Gedaan met laden. U bevindt zich op: Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg Inkomen en armoede

Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg

Gepubliceerd op 12 mei 2026 • Volgende update: mei 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 gaf 1,3% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest aan dat zij in het voorgaande jaar een noodzakelijk medisch of tandheelkundig onderzoek of behandeling moesten uit- of afstellen om financiële redenen (te duur of niet gedekt door de mutualiteit of een verzekering). Dat komt overeen met ongeveer 70.000 personen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten voor 2019. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling ook aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen om financiële redenen in Vlaams Gewest lager dan in andere Belgische gewesten en dan EU27-gemiddelde

In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel personen dat zorg uitstelt om financiële redenen voor beide vormen van zorg (medische zorg en tandzorg) lager dan in de andere Belgische gewesten.

Minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest stelde in 2025 medische zorg uit om financiële redenen. Zowel in het Waalse als in het Brusselse Gewest ging het om 2%. Ook voor tandzorg lag het aandeel uitstel om financiële redenen in het Vlaamse Gewest het laagst (1%). In het Waalse Gewest ging het om 5% en in het Brusselse Gewest om 3%.

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. De Europese vergelijking toont voor de EU27-lidstaten het aandeel uitstel voor de 2 vormen van zorg afzonderlijk. Ook in 2024 lagen de aandelen van uitstel in het Vlaamse Gewest lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het voor medische zorg in 2024 om minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder, in het Waalse Gewest om 2% en in het Brusselse Gewest om 3%. Voor tandzorg lag het aandeel in het Vlaamse Gewest op 2%, in het Waalse Gewest op 5% en in het Brusselse Gewest op 4%.

Voor België als geheel lag het aandeel personen dat tandzorg en medische zorg uitstelde om financiële reden in 2024 rond het EU27-gemiddelde. In 11 landen, waaronder Duitsland, Nederland, Finland, Kroatië, Oostenrijk en Hongarije bedroeg het aandeel uitstel om financiële reden voor beide zorgvormen minder dan 1%. In Griekenland lag het aandeel het hoogst, zowel voor medische zorg (9%) als voor tandzorg (11%).