Meer huishoudens, alleenwonenden meest voorkomende huishoudtype
Op 1 januari 2026 waren er in het Vlaamse Gewest afgerond 2.992.000 . Tegenover 2000 is dat een stijging met 25%. In dezelfde periode steeg het aantal inwoners met 16%. Dat verschil duidt er op dat private huishoudens gemiddeld kleiner geworden zijn. Het gemiddeld aantal personen in een huishouden daalde van 2,44 in 2000 tot 2,28 in 2026.
Tussen 2000 en 2026 daalde het aantal huishoudens van paren met inwonend€ kind(eren) van afgerond 855.000 naar 829.000. Het aantal huishoudens van paren zonder inwonend€ kind(eren) steeg van 679.000 naar 843.000 en het aantal alleenwonenden (of eenpersoonshuishoudens) steeg in dezelfde periode van 659.000 naar 1.006.000. Alleenwonenden vormden in 2026 het vaakst voorkomende huishoudtype met een aandeel van 34%.
Minder gehuwde paren
Begin 1996 waren 91% van de paren zonder inwonende kinderen en 96% van de paren met inwonende kinderen gehuwd. In 2026 waren deze aandelen gedaald tot respectievelijk 76% en 72%. Het aandeel gehuwde paren was begin 2026 dus hoger bij de paren zonder kinderen dan bij de paren met kinderen.
Gemiddeld bijna 1,8 kinderen per gezin
Begin 2026 woonden er in een huishouden met kinderen (gezin) gemiddeld genomen 1,8 kinderen (ongeacht de leeftijd van de kinderen). In ruim 4 op de 10 gezinnen woonde 1 kind. In een eenoudergezin woonden gemiddeld 1,6 kinderen en liep het aandeel met 1 inwonend kind op tot 6 op de 10. Bij gehuwde paren woonden gemiddeld 1,9 kinderen in en bij ongehuwde paren 1,8 kinderen. Bij bijna 43% van de gehuwde en de ongehuwde paren woonden 2 kinderen in. Bij ongehuwde paren woonde vaker 1 kind, bij gehuwde paren iets vaker meer dan 2 kinderen.
Meer eenpersoonshuishoudens in kustgemeenten, Leuven en Antwerpen
In 2026 was in het Vlaamse Gewest 1 op de 3 private huishoudens (34%) een eenpersoonshuishouden. Dat aandeel varieerde per gemeente van 20% (Herstappe) en 21% (Pepingen) tot 48% (Leuven). De hoogste aandelen situeerden zich in de kustgemeenten, Leuven, Antwerpen en Gent.
Meer samenwonende paren in Vlaams Gewest dan in andere gewesten
In het Vlaamse Gewest waren er in 2026 relatief meer paren zonder inwonende kinderen en meer paren met inwonende kinderen dan in de andere gewesten. Het Vlaamse Gewest kende het laagste aandeel alleenwonenden. Ook het aandeel eenoudergezinnen lag er het laagst.
Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kende het laagste aandeel paren (met en zonder kinderen) en het hoogste aandeel alleenwonenden: 47% van alle Brusselse private huishoudens bestond in 2026 uit 1 persoon.
Het aandeel alleenstaande ouders lag het hoogst in het Waalse Gewest.
Grote variatie tussen EU-landen inzake eenpersoonshuishoudens
Het aandeel eenpersoonshuishoudens lag in het Vlaamse Gewest in 2025 net iets onder het gemiddelde van de landen van de Europese Unie (EU27) (respectievelijk 33% en 36%). Binnen de EU lag het aandeel eenpersoonshuishoudens het hoogst in Litouwen (56%), Finland (48%), Denemarken (47%) en Estland (45%). In Slovakije lag dat aandeel het laagst (9%).
Bronnen
- Statistiek Vlaanderen:
- Statbel:
- Eurostat: