Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bevolking in subjectieve armoede Inkomen en armoede

Bevolking in subjectieve armoede

Gepubliceerd op 25 februari 2025 • Volgende update op 26 maart 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Aanpassingen gepubliceerd op 23 december 2025

Op 25 februari werd een update van deze statistiek gepubliceerd. Recent werden door Statbel de eerder gepubliceerde resultaten van SILC 2019 tot SILC 2024 herzien wegens een correctie in de berekening van de gewichten. Op 23 december om 15u werd daarom een nieuwe versie van deze statistiek gepubliceerd met opname van de door Statbel gecorrigeerde gegevens in de tekst en in de figuren. Tegelijk werden de vergelijkingen tussen de meest recente jaren en de periode voor 2019 geschrapt omdat de EU-SILC-enquête in 2019 ingrijpend werd gewijzigd.

In 2024 leefde 11% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in subjectieve armoede. Dat komt overeen met ongeveer 770.000 personen. Het gaat om personen die deel uitmaken van een huishouden dat zelf aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Subjectieve armoede hoogst bij huurders, eenoudergezinnen en werklozen

Naar geslacht en leeftijd waren er in 2024 geen significante verschillen in subjectieve armoede.

Naar huishoudtype was het hoogste aandeel personen in subjectieve armoede in 2024 te vinden bij eenoudergezinnen (23%).

Naar arbeidsstatus was het hoogste aandeel te vinden onder werklozen (37%) en niet-actieven (zonder gepensioneerden) (20%).

Huurders maken vaker dan eigenaars deel uit van een huishouden dat aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen (27% tegenover 7%).

Het aandeel in subjectieve armoede neemt af met een toenemend opleidingsniveau. Bij laaggeschoolden lag het in 2024 op 20%, bij hooggeschoolden op 5%.

Subjectieve armoede in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en EU-gemiddelde

Het aandeel personen dat leeft in een huishouden dat aangeeft (zeer) moeilijk rond te komen ligt veel lager in het Vlaamse Gewest dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het in 2023 om 9% van de bevolking, in het Waalse Gewest om 22% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 35%. In België als geheel ging het om 16%.

In het totaal van de EU27-landen lag het aandeel personen in subjectieve armoede in 2023 op 19% van de bevolking. In Luxemburg, Nederland, Finland, Zweden en Duitsland lag het aandeel in 2023 het laagst (10% of minder), in Griekenland het aandeel het hoogst (67%).

Cijfers voor 2024 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. Maar voor België en de gewesten is dat wel het geval. In 2024 lag de subjectieve armoede in het Vlaamse Gewest op 11%, in het Waalse Gewest op 23% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op 31%. In België in zijn geheel ging het om 17%.