Aandeel steun in inkomen landbouwers
Aandeel steun in inkomen hoogst in vleesveehouderij, laagst in glastuinbouw
De in de landbouw in het Vlaamse Gewest bedroeg in de periode 2020-2024 gemiddeld 16% van het en 4% van de . Het gaat om de steun die landbouwers ontvangen uit de eerste pijler van het Europese landbouwbeleid.
Het aandeel van de rechtstreekse steun in het bedrijfsinkomen en de opbrengst was het grootst bij gespecialiseerde vleesveebedrijven. Bij die bedrijven lag het aandeel van de steun in de periode 2020-2024 op 50% van het bedrijfsinkomen en 10% van de opbrengst. De hoge aandelen hangen samen met een relatief hoog steunbedrag en een laag bedrijfsinkomen en totale opbrengst bij die bedrijven.
Bij akkerbouwbedrijven bedroeg het aandeel van de rechtstreekse steun 29% van het bedrijfsinkomen en 10% van de opbrengst. Voor melkveebedrijven was dat respectievelijk 14% en 4%. De varkenshouderij was minder afhankelijk van rechtstreekse steun, met 9% van het bedrijfsinkomen en 1% van de opbrengst.
In de tuinbouw ten slotte bleef het aandeel van de rechtstreekse steun in het bedrijfsinkomen en de opbrengst zeer laag. Rechtstreekse steun is in de glastuinbouw nagenoeg onbestaande aangezien het areaal onder glas hiervoor niet in aanmerking komt.
Bronnen
- Agentschap Landbouw en Zeevisserij: