Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg

Metadata: Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg

Verantwoordelijke entiteit

Vlaamse Statistische Autoriteit (VSA)

Metadatafiche laatste update

09-01-2026

DATABRON

EU-SILC (European Union Statistics on Income and Living Conditions) is een geharmoniseerde Europese steekproefenquête die tot doel heeft tijdige en vergelijkbare cross-sectionele en longitudinale multidimensionale microdata te verzamelen over inkomen, armoede, sociale uitsluiting en leefomstandigheden in de EU-lidstaten.

EU-SILC is hoofdzakelijk gebaseerd op enquêtegegevens, aangevuld met administratieve gegevens voor inkomenscomponenten en achtergrondvariabelen. De kern van de statistiek bestaat uit gegevens verzameld via een huishoudsurvey bij particuliere huishoudens. Voor bepaalde inkomenscomponenten en achtergrondvariabelen worden, waar mogelijk, administratieve registers gebruikt ter aanvulling, validatie of imputatie van enquêtegegevens.

EU-SILC wordt uitgevoerd als een jaarlijkse steekproefenquête bij huishoudens uit het Rijksregister. De jaarlijkse steekproef SILC bevat ongeveer 10.500 huishoudens, waarvan er elk jaar een 7.000-tal private huishoudens deelnemen. De referentiepersoon van het huishouden (gezinshoofd) wordt persoonlijk geïnterviewd (CAPI). Ook elk huishoudlid van 16 jaar en ouder wordt individueel bevraagd.

Steekproefontwerp

Voor EU-SILC in België wordt het Rijksregister van de natuurlijke personen gebruikt als primair steekproefkader voor de selectie van personen en private huishoudens. Personen die verblijven in collectieve huishoudens (zoals rusthuizen en gevangenissen) vallen buiten het steekproefkader. De huishoudsamenstelling kan tijdens het interview door het huishouden worden aangepast, waardoor de feitelijke steekproef de de facto huishoudsamenstellling weergeeft.

Het steekproefontwerp is een gestratificeerde tweetrapssteekproef. Het belangrijkste stratificatiecriterium is het NUTS2-niveau. De 11 steekproefstrata zijn de 10 Belgische provincies (5 in Vlaanderen – gecodeerd BE21-BE25 – en 5 in Wallonië – gecodeerd BE31-BE35) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BE10). Verdere impliciete stratificatie wordt verkregen door PSUs (deelgemeenten) te sorteren op gemiddeld inkomen en SSUs (huishoudens) in geselecteerde PSUs te sorteren op leeftijd van de referentiepersoon.

Verdere informatie is beschikbaar in het jaarlijkse kwaliteitsrapport(opent in nieuw venster) van Statbel.

Paneldesign

EU-SILC is opgebouwd als een roterend panel met zesjarige panelduur. Dat betekent dat huishoudens gedurende 6 opeenvolgende jaren (de panelduur) aan de steekproef deelnemen. Jaarlijks wordt een deel van de huishoudens vernieuwd om zowel dwarsdoorsnede- als longitudinale analyses mogelijk te maken.

Tot en met EU-SILC 2018 ging het om een vierjaarlijks roterend panel. Geselecteerde huishoudens werden gedurende 4 jaren gevolgd. Elk jaar verliet ongeveer één kwart van de steekproef het panel, dat met een nieuwe roterende groep werd aangevuld.

In 2019 werd gestart met de uitbreiding van het panel naar zes jaar. Er werd een nieuwe (5de) groep toegevoegd aan het panel, terwijl geen enkele groep het panel verliet. In 2020 werd dit herhaald met een 6de groep, zodat een 6-jarig panel gerealiseerd werd. Vanaf SILC 2021 zal 1/6 van de steekproef elk jaar vernieuwd worden. Omwille van deze overgang is de steekproef voor de jaren 2019 tot en met 2022 iets groter.

Uitgebreide beschrijvingen van het steekproefontwerp, vragenlijsten, weging en dataverwerking zijn opgenomen in de EU-SILC methodologische documentatie (zie S.10.6).

De dataverzameling van EU-SILC gebeurt jaarlijks. De databron wordt eveneens jaarlijks gebruikt voor de productie en actualisatie van de EU-SILC-statistieken.

EU-SILC levert twee soorten gegevens:

  • Cross-sectionele gegevens die betrekking hebben op een bepaald tijdstip of een bepaalde periode, met variabelen over inkomen, armoede, sociale uitsluiting en andere leefomstandigheden;
  • Longitudinale gegevens die betrekking hebben op veranderingen op individueel niveau doorheen de tijd, waargenomen volgens een rotatieschema van vier of meer jaren (bijlage III (2) van Verordening 2019/1700).

Informatie over sociale uitsluiting en huisvestingssituatie wordt hoofdzakelijk op huishoudniveau verzameld, terwijl gegevens over arbeid, onderwijs en gezondheid worden verzameld voor personen van 16 jaar en ouder. De kern van het EU-SILC-instrument bestaat uit inkomensinformatie op een zeer gedetailleerd componentenniveau, hoofdzakelijk verzameld op individueel niveau.

STATISTISCHE POPULATIE

De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens en alle personen die op het moment van de dataverzameling deel uitmaken van deze huishoudens en die op het Belgische grondgebied wonen. Collectieve huishoudens vallen buiten de doelpopulatie. Een particulier huishouden wordt gedefinieerd als een persoon die alleen woont of een groep personen die samen woont en inkomsten en uitgaven delen.

Om de resultaten op Europees niveau met elkaar te vergelijken zijn de vragenlijsten in verschillende landen zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Het referentiegebied is de EU en België, met mogelijkheid tot regionale uitsplitsing (het Vlaams gewest, het Waals Gewest en het Brussels hoofdstedelijk Gewest) en mogelijkheid tot uitsplitsing op het niveau van de Belgische provincies.

Inkomensgegevens hebben betrekking op een vaste periode, namelijk de 12 maanden van het kalenderjaar voor de survey plaatsvindt. Andere variabelen hebben als referentieperiode de situatie op het moment van de enquête, de laatste 12 maanden, een typische week, de laatste situatie, of de laatste 5 jaar (module-variabelen).

VARIABELEN

EU-SILC maakt gebruik van Europees geharmoniseerde concepten en definities. De statistische concepten en definities zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2019/1700, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2181 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2242 van de Commissie.

BEWERKINGEN

De datacompilatie gebeurt conform de door Eurostat vastgelegde EU-SILC-methodologie en de jaarlijkse Methodological Guidelines. Na de dataverzameling worden de gegevens gecontroleerd op volledigheid, interne consistentie en plausibiliteit. Ontbrekende of inconsistente antwoorden worden behandeld via imputatieprocedures op microdataniveau. De meest voorkomende redenen voor imputatie zijn item-non-respons, gedeeltelijke non-respons bij inkomenscomponenten en logisch inconsistente antwoorden.

Designgewichten worden berekend op basis van het steekproefontwerp. Deze gewichten worden gecorrigeerd voor unit-non-respons en gekalibreerd op externe populatietotalen, onder meer naar leeftijd, geslacht en huishoudtype. Zowel cross-sectionele als longitudinale gewichten worden berekend.

Na nationale validatie worden de microdata overgemaakt aan Eurostat in de voorgeschreven dataformaten (D-, H-, R- en P-files). Aansluitend worden bijkomende Europese kwaliteitscontroles uitgevoerd.

Statistische variabelen worden afgeleid op basis van de oorspronkelijke enquête- en administratieve gegevens. Het beschikbaar huishoudinkomen wordt samengesteld door de aggregatie van individuele en huishoudelijke inkomenscomponenten, verminderd met belastingen en sociale bijdragen. Het equivalent beschikbaar inkomen wordt berekend met behulp van de gemodificeerde OESO-equivalentieschaal. Indicatoren zoals armoede-, ongelijkheids- en werkintensiteitsindicatoren worden berekend op basis van deze afgeleide variabelen en geaggregeerd op het vereiste demografische en geografische niveau. Statistieken op huishoudniveau worden berekend op basis van een aggregatie van het personenbestand via de huishoudensidentificatie.

Voor SILC-gegevens gelden specifieke anonimisatieregels, zoals topcodering van leeftijd en opleidingsniveau, hercodering van geografische en nationaliteitsvariabelen, en verwijdering van bepaalde identificerende variabelen. De verwerkingsmaatregelen kunnen leiden tot beperkte aanpassingen in de ontsluitingsdata, met name voor kleine subpopulaties, zonder impact op de inhoudelijke interpretatie van de gepubliceerde resultaten.

Accuraatheid

De responsgraad van de EU-SILC-enquête in België bedraagt gemiddeld ongeveer 60%. Mogelijke vertekeningen als gevolg van non-respons worden beperkt door middel van wegings- en correctieprocedures. Hierdoor levert de statistiek robuuste en bruikbare schattingen van armoede- en inkomensindicatoren. Nadere informatie over non-respons en accuraatheid is beschikbaar in de jaarlijkse kwaliteitsrapporten van Statbel.

Bij de interpretatie van de resultaten van de EU-SILC-survey moet rekening worden gehouden met een onzekerheidsmarge, die voortvloeit uit het feit dat de statistiek gebaseerd is op een steekproef en niet op de volledige populatie. Deze steekproeffout (sampling error) is groter voor kleinere subgroepen en kleinere aantallen waarnemingen. Bij kleine subgroepen kunnen de betrouwbaarheidsintervallen relatief breed zijn; daarom moeten schattingen voor deze groepen voorzichtig worden geïnterpreteerd.

EU‑SILC is een complexe survey, waarbij verschillende landen verschillende steekproefdesigns hanteren. Om varianties op geharmoniseerde en vergelijkbare wijze te schatten, past Eurostat de linearisatie‑techniek toe, gekoppeld aan de “ultimate cluster”‑benadering voor variantieschatting.

Voor België worden betrouwbaarheidsintervallen berekend, specifiek aangepast aan het complexe EU-SILC-design in België. In de praktijk hanteert Statbel een gestandaardiseerde methode (‘jackknife repeated replication’) voor het berekenen van betrouwbaarheidsintervallen. Deze methodologie wordt gedeeld met de gewesten en uniform toegepast.

Naast de steekproeffout kunnen de resultaten van de EU-SILC-survey ook worden beïnvloed door niet-steekproeffouten (systematische component). Deze omvatten onder andere coverage errors (onder- of oververtegenwoordiging van de doelpopulatie). In EU-SILC zijn bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals personen in collectieve huishoudens, personen zonder wettige verblijfsvergunning en dak- en thuislozen, niet of nauwelijks vertegenwoordigd.

Andere niet-steekproeffouten die zich kunnen voordoen zijn:

  • ‘Measurement error’: meetfouten in vragen of antwoorden;
  • ‘Unit nonresponse error’: volledige huishoudens of personen die niet deelnemen aan de enquête;
  • ‘Item nonresponse error’: ontbrekende antwoorden op specifieke vragen;
  • ‘Processing error’: fouten bij gegevensverwerking;
  • ‘Model assumption error’: fouten die voortvloeien uit aannames in berekeningen of imputaties.

Niet-steekproeffouten worden zoveel mogelijk beperkt via training van interviewers en gestandaardiseerde vragenlijsten, en verder via kwaliteitscontroles, gestandaardiseerde methodologische procedures en imputatietechnieken.

Statbel documenteert voor elke variabele welke imputatiemethode wordt toegepast in de EU-SILC-gebruikershandleiding.

Vergelijkbaarheid

De statistiek is volledig vergelijkbaar met buurlanden en alle EU-lidstaten. Binnen België zijn alle drie de Belgische gewesten (NUTS1-niveau) perfect vergelijkbaar. Binnen de Belgische gewesten is volledige vergelijkbaarheid tussen provincies mogelijk dankzij geharmoniseerde methodologie en uniforme toepassing van EU-SILC-richtlijnen. Small Area Estimation (SAE) op NUTS2-niveau is beschikbaar voor een belangrijke reeks indicatoren (zoals AROP, LIW, AROPE, SMSD, en andere).

De statistiek is goed vergelijkbaar over de tijd, met documentatie van methodologische breuken. EU-SILC wordt jaarlijks uitgevoerd volgens een geharmoniseerde Europese methodologie, waardoor de resultaten in principe goed vergelijkbaar zijn over de tijd. De meeste kernindicatoren (zoals AROP, AROPE, LWI, MSD) worden consistent berekend, zodat trends betrouwbaar kunnen worden gevolgd.

Wijzigingen worden zo veel mogelijk vermeden om de tijdsreeksen intact te houden, maar in sommige situaties is een breuk onvermijdelijk. Gedurende de jaren zijn er een aantal breuken geweest in SILC. De eerste twee hebben betrekking op indicatoren, de derde op een methodologische breuk.

  1. Stijging armoede-indicatoren bij werklozen in 2013

Tot en met 2012 werden de bruggepensioneerden tot de werklozen gerekend. Vanaf 2013 worden zij tot de gepensioneerden gerekend. Dit heeft ervoor gezorgd dat de werklozen vanaf 2013 systematisch een lager inkomen hebben en dus zijn de armoede-indicatoren AROP en AROPE eveneens gestegen.

  1. Ernstige materiële deprivatie

Deze indicator kent een breuk in 2005 en opnieuw een in 2008. In 2005 werd een wijziging doorgevoerd voor het item ‘zijn woning voldoende kunnen verwarmen’. In 2004 werd de vraag geformuleerd als ‘kan u uw woning voldoende verwarmen’, zonder referentie naar de financiële oorzaak hiervan. Van 2005 tot en met 2007 werd dit wel gedaan onder de vraag ‘Hebt u financieel gezien moeilijkheden om uw woning voldoende te verwarmen’. Sinds 2008 is deze vraag op een andere plaats in de vragenlijst gezet, samen met andere materiële deprivatievragen onder de vorm van ‘kan uw huishouden indien u dat zou wensen zich volgende zaken veroorloven? Uw woning voldoende verwarmen’.

  1. Volledige breuk in 2019

In 2019 werden een aantal fundamentele verbeteringen aangebracht aan de enquête met als gevolg een breuk in de tijdreeks. Hierdoor zijn de resultaten tot en met 2018 niet vergelijkbaar zijn met de resultaten vanaf 2019. Deze verbeteringen kaderen zich in een geïntegreerd plan voor de hervorming van de Europese sociale statistiek (Integrated European Social Statistics - IESS). De breuk situeert zich zowel op inhoudelijk als op methodologisch vlak.

Op inhoudelijk vlak werd in 2019 de overstap gemaakt naar het gebruik van administratieve gegevens voor de meerderheid van de inkomensvariabelen. Als gevolg daarvan werd de vragenlijst van de survey fundamenteel herzien. Vragen werden geherformuleerd en/of van plaats veranderd, er kwamen nieuwe vragen bij en bepaalde vragen werden geschrapt.

Op methodologisch vlak werd het volledige model voor de correctie van non-respons, uitval van panelleden en kalibratie herzien. Voortaan wordt bij de berekening van gewichten rekening gehouden met administratieve variabelen (meer specifiek het fiscale inkomen van huishoudens). Deze methodologische hervorming verhoogt de nauwkeurigheid van de schattingen.

  1. Impact van de COVID-19-pandemie op EU-SILC 2020 en 2021

De COVID-19-pandemie had vanaf maart 2020 een duidelijke impact op de dataverzameling van de EU-SILC-survey in 2020 en 2021. Door de lockdownmaatregelen werd het veldwerk in 2020 tijdelijk onderbroken en werd een deel van de interviews afgenomen via de telefoon in plaats van face-to-face. In 2021 werden alle interviews telefonisch afgenomen.

Door deze uitzonderlijke omstandigheden konden bepaalde huishoudens gemakkelijker bereikt worden dan in andere jaren, terwijl andere huishoudens net moeilijker bereikbaar waren. Dit leidde tot een zekere vertekening in de gerealiseerde steekproef, waardoor voorzichtigheid geboden is bij de vergelijking van de resultaten van 2020 en 2021 met die van de andere jaren.