Gedaan met laden. U bevindt zich op: Type arbeidscontract Arbeid

Type arbeidscontract

Gepubliceerd op 13 mei 2026 • Volgende update: mei 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 had 7,8% van de werknemers van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest een .

Dat aandeel daalde van 8,4% in 1999 tot 6,0% in 2012. Nadien steeg het opnieuw tot 8,4% in 2019, gevolgd door een afname na 2019. In 2024 en 2025 was er opnieuw een lichte stijging (respectievelijk +0,5 en +0,7 procentpunt (ppt.)).

Laagste aandeel tijdelijke contracten bij 55- tot 64-jarigen

Vrouwelijke werknemers werken iets vaker dan hun mannelijke collega’s met een tijdelijk contract. In 2025 had 8,3% van de vrouwelijke werknemers een tijdelijk contract, tegenover 7,4% van de mannelijke werknemers.

Het aandeel werknemers met een tijdelijk contract neemt af met de leeftijd. In 2025 lag dat aandeel duidelijk hoger bij 20- tot 34-jarigen (16,6%). In de oudere leeftijdsgroepen lag het aandeel lager.

Kortgeschoolden zijn vaker aan de slag met een tijdelijk arbeidscontract dan midden- of hooggeschoolden. In 2025 lag het aandeel kortgeschoolde werknemers van 25 tot 64 jaar met een tijdelijk arbeidscontract op 8,3%, tegenover 4,8% bij de middengeschoolden en 5,4% bij de hooggeschoolden.

Opgedeeld naar huishoudpositie lag het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in 2025 het hoogst bij personen die inwonen bij hun ouders (26,2%) en het laagst bij samenwonende partners met kinderen (5,1%).

Personen die hinder ervaren tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem waren in 2025 iets minder aan de slag met een tijdelijk contract (6,8%) dan personen die geen hinder ervaren (8,3%).

Ten slotte varieert het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract ook naar geboorteland. Bij personen geboren in België ging het in 2025 om 7,0%, bij personen geboren in een ander EU-land om 10,5% en bij personen geboren buiten de EU om 13,1%.

Aandeel tijdelijke contracten in Vlaams Gewest lager dan EU27-gemiddelde

In 2025 lag het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in het Vlaamse Gewest (7,8%) lager dan in het Waalse Gewest (10,4%), in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (14,0%) en in België in zijn geheel (9,2%).

In de Europese Unie (EU27) lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract in 2025 gemiddeld op 11,5%. Nederland kende met 22,4% het hoogste aandeel werknemers met een tijdelijk contract, gevolgd door Polen (15,2%) en Spanje (14,9%). Litouwen (1,7%), Roemenië (1,8%) en Letland (2,5%) hadden het laagste percentage werknemers met een tijdelijk contract.