Gedaan met laden. U bevindt zich op: Werkzaamheidsgraad Arbeid

Werkzaamheidsgraad

Gepubliceerd op 16 april 2026 • Volgende update: april 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Ruim 77% van 20- tot 64-jarigen aan het werk

In 2025 lag de bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 77,3%. Dat betekent dat 77,3% van de 20- tot 64-jarigen in dat jaar arbeid verrichtte. Dat is licht hoger dan in 2024, toen de werkzaamheidsgraad 76,9% bedroeg. De werkzaamheidsgraad is tussen 1999 en 2019 toegenomen van 67,9% tot 75,5%. In 2020 was er een lichte daling tot 74,7%, gevolgd door een stijging in 2021-2022 en een stabilisatie in 2023-2024.

Hoogste werkzaamheidsgraad bij hooggeschoolden en samenwonende partners met kinderen

In 2025 lag de werkzaamheidsgraad bij mannen op 80,4%. Dat is duidelijk hoger dan bij vrouwen (74,3%). Het verschil in werkzaamheidsgraad tussen mannen en vrouwen kwam daarmee in 2025 op 6,1 procentpunten.

De werkzaamheidsgraad van personen van 55 tot 64 jaar (65,6%) lag in 2025 veel lager dan die van de andere leeftijdsgroepen. De werkzaamheidsgraad van de groep van 35 tot 54 jaar lag met 86,8% het hoogst.

De werkzaamheidsgraad neemt toe naarmate het onderwijsniveau stijgt. De werkzaamheidsgraad bij kortgeschoolden lag in 2025 op 53,0%, tegenover 77,6% bij middengeschoolden en 90,0% bij hooggeschoolden.

Opgedeeld naar huishoudpositie was de werkzaamheidsgraad in 2025 het hoogst bij samenwonende partners met kinderen (87,9%) en het laagst bij personen die inwonen bij de ouders (56,5%).

Personen die hinder ondervinden tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem zijn veel minder vaak aan het werk dan personen zonder hinder. In 2025 lag de werkzaamheidsgraad bij personen met hinder op 52,2%, tegenover 83,2% bij personen zonder hinder.

Er zijn ten slotte ook verschillen naar geboorteland. In 2025 lag de werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU27) op 65,6%, tegenover 79,0% bij personen geboren in België en 76,6% bij personen die in een ander EU27-land zijn geboren.

Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

In 2025 lag de Vlaamse werkzaamheidsgraad (77,3%) duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 67,9%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 63,9% en in België in zijn geheel om 72,8%.

In de Europese Unie (EU27) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2025 gemiddeld 76,1%. Het Vlaamse Gewest scoorde met 77,3% hoger dan het EU-gemiddelde.
Malta (83,6%) kende de hoogste werkzaamheidsgraad, gevolgd door Nederland (83,4%) en Tsjechië (82,9%). De laagste werkzaamheidsgraden werden genoteerd in Griekenland (71,0%), Roemenië (69,0%) en Italië (67,6%).