Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Algemene broedvogelindex Algemene broedvogelindex

Metadata: Algemene broedvogelindex

Verantwoordelijke entiteit

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Metadatafiche laatste update

09-03-2026

Databron

De databron is het ‘Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen’-meetnet. Het gaat om vogeltellingen die uitgevoerd worden door vrijwilligers van Natuurpunt Studie vzw.

Uit de set van 1 x 1 km hokken trekken we een aselecte, gestratificeerde steekproef van 1.200 hokken waarbij zeldzamere habitats oververtegenwoordigd worden. We streven er naar om jaarlijks in 300 hokken tellingen te doen in een driejarige rotatie. De waarnemers mochten in het eerste jaar 300 hokken kiezen uit de set van 1.200. Deze set van hokken komen in principe opnieuw aan bod in jaren 4, 7, 10, … In jaar 2 kiezen ze 300 hokken uit de overgebleven 900 hokken. Deze set komt opnieuw aan bod in jaren 5, 8, 11, … Tenslotte kiezen de waarnemers in het derde jaar een laatste set van 300 hokken uit de laatste 600 hokken. Deze set hokken bemonsteren we in de jaren 3, 6, 9, 12, … Voor sommige hokken is de inspanning variabel, soms frequenter dan om de drie jaar, soms zit er meer tijd tussen. Sommige hokken werden slechts in een of twee jaar onderzocht. Dit is afhankelijk van de beschikbaarheid van vrijwillige tellers.

De steekproefeenheid bestaat uit een hok van 1 x 1 km. Binnen dit hok worden zes punten vastgelegd in een vast patroon. Indien de punten in de praktijk niet bereikbaar zijn, mag de waarnemer ze verplaatsen naar het dichtstbijzijnde bereikbare punt.

In het jaar dat we een hok bemonsteren zal de waarnemer het hok in drie periodes bezoeken: 1 maart - 15 april, 16 april - 31 mei, 1 juni - 15 juli. Tussen twee opeenvolgende bezoeken moet er minstens twee weken liggen. Alle meetpunten van een hok worden op dezelfde dag onderzocht tussen zonsopgang en 4 uur na zonsopgang. Op elk meetpunt telt de waarnemer gedurende 5 minuten het aantal volwassen vogels per soort. Overvliegende groepen vogels worden hierbij niet meegeteld.

Bij het berekenen van de trends per soort krijgt elk stratum een aangepast gewicht. Er is geen bijkomende weging bij het aggregeren van de individuele soorten naar de samengestelde indices.

Statistische populatie

De UTM 1 x 1 km hokken vormen de basis waaruit de steekproef getrokken is. Bij de start van het meetnet zijn de hokken opgedeeld in een aantal strata. De regels zijn gebaseerd op het oppervlakteaandeel van een bepaald landgebruik op basis van de Biologische Waarderingkaart.

  • Landbouw: minstens 80% landbouw. 6.311 hokken.
  • Urbaan: minstens 80% urbaan. 416 hokken.
  • Bos: minstens 80% bos. 319 hokken.
  • Suburbaan: minstens 80% suburbaan. 201 hokken.
  • Heide en duin: minstens 20% heide of duin. 199 hokken.
  • Moeras en water: minstens 20% moeras en water. 137 hokken.

De algemene broedvogelindex beschrijft de trend van een selectie van algemene vogelsoorten sinds de start van het Algemene Broedvogels Vlaanderen (ABV)-meetnet in 2007, waarbij het referentiejaar 2007 op 100% wordt gezet. Er zijn 3 categorieën van vogels: vogels van het landbouwgebied, vogels van het bosgebied en vogels die in diverse leefgebieden broeden (generalisten). Elke indicator is gebaseerd op het geometrische gemiddelde van de indices van zijn afzonderlijke soorten.

Variabelen

De statistiek toont de trend voor de verschillende groepen van vogels (vogels van landbouwgebied, vogels van bosgebied en vogels van diverse leefgebieden).

Soortenlijst broedvogels van het landbouwgebied:

  • Boerenzwaluw
  • Geelgors
  • Gele kwikstaart
  • Grasmus
  • Graspieper
  • Grutto
  • Kievit
  • Kneu
  • Patrijs
  • Ringmus
  • Roodborsttapuit
  • Scholekster
  • Torenvalk
  • Veldleeuwerik
  • Wulp

Voorafgaand aan de analyse van 2022 werd de soortenlijst van de indicator aangepast op vraag van Europa. Zwarte Roodstaart, Witte Kwikstaart en Spotvogel, allemaal soorten met een veel ruimere verspreiding dan enkel landbouwgebied, werden eruit gehaald zodat de resulterende set soorten conform de soortenlijst is van de Europese ‘farmland indicator’. De opgenomen aantallen voor de jaren voorafgaand aan 2022 hebben ook enkel betrekking op de aangepaste soortenlijst.

Soortenlijst broedvogels van het bosgebied:

  • Bonte vliegenvanger
  • Boomklever
  • Boomkruiper
  • Boompieper
  • Buizerd
  • Fitis
  • Gaai
  • Gekraagde roodstaart
  • Goudhaan
  • Groene specht
  • Groenling
  • Grote bonte specht
  • Grote lijster
  • Holenduif
  • Koekoek
  • Kuifmees
  • Matkop
  • Nachtegaal
  • Sperwer
  • Tjiftjaf
  • Tuinfluiter
  • Wielewaal
  • Zwarte mees
  • Zwarte specht
  • Zwartkop

Soortenlijst broedvogels in diverse leefgebieden:

  • Ekster
  • Fazant
  • Groenling
  • Grote bonte specht
  • Heggenmus
  • Houtduif
  • Huismus
  • Kauw
  • Koolmees
  • Merel
  • Pimpelmees
  • Roodborst
  • Spreeuw
  • Staartmees
  • Turkse tortel
  • Vink
  • Winterkoning
  • Zanglijster
  • Zwarte kraai

Bewerkingen

Per vogelsoort worden de relevante gegevens geselecteerd (dit staat beschreven in het technisch rapport). Om de trends te berekenen, voorspellen we de waargenomen aantallen aan de hand van een statistisch model. We berekenen samengestelde indices die de trends voor een groep van soorten aggregeren. Deze indices zijn het meetkundig gemiddelde van de verschillen tussen jaren voor alle soorten van de groep.

De trend voor het jaar 2007 wordt op 100 gezet. De puntschatting per jaar is de geschatte verhouding van dit jaar t.o.v. het referentiejaar.

Accuraatheid

Alle resultaten zijn gebaseerd op een steekproef en op de waarnemingen zit onvermijdelijk een zekere meetfout. Vandaar dat we bij de puntschattingen tevens een betrouwbaarheidsinterval weergeven. In de tekst gebruiken we het 90% (5%; 95%) interval waarbij er 5% kans is dat de werkelijke waarde kleiner is dan de ondergrens en 5% dat ze groter is dan de bovengrens. Het 90% interval is iets smaller dan het traditionele 95% (2.5%; 97.5%) interval. Door een smaller interval te kiezen zullen we sneller uitspraken kunnen doen, waardoor de kans kleiner wordt dat we ten onrechte stellen dat er geen effect is. De prijs die we hiervoor betalen is dat de kans dat we ten onrechte stellen dat er een significant effect is, stijgt van 5% naar 10%. De doelstelling van de algemene broedvogelmonitoring is zo spoedig mogelijk detecteren wanneer er iets aan de hand is met de broedvogels. Vanuit dat oogpunt is het vermijden van vals negatieve signalen (ten onrechte stellen dat er niets aan de hand is) belangrijker dan het vermijden van vals positieve signalen (ten onrechte stellen dat er iets aan de hand is).

Vergelijkbaarheid

De statistiek is vergelijkbaar met statistieken voor de Europese lidstaten (farmland birds). De statistiek is vergelijkbaar in de tijd.

Naar de statistiek