Gedaan met laden. U bevindt zich op: Vakantiearmoede Inkomen en armoede

Vakantiearmoede

Gepubliceerd op 12 mei 2026 • Volgende update: mei 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 leefde 13% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in een huishouden dat aangeeft dat het zich geen week vakantie buitenshuis per jaar kan veroorloven om financiële redenen. Dat komt overeen met ongeveer 880.000 personen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling ook aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Vakantiearmoede hoogst bij personen geboren buiten EU, huurders, werklozen en eenoudergezinnen

Bij een aantal bevolkingsgroepen ligt het aandeel dat zich geen week vakantie kan veroorloven hoger dan het gemiddelde in het Vlaamse Gewest. De hoogste aandelen (30% en hoger) werden in 2025 opgetekend bij personen geboren buiten de EU27 (33%), huurders (31%), werklozen (30%) en eenoudergezinnen (30%).

Vakantiearmoede in Vlaams Gewest onder EU27-gemiddelde

In 2025 lag de vakantiearmoede in het Vlaamse Gewest (13%) lager dan in het Waalse (27%) en in het Brusselse Gewest (32%). Voor België als geheel lag de vakantiearmoede in 2025 op 20%.

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.

In 2024 waren er gelijkaardige verschillen tussen de Belgische gewesten: het Vlaamse Gewest kende het laagste aandeel (15%) van de 3 gewesten. Voor zowel het Brusselse als het Waalse Gewest bedroeg de vakantiearmoede 31% in 2024.

Voor geheel België ging het in dat jaar om 21%. Daarmee lag het aandeel personen in vakantiearmoede in 2024 in België lager dan het gemiddelde van de EU27-landen (27%). In Luxemburg lag dat aandeel het laagst (9%), in Roemenië veruit het hoogst (59%).