Gedaan met laden. U bevindt zich op: Mediagebruik Media en mediagebruik

Mediagebruik

Gepubliceerd op 26 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Ruim 9 op 10 gebruiken internet minstens 1 keer per week

In het najaar van 2025 gebruikte 94% van de inwoners in het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder minstens 1 keer per week het internet. Daarnaast gebruikte 96% van de bevolking minstens 1 keer per week een smartphone of gsm (ander dan smartphone). Voor het gebruik van computer, laptop of tablet lag dat aandeel op 83%. Het streamen van series of muziek werd door 42% van de bevolking minstens 1 keer per week gedaan.

Tussen 2021 en 2025 is het internetgebruik gestegen van 91% naar 94%. Ook het gebruik van de smartphone of gsm nam toe (van 94% naar 96%), net als het streamen van muziek (van 31% naar 42%). Het gebruik van computer, laptop of tablet en het streamen van series is min of meer stabiel gebleven.

Bijna 8 op 10 kijken minstens 1 keer per week naar televisie

In het najaar van 2025 keek 77% van de inwoners van 18 jaar en ouder minstens 1 keer per week naar televisie. 63% luisterde minstens 1 keer per week naar de radio. 61% las minstens 1 keer per week de krant en 23% minstens 1 keer per week een magazine.

Deze aandelen bleven min of meer stabiel in de afgelopen jaren. Enkel het aandeel personen dat minstens 1 keer per week een magazine leest nam af van 28% in 2021 naar 23% in 2025.

Mannen lezen vaker kranten, vrouwen gebruiken vaker smartphone of gsm

Mannen lezen vaker kranten dan vrouwen: 66% van de mannen en 57% van de vrouwen deed dat in 2025 minstens 1 keer per week. Vrouwen gebruiken vaker de smartphone of gsm (ander dan smartphone) dan mannen. 98% van de vrouwen gebruikte in 2025 minstens 1 keer per week de smartphone of gsm, bij mannen was dat 95%.

Verder is er geen significant verschil bij het mediagebruik tussen mannen en vrouwen.

Grootste verschil tussen leeftijdsgroepen bij streamen van muziek en series

De verschillen in mediagebruik naar leeftijd zijn vrij uitgesproken. Vooral bij het streamen van muziek en series zijn de verschillen groot: Hoe jonger, hoe vaker men gebruik maakt van deze diensten. In 2025 streamde 72% van de 18- tot 34-jarigen minstens1 keer per week muziek en 65% series. Bij de 65-plussers was dat respectievelijk 11% en 17%. Ook het gebruik van smartphone of gsm (ander dan smartphone), het internetgebruik en het gebruik van computer, laptop of tablet lag hoger bij de jongere leeftijdgroepen dan bij de oudere leeftijdsgroepen.

Omgekeerd kijken personen van 50 jaar en ouder vaker naar televisie dan de jongere groepen. Ze luisteren ook vaker naar de radio en lezen vaker de krant en magazines.

Hooggeschoolden gebruiken vaker media dan laaggeschoolden

Het mediagebruik neemt duidelijk toe met het opleidingsniveau: hoe hoger geschoold, hoe vaker men verschillende vormen van media minstens wekelijks gebruikt.

Bij bijna alle vormen van mediagebruik liggen de aandelen het hoogst bij de hooggeschoolden en het laagst bij laaggeschoolden. Het grootste verschil is er bij het gebruik van computer, laptop of tablet en het streamen van muziek. In 2025 gebruikte 92% van de hooggeschoolden minstens 1 keer per week computer, laptop of tablet, bij de laaggeschoolden was dat 60%. Voor het streamen van muziek lag dat aandeel bij hooggeschoolden op 51%, bij laaggeschoolden op 23%.

Voor het kijken van tv en het lezen van magazines waren er geen noemenswaardig verschil naar opleidingsniveau.

Geen verschil in mediagebruik naar urbanisatiegraad

In 2025 waren er geen significante verschillen in mediagebruik naar urbanisatiegraad.