Beveiligingsacties op het internet door burgers
Digitale beveiligingsacties minder uitgevoerd door ouderen, laaggeschoolden en personen met een laag inkomen
Het aandeel internetgebruikers met minstens basisvaardigheden voor online veiligheid (som van aandeel met basisvaardigheden en meer gevorderde vaardigheden) daalt met de leeftijd en stijgt met de opleiding en het inkomen. Naar geboorteland is het verschil kleiner. Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen.
77% van de 16- tot 24-jarigen en 74% van de 25- tot 54-jarigen had in 2025 minstens basisvaardigheden voor online veiligheid. Bij de 55- tot 74-jarigen ging het om 63%.
Bij de laaggeschoolden had 48% minstens basisvaardigheden. Bij de middengeschoolden en de hooggeschoolden was dat respectievelijk 64% en 87%.
Bij de hoogste inkomensgroep heeft 79% minstens basisvaardigheden, bij de laagste inkomensgroep is dat 58%.
Het aandeel met minstens basisvaardigheden is groter bij de personen geboren in België dan bij personen geboren in het buitenland (72% versus 67%).
Basisvaardigheden voor online veiligheid in Vlaams Gewest onder EU27-gemiddelde
In 2025 had 69% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens basisvaardigheden voor online veiligheid (som van aandeel met basisvaardigheden en meer gevorderde vaardigheden). In het Waalse Gewest was dat 73% en in België 70%.
Het aandeel in het Vlaamse Gewest is lager dan het EU27-gemiddelde (75%). In Nederland, Finland en Denemarken heeft meer dan 90% van de bevolking tussen 16 en 74 jaar minstens basisvaardigheden voor online veiligheid. In Roemenië lag dat aandeel het laagst (53%).
Bronnen
- Statbel: