Bevolking naar positie in het huishouden
Aandeel samenwonenden met partner en kind(eren) daalt
Op 1 januari 2026 woonden iets meer dan 3,3 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest samen met een partner, al dan niet met inwonende kinderen. Daarnaast woonden bijna 2 miljoen inwoners als kind (ongeacht de leeftijd) bij 1 of 2 ouders (of bij een ouder en zijn/haar partner). Iets meer dan 1 miljoen woonde alleen en ruim 250.000 personen waren alleenstaande ouders.
Het aandeel inwoners dat met een partner maar zonder kinderen woonde en het aandeel dat met een partner en met 1 of meer kinderen samenwoonde, waren nagenoeg even groot (24%). De groep kinderen die bij 2 ouders woonde was iets kleiner (23%).
Sinds 2000 daalt het aandeel inwoners dat met een partner en 1 of meer kinderen samenwoont net als het aandeel kinderen dat bij 2 ouders inwoont.
Meer dan 7 op 10 samenwonende partners zijn gehuwd
Van de personen van 18 jaar en ouder die in 2026 samenwoonden met een partner, woonden 72,5% gehuwd samen en 27,5% ongehuwd samen.
Tussen 1996 en 2026 steeg het aandeel ongehuwd samenwonenden zowel bij de partners met inwonende kinderen als bij de partners zonder inwonende kinderen. In 2026 was het aandeel ongehuwd samenwonenden groter bij de partners met inwonende kinderen (29%) dan bij de partners zonder inwonende kinderen (26%).
Aandeel kinderen dat inwoont bij gehuwd paar daalt
Bijna 6 op 10 kinderen (ongeacht de leeftijd) inwonend bij 1 of 2 ouders woonde in 2026 bij een gehuwd paar (59%). In 1996 lag dat aandeel op 84%. In dezelfde periode steeg het aandeel kinderen dat inwoonde bij een ongehuwd paar van 3% naar 21% en het aandeel kinderen dat inwoonde bij een alleenstaande ouder van 13% naar 20%.
Meer dan helft van 67-plussers woont gehuwd samen zonder kinderen
Van alle 0- tot 17-jarigen woonde in 2026 56% bij een gehuwd paar, 26% woonde bij een ongehuwd paar en 16% woonde bij een alleenstaande ouder.
Personen van 18 tot 66 jaar namen uiteenlopende huishoudposities in. De grootste groep (26%) woonde gehuwd samen met een partner en 1 of meer kind(eren), 11% woonde ongehuwd samen met een partner en 1 of meer kinderen, 14% woonde alleen en een bijna even groot aandeel woonde ongehuwd samen zonder kinderen.
Bij de 67-plussers woonde 51% samen met een partner maar zonder kinderen, 29% woonde alleen.
Aandeel alleenwonenden grootst in kustgemeenten en studentensteden
In 2026 woonde bijna 15% van de inwoners van het Vlaamse Gewest alleen. Dat aandeel varieerde tussen de gemeenten van 8% (Herstappe en Pepingen) tot meer dan 25% (Nieuwpoort). In de rand rond Brussel waren er relatief minder alleenwonenden. Aan de kust en in Brugge, Gent, Antwerpen en Leuven waren er relatief meer alleenwonenden.
Minder alleenwonenden en alleenstaande ouders in Vlaams Gewest dan in andere gewesten
Het Vlaamse Gewest onderscheidde zich in 2026 van de andere gewesten door een lager aandeel alleenwonenden, een lager aandeel alleenstaande ouders en een lager aandeel kinderen bij een alleenstaande ouder. Het aandeel samenwonende partners (zonder of met inwonende kinderen) lag daarentegen hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lag het aandeel alleenwonenden het hoogst.
Aandeel alleenwonenden in Vlaams Gewest onder Europees gemiddelde
In het Vlaamse Gewest lag het aandeel alleenwonenden in 2025 iets lager dan het gemiddelde van de 27 landen van de Europese Unie (EU27) (respectievelijk 14,5% en 16,5%). De hoogste percentages werden opgetekend in Litouwen (31%) en Finland (26%), het laagste percentage in Slovakije (3%).
Bronnen
- Statistiek Vlaanderen:
- Statbel:
- Eurostat: