Gedaan met laden. U bevindt zich op: Huishoudinkomen Inkomen en armoede

Huishoudinkomen

Gepubliceerd op 19 mei 2026 • Volgende update: mei 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Netto equivalent huishoudinkomen in Vlaams Gewest gemiddeld op 2.990 euro per maand

Volgens de EU-SILC-enquête van 2025 lag het netto equivalent huishoudinkomen in het Vlaamse Gewest op gemiddeld 2.990 euro per maand. De cijfers van de EU-SILC-enquête van 2025 hebben betrekking op de huishoudinkomens van 2024.

Tussen 2019 en 2025 is het netto equivalent huishoudinkomen in reële termen (rekening houdend met inflatie) gestegen met 5%.

Het netto equivalent huishoudinkomen is het totale beschikbare inkomen van een huishouden, verminderd met belastingen en sociale zekerheidsbijdragen, en aangepast aan de grootte en de samenstelling van het huishouden.

Het huishoudinkomen omvat alle inkomsten van alle huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen). Het gaat om de som van alle inkomens van alle huishoudleden gedurende het jaar voorafgaand aan de enquête:

  • beroepsinkomens,
  • particuliere inkomsten uit investeringen en onroerend goed,
  • sociale overdrachten ontvangen in contanten: werkloosheidsuitkeringen, ouderdomspensioenen en overlevingspensioenen, uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, uitkeringen voor ziekte en invaliditeit en vergoedingen verbonden aan studie of opleiding,
  • overdrachten tussen huishoudens.

Beschikbaar of ‘netto’ inkomen houdt in dat de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid in mindering zijn gebracht van het bruto inkomen.

Om inkomens van huishoudens met een verschillende grootte en samenstelling te kunnen vergelijken, wordt het huishoudinkomen omgerekend naar een ‘equivalent’ huishoudinkomen. Daarbij krijgt het eerste volwassen huishoudlid een gewicht van 1. Elke bijkomende persoon van 14 jaar en ouder telt mee voor 0,5 en elk kind jonger dan 14 jaar voor 0,3. Het totale huishoudinkomen wordt gedeeld door deze equivalentiefactor en vervolgens gelijk verdeeld over alle leden van het huishouden.

Het gaat om het ‘reëel netto equivalent huishoudinkomen’. De term ‘reëel’ wijst erop dat rekening is gehouden met de inflatie en de bedragen uitgedrukt zijn in prijzen van het meest recente inkomensjaar (2024), na indexering op basis van de consumptieprijsindex (CPI).

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling ook aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Meer personen in hogere inkomensklassen in 2025 dan in 2006

In 2025 bevonden zich meer personen in de hogere inkomensklassen dan in 2006. In 2025 had 42% van de bevolking een netto equivalent huishoudinkomen van 3.000 euro of meer per maand, tegenover 27% in 2006.

Laagste huishoudinkomen bij 65-plussers

Het netto equivalent huishoudinkomen lag in 2025 het hoogst bij de 35- tot 64-jarigen (3.240 euro per maand) en het laagst bij de 65-plussers (2.580 euro).

Het inkomen van de 65-plussers lag in de hele periode 2006-2025 lager dan bij de jongere leeftijdsgroepen. Tegenover 2006 was de stijging van het inkomen bij de 65-plussers wel het grootst (+37%). Bij de jongste leeftijdsgroep (0- tot 15-jarigen) was de stijging tussen 2006 en 2025 het laagst (+8%).

Deze cijfers hebben betrekking op het netto equivalent huishoudinkomen dat wordt toegekend aan alle personen in het huishouden. Voor kinderen (0–15 jaar) gaat het dus om het inkomen van het huishouden waarin zij leven, gecorrigeerd voor de grootte en samenstelling van het huishouden.

Hooggeschoolden hebben hoger huishoudinkomen

Het netto equivalent huishoudinkomen van hooggeschoolden lag in 2025 gemiddeld op 3.530 euro per maand. Bij middengeschoolden ging het om 2.810 euro en bij laaggeschoolden om 2.350 euro.

Over de hele periode tussen 2006 en 2025 steeg het huishoudinkomen bij laaggeschoolden met 19%, bij middengeschoolden met 14% en bij hooggeschoolden met 10%.

Lager huishoudinkomen bij personen geboren buiten EU

In 2025 lag het netto equivalente huishoudinkomen van personen geboren in België gemiddeld op 3.050 euro. Bij personen geboren in een ander EU-land dan België ging het om 2.940 euro en bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU) om 2.250 euro.

In de periode tussen 2009 en 2025 steeg het huishoudinkomen van personen geboren in België met 20%. Bij personen geboren in een ander EU-land dan België bedroeg de stijging 18% en bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU) 11%.

Hoogste huishoudinkomen bij koppels zonder kinderen

Het netto equivalent huishoudinkomen van koppels zonder kinderen lag in 2025 gemiddeld op 3.640 euro per maand. Bij eenoudergezinnen lag het op 2.200 euro per maand.

Eenpersoonshuishoudens, koppels met 2 kinderen en koppels met 3 of meer kinderen situeren zich tussen deze huishoudtypes in.

Huishoudinkomen in Vlaams Gewest hoger dan in Waals Gewest en dan EU27-gemiddelde

Het Vlaamse Gewest had in 2025 met gemiddeld 2.990 euro een hoger gemiddeld maandelijks huishoudinkomen dan het Waalse Gewest (2.630 euro).

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. Onderstaande vergelijking is gebaseerd op de EU-SILC-survey van 2024 en heeft betrekking op de huishoudinkomens van 2023.

Voor een vergelijking van landen met verschillende niveaus van consumptieprijzen wordt het huishoudinkomen uitgedrukt in .

Het Vlaamse Gewest had in 2024 (uitgedrukt in koopkrachtstandaard of KKS) met 2.480 KKS-euro een hoger gemiddeld maandelijks equivalent huishoudinkomen dan het Waalse Gewest (2.190 KKS-euro).

Het gemiddelde netto equivalent huishoudinkomen lag in België met 2.380 KKS-euro in 2024 hoger dan het EU27-gemiddelde (2.010 KKS-euro).

Er zijn grote verschillen in het huishoudinkomen tussen de EU27-landen. Luxemburg had in 2024 met gemiddeld 3.620 KKS-euro per maand het hoogste huishoudinkomen. Slovakije kende met 970 KKS-euro het laagste huishoudinkomen.