Gedaan met laden. U bevindt zich op: Saldo ontvangsten uitgaven Vlaamse overheid Overheidsfinanciën

Saldo ontvangsten uitgaven Vlaamse overheid

Gepubliceerd op 28 mei 2026 • Volgende update op 26 november 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Correctie doorgevoerd op 7 september

Op 07/09 werd de figuur en de tekst van deze cijferpagina beperkt aangepast. De labels ESR-vorderingensaldo en ESR-vorderingensaldo voorschottenmethode opcentiemen werden juist gezet en verduidelijkt, nadat ze in een eerdere versie van deze pagina werden omgewisseld.

ESR-vorderingensaldo Vlaamse overheid (voorschottenmethode opcentiemen) in 2025 tekort van 4,0 miljard euro

In 2025 bedroeg het ESR-vorderingensaldo volgens de voorschottenmethode opcentiemen van de Vlaamse overheid -4,0 miljard euro. Het gaat om het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven van de Vlaamse overheid, berekend volgens de bepalingen van het Europees Systeem van de Rekeningen (). De opname van nieuwe leningen, de aflossing van leningsschulden en transacties in financiële vaste activa worden daarbij uitgesloten.

Sinds 2015 berekent de Vlaamse overheid het . Dat gebeurt naar aanleiding van de 6de staatshervorming, waarbij deze opcentiemen een bevoegdheid van de Vlaamse overheid werden. Het ESR-vorderingensaldo (getransactionaliseerde kas) bedroeg –3,7 miljard euro.

Het verschil tussen beide saldovarianten hangt samen met de gebruikte verrekeningsmethode van de gewestelijke opcentiemen op de personenbelasting. De voorschottenmethode spreidt de ontvangsten vanaf 2015 gelijkmatiger over de jaren en zorgt daardoor voor een vlakkere evolutie van het .

Beide saldovarianten houden rekening met een ontvangst voor de emissierechten van 385,2 miljoen euro in 2024 en 274,8 miljoen euro in 2025. Voor deze ontvangst zal door het Instituut van Nationale Rekeningen (INR) pas gecorrigeerd worden wanneer een nieuw samenwerkingsakkoord tussen de deelstaten is gesloten.

Na een periode van nagenoeg evenwicht, daalden beide maatstaven sterk in 2020. Daarna herstelden ze zich, om in 2023 en 2024 opnieuw te dalen naar een hoger tekort. Ten opzichte van 2024 was er in 2025 een stagnatie van het ESR-vorderingsaldo volgens de voorschottenmethode opcentiemen en een stijging van het ESR-vorderingssaldo (getransactionaliseerde kas). Dat betekent dat het tekort kleiner werd.

Bronnen

  1. Instituut voor Nationale Rekeningen (INR):
  2. Nationale Bank van België (NBB):