Gedaan met laden. U bevindt zich op: Beveiligingsacties op het internet door burgers Digitale economie

Beveiligingsacties op het internet door burgers

Gepubliceerd op 24 maart 2026 • Volgende update: maart 2028
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 voerde in de 3 maanden voorafgaand aan de bevraging 69% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens 1 internetactiviteit uit om de toegang tot zijn of haar persoonlijke gegevens te beheren.

De helft van de inwoners weigerde het gebruik van hun persoonlijke gegevens voor reclamedoeleinden (50%). Daarnaast beperkte of weigerde 44% de toegang tot de eigen geografische locatie. Verder wijzigde 39% de instellingen op de internetbrowser om cookies te voorkomen of te beperken en beperkte 35% de toegang tot het eigen profiel of inhoud op sociale netwerken of op clouddiensten voor het online opslaan van gedeelde gegevens. Het lezen van het privacybeleid (21%) of het controleren van de veiligheid van de website (24%) vooraleer persoonlijke gegevens in te voeren is minder gebruikelijk.

Op basis van bovenstaande internetactiviteiten kan de bevolking van 16 tot 74 jaar ingedeeld worden in personen zonder basisvaardigheden, met basisvaardigheden en met meer gevorderde vaardigheden op vlak van online veiligheid.

Personen met basisvaardigheden hebben in de 3 maanden voorafgaand aan de bevraging 1 of 2 van de internetactiviteiten uitgevoerd, personen met meer gevorderde vaardigheden minstens 3 activiteiten. Personen zonder vaardigheden hebben geen enkele activiteit uitgevoerd.

In 2025 had 31% van de bevolking van 16 tot 74 jaar geen vaardigheden betreffende online veiligheid, dat is evenveel als in 2023 maar iets minder dan in 2021 (35%). Het aandeel met basisvaardigheden bleef eerder constant over deze periode. Het aandeel met meer gevorderde vaardigheden steeg tussen 2021 en 2025 van 37% tot 41%.

Bij de 16- tot 89-jarigen had in 2025 35% geen vaardigheden betreffende online veiligheid, 27% had basisvaardigheden en 38% had meer gevorderde vaardigheden.

Digitale beveiligingsacties minder uitgevoerd door ouderen, laaggeschoolden en personen met een laag inkomen

Het aandeel internetgebruikers met minstens basisvaardigheden voor online veiligheid (som van aandeel met basisvaardigheden en meer gevorderde vaardigheden) daalt met de leeftijd en stijgt met de opleiding en het inkomen. Naar geboorteland is het verschil kleiner. Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen.

77% van de 16- tot 24-jarigen en 74% van de 25- tot 54-jarigen had in 2025 minstens basisvaardigheden voor online veiligheid. Bij de 55- tot 74-jarigen ging het om 63%.

Bij de laaggeschoolden had 48% minstens basisvaardigheden. Bij de middengeschoolden en de hooggeschoolden was dat respectievelijk 64% en 87%.

Bij de hoogste inkomensgroep heeft 79% minstens basisvaardigheden, bij de laagste inkomensgroep is dat 58%.

Het aandeel met minstens basisvaardigheden is groter bij de personen geboren in België dan bij personen geboren in het buitenland (72% versus 67%).

Basisvaardigheden voor online veiligheid in Vlaams Gewest onder EU27-gemiddelde

In 2025 had 69% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens basisvaardigheden voor online veiligheid (som van aandeel met basisvaardigheden en meer gevorderde vaardigheden). In het Waalse Gewest was dat 73% en in België 70%.

Het aandeel in het Vlaamse Gewest is lager dan het EU27-gemiddelde (75%). In Nederland, Finland en Denemarken heeft meer dan 90% van de bevolking tussen 16 en 74 jaar minstens basisvaardigheden voor online veiligheid. In Roemenië lag dat aandeel het laagst (53%).