Gedaan met laden. U bevindt zich op: Deeltijdarbeid Arbeid

Deeltijdarbeid

Gepubliceerd op 5 mei 2026 • Volgende update: mei 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Het aandeel in het totaal aantal werkenden van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest lag in 2025 op 25,2%. Dat is iets hoger dan in 2024 (24,4%). In 2005 bedroeg dat aandeel 22,2%.

Hoogste aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen en personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

In 2025 lag het aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen (39,6%) veel hoger dan bij mannen (12,0%).

Het aandeel deeltijds werkenden neemt toe met de leeftijd. Het aandeel werkenden met een deeltijdse job lag in 2025 het hoogst bij de 55- tot 64-jarigen (35,2%) en het laagst bij de 20- tot 34-jarigen (22,6%).

Het aandeel deeltijds werkenden daalt naarmate het onderwijsniveau toeneemt. In 2025 lag het aandeel deeltijds werkenden bij kortgeschoolden op 28,2%, tegenover 24,4% bij middengeschoolden en 24,0% bij hooggeschoolden.

Ook naar huishoudpositie zijn er verschillen. Het aandeel deeltijds werkenden lag in 2025 het hoogst bij éénoudergezinnen (33,1%). Alleenstaanden werkten het minst vaak deeltijds (17,5%).

Personen die hinder ondervinden tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem waren in 2025 veel vaker deeltijds aan het werk (40,5%) dan personen zonder hinder (22,2%).

Ten slotte zijn er ook verschillen naar geboorteland. In 2025 lag het aandeel deeltijdarbeid bij personen geboren in België op 25,6%, tegenover 24,6% bij personen die in een ander EU-land zijn geboren en 23,0% bij personen geboren buiten de EU.

Aandeel deeltijds werkenden in Vlaams Gewest hoger dan EU-gemiddelde

In 2025 lag het aandeel deeltijds werkende personen in het Vlaamse Gewest (25,2%) hoger dan in het Waalse Gewest (23,9%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (20,0%). In België in zijn geheel ging het om 24,3%.

In de Europese Unie (EU27) bedroeg het aandeel deeltijds werkenden in 2025 gemiddeld 17,0%. In het Vlaamse Gewest lag het aandeel dus beduidend hoger.
De verschillen tussen de EU-landen zijn heel groot. Nederland (38,9%) kende met voorsprong het hoogste aandeel deeltijds werkenden, gevolgd door Oostenrijk (30,2%) en Duitsland (29,2%). Bulgarije (1,7%), Roemenië (2,3%) en Kroatië (2,9%) hadden het laagste aandeel deeltijds werkenden.