Bijna 9 op de 10 participeren aan cultuur
In het najaar van 2025 namen bijna 9 op de 10 inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder deel aan minstens 1 van 11 bevraagde culturele activiteiten (89%). Daarmee ligt dat aandeel op hetzelfde niveau als in de voorgaande jaren. In 2021 lag dat aandeel wel lager en ging het om 77% van de bevolking.
De bevolking kan opgedeeld worden in 3 groepen van cultuurparticipanten.
De ‘kernparticipanten’ nemen dagelijks of wekelijks deel aan 1 of meer activiteiten of participeren minstens 1 keer per maand aan 2 van de 11 activiteiten. In 2025 behoorde 12% van de bevolking van 18 jaar en ouder tot de groep van de kernparticipanten.
De ‘belangstellende participanten’ nemen ook deel aan culturele activiteiten, maar doen dat minder intensief dan de kernparticipanten. 77% van de bevolking behoorde in 2025 tot deze groep.
Ten slotte zijn er de ‘non-participanten’. Zij namen in het jaar voorafgaand aan de bevraging aan geen enkele culturele activiteit deel. In 2025 ging het om 11% van de bevolking.
De toename van de culturele participatie sinds 2021 uit zich zowel in een toename van het aandeel van de kernparticipanten als van de belangstellende participanten. Daardoor is de groep non-participanten kleiner geworden. In 2021 was 23% van de inwoners non-participant, in 2024 was dat gedaald tot 11%.
Vergelijkbare cijfers voor de periode voor 2021 zijn niet beschikbaar.
Bezoek aan monument of gebouw meest populaire cultuuractiviteit
61% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder gaf in 2025 aan tijdens het jaar voorafgaand aan de bevraging minstens 1 keer een bezienswaardig monument of gebouw te hebben bezocht. Deze activiteit kent daarmee de hoogste participatiegraad van de 11 bevraagde culturele activiteiten. Ook het bijwonen van een muziekoptreden, -concert of -festival (60%), een bezoek aan een museum, tentoonstelling of galerij (57%) en het bekijken van een film in de bioscoop (52%) werd door minstens de helft van de bevolking minstens 1 keer per jaar gedaan. De participatiegraad was het laagst voor het bijwonen van een circusvoorstelling (14%) of een operavoorstelling (8%).
Cultuurparticipatie grootst bij hooggeschoolden en 18- tot 34-jarigen
Naar achtergrondkenmerken zijn er duidelijke verschillen in cultuurparticipatie. Het opleidingsniveau en de leeftijd geven de grootste verschillen. Cultuurparticipatie stijgt met het opleidingsniveau: 70% van de laaggeschoolden deed in 2025 aan cultuurparticipatie, bij de hooggeschoolden was dat 96%.
Ook naar leeftijd zijn er verschillen: 65-plussers participeren duidelijk minder dan de jongere leeftijdsgroepen. Bij de 65-plussers participeerde in 2025 73% aan cultuur, bij de 18- tot 34-jarigen ging het om 97%.
Ook naar huishoudtype en geslacht zijn er verschillen. Personen die alleen wonen participeren het minst aan cultuur (79%). De participatiegraad ligt het hoogst bij personen die met partner en kind(eren) wonen (95%) en bij personen die niet met partner maar wel met kind(eren) wonen (93%). Naar geslacht ligt de participatie hoger bij vrouwen (91%) dan bij mannen (86%).
Naar urbanisatiegraad zijn er geen significante verschillen.
Bronnen
- Statistiek Vlaanderen: