitief worden van de responsabiliseringsbijdrage. Als dat zou leiden tot een negatief bedrag, kan de Vlaamse Regering dat bedrag terugvorderen.

De Vlaamse overheid betaalt het volledige bedrag op de eerste werkdag van de maand december van elk jaar.

Boeking

De inschrijving van de dotatie op basis van responsabiliseringsbijdrage gebeurt op de algemene rekening 7401/4 (Andere algemene werkingssubsidies) en het beleidsveld 0010 (Algemene overdrachten tussen de verschillende bestuurlijke niveaus). De is 300 (Vlaamse overheid).