Vergunningen

Voor elke windturbine is een omgevingsvergunning nodig. De gemeente zal daarvoor steeds de visuele impact, de geluidsnormen en de voorschriften voor ruimtelijke ordening aftoetsen. De gemeente zal ook het gezamenlijke vermogen van de windturbines nagaan. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw gemeente.

Steun

Voor de installatie van windturbines die elektriciteit opwekken, geeft de Vlaamse overheid financiële ondersteuning in de vorm van groenestroomcertificaten.

Wie investeert in een nieuw project, kan steun aanvragen. Dat gebeurt via een 'call' voor projecten.

  • De call van 2019 voor steun voor kleine en middelgrote windturbines startte op 3 december 2018 en loopt tot en met 24 januari 2019.

Inplanting van grote windturbines

7 op 10 Vlamingen vindt dat we ons energiesysteem moeten uitbouwen op hernieuwbare bronnen. Met particuliere projecten alleen kunnen we de doelstellingen voor groene energie nooit halen. Daarom zijn grootschalige installaties (zoals windturbines en bio-energiecentrales) echt nodig. Die zijn ook efficiënter dan kleine toepassingen.

In Vlaanderen wordt veel aandacht besteed aan een goede inplanting van de windturbines. De turbines worden zoveel mogelijk vlak bij andere infrastructuur zoals haven- en industriegebieden, autosnelwegen, spoorwegen, dijken of kanalen geplaatst. Daarbij wordt rekening gehouden met de mogelijke hinder voor omwonenden. En om ook de natuur zoveel mogelijk te ontzien, komen windturbines op veilige afstand van beschermde natuur- en vogelgebieden.

Op energiesparen.be vindt u de windplannen van de provinciebesturen.
Op de website van de Organisatie Duurzame Energie vindt u informatie over het aantal en de locaties van de windturbines in Vlaanderen.

Prosumententarief

Alle afnemers moeten een solidaire en redelijke vergoeding betalen voor de diensten die de distributienetbeheerder levert.

Daarom werd een tarief voor prosumenten (consumenten die zelf hun stroom opwekken) gelanceerd. Elke netgebruiker van zonnepanelen, windmolens en warmtekrachtkoppeling-installaties, telkens kleiner dan of gelijk aan 10 kW en met terugdraaiende teller, moet dit nettarief betalen.