Gedaan met laden. U bevindt zich op: Vakantiearmoede Inkomen en armoede

Vakantiearmoede

Gepubliceerd op 21 april 2023 • Volgende update: maart 2024
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2022 leefde 12% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in een huishouden dat aangeeft dat het zich geen week vakantie buitenshuis per jaar kan veroorloven om financiële redenen. Dat komt overeen met ongeveer 820.000 personen.

De EU-SILC-enquête waarop deze cijfers gebaseerd zijn, werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Wel lijkt het aandeel personen met vakantiearmoede in de meest recente jaren lager te liggen dan in de periode 2008-2016.

Vakantiearmoede hoogst bij werklozen, huurders en eenoudergezinnen

Bij een aantal groepen ligt het aandeel dat zich geen week vakantie kan veroorloven hoger dan gemiddeld. De hoogste aandelen waren in 2022 te vinden bij werklozen (37%), huurders (34%) en personen in eenoudergezinnen (31%). Ook bij laaggeschoolden (25%), alleenstaanden (24%) en niet-actieven zonder gepensioneerden (24%) lag het aandeel met vakantiearmoede duidelijk hoger dan gemiddeld.

Vakantiearmoede in Vlaams Gewest onder EU-gemiddelde

Het aandeel personen in vakantiearmoede lag in 2021 meer dan dubbel zo hoog in het Waalse Gewest (31%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (28%) als in het Vlaamse Gewest (31%).

Het aandeel personen in vakantiearmoede lag in 2021 in België (20%) lager dan het gemiddelde van de 27 landen van de Europese Unie (EU27) (28%). In Zweden en Finland lag dat aandeel het laagst, in Roemenië het hoogst.

Cijfers voor 2022 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.