Gedaan met laden. U bevindt zich op: Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg Inkomen en armoede

Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg

Gepubliceerd op 21 april 2023 • Volgende update: maart 2024
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Iets meer dan 1% bevolking moet medische zorg of tandzorg uit- of afstellen om financiële redenen

In 2022 gaf 1,2% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest aan dat zij in het voorgaande jaar een noodzakelijk medisch of tandheelkundig onderzoek of behandeling hebben moeten uit- of afstellen om financiële redenen. Dat komt overeen met ongeveer 60.000 personen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen tussen de resultaten van de meest recente jaren en de jaren tot 2018. In de meest recente jaren ligt het aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uitstellen telkens iets hoger dan 1%.

Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen hoogst bij eenoudergezinnen

Het aandeel dat medische zorg of tandzorg heeft moeten uit- of afstellen om financiële redenen lag in 2022 het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (5%), huurders (5%), niet-actieven zonder gepensioneerden, laaggeschoolden en alleenstaanden (telkens 3%).

Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten

Er geven in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder personen aan dat zij om financiële redenen medische zorg of tandzorg moeten uit- of afstellen dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het bij medische zorg in 2021 om minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder, in het Waalse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telkens om 2%. Bij tandzorg lag dat aandeel in het Vlaamse Gewest op 1%, in het Brusselse Gewest op 3% en in het Waalse Gewest op 4%.

Het aandeel dat medische zorg moet uit- of afstellen om financiële redenen lag in 2021 in de 27 landen van de Europese Unie (EU) op 1% van de bevolking. Bij tandzorg lag dat aandeel in de EU27 op 3%.

Cijfers voor 2022 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.