Aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd
Aandeel van bevolking op beroepsleeftijd iets lager dan 63%
Het aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd in de totale bevolking in het Vlaamse Gewest lag in 2024 gemiddeld op 62,7%. De bevolking op beroepsleeftijd omvat de bevolking van 15 tot en met 64 jaar. In 1999 lag dat aandeel 66,3%. Sindsdien is het aandeel geleidelijk gedaald.
Aandeel bevolking op beroepsleeftijd hoger bij mannen dan bij vrouwen
Bij mannen daalde het aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd van 68,1% in 1999 tot 63,8% in 2024. Bij vrouwen daalde dat aandeel in dezelfde periode van 64,5% tot 61,6%.
In 2024 lag het aandeel bij mannen 2,2 procentpunten hoger dan bij vrouwen. In 1999 was dat verschil 3,6 procentpunten.
Aandeel bevolking op beroepsleeftijd onder EU-gemiddelde
Het aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd lag in 2024 in het Vlaamse Gewest (62,7%) lager dan in het Waalse Gewest (63,7%) en duidelijk lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (68,9%).
Het aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd bedroeg in de EU27 63,9% in 2024. Dat is hoger dan in het Vlaamse Gewest. De verschillen tussen de EU-landen zijn relatief beperkt. In Luxemburg was het aandeel het hoogst (69,0%), gevolgd door Malta, Cyprus en Polen (ongeveer 67% tot 68%). Frankrijk en Zweden noteerden het laagste percentage (tussen 61% tot 62%).
Bronnen
- Statbel:
- Europese Commissie: