Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bevolking in ernstige materiële en sociale deprivatie Inkomen en armoede

Bevolking in ernstige materiële en sociale deprivatie

Gepubliceerd op 12 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 leefde 3% van de inwoners in het Vlaamse Gewest in ernstige materiële en sociale deprivatie. Dat komt overeen met ongeveer 200.000 personen. Het gaat om personen die een aantal materiële basisitems moeten missen en/of zich geen sociale activiteiten kunnen veroorloven omwille van financiële redenen.

De materiële en sociale deprivatie-indicator werd uitgewerkt in het kader van de opvolging van de Europa 2030-strategie en verschilt van de materiële deprivatie-indicator die eerder werd gebruikt bij de opvolging van de Europa 2020-strategie. De EU2030-indicator werd uitgebreid met een reeks sociale activiteiten, met als doel om naast materiële tekorten ook sociale tekorten en uitsluiting om financiële redenen in beeld te kunnen brengen.

Voor de jaren 2019 tot 2023 worden beide indicatoren weergegeven. De percentages bij de EU2030-indicator liggen gemiddeld 2 procentpunten hoger dan bij de EU2020-indicator.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Materiële en sociale deprivatie hoogst bij werklozen

Materiële en sociale deprivatie hoogst bij werklozen

Er is geen verschil in aandeel dat in ernstige materiële en sociale deprivatie naar geslacht. In de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder ligt het aandeel dat leeft in ernstige materiële en sociale deprivatie iets lager dan in andere leeftijdsgroepen.

Naar huishoudtype is het aandeel het hoogst bij eenoudergezinnen (9%) en bij koppels met 3 of meer kinderen (8%).

De arbeidsstatus speelt een belangrijke rol. Het aandeel dat in ernstige materiële en sociale deprivatie leeft bedraagt 13% bij werklozen, bij werkenden is dat aandeel beperkt tot 1%.

Bij huurders is het aandeel dat in ernstige materiële en sociale deprivatie leeft (10%) aanzienlijk hoger dan bij eigenaars (1%).

Naar opleidingsniveau ligt de ernstige materiële en sociale deprivatie het hoogst bij laaggeschoolden (6%), bij hooggeschoolden blijft het aandeel beperkt tot 1%.

Tot slot variëren de cijfers naar geboorteland. Personen geboren in België kennen het laagste aandeel dat leeft in ernstige materiële en sociale deprivatie (2%), personen geboren buiten de EU het hoogste aandeel (13%).

Ruim 900.000 inwoners leven in huishouden dat geen onverwachte uitgave van 1.450 euro aankan

Wanneer gekeken wordt naar de afzonderlijke items van de deprivatiemaat, dan halen de items ‘geen onverwachte uitgave aankunnen’ en ‘geen week vakantie buitenshuis per jaar kunnen betalen’ de hoogste scores.

920.000 inwoners leefden in 2025 in een huishouden dat een onverwachte uitgave van ongeveer 1.450 euro niet met eigen middelen kan betalen. 880.000 inwoners konden zich in 2025 geen week vakantie buitenshuis veroorloven.

Ernstige materiële en sociale deprivatie hoogst in provincie Antwerpen

Het aandeel personen in ernstige materiële en sociale deprivatie lag in 2025 het hoogst in de provincie Antwerpen (4%) en het laagste in de provincies Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen (telkens 2%).

Ernstige materiële en sociale deprivatie in Vlaams Gewest beperkt in Belgisch en Europees perspectief

In 2025 lag het aandeel personen in ernstige materiële en sociale deprivatie in het Vlaamse Gewest (3%) lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 7% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 10%. In geheel België lag het aandeel op 5%.

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.

In 2024 lag het aandeel personen in ernstige materiële en sociale deprivatie in de 27 landen van de Europese Unie (EU27) op 6% van de bevolking. Het aandeel in België (6%) lag op het EU27-gemiddelde. In het Vlaamse Gewest lag het aandeel op 3%, in het Waalse Gewest op 9% en in het Brusselse Gewest op 14%.

Slovenië kende het laagste aandeel personen dat in ernstige deprivatie leeft (2%). Roemenië en Bulgarije zijn de 2 lidstaten waar het aandeel het hoogst lag (17%), gevolgd door Griekenland (14%).