Gedaan met laden. U bevindt zich op: Woordgebruik - Formele woorden Formulering

Woordgebruik - Formele woorden

De taalkennis en het opleidingsniveau van uw toehoorders, gesprekspartners of lezers bepalen in sterke mate welke woorden u kunt gebruiken. Als uw doelgroep bestaat uit mensen die minder taalvaardig zijn of een beperkte kennis van het Nederlands hebben, moet u extra aandacht aan het woordgebruik besteden. Hieronder staan tips voor het gebruik van formele woorden.

Formele woorden

Wees zuinig met formele woorden.

Formele woorden hebben een stijf, plechtig karakter. Zulke woorden komen vooral in geschreven taal voor. Ze worden ook wel ambtelijke woorden of stadhuiswoorden genoemd. Veel mensen gebruiken formele woorden omdat ze denken dat het op papier of in een officiële context allemaal een beetje meer of anders moet zijn. Maar dat klopt niet. Uw boodschap wordt stilistisch niet rijker door veel formele woorden. Het is meestal beter om neutrale woorden te gebruiken. In een tekst kunt u formele woorden gemakkelijk herkennen door de tekst hardop te lezen. U hoort dan welke woorden zwaar op de hand zijn.

Een voorbeeld van een zin met formele woorden is: Op de agenda staan tevens enkele vergaderpunten die we reeds verschillende malen hebben besproken. De zin kan beter luiden: Op de agenda staan ook enkele vergaderpunten die we al verschillende keren hebben besproken.

Te vermijden woorden

Hieronder staat een alfabetische lijst van woorden met een formeel karakter. Niet alle woorden in de lijst zijn even formeel. Sommige hebben een heel formeel karakter en zijn zonder meer af te raden, bijvoorbeeld alsmede, doch, mededelen, een schrijven. Andere woorden zijn minder uitgesproken formeel, bijvoorbeeld echter, immers, wensen. Zulke minder formele woorden zijn vooral in een geschreven context bruikbaar, maar als u veel van die woorden in een tekst opneemt, leiden ze ook tot een stroeve stijl.

formeel

neutraal

voorbeeld

aangezien

omdat, doordat

  • De voorzitter schorst de vergadering, aangezien omdat het al erg laat is.

aanvankelijk

eerst

  • Het aanvankelijke eerste onderzoek van de politie leverde geen resultaat op.
  • De nieuwe brug is niet zo steil als ze aanvankelijk eerst gepland was.

alhoewel

hoewel, (ook) al

  • Alhoewel Hoewel het al oktober is, zijn de bomen nog mooi groen.

alsmede
alsook

en, en ook, samen met

  • Tafels in vele afmetingen en kleuren verkrijgbaar, alsmede en ook een enorme keuze aan stoelen.
  • Het bedrijf heeft een jarenlange ervaring in diefstalbeveiliging alsook en diefstalpreventie.

bekomen

krijgen, verkrijgen, ontvangen

  • U kunt een brochure met een overzicht van onze speciale aanbiedingen bekomen krijgen.

beschikken over

hebben

  • U beschikt hebt over een volledige set met schoonheidsproducten.

betreffende

over

  • Betreffende Over die zaak kon de onderzoeksrechter niets meedelen.

bij dezen

hierbij

  • Bij dezen Hierbij wil ik u ook melden dat we uw bestelling op 3 maart zullen uitvoeren.

dewelke

die, welke, waar…

  • Ik wil een laptop kopen, maar ik weet nog niet dewelke welke.
  • Vraag inlichtingen bij de organisatie voor dewelke waarvoor u werkt.

dienen te

moeten, verplicht zijn

  • U dient moet een expertiseverslag van uw verzekeringsmaatschappij te kunnen voorleggen.

doch

maar

  • De kans op een malariabesmetting is gering doch maar niet uitgesloten.

echter

maar, toch

U kunt het formele woord echter vaak ook gewoon weglaten.

  • U kunt de stad op eigen houtje verkennen. U kunt echter ook een volledig arrangement boeken, zodat alles voor u geregeld is.
  • Wereldwijd zijn er dagelijks ongeveer achtduizend aardbevingen, maar de meeste daarvan zijn echter niet zo hevig.
  • Met een stilstaande camera kunt u een interessante film maken. Het Toch kan het voor de kijkers echter nog een stuk leuker worden als u camerabewegingen gebruikt.

echtgenoot
echtgenote

man, vrouw, partner

  • De politie heeft vrijdagnacht een 44-jarige man opgepakt die zijn echtgenote vrouw met een mes heeft bedreigd.

eenmaal

als, zodra

  • Eenmaal Als het dossier volledig is afgesloten, kunt u geen bezwaar meer aantekenen.

eenzelfde

één, dezelfde, hetzelfde

  • Elke speler krijgt acht kaarten van eenzelfde dezelfde kleur.

enkel

alleen

  • U hoeft enkel alleen het laatste blad in te vullen.
  • Gerbera’s zijn niet enkel alleen mooie snijbloemen maar ook prima kamerplanten.

eveneens

ook

  • U kunt eveneens ook een aanvraag doen voor andere kinderen van het gezin.

evenwel

maar, toch

U kunt het formele woord evenwel vaak ook gewoon weglaten.

  • Houtbriketten worden net als pellets uit geperst afvalhout gemaakt, maar ze zijn evenwel minder gebruiksvriendelijk dan pellets.

Zie ook de voorbeelden bij echter.

gelieve

wilt u, kunt u, of een bevelende vorm

  • Gelieve Stuur deze aanvraag voor 30 september naar het gemeentebestuur te sturen.
  • Gelieve Wilt u even te wachten?

gelijken

lijken

  • De situatie gelijkt lijkt sterk op die van vorig jaar.

geraken

raken

  • We geraken raken niet door het werk heen.

hetgeen

dat wat, wat

  • Geloven jullie hetgeen wat een waarzegster voorspelt?

hetzij

of, ofwel

  • Er is altijd wel parkeergelegenheid, hetzij in een van de zijstraten van de Biltstraat, hetzij of in de parkeergarage in de Kruisstraat.

huwen

trouwen

  • Paul en Joke zijn op 14 april gehuwd getrouwd.

immers

want, namelijk

U kunt het formele woord immers vaak ook gewoon weglaten.

  • Dan is deze opleiding echt iets voor u. U leert er immers alles over wanneer en hoe u met een activiteit als bijberoep kunt starten.
  • Het is goed dat de dansers op tijd naar huis kunnen vertrekken, want er volgen immers nog twee vermoeiende dagen waarin ze het beste van zichzelf moeten geven.

indien

als

  • Indien Als uw aanvraag wordt goedgekeurd, krijgt u het bedrag van de premie binnen tien werkdagen op uw bankrekening.

ingeval

als

  • Ingeval Als uw koffers niet aangekomen zijn, brengen wij die achteraf naar uw thuisadres.

inzake

over

  • De wetgeving inzake over uitzendarbeid bepaalt dat de bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het welzijn op het werk.

maal

keer

  • We hebben het probleem al verschillende malen keren gemeld.

mededelen

meedelen

  • De directeur heeft medegedeeld meegedeeld dat het bedrijf dit jaar een winstdaling verwacht.

mits

als

  • Uw bedrijf kan een subsidie krijgen mits als het aan vijf voorwaarden voldoet.

omtrent

over

  • De politie kon daaromtrentover geen informatie geven.

pogen

proberen

  • De politie heeft gepoogd geprobeerd om de bendeleider meteen in te rekenen.

reeds

al

  • Er zijn reeds al duizend aanvragen binnengekomen.

schrijven (een)

brief

  • U krijgt een aangetekend schrijven aangetekende brief waarin u wordt opgeroepen om te getuigen.

slechts

alleen maar, maar

  • Je hoeft het apparaat slechts alleen maar op de USB-ingang aan te sluiten.
  • Er zijn slechts maar drie kandidaten voor de openstaande betrekking.

steeds

altijd

Steeds heeft geen formeel karakter bij vergrotende trappen en andere versterkende formuleringen.

  • Jonas en Aline komen steeds altijd naar de vergadering.
  • Een warmtepomp wordt bijna steeds altijd aan vloerverwarming gekoppeld.

bij versterkende formuleringen

  • Er zijn steeds minder spijbelaars.
  • Het resultaat wordt steeds beter.
  • Er komen steeds weer/altijd weer nieuwe kansen.
  • De brand is nog steeds niet/nog altijd niet geblust.

te

in

  • Hugo Claus is te in Brugge geboren en te in Antwerpen gestorven.

te allen tijde

altijd, op elk moment, op elk ogenblik

  • U kunt te allen tijde altijd nog een reisverzekering afsluiten.

te gepasten tijde

op tijd, op het juiste moment

  • Zo informeren we u te gepasten tijde op tijd over wijzigingen in de milieureglementeringen.

teneinde

om

  • De overheid neemt diverse maatregelen teneinde om meer jongeren aan het werk te krijgen.

ter zake

daarover

  • We zullen ter zake daarover snel een beslissing moeten nemen.

te uwer beschikking

ter beschikking, tot uw beschikking, voor u klaar

  • Onze geluidsisolatieadviseur staat gratis te uwer beschikking voor u klaar.

tevens

ook, bovendien

  • U kunt tevens ook een aanvraag doen voor andere kinderen van het gezin.

thans

nu, op dit moment

  • Op onze dienst werken thans nu vijf medewerkers.

tijdig

op tijd

  • We kunnen veel schade voorkomen door tijdige op tijd maatregelen te nemen.
  • Elke heeft haar aanvraag niet tijdig op tijd ingediend.

trachten

proberen

  • De politie heeft getracht geprobeerd om de bendeleider meteen in te rekenen.

vermits

omdat, want

  • U moet goed letten op de dosering van het geneesmiddel, vermits omdat de formule van de nieuwe samenstelling erg verschilt van de oude.

verzoeken

vragen

  • De directeur heeft iedereen verzocht gevraagd aan de personeelsvergadering deel te nemen.

voorafgaandelijk

vooraf, van tevoren

  • Iedereen wordt voorafgaandelijk vooraf gewaarschuwd.

vooraleer

voor, voordat

  • Enkele belangrijke opmerkingen vooraleer voordat u het toestel aanzet.

vooreerst

eerst, in de eerste plaats

  • Ik wil u vooreerst in de eerste plaats danken voor uw bereidwilligheid.

wanneer

als

  • David kan zich niet concentreren wanneer als hij slecht geslapen heeft.

wensen

willen

  • Als u dat wenst wilt, kunt u nu al een voorschot betalen.

werkzaam (zijn)

werken

  • Sofie is werkzaam werkt bij Volvo Cars.

wiens, wier

van wie

  • De minister wiens van wie de benoeming tot de val van de regering heeft geleid, is verongelukt.
  • Zij is de auteur van een inspirerend boek over een vrouw wier van wie het leven een onverwachte wending neemt.

woonachtig (zijn)

wonen

  • Kristof is woonachtig woont in Gent.

zijde

kant

  • We moeten de zaak ook van die zijde kant bekijken.

Aanwijzende voornaamwoorden

Gebruik zo weinig mogelijk de aanwijzende voornaamwoorden dit en deze bij verwijzing naar iets wat u al eerder hebt genoemd.

Veel mensen hebben in teksten de neiging om met de aanwijzende voornaamwoorden dit en deze te verwijzen naar een eerdergenoemde zaak of persoon, of naar een vorige zin. Zulke terugverwijzingen zijn nogal nadrukkelijk en formeel. U kunt beter zo veel mogelijk de aanwijzende voornaamwoorden dat en die gebruiken om terug te verwijzen. Dat doet u ook als u spontaan spreekt. Dikwijls kunt u gewoon een persoonlijk voornaamwoord (hij, hem, ze, haar, het) gebruiken.

Voorbeelden
  • Arnon Grunberg heeft een nieuw boek geschreven, maar dit boek dat boek/dat/het is nog niet gepubliceerd.
  • Als je de website wilt bekijken zoals deze die/hij is bedoeld, moet je een goede browser hebben.
  • In het oefenboek staan 65 oefeningen. U kunt deze die/ze volledig zelfstandig maken.
  • Kris en Liesbeth hebben de overzichtslijst aangepast. Dit Dat kwam goed van pas voor de uitnodigingen.
  • Duurzaam toerisme is in de eerste plaats toerisme. Dit Dat wil zeggen, het is vooral ontspannend en leuk.
  • De Oscars komen er weer aan en dit dat betekent dat heel Hollywood vol spanning zit te wachten op de uitreiking van de felbegeerde beeldjes.

Ook bijwoorden met als eerste deel hier zijn bij terugverwijzing formeler dan bijwoorden met er of daar als eerste deel.

Voorbeelden
  • Je spieren en botten blijven langer in conditie als je gezond eet. Hierdoor Daardoor blijf je langer fit.
  • Wat is afvalwater en wat doen we hiermee daarmee/ermee?