Voor wie?

Ergonomisch rijden doe je zo:

  • De zithoogte: zorg dat er minstens een vuistbreedte afstand is tussen de bovenkant van je hoofd en het dak van je wagen. Stel de zithoogte zo in dat je een goed zicht hebt op de weg.
  • De zitting van je stoel is best breder dan je heupen en dijen, en tussen de voorkant van je zitting en je knieholte is een vuistbreedte ruimte. Zorg er ook voor dat je bovenbenen voldoende ondersteund worden.
  • Stel de afstand van je stoel zo in dat je vlot aan je pedalen en je stuur kunt: je moet met licht gebogen benen aan je pedalen kunnen en je polsen op het stuur kunnen leggen wanneer je met je rug tegen de rugleuning zit.
  • Regel de hoogte van je stuur zo dat je handen onder schouderhoogte blijven. Zorg er bij de instelling van het stuur voor dat je steeds een goed zicht behoudt op het dashboard.

Voldoende steun en bescherming

  • De rugleuning geeft bij voorkeur ondersteuning tot aan je schouders, zonder je achteruitzicht te belemmeren. De hellingsgraad tussen rugleuning en zitting schommelt best tussen 90° en 120°. Pas die elk half uur met zo’n 10° aan, zodat je van positie kunt wisselen. Zeker bij lange ritten is dit belangrijk.
  • Heeft je rugleuning een verstelbare lendensteun? Stel die dan zo in dat je voldoende ondersteuning voelt in de holte van je lage rug.
  • De bovenkant van de hoofdsteun komt best gelijk met de kruin van je hoofd. Om je nek voldoende te beschermen mag de afstand tussen je hoofd en de hoofdsteun maximaal 5 cm zijn.

Vlot en veilig onderweg

  • De bediening van de pedalen mag niet te veel kracht kosten: zorg ervoor dat je je been niet volledig moet strekken en blijf goed zitten met je rug tegen de rugleuning.
  • Zet tijdens het rijden je linkervoet op de voetsteun links naast de ontkoppelingspedaal.
  • Stel je buitenspiegels zo in dat je een zo goed mogelijk beeld krijgt van links en rechts achter je auto. De horizon die je in je buitenspiegel ziet, komt op 1/3de van de bovenkant van de spiegel.
  • Plaats de binnenspiegel zo dat de linkerkant van de achteruit overeenkomt met de linkerkant van de binnenspiegel, en de onderkant van de achterruit samenvalt met de onderkant van de spiegel.

Comfortabel in- en uitstappen

  • Om in te stappen ga je met je rug naar je wagen toe in de stoel zitten, draai op de zitting en breng zo je benen tegelijk in de wagen.
  • Om uit te stappen draai je op de zitting om je benen uit de wagen te brengen. Steun tijdens het rechtstaan op het portier of op de binnenkant van de wagen.

Pauzeer en beweeg

  • Te lang zitten is belastend voor je rug. Las dus minstens om de twee uur een pauze in: stap even uit, wandel rond en rek je uit.
  • Met deze oefeningen ontspan je je spieren en stimuleer je de doorbloeding:
    • Trek je schouders zo hoog op als je kan en hou dit 5 seconden vast. Ontspan ze daarna weer. Herhaal dit enkele keren.
    • Draai je schouders 10 keer in voorwaartse richting en daarna 10 keer in achterwaartse richting.
    • Ga enkele keren afwisselend op je tenen en hielen staan.
    • Draai je enkels 5 keer links en 5 keer rechts rond.
  • Let op: doe deze oefeningen niet wanneer je pijn ervaart. Win dan het advies in van je arts.