Werkende bevolking telt 15% zelfstandigen
In 2025 lag het aandeel in de werkende bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 15,0%. Het gaat om personen met een hoofdactiviteit als zelfstandige. Dat is het hoogste percentage in de periode 1999-2025. Het aandeel zelfstandigen schommelde in de periode 1999-2025 tussen 12,8% en 15,0%. Tussen 2022 en 2023 bleef het aandeel stabiel, in 2024 daalde het licht en in 2025 nam het opnieuw beperkt toe.
Hoogste aandeel zelfstandigen bij mannen en 55- tot 64-jarigen
Het aandeel zelfstandigen lag bij werkende vrouwen (11,0%) in 2025 lager dan bij werkende mannen (18,6%).
Het aandeel zelfstandigen in de werkende bevolking stijgt met de leeftijd: in 2025 was 10,5% van de werkende 20- tot 34-jarigen aan het werk als zelfstandige, terwijl dat bij 55- tot 64-jarigen om 18,0% ging.
Het aandeel zelfstandigen neemt ook toe met het onderwijsniveau: bij kortgeschoolden ging het in 2025 om 10,6% en bij hooggeschoolden om 16,6%.
Naar huishoudpositie was het aandeel zelfstandigen in de werkende bevolking in 2025 het hoogst bij samenwonende partners met kinderen (17,9%) en het laagst bij personen die inwonen bij ouders (8,8%).
Personen zonder hinder tijdens dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem zijn iets vaker aan het werk als zelfstandige (15,3%) dan personen met hinder (14,3%).
Tot slot varieert het aandeel zelfstandigen in de werkende bevolking ook naar geboorteland. Personen geboren in België (15,5%) zijn vaker aan de slag als zelfstandige dan personen geboren in een ander EU-land (11,6%) of in een land buiten de EU (12,9%).
Aandeel zelfstandigen in Vlaams Gewest boven EU27-gemiddelde
In 2025 lag het aandeel zelfstandigen in de werkende bevolking in het Vlaamse Gewest (15,0%) hoger dan in het Waalse Gewest (11,9%) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (13,9%). In België als geheel ging het om 14,0%.
In de Europese Unie (EU27) lag het aandeel zelfstandigen in 2025 gemiddeld op 13,1%. Dat is lager dan in het Vlaamse Gewest.
Griekenland kende met 24,4% veruit het hoogste aandeel zelfstandigen, gevolgd door Italië (19,7%) en Polen (17,8%). Denemarken (6,7%), Duitsland (7,4%) en Luxemburg (7,7%) hadden het laagste aandeel zelfstandigen.
Bronnen
- Steunpunt Werk:
- Eurostat: