chat-altchatcrossloginquestion-circlesearchsmileystarthumbup-downwarning
Vlaanderen
Contacteer ons
    Terug naar overzicht Stuur een e-mail

    Stuur een e-mail naar 1700, de informatiedienst voor al uw vragen aan de overheid.
    U ontvangt een kopie van uw bericht.

    Terug naar overzicht Chat met ons
    Uw chatgesprek wordt automatisch gestart zodra er een medewerker beschikbaar is.
    Even geduld, uw positie in de wachtrij wordt bepaald.

    Gerechtelijke procedure bij een misdrijf

    Gerechtelijke procedure bij een misdrijf

    De wet onderscheidt drie soorten van misdrijven, volgens de ernst ervan: overtredingen, wanbedrijven en misdaden.

      Een overtreding is de lichtste vorm van een misdrijf. Het is meestal de politierechtbank die zich uitspreekt over overtredingen. Voorbeelden van overtredingen zijn:

      • nachtlawaai
      • openbare dronkenschap
      • inbreuken op het verkeersreglement.

      Een wanbedrijf is een zwaarder misdrijf dan een overtreding. Er zijn ook zwaardere straffen aan gekoppeld. De correctionele rechtbank doet uitspraak over wanbedrijven. Voorbeelden van wanbedrijven zijn:

      • diefstal
      • misbruik van vertrouwen
      • oplichting
      • slagen en verwondingen.

      Misdaden zijn de ernstigste misdrijven. Het hof van assisen spreekt zich uit over misdaden. Voorbeelden van misdaden zijn:

      • aanranding van de eerbaarheid van een minderjarige
      • verkrachting
      • moord

      Om die misdrijven te bestraffen, kan er op verschillende manieren een strafprocedure worden opgestart:

      • De politie kan op eigen initiatief een misdrijf vaststellen of iemand op heterdaad betrappen. De politie maakt daarvan een proces-verbaal op en stuurt dat naar het openbaar ministerie, ook wel het parket genoemd.
      • Iedereen kan een klacht indienen bij de politie of rechtstreeks bij het parket.
      • Een benadeelde kan de vermoedelijke dader onmiddellijk voor een correctionele rechtbank of politierechtbank dagvaarden en zich burgerlijke partij stellen. Dat is alleen mogelijk bij overtredingen en wanbedrijven.
      • Een slachtoffer kan zich bij een onderzoeksrechter burgerlijke partij stellen. Het slachtoffer meldt dan aan de onderzoeksrechter dat hij schade heeft geleden door een wanbedrijf of een misdaad.

      Het onderzoek

      Ter voorbereiding van een eventueel proces vindt er een strafonderzoek plaats. Dat strafonderzoek dient:

      • om bewijzen op te sporen
      • om een strafdossier samen te stellen.

      De wet voorziet in twee manieren om een strafdossier aan te leggen:

      • het opsporingsonderzoek, onder leiding van de procureur des konings
      • het gerechtelijk onderzoek, onder de verantwoordelijkheid van de onderzoeksrechter.

      Opsporingsonderzoek

      In de meeste gevallen voert het parket een voorbereidend onderzoek in samenwerking met de politie, het opsporingsonderzoek genoemd.

      Zodra het opsporingsonderzoek beëindigd is, kan het parket een beslissingen nemen:

      • het dossier seponeren. De zaak wordt dan (voorlopig) zonder gevolg geklasseerd
      • een minnelijke schikking voorstellen in het geval van een kleiner misdrijf waarbij de dader bekend is en de feiten duidelijk zijn. Als de verdachte een geldsom betaalt, wordt hij niet verder vervolgd
      • een bemiddeling in strafzaken voorstellen tussen dader en slachtoffer in het geval van een misdrijf
      • de vermoedelijke dader van de feiten vervolgen. In dat geval roept het parket de verdachte op om te verschijnen voor een rechtbank
        • een politierechtbank voor een overtreding
        • een correctionele rechtbank voor een wanbedrijf
        • het hof van assisen voor een misdaad
      • een gerechtelijk onderzoek openen, omdat er een diepgaander onderzoek nodig is.

      Gerechtelijk onderzoek

      De onderzoeksrechter wordt op vraag van het parket ingeschakeld om complexere zaken uit te diepen waarvoor specifieke onderzoeksmaatregelen noodzakelijk zijn, zoals huiszoekingen of het afluisteren van telefoons, of als een slachtoffer zich burgerlijke partij stelt.

      Als de onderzoeksrechter oordeelt dat tegen een verdachte ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, dan wordt hij in verdenking gesteld.

      • De onderzoeksrechter kan in het belang van de openbare veiligheid bevelen dat de verdachte in voorlopige hechtenis wordt genomen als hij een feit heeft gepleegd dat strafbaar is met een gevangenisstraf van een jaar of meer. Dat kan in de gevangenis, maar ook onder elektronisch toezicht (enkelband).
      • De onderzoeksrechter kan de verdachte vrijlaten onder bepaalde voorwaarden.

      De raadkamer ziet toe op het verloop van het gerechtelijk onderzoek en beslist op regelmatige tijdstippen of de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft.

      Zodra het gerechtelijk onderzoek beëindigd is, beslist de raadkamer welk gevolg eraan wordt gegeven.

      • Verder onderzoek: het dossier gaat terug naar het parket.
      • Buiten vervolging stellen: er zijn onvoldoende bewijzen.
      • Voldoende bezwaren:
        • de raadkamer verwijst de inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank bij een wanbedrijf
        • de raadkamer start de procedure van inbeschuldingstelling op bij een misdaad die voor het assisenhof moet berecht worden.
      • De raadkamer kan zich in volgende gevallen zelf uitspreken over de schuld van de verdachte:
        • bij internering
        • bij een opschorting van de uitspraak.

      Het proces

      Een strafproces vindt meestal plaats op een politierechtbank bij een overtreding of op een correctionele rechtbank bij een wanbedrijf. Misdaden, zoals moord, worden voor het hof van assisen gebracht.

      Een strafproces verloopt als volgt:

      • de strafrechter ondervraagt de beklaagde en hoort de eventuele getuigen en deskundigen.
      • de burgerlijke partij legt haar schadeclaim voor.
      • het parket vordert een straf of maatregel.
      • de verdediging van de beklaagde houdt haar pleidooi.
      • de voorzitter van de rechtbank spreekt na de sluiting van de debatten het vonnis uit of houdt de zaak in beraad. De uitspraak volgt dan op een latere zitting. Bij een assisenproces spreekt een volksjury zich uit over de schuld of de onschuld van een beschuldigde.

      Op een strafproces zijn verschillende personen aanwezig:

      • de parketmagistraat geeft zijn mening over de schuld van de verdachte en de op te leggen straf.
      • de beklaagde of beschuldigde (assisenproces) die zich kan laten bijstaan door een advocaat.
      • de slachtoffers, vaak aanwezig op het een strafproces als burgerlijke partij, om een schadevergoeding te krijgen. Ook zij kunnen zich laten bijstaan door een advocaat.

      Het vonnis

      De rechtbank kan tot verschillende uitspraken komen.

      • de vrijspraak: als de beklaagde onschuldig wordt bevonden
      • de schuld is bewezen:
        • geldboete
        • vrijheidsstraf: dat kan ook (deels) buiten de gevangenis, bijvoorbeeld met:
          • elektronisch toezicht (bv. een enkelband)
          • beperkte detentie
          • een werkstraf
        • bijkomende straffen, zoals:
          • de intrekking van het rijbewijs
          • de ontzetting uit bepaalde rechten
          • de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank

      Het is ook mogelijk dat de verdachte een misdrijf gepleegd heeft, maar aan een geestesstoornis lijdt. De rechter kan dan beslissen tot internering.

      De strafrechter kan de uitspraak van de veroordeling opschorten als hij de schuld bewezen acht, maar geen veroordeling uitspreekt, of uitstellen als hij wel een veroordeling uitspreekt, maar de uitvoering ervan geheel of gedeeltelijk uitstelt.

      Zowel aan de opschorting als aan het uitstel kunnen er voorwaarden worden gekoppeld. In dat geval spreekt men van probatie-opschorting en probatie-uitstel.

      Het is mogelijk dat een veroordeelde een vrijheidsstraf moet ondergaan, maar vrijgelaten wordt voor het einde van de gevangenisstraf. Er moeten dan bepaalde voorwaarden nageleefd worden gedurende een proeftijd. Dat is de voorwaardelijke invrijheidstelling.

      Na de uitspraak

      Na de uitspraak kunnen de partijen de gerechtelijke beslissing aanvechten.

      • Een beklaagde die afwezig was terwijl de zaak werd behandeld, en ‘bij verstek’ werd veroordeeld, kan verzet aantekenen.
      • Wie de zaak een tweede keer behandeld wil zien, door een hogere rechtbank, kan hoger beroep aantekenen. De burgerlijke partij kan alleen beroep aantekenen tegen een vrijspraak of tegen de beslissing over de schadevergoeding.
      • Tegen een definitieve uitspraak kan cassatieberoep worden aangetekend. Dat is maar mogelijk als de rechter de wet verkeerd heeft toegepast of als er procedurefouten zijn gemaakt.

      Contact

      Federale Overheidsdienst Justitie

      Adres
      Waterloolaan 115
      1000 Brussel
      België
      Telefoon
      02 542 65 11
      E-mail
      Website