Advies 71.284/1 van 26 april 2022
- Type
Ministeriële besluiten
- Thema
Terugwerkende kracht (algemeen)
Relevante passage uit advies
Het ontwerp bevatte geen datum van inwerkingtreding. Uit de tekst van het ontwerp bleek echter dat het ontwerp, naast een regeling voor een subsidiebedrag “voor het jaar 2023”, ook een regeling “voor het jaar 2022” vaststelde.
Toen aan de gemachtigde gevraagd werd of aldus werd beoogd te voorzien in een retroactieve subsidieverlaging, met ingang van 1 januari 2022, stelde hij: “Het is inderdaad de bedoeling om het aangepaste subsidiebedrag van maximum 3000 euro en maximum 1500 euro toe te passen voor alle subsidieaanvragen ingediend respectievelijk in het kalenderjaar 2022 en in het kalenderjaar 2023.”
Uit dat antwoord van de gemachtigde bleek dat aan de ontworpen wijzigingsbepaling terugwerkende kracht zou moeten worden verleend.
Het verlenen van terugwerkende kracht aan besluiten kan evenwel alleen onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar worden geacht, namelijk als voor de retroactiviteit een wettelijke grondslag bestaat, de retroactiviteit betrekking heeft op een regeling waarbij, met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel, voordelen worden toegekend, of als de retroactiviteit noodzakelijk is voor de continuïteit of de goede werking van het bestuur en daardoor, in beginsel, geen verkregen situaties worden aangetast. Alleen als de retroactiviteit van de ontworpen regeling in een van de opgesomde gevallen ingepast kan worden, kan die worden gebillijkt.
Toen aan de gemachtigde gevraagd werd de beoogde terugwerkende kracht toe te lichten, rekening houdend met die voorwaarden, verklaarde hij het volgende:
“De begrotingsopmaak 2022 voorziet als besparingsmaatregel een geleidelijke afbouw van de kredieten voor de subsidies ecologisch en veilig transport (EVT) tot 2024. Voor het jaar 2022 bedraagt de vermindering 12 miljoen euro. Aangezien de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, overeenkomstig het vierde lid van het artikel 10 van het vermelde Besluit van de Vlaamse Regering, het subsidiebedrag per voertuig kan verlagen afhankelijk van de budgettaire ruimte en de beleidsprioriteiten, is het aangewezen geen onderscheid te maken tussen de subsidieaanvragen die in eenzelfde kalenderjaar 2022 worden ingediend. Voor alle ingediende aanvragen in datzelfde kalenderjaar 2022 zal bijgevolg hetzelfde maximum (3.000 euro) worden toegepast.”
De budgettaire doelstellingen die door de stellers van het ontwerp nagestreefd werden, volstonden niet om de terugwerkende kracht te verantwoorden. Aangezien het ging om een regeling die een bestaand maximumbedrag van een subsidie verminderde, deed het verlenen van terugwerkende kracht aan die bepaling immers afbreuk aan verkregen rechten. Er moest worden voorzien in een inwerkingtreding voor de toekomst. (Het concrete bedrag van de subsidie hing af van het reële bedrag van de uitgaven, vermeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017, in functie van de subsidiepercentages, vermeld in de bijlage bij het ministerieel besluit van 20 november 2017).
Er moest bijgevolg een nieuw artikel 2 ingevoegd worden in het ontwerp dat de inwerkingtreding van het besluit voor de toekomst regelde en waarvan de datum van inwerkingtreding overeenstemde met de toekomstige datum in 2022 die werd opgenomen in artikel 1 van het ontwerp.
( Advies 71.284/1 van 26 april 2022 over een ontwerp van ministerieel besluit ‘tot wijziging van de subsidiebedragen in artikel 1 van het ministerieel besluit van 20 november 2017 houdende de regeling van subsidies aan ondernemingen voor uitgaven ter bevordering van ecologisch en veilig goederenvervoer, p. 3-5, punt 4)