Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bevolking in subjectieve armoede Inkomen en armoede

Bevolking in subjectieve armoede

Gepubliceerd op 12 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 leefde 9,4% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in subjectieve armoede, wat overeenkomt met ongeveer 640.000 personen. Het gaat om personen die deel uitmaken van een huishouden dat zelf aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Subjectieve armoede hoogst bij werklozen, huurders en eenoudergezinnen

Naar geslacht en leeftijd waren er in 2025 geen significante verschillen in subjectieve armoede.

Naar huishoudtype lag het aandeel personen in subjectieve armoede bij eenoudergezinnen (18%) hoger dan bij koppels zonder kinderen.

Naar arbeidsstatus werd het hoogste aandeel vastgesteld bij werklozen (27%) en niet-actieven (exclusief gepensioneerden) (17%).

Huurders maken vaker dan eigenaars deel uit van een huishouden dat aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen (23% tegenover 6%).

Het aandeel in subjectieve armoede neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij laaggeschoolden bedroeg dit in 2025 15%, tegenover 5% bij hooggeschoolden.

Subjectieve armoede in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en EU-gemiddelde

In 2025 leefde in België als geheel 16% van de bevolking in een huishouden dat aangeeft (zeer) moeilijk rond te komen. In het Vlaamse Gewest lag dit aandeel (9%) duidelijk lager dan in het Waalse Gewest (22%) en in het Brusselse Gewest (29%).

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. In de EU27 als geheel lag het aandeel personen in subjectieve armoede in 2024 op 17% van de bevolking. België situeerde zich in dat jaar rond het EU27-gemiddelde. Het aandeel in het Vlaamse Gewest (11%) lag ook in 2024 lager dan in het Waalse Gewest (23%) en in het Brusselse Gewest (31%).

In Nederland, Duitsland, Luxemburg, Finland, Estland en Zweden lag het aandeel personen in subjectieve armoede in 2024 het laagst (rond of onder 10%), terwijl dit aandeel in Griekenland veruit het hoogst lag (67%).