Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg
Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen om financiële redenen in Vlaams Gewest lager dan in andere Belgische gewesten en dan EU27-gemiddelde
In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel personen dat zorg uitstelt om financiële redenen voor beide vormen van zorg (medische zorg en tandzorg) lager dan in de andere Belgische gewesten.
Minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest stelde in 2025 medische zorg uit om financiële redenen. Zowel in het Waalse als in het Brusselse Gewest ging het om 2%. Ook voor tandzorg lag het aandeel uitstel om financiële redenen in het Vlaamse Gewest het laagst (1%). In het Waalse Gewest ging het om 5% en in het Brusselse Gewest om 3%.
Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. De Europese vergelijking toont voor de EU27-lidstaten het aandeel uitstel voor de 2 vormen van zorg afzonderlijk. Ook in 2024 lagen de aandelen van uitstel in het Vlaamse Gewest lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het voor medische zorg in 2024 om minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder, in het Waalse Gewest om 2% en in het Brusselse Gewest om 3%. Voor tandzorg lag het aandeel in het Vlaamse Gewest op 2%, in het Waalse Gewest op 5% en in het Brusselse Gewest op 4%.
Voor België als geheel lag het aandeel personen dat tandzorg en medische zorg uitstelde om financiële reden in 2024 rond het EU27-gemiddelde. In 11 landen, waaronder Duitsland, Nederland, Finland, Kroatië, Oostenrijk en Hongarije bedroeg het aandeel uitstel om financiële reden voor beide zorgvormen minder dan 1%. In Griekenland lag het aandeel het hoogst, zowel voor medische zorg (9%) als voor tandzorg (11%).
Bronnen
- Statbel:
- Eurostat: