Broeikasgasemissies daalden tussen 2005 en 2024 met 27%
In 2024 bedroeg de uitstoot van in het Vlaamse Gewest 66,4 megaton (Mton) CO2-equivalenten. Daarbij ging het om 58,8 Mton CO2 (koolstofdioxide), goed voor 89% van de totale uitstoot.
Tussen 2023 en 2024 steeg de uitstoot met 0,9 Mton , voornamelijk als gevolg van toegenomen ETS-emissies.
Ten opzichte van 2005 lag de uitstoot in 2024 27% lager. Tussen 2005 en 2014 daalde de uitstoot geleidelijk van 91 Mton naar 76 Mton CO2-equivalenten. Na 2014 bleef een verdere daling van de broeikasgasuitstoot uit, tot de sterke daling in 2020. De daling 2020 was een gevolg van een sterke terugval in de transportstromen en een lagere economische activiteit tijdens de Covid-19-pandemie, aangevuld met het effect van een erg zachte winter op de verwarmingsbehoefte van gebouwen. In 2021 namen de emissies weer toe. De impact van de pandemie was nog steeds aanwezig, maar minder sterk. Daarnaast was de winter kouder in 2021 dan in 2020. Het jaar 2022 werd gekenmerkt door zachte wintermaanden en in combinatie met de energiecrisis veroorzaakte dat een sterke daling van emissies in 2022 ten opzichte van 2021. Het jaar 2023 kende een verdere daling van de emissies voornamelijk als gevolg van een verdere daling van de ETS-emissies in combinatie met zachte wintermaanden. In 2024 volgde terug een toename, vooral door toegenomen ETS-emissies.
De uitstoot van CO2 (koolstofdioxide) daalde met 26% tussen 2005 en 2024, N2O (lachgas) met 50% en CH4 (methaan) met 19%. De uitstoot van F-gassen (fluorhoudende broeikasgassen) lag in 2024 44% onder het niveau van 2005, voornamelijk door reductie-inspanningen in de chemische industrie.
ESR-emissies in periode 2005-2024 afgenomen met 19%
De totale broeikasgasemissies kunnen worden opgedeeld in 2 groepen: emissies die gereguleerd worden via het systeem van en emissies die niet onder dat systeem vallen (de ).
De ETS-emissies komen vooral uit de industrie en energiesector. 40% van de broeikasgasuitstoot in het Vlaamse Gewest valt onder het ETS-systeem. In de Europese Unie moeten de ETS-broeikasgasemissies tegen 2030 62% lager liggen dan in 2005. De ETS-doelstelling geldt voor de gehele Europese ETS-uitstoot en is niet verder verdeeld op niveau van de lidstaten.
De ETS-emissies in het Vlaamse Gewest zijn in de periode 2005-2024 afgenomen met 37%.
De Europese lidstaten moeten daarnaast hun ESR-emissies reduceren volgens een lineair afnemend pad met jaarlijkse reductiedoelstellingen. Het gaat vooral om emissies door transport, huishoudens, handel en diensten, landbouw en afval alsook enkele onderdelen van de sectoren industrie en energie. 60% van de broeikasgasuitstoot in het Vlaamse Gewest zijn ESR-emissies.
De ESR-emissies in het Vlaamse Gewest zijn in de periode 2005-2024 afgenomen met 19%. Tussen 2022 en 2024 daalden de ESR-emissies tot het laagste niveau sinds 2005 als gevolg van de energiecrisis in combinatie met zachte wintermaanden.
Bronnen
- Vlaamse Milieumaatschappij (VMM):