VEKP-voortgangsrapport 2026: uitstoot Vlaamse ESR-sectoren 22% lager dan in 2005
In 2024 lag de broeikasgasuitstoot in de Vlaamse ESR-sectoren 22% onder het niveau van 2005. De voorlopige cijfers voor 2025 liggen zelfs iéts hoger dan 2024. Voor de totale emissies (ETS en ESR) bedraagt de daling 27% ten opzichte van 2005. Dat blijkt uit het VEKP-voortgangsrapport 2026 van VEKA, dat op 25 september 2026 aan de Vlaamse Regering werd voorgelegd.
De uitstoot van sectoren onder het bestaande EU ETS (o.a. zware industrie en elektriciteitsproductie) wordt telkens in Europees perspectief beschouwd. De Effort Sharing Regulation (ESR) legt elke EU-lidstaat een bindende reductiedoelstelling op voor transport, gebouwen, landbouw, afval en de industrie buiten het bestaande Europese emissiehandelsysteem. Voor België is die doelstelling -47% in 2030 ten opzichte van 2005. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030, dat vorig jaar werd goedgekeurd, voorziet voor Vlaanderen een reductie van 40%, wat neerkomt op een uitstoot van 30,2 miljoen ton CO2-eq in 2030.
De sterkste dalingen binnen de Vlaamse ESR-sectoren kwamen er in 2020 en 2022, tijdens de COVID-crisis en de energiecrisis. Daarna bleef de uitstoot op dat lagere niveau: 39,4 miljoen ton in 2023 en 39,2 miljoen ton in 2024. Richting de Vlaamse doelstelling in 2030 is nog een daling met 9,0 miljoen ton nodig.
Transport: grootste opgave, vergroening van het wagenpark versnelt
In de transportsector (16,4 miljoen ton CO2-eq, 42% van de ESR-uitstoot) ligt de uitstoot 7% lager dan in 2005 (personenverkeer -21%, vrachtverkeer +14%). Sinds de terugval van broeikasgasemissies tijdens de COVID-crisis steeg de uitstoot opnieuw; de voorlopige inschatting voor 2025 bedraagt 16,6 miljoen ton. Positief is de snelle elektrificatie van de personenwagens: in 2025 was 43,9% van de nieuw verkochte personenwagens batterij-elektrisch (streefcijfer 2030: 70%), vooral bij bedrijfswagens. Bij vrachtwagens is dat 4,6% (streefcijfer 2030: 28%). Om de Vlaamse klimaatdoelstelling te halen, is in het VEKP van vorig jaar bepaald dat de transportuitstoot nog met 4,9 miljoen ton moet dalen, goed voor de helft van alle resterende reducties over alle sectoren heen.
Gebouwen: uitstoot fors gedaald, warmtepompen in opmars
In de gebouwensector (9,7 miljoen ton CO2-eq, 25% van de ESR-uitstoot) ligt de uitstoot 39% lager dan in 2005. Dat komt door isolatiemaatregelen en door de omschakeling van stookolie naar aardgas en, in mindere mate, naar hernieuwbare bronnen. Na de sterke daling van de uitstoot in 2022 door de energiecrisis stabiliseerde de uitstoot in 2023 en 2024, en ook de voorlopige inschatting voor 2025 ligt op dat niveau. Het aantal jaarlijks geïnstalleerde warmtepompen (exclusief lucht-lucht) is tussen 2023 en 2025 meer dan verdubbeld, van 15.884 naar 34.390. Die groei situeert zich vooral in de nieuwbouw, waar warmtepompen en warmtenetten door het aardgasaansluitingsverbod de norm worden. Om de Vlaamse klimaatdoelstelling te halen, is in het VEKP van vorig jaar bepaald dat dit aantal nog verder moet stijgen tot 60.700 geïnstalleerde warmtepompen per jaar. Om dit te verwezelijken ligt de uitdaging voor de komende jaren vooral bij het doorbreken van warmtepompen in bestaande gebouwen, waarvoor de energietaxshift de prijs van elektriciteit ten opzichte van fossiele brandstoffen moet verlagen.
Landbouw: uitstoot nagenoeg op het niveau van 2005
In de landbouw (7,3 miljoen ton CO2-eq, 19% van de ESR-uitstoot) is de uitstoot sinds 2005 nagenoeg ongewijzigd (+1%). De niet-energetische emissies zijn goed voor ongeveer 70% van het totaal. Ze schommelen al twintig jaar rond hetzelfde niveau, al daalden ze sinds 2021 met 0,3 Mton tot 5,0 miljoen ton CO2-eq. De broeikasgasuitstoot ten gevolge van (fossiel) energiegebruik daalde in 2022 door de hoge aardgasprijzen en steeg daarna opnieuw tot het niveau van voor de energiecrisis. Volgens de voorlopige inschatting ligt het ook in 2025 op dat niveau. In het VEKP van vorig jaar heeft de Vlaamse Regering afgesproken dat de landbouwuitstoot tegen 2030 nog met 1,7 miljoen ton moet dalen ten opzichte van het huidige niveau.
ESR-industrie en afval: verdere reductie nodig
In de ESR-industrie (3,9 miljoen ton CO2-eq, 10% van de ESR-uitstoot) ligt de uitstoot bijna 20% onder het niveau van 2005. Dat komt voor een groot stuk doordat de chemische sector minder F-gassen uitstoot (fluorhoudende broeikasgassen die per kilo vele malen meer opwarming veroorzaken dan CO2). In de afvalsector (2,0 miljoen ton CO2-eq, 5%) bedraagt de daling 32%, vooral door minder methaanuitstoot uit stortplaatsen. Op die punten is het reductiepotentieel in beide sectoren grotendeels benut. De resterende opgave tegen 2030 ligt nu bij de vergroening van de warmtevraag in de industrie en bij de afvalverbranding.
Lees hier het volledige rapport