Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

9% van bevolking geeft aan moeilijk rond te komen met beschikbaar inkomen

In 2021 leefde 9% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in subjectieve armoede. Dat komt overeen met ongeveer 600.000 personen. Het gaat om personen die deel uitmaken van een huishouden dat zelf aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen.

De EU-SILC-enquête waarop deze cijfers gebaseerd zijn, werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Wel kan gesteld worden dat, ondanks de economische impact van de Covid-19-crisis, het aandeel personen in subjectieve armoede tussen 2019 en 2021 eerder lijkt te dalen dan te stijgen.

Subjectieve armoede hoogst bij werklozen, huurders en eenoudergezinnen

Naar geslacht en leeftijd bleef het verschil op vlak van subjectieve armoede in 2021 beperkt.

Het hoogste aandeel dat aangeeft moeilijk rond te komen was te vinden bij werklozen (27%). Ook huurders (24%), personen in eenoudergezinnen (24%), alleenstaanden (18%), niet-actieven zonder gepensioneerden (18%) en laaggeschoolden (17%) kenden een duidelijk hogere subjectieve armoede dan gemiddeld.

Subjectieve armoede in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en EU-gemiddelde

Er zijn in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder personen in een huishouden dat aangeeft (zeer) moeilijk rond te komen dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het in 2020 om 10% van de bevolking, in het Waalse Gewest om 23% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 32%.

Het aandeel personen in subjectieve armoede lag in 2020 in de Europese Unie (EU27) op 20% van de bevolking. In Duitsland, Finland en Zweden lag dat aandeel het laagst, in Griekenland het hoogst.

Cijfers voor 2021 zijn voor de EU-landen nog niet beschikbaar.