Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Meer huishoudens, kleinere omvang

Begin 2022 waren er in het Vlaamse Gewest 2,89 miljoen . Gemiddeld genomen bestond een privaat huishouden uit 2,29 personen.

Sinds 2000 steeg het aantal private huishoudens sneller dan het aantal inwoners. De gemiddelde grootte van een privaat huishouden is dan ook gedaald. In 2000 bestond een privaat huishouden gemiddeld genomen uit 2,45 personen.

Alleenwonenden meest voorkomende huishoudtype

Begin 2022 waren de 3 meest voorkomende private huishoudtypes: alleenwonenden (33%), gehuwde paren zonder inwonende kinderen (22%) en gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen (21%).

Tussen 2000 en 2022 daalde het aandeel huishoudens van gehuwde paren met inwonend€ kind(eren) van 33% naar 21%. Het aandeel huishoudens van ongehuwde paren met inwonend€ kind(eren) steeg in die periode van 2% naar 8%. En het aandeel alleenwonenden (of eenpersoonshuishoudens) steeg van 27% naar 33%.

Sinds 2006 zijn er meer eenpersoonshuishoudens dan gehuwde paren met kinderen.

Iets meer jongere ongehuwd samenwonende paren met kind(eren) dan zonder kinderen

De jongere huishoudens (huishoudens waarvan de jonger is dan 60 jaar) bestonden begin 2022 vooral uit de gehuwde paren met inwonende kinderen (31%) en de alleenwonenden (28%). Verder zijn 4 op de 10 jongere huishoudens gehuwde paren (met of zonder inwonende kinderen) en 2 op de 10 zijn ongehuwde paren.

76 % van de jongere gehuwde paren heeft inwonende kinderen. Bij de ongehuwde jongere paren is dat 58%. Ruim 1 op de 10 jongere huishoudens is een eenoudergezin.

Bij de oudere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon 60 jaar of ouder is) overheersen begin 2022 de gehuwde paren zonder inwonende kinderen (42%) en de alleenwonenden (42%).

Bijna de helft van de oudere huishoudens zijn gehuwde paren. Slechts 5% vormt een ongehuwd paar, en 5% is een eenoudergezin.

Gehuwde paren en gehuwde ouders blijven in de meerderheid

Begin 2022 woonden in bijna 6 op de 10 private huishoudens (58%) partners met elkaar samen.

Binnen deze partnerhuishoudens zijn er 3 op de 4 gehuwd. Er zijn iets meer gehuwde paren zonder inwonende kinderen dan met inwonende kinderen. Bij de ongehuwde paren is het omgekeerd: er zijn er meer met inwonende kinderen dan zonder inwonende kinderen.

In bijna 4 op de 10 private huishoudens (37%) woonden 1 of meer kinderen. In ruim de helft (56%) van deze gezinnen zijn de ouders (of de ouder en partner van de ouder) gehuwd, in 21% van de gezinnen zijn de partners ongehuwd. Ruim 1 op 5 (22%) van de gezinnen is een eenoudergezin.

Ruim 4 op 10 gezinnen met 1 inwonend kind

In ruim 4 op de 10 gezinnen (44%) woonde begin 2022 1 kind. Dit betekent dat er reeds 1 inwonend kind was of dat er nog slechts 1 kind bij de ouder(s) woonde. Gemiddeld genomen woonden er in een gezin 1,8 kinderen.

Bij eenoudergezinnen liep het aandeel met 1 inwonend kind op tot 6 op de 10. In een eenoudergezin woonden gemiddeld 1,55 kinderen. Bij 42% van de gehuwde en de ongehuwde paren woonden 2 kinderen in. Bij ongehuwde paren woonde iets vaker 1 kind, bij gehuwde paren iets vaker meer dan 2 kinderen. Gemiddeld woonden begin 2022 bij gehuwde paren 1,91 kinderen in, en bij ongehuwde paren 1,77 kinderen.

Meer eenpersoonshuishoudens in kustgemeenten en studentensteden

Begin 2022 bestond in het Vlaamse Gewest 1 op de 3 private huishoudens (33%) uit een eenpersoonshuishouden.

Het aandeel alleenwonenden varieerde per gemeente van 22% (Pepingen) tot 49% (Leuven). Deze variatie hangt deels samen met de leeftijd van de inwoners. De hoogste aandelen situeren zich in de kustgemeenten en de studentensteden.

Meer gehuwde paren in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

In het Vlaamse Gewest waren er begin 2022 relatief meer gehuwde paren zonder inwonende kinderen dan in de andere gewesten. Het Vlaamse Gewest had ook het hoogste aandeel gehuwde paren met inwonende kinderen. Het aandeel alleenwonenden was in het Vlaams Gewest het laagst. Ook het aandeel eenoudergezinnen lag er het laagst.

Het Brusselse Gewest kende het hoogste aandeel alleenwonenden: 47% van alle Brusselse huishoudens bestaat uit 1 persoon.

Het Waalse Gewest onderscheidde zich door het iets hogere percentage ongehuwde paren met inwonende kinderen.

Grote variatie tussen EU-landen inzake eenpersoonshuishoudens

Het percentage eenpersoonshuishoudens lag het Vlaamse Gewest in 2020 net iets onder het niveau van het EU-gemiddelde; het Waalse Gewest lag er net iets boven. Het aandeel in het Brusselse Gewest behoorde, net als dat van de Scandinavische landen en Duitsland, tot de groep met de hoogste aandelen alleenwonenden.